Parketnummer : 20-000329-21 Uitspraak : 18 mei 2022 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 27 januari 2021, in de strafzaak met parketnummer 02-201077-19 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003, wonende te [adres verdachte] , thans verblijvende in Rijksinrichting v. Jongens Den Hey-Acker te Breda. Hoger beroep Van de zijde van verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen met uitzondering van de strafoplegging en verdachte wegens doodslag zal veroordelen tot jeugddetentie voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest en aan hem een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel zal opleggen. De verdediging heeft: bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken van de impliciet primair tenlastegelegde moord, omdat van voorbedachte raad geen sprake is; gesteld zich ten aanzien van de bewezenverklaring van de impliciet subsidiair tenlastegelegde doodslag te refereren aan het oordeel van het hof; bepleit dat verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens primair noodweer, subsidiair noodweerexces; een strafmaatverweer gevoerd, inhoudende dat de opgelegde jeugddetentie voor de duur van twee jaar wettelijk gezien niet mogelijk is en dat aan verdachte geen onvoorwaardelijke PIJ-maatregel dient te worden opgelegd; zich ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen: primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in de vorderingen moeten worden verklaard gelet op het bepleite ontslag van alle rechtsvervolging; subsidiair op het standpunt gesteld dat de post “toekomstige schade” in beide verzoeken niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard en dat het eventueel toe te wijzen bedrag met betrekking tot de shockschade dan wel de subsidiaire grondslag van de “aantasting in de persoon op andere wijze” dient te worden gematigd tot € 15.000,-; gerefereerd aan het oordeel van het hof ten aanzien van de gevorderde kosten van: a. lijkbezorging, b. medische kosten, parkeer- en reiskosten ten behoeve van de behandeling bij de psycholoog en de EMDR-behandeling, c. affectieschade; verzocht om bij de eventueel op te leggen schadevergoedingsmaatregel geen vervangende jeugddetentie te bepalen of op te leggen. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 19 augustus 2019 te Breda, althans in Nederland, opzettelijk (en al dan niet met voorbedachten rade) [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, door met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, meermalen, althans eenmaal, met een of meer mes(sen) in het (boven)lichaam van voornoemde [slachtoffer] te steken en/of te snijden, (mede) ten gevolge waarvan [slachtoffer] is overleden. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 19 augustus 2019 te Breda opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, door met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, meermalen, met meer messen in het bovenlichaam van voornoemde [slachtoffer] te steken, ten gevolge waarvan [slachtoffer] is overleden. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen In de bewijsmiddelen wordt telkens verwezen naar dossierpagina’s van de doorgenummerde dossiers van de politie. Met het hierna als A aangeduide dossier wordt bedoeld het eindproces-verbaal van de politie Zeeland-West-Brabant, [districtsrecherche] , [onderzoek] , proces-verbaalnummer 2019197480 / B3R019079, gesloten d.d. 13 januari 2020 (doorgenummerde pagina's 1 tot en met 1568). Met het hierna als B aangeduide dossier wordt bedoeld proces-verbaal forensisch onderzoek van de politie Zeeland-West-Brabant, Dienst Regionale Recherche, Afdeling Specialistische Ondersteuning, Team Forensische Opsporing, [onderzoek] , dossiernummer 2019197480, gesloten d.d. 27 mei 2020 (doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 502). Alle te noemen processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten. Alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven. De beslissing dat het bewezenverklaarde door verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de navolgende bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.
- Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 augustus 2019 dossier A (pg. 44-46), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 1] : Vandaag 19 augustus 2019 (…) ben ik samen met collega [verbalisant 2] ter plaatse gegaan naar de opgegeven locatie zijnde [adres slachtoffer] . (…) Wij waren daar omstreeks 14.25 uur ter plaatse. (…) Ik zag dat in de keuken een persoon op de grond lag met een jas over het bovenlichaam. Deze jas bedekte ook het hoofd van de persoon. De medewerker van de ambulancedienst is de keuken ingestapt en heeft de jas van het hoofd gehaald om na te gaan of de persoon nog leefde. Toen de jas van het hoofd was gehaald zag ik dat deze persoon een vrouw betrof. Ik zag dat deze vrouw op haar buik lag met haar hoofd in de richting van de tuin. Ik zag dat rond het hoofd van de vrouw veel bloed lag.(…) Ik heb vervolgens met de medewerker van de ambulancedienst de vrouw op haar rug gelegd. De medewerker van de ambulancedienst gaf aan dat de vrouw nog warm was en jong. Hij gaf aan dat we moesten gaan reanimeren. (…) Ik ben vervolgens gaan reanimeren en heb collega [verbalisant 2] verzocht de voordeur van de woning open te doen. Op dat moment was er assistentie ter plaatse gekomen van collega's en ambulance personeel. (…) Ik ben vervolgens doorgegaan met reanimeren van het slachtoffer. Ik zag dat tijdens het reanimeren bloed uit de wonden kwam. Ik zag dat het slachtoffer vele steekwonden had in haar borst en een snijwond aan de linker zijde van haar hals. (…) Ik hoorde van collega's dat het mes waarmee gestoken zou zijn nog in de woning moest liggen. Dit mes zou een mes zijn waarvan het handvat was voorzien van tape. Dit mes zou in de gootsteen liggen in de keuken. Ik heb vervolgens collega [verbalisant 3] verzocht het mes veilig te stellen. Omstreeks 15.02 kreeg ik te horen dat het meisje was overleden. 2 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 augustus 2019 dossier A (pg. 50-51), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] : Op maandag 19-08-2019 was ik verbalisant [verbalisant 2] samen met collega [verbalisant 1] belast met een dienst incident afhandeling. Omstreeks 14.20 uur werden wij naar [adres slachtoffer] gestuurd. Aanrijdend naar de melding hoorde ik dat er in de woning een levenloos lichaam lag. (…) Hierna stapte ik naar binnen met collega [verbalisant 1] en de ambulance medewerker achter mij de woning in. Ik zag een vrouwelijk persoon op haar buik op de grond liggen met een plas bloed naast haar hoofd. Ik zag dat er naast haar rechter been een keukenmes lag met een zwart handvat. Ik zag dat er op het aanrecht ook een mes lag met een zelfde soort zwart handvat. (…) Ik hoorde collega's via de portofoon zeggen dat de verdachte verklaarde dat hij een mes had gebruikt dat voorzien was van duct tape. Ik hoorde een collega zeggen dat hij het mes in de wasbak in de keuken zag liggen. (…) Ik vroeg aan collega [verbalisant 3] of hij iets kon pakken om de messen in te doen. Ik kreeg van collega [verbalisant 3] een koker. Ik zette de koker tegen het mes en schoof het mes de koker in zonder deze aan te raken en sloot de koker en overhandigde deze aan collega [verbalisant 3] . Ik zag dat er tape op het handvat van het mes zat. Het mes dat ik eerder op het aanrecht zag liggen en opzij had geschoven deed ik ook in een koker zonder het mes aan te raken. Ik zag dat het mes gebogen was en dat er een rode substantie op zat gelijkend op bloed. 3 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 augustus 2019 dossier A (pg. 52-54), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 4] : Op maandag 19 augustus 2019 omstreeks 14:15 uur hoorde ik het OC een melding uitgeven aan een voor mij onbekende eenheid. Ik hoorde dat er op de Slingerweg te Breda een man zou lopen met wat verwondingen aan zijn hand. Deze verwondingen zouden mogelijk door een mes zijn ontstaan bij een woning aan [adres slachtoffer] (…) Ik ben hierop met enige spoed gaan rijden naar de Slingerweg te Breda. (…) Vervolgens sloeg ik linksaf de Slingerweg op. Op ongeveer 200 meter na dit kruisingsvlak zag ik aan mijn rechterzijde een jonge man zitten op een betonnen blok. Ik reed langs de jongen en zag dat hij een lichtgrijze spijkerbroek en zwarte jas droeg. Ik zag dat hij een donkerkleurige telefoon in zijn linkerhand en aan zijn linkeroor had. Ik zag op zijn lichtgrijze spijkerbroek grote rode vlekken zitten. Ik zag dat de voorzijde van zijn broek over de gehele lengte van de broek onder de grote roodkleurige vlekken zat. Ik zag dat de linkerhand van de verdachte donkerrode tot donkerbruine vlekken had. Ik herkende de vlekken als zijnde bloedvlekken. Ik parkeerde hierop het dienstvoertuig op ongeveer 10 meter na de zitplaats van de jonge man. Ik stapte uit, wees met mijn linkerhand in de richting van de jongen en sprak hem met luide stem aan. Ik roep naar hem: "Politie, jij bent aangehouden! Laat je handen zien. Armen spreiden en op je knieën gaan zitten! Laat je telefoon vallen!". Ik zag dat de jonge man hier direct aan voldeed. (…) Ik bracht zijn linkerhand bij zijn rechterhand en boeide hem verder af. Ik zag hierop duidelijk bloedvlekken op zijn beide handen. Ik zei hierop tegen hem dat hij was aangehouden voor moord, dan wel doodslag, dan wel een poging daar toe. Ik zei hierop tegen hem dat hij niet tot antwoorden verplicht was en dat hij recht had op een advocaat. Ik zei tegen hem dat dit inhield dat hij geen antwoord hoeft te geven op vragen die hem gesteld werden. Ik hoorde hem zeggen dat hij dit begreep. Ik vroeg hem hierop of de vlekken op zijn broek iets te maken hadden met een incident wat zich in een woning ergens in Breda had afgespeeld. Ik hoorde hem hierop zeggen: "Ja.", en ik zag dat hij knikte. (…) Op enig moment zag ik dat collega [verbalisant 5] een identiteitskaart van de verdachte vast had. Ik pakte deze over en zag dat de verdachte bleek te zijn: [verdachte] , [geboortedatum] te [geboorteplaats] . Ik hoorde via mijn portofoon dat collega's welke ter plaatse waren aan [adres slachtoffer] , vroegen of wij wisten waar het mes was dat de verdachte gebruikt zou hebben. Ik hoorde collega [verbalisant 5] aan de verdachte vragen waar het mes was. Ik hoorde [verdachte] zeggen dat er een mes met een geduct-taped handvat in de gootsteen van de keuken lag. Ik hoorde collega's op [adres slachtoffer] zeggen dat er een mes in de keuken lag waarvan het handvat ingetaped was met duct-tape. Hierop heb ik de [verdachte] overgebracht naar het dienstvoertuig en liet hem hierin plaatsnemen. Mijn collega's en ik hebben vervolgens [verdachte] overgebracht naar de Mijkenbroek. (…) Omstreeks 14:48 uur kwamen wij ter plaatse aan de Mijkenbroek 31 te Breda alwaar het cellencomplex is gevestigd. Ik opende de deur van het dienstvoertuig bij de verdachte en vroeg hem of hij gewond was. Ik hoorde hem zeggen: "Ja wat kleine sneetjes in mijn hand maar niks bijzonders." Ik keek hierop naar de bebloede broek die hij droeg en vroeg aan hem: "Dus dat bloed op jouw broek is niet van jouw handen?" Ik zag dat hij mij aankeek en ik hoorde hem zeggen: "Nee. Dat is niet van mijn handen." 4 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 augustus 2019 dossier A (pg. 59-60), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 5] : Op maandag 19 augustus 2019, omstreeks 14.10 uur, ontvingen wij de melding dat er iemand naar het operationeel centrum had gebeld. (…) Wij reden vervolgens verder op de Slingerweg en zagen dat er collega's van de politie bij een jongen stonden. Ik zag dat er zich op de linker broekspijp van de jongen, die op dat moment bij de politie stond, rode vlekken bevonden. Ik herkende deze vlekken als bloed. Ook zag ik dat er zich een rode substantie op de handen van de verdachte bevond. Ook deze substantie herkende ik als bloed. Ik hoorde dat collega [verbalisant 4] zei dat hij de verdachte had aangehouden. Ik liep vervolgens met collega [verbalisant 4] mee om de verdachte te fouilleren. Tijdens de fouillering van de verdachte trof ik in de rechter broekzak een portemonnee aan. Ik opende de portemonnee en zag dat er zich een identiteitskaart in zijn portemonnee bevond. Ik zag dat de verdachte, [verdachte] , [geboortedatum] betrof. Omdat ik wist dat er sprake was van een steekpartij wilde ik weten waar de verdachte het mogelijke mes had gelaten om eventueel een plaats delict in de omgeving van de verdachte te kunnen maken. Ik vroeg aan de collega's die op dat moment ter plaatse waren of de cautie en de salduz al mede waren gedeeld aan de verdachte. Ik hoorde dat deze mede waren gedeeld. Dit werd hierna nogmaals bevestigd door collega [verbalisant 4] . Vervolgens zei ik tegen de verdachte dat zijn broek onder het bloed zat. Ik hoorde dat de verdachte hierop antwoordde: "Ja dat komt omdat ik haar gestoken heb." (…) Vervolgens vroeg ik aan de verdachte hoe het mes eruit zag waarmee hij haar zou hebben gestoken. Ik hoorde dat de verdachte zei dat dit een keukenmes was en dat er zich tape op het handvat van het mes bevond. 5 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 augustus 2019 dossier A (pg. 91), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 6] : Wij, verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 6] zijn in [onderzoek] , waarbij [slachtoffer] om het leven is gebracht, de familierechercheurs. De tactisch coördinator van het onderzoeksteam had aan ons verbalisanten gevraagd of wij de identificatie van het lichaam konden doen. Op donderdagavond 22 augustus 2019, omstreeks 17.30 uur, werd het lichaam van [slachtoffer] vrijgegeven. [slachtoffer] werd diezelfde avond nog naar het uitvaartcentrum ‘Zuylen’ te Breda gebracht. In overleg met de familie van [slachtoffer] en de [uitvaartverzorgster] hadden wij besloten om de confrontatie en de identificatie te verplaatsen naar de volgende ochtend, vrijdag 23 augustus 2019, om 10.00 uur. Op vrijdag 23 augustus 2019, om 10.00 uur zagen de ouders van [slachtoffer] , [moeder slachtoffer] en [vader slachtoffer] , [slachtoffer] weer voor het eerst. Ze hadden [slachtoffer] namelijk nadat ze om het leven was gebracht niet meer mogen en kunnen zien. Wij, verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 6] , waren bij het eerste weerzien aanwezig. Door de emoties en de reacties die beide ouders uitten, hebben wij niet specifiek gevraagd of dat het meisje dat lag opgebaard, hun dochter [slachtoffer] was. Voor ons waren de emoties en de reacties voldoende voor de identificatie. 6 Het radiologisch onderzoek verricht door prof. dr. [radioloog] van het Maastricht UMC forensische radiologie dossier B (pg. 159-171): Datum onderzoek: 20-8-2019Naam slachtoffer: [slachtoffer]Geboortedatum slachtoffer: [geboortedatum slachtoffer] Op 20-8-2019 werd volgens protocol postmortaal een CT total body en MRI thorax/abdomen gemaakt in het MUMC van het lichaam van een volwassen vrouw. (pg. 162)Hoofd en halsEr zijn zes huiddefecten in de hals (foto 1 t/m 5):• Een huiddefect (B) links in de hals, voetwaarts van het oor• Een huiddefect (C) links in de hals, voetwaarts van de onderkaak, met lucht in de onderhuidse weke delen• Een huiddefect (D) links in de hals, voetwaarts van huiddefect C• Een huiddefect (E) laag aan de voorzijde van de hals, links van de middenlijn• Een huiddefect (F) laag aan de linkerzijde in de nek• Een huiddefect (G) in de nek, rechts van de middenlijn (pg. 163)ThoraxEr zijn radiologisch 24 huiddefecten op de borstkas. Alle huiddefecten bevinden zich aan de voorzijde van de borstkas (foto 7, 10 en 11):• Een huiddefect (J) rechts van de middenlijn ter plaatse van de drain• Een huiddefect (L) voetwaarts en rechts gelegen ten opzichte van J• Een huiddefect (N) voetwaarts en rechts gelegen ten opzichte van L• Een huiddefect (K) rechts van de middenlijn en voetwaarts van J• Een huiddefect (M) juist rechts naast de middenlijn en voetwaarts van K• Een huiddefect (O) onder de rechterborst• Zestien huiddefecten (allen H) bevinden zich vanaf de onderzijde van het linkersleutelbeen tot de linkerborst• Een huiddefect (I) aan de linkerzijde ter hoogte van de linkeroksel• Een huiddefect (P) aan de linkerzijde ter hoogte van het ribkraakbeen van de 7de rib (pg. 168)Door de hals, de borstkas, de buik en de linkerarm zijn dertien trajecten te vervolgen. (pg. 171)Er is sprake van meerdere penetrerende geweldsinwerkingen van de hals, de romp en de linker arm. In het verloop van de deze trajecten zijn er letsels van beide longen en zeer waarschijnlijk van de halsbloedvaten en het hart. De dood is zondermeer te verklaren door verwikkelingen van de letsels in de borst en de hals door bloedverlies, functieverlies van de longen en het hart en ademhalingsproblemen door bloedinademing en letsels van het strottenhoofd. 7 Het rapport pathologieonderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet-natuurlijke dood van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag d.d. 5 november 2019, nummer 2019.08.20.183, opgemaakt door de [NFI-deskundige] (arts en patholoog) dossier B (pg. 181-188), voor zover inhoudende als relaas van rapporteur: Overledene: [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] te [geboorteplaats slachtoffer] . (pg. 184)Bij de sectie op het lichaam van [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] , is het navolgende gebleken:A. Uitwendig en inwendig
- Er was een geringe tot matige hoeveelheid lijkvlekken. Er waren bleke slijmvliezen en (iets) bleke en bloedlege organen.
- Er waren aan de hals, de nek, de romp en de linkerarm in totaal circa 35 steekletsels (letsels B t/m U, waarbij de letter H circa 16 letsels beschrijft). Alle letsels gingen gepaard met begeleidende bloeduitstortingen.
- In relatie met circa 12 steekletsels waren belangrijke structuren of organen geraakt. Er was onder andere sprake van: a. perforaties van de linker- en rechterborstholte (bij J t/m M en circa 5 letsels genoemd onder H); b. perforaties van beide longen (bij J t/m M en circa 5 letsels genoemd onder H); c. perforatie van het hart (bij één van de letsels beschreven onder H); d. perforaties van beide halsslagaders (bij C); e. perforaties van de lever (bij O en P). (pg. 185)Interpretatie van resultaten Er werden aan de hals, de nek, de romp en de linkerarm in totaal circa 35 steekletsels vastgesteld (sub A7). Deze letsels zijn bij leven ontstaan door ingewerkt uitwendig mechanisch scherprandig snijdend en perforerend geweld, zoals opgeleverd kan worden door 1 of meerdere messen. In relatie met circa 12 van deze steekletsels waren onder andere beide borstholten, beide longen, het hart, beide halsslagaders en de lever geperforeerd (sub A8). Perforatie van de borstholten en de longen gaat doorgaans gepaard met long- en ademhalingsfunctiestoornissen. Perforatie van grote bloedvaten, het hart en de lever heeft - gezien de bevindingen sub A6 - geleid tot ernstig bloedverlies. Het intreden van de dood wordt verklaard door algehele weefselschade als gevolg van ademhalings- en longfunctiestoornissen en substantieel bloedverlies. (pg. 186)ConclusieBij [slachtoffer] , 15 jaren oud geworden, wordt het overlijden verklaard door de verwikkelingen van circa 12 steekletsels aan de hals en romp. De overige circa 23 steekletsels hebben geen (substantiële) rol gespeeld bij het intreden van de dood. 8 Het proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres slachtoffer] ) dossier B d.d. 13 februari 2020 (pg. 80-86), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 8] , [verbalisant 9] en [verbalisant 10] : Op 20 augustus 2019, kwamen wij, naar aanleiding van een doodslag/moord, voor een forensisch onderzoek aan op de locatie [adres slachtoffer] . Sporendragers: SIN: AALJ2444NL Object: Mes Bijzonderheden: Uit keukenlade 20/08/19 13:59 9 Het proces-verbaal forensisch onderzoek woning dag 1 ( [adres slachtoffer] ) dossier B d.d. 11 april 2020 (pg. 24-35), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 11] , [verbalisant 12] , [verbalisant 13] en [verbalisant 8] : Op maandag 19 augustus 2019, omstreeks 14:10 uur, werd melding gedaan dat in de woning [adres slachtoffer] een geweldsincident had plaatsgevonden. (…) In de woonkamer zagen wij op een stoel van de zithoek een papieren zak staan. Deze papieren zak herkenden wij als zijnde een papieren zak van de politie, die gebruikt wordt om sporendragers in te verpakken. Wij zagen dat er in de zak twee messenkokers met daarin een mes lagen. Eén messenkoker bevatte een keukenmes waarvan het lemmet kleine kartels had en waarvan het handvat omwikkeld was met crèmekleurige tape. Wij zagen dat er bloed op zowel het handvat als het lemmet van het mes zat. Het mes werd opnieuw veiliggesteld in een messenkoker (SIN: AAMJ3770NL). De andere messenkoker bevatte een keukenmes met een zwart handvat. Wij zagen dat er bloed op zowel het handvat als het lemmet van het mes zat. Het mes werd opnieuw veiliggesteld in een messenkoker (SIN:AAMJ3776NL).
- Het rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een steekincident met dodelijke afloop in Breda op 19 augustus 2019 van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag d.d. 10 januari 2020, nummer 2019.08.20.183, opgemaakt door de [NFI-deskundige 2] dossier B (pg. 289-301), voor zover inhoudende als relaas van rapporteur: Mes AAMJ3770NL Het onderzoeksmateriaal betreft een mes. Om het heft is tape gewikkeld. Het mes is met het blote oog onderzocht op de aanwezigheid van bloed. Hierbij zijn verspreid over het heft meerdere bloedsporen aangetroffen. De rugzijde van het buitenste deel van de tape, welke zichtbaar is op het heft van het mes, is bemonsterd. Hierbij is geprobeerd het aanwezige bloed zoveel mogelijk te vermijden. De bemonstering is als AAMJ3770NL#01 veiliggesteld voor een DNA-onderzoek. Op de snijrand is mogelijk weefsel aangetroffen. Dit mogelijke weefsel is bemonsterd en als AAMJ3770NL#02 veiliggesteld voor een DNA-onderzoek. Drie bloedsporen op het mes zijn bemonsterd. De bemonsteringen zijn als AAMJ3770NL#03 tot en met #05 veiliggesteld voor een DNA-onderzoek. Bemonsteringen AAMJ3770NL#01 tot en met #05 zijn onderzocht op de aanwezigheid van bloed. In alle bemonsteringen is bloed aangetroffen. Mes AAMJ3776NL Het mes is met het blote oog onderzocht op de aanwezigheid van bloed. Hierbij zijn verspreid over het mes meerdere bloedsporen waargenomen. Zes bloedsporen op het mes zijn bemonsterd. De bemonsteringen zijn veiliggesteld als AAMJ3776NL#03 tot en met #08 voor een DNA-onderzoek. Bemonsteringen AAMJ3776NL#01 tot en met #08 zijn onderzocht op de aanwezigheid van bloed. In alle bemonsteringen is bloed aangetroffen. Mes AALJ2444NL Het mes is met het blote oog onderzocht op de aanwezigheid van bloed. Hierbij zijn zowel op het lemmet als op het heft meerdere bloedsporen waargenomen. Op de snijrand is mogelijk weefsel aangetroffen. Dit mogelijke weefsel is bemonsterd en als AALJ2444Nl#01 veiliggesteld voor een DNA-onderzoek. Vier bloedsporen op het mes zijn bemonsterd. De bemonsteringen zijn als AAU2444NL#03 tot en met #06 veiliggesteld voor een DNA- onderzoek. Het heft van het mes is bemonsterd. Hierbij is geprobeerd het aanwezige bloed zoveel mogelijk te vermijden. De bemonstering is als AALJ2444NL#02 veiliggesteld voor een DNA-onderzoek. Bemonsteringen AALJ2444NL#01 tot en met #06 zijn onderzocht op de aanwezigheid van bloed. In alle bemonsteringen is bloed aangetroffen. Mes AAMJ3770NL AAMJ3770NL#01 bemonstering (met bloed) van de rugzijde van tape om het heft van het lemmet AAMJ3770NL#02 bemonstering van mogelijk weefsel van de linkerzijde van de snijrand AAMJ3770NL#03 bemonstering met bloed van de rechterzijde van het lemmetAAMJ3770NL#04 bemonstering met bloed van de linkerzijde van het heftAAMJ3770NL#05 bemonstering met bloed van de achterzijde van het heft Mes AAMJ3776NL AAMJ3776NL#02 bemonstering (met bloed) van het heftAAMJ3776NL#03 bemonstering met bloed van de rechterzijde van het lemmetAAMJ3776NL#04 bemonstering met bloed van de linkerzijde van het lemmetAAMJ3776NL#05 bemonstering van mogelijk weefsel van de linkerzijde van het lemmetAAMJ3776NL#06 bemonstering met bloed van de linkerzijde van het heftAAMJ3776NL#07 bemonstering met bloed van de linkerzijde van het heftAAMJ377SNL#08 bemonstering met bloed van de onderzijde van het heft Mes AALJ2444NL AAU2444NL#01 bemonstering met mogelijk weefsel van de snijrandAAU2444NL#02 bemonstering (met bloed) van het heftAAU2444NL#03 bemonstering met bloed van de punt van het lemmetAAU2444NL#04 bemonstering met bloed van de rechterzijde van het lemmetAAU2444NL#05 bemonstering met bloed van de linkerzijde van het heftAAU2444NL#06 bemonstering met bloed van de linkerzijde van het heft Referentiemonster: AAMS8398NL, referentiemonster bloed van slachtoffer [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum slachtoffer] , afgesplitst van stoffelijk overschot AALF5157NL) Tabel 1 DNA-profielen van personen SIN Naam Geboortedatum AAMS8398NL [slachtoffer] [geboortedatum slachtoffer] WAAF8379NL [verdachte] [geboortedatum] Tabel 2 Resultaten, interpretatie en conclusie vergelijkend DNA-onderzoek SIN Beschrijving DNA-profielDNA kan afkomstig zijn van Matchkans DNA-profiel Mes AAMJ3770NL AAMJ3770NL#01 DNA-hoofdprofiel[slachtoffer] DNA-nevenkenmerken kleiner dan één op één miljard niet berekend vanwege AAMJ3770NL#05 AAMJ3770NL#02,AAMJ3770NL#03,AAMJ3770NL*04 DNA-profielen van een vrouw[slachtoffer] kleiner dan één op één miljard AAMJ3770NL#05 DNA-mengprofiel[slachtoffer] [verdachte] kleiner dan één op één miljard kleiner dan één op één miljard Mes AAMJ3776NL AAMJ3776NL #03 tot en met #08 DNA-profiel van een vrouw[slachtoffer] kleiner dan één op één miljard AAMJ3776NL#02 DNA-hoofdprofiel[slachtoffer] DNA-nevenkenmerkenminimaal één man kleiner dan één op één miljard niet berekend Mes AALJ2444NL AALJ2444NL#01,AALJ2444NL#03,AALJ2444NL#04,AALJ2444NL#05,AALJ2444NL#06 DNA-profielen van een vrouw[slachtoffer] kleiner dan één op één miljard AALJ2444NL#02 DNA-mengprofiel[slachtoffer][verdachte] kleiner dan één op één miljard 11 Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag d.d. 25 mei 2020, nummer 2019.08.20.183, opgemaakt door de NFI-deskundige dossier B (pg. 320-334), voor zover inhoudende als relaas van rapporteur: (pg. 326)Mes 1 – met tape (AAMJ3770NL) Het lemmet heeft een lengte van circa 11 cm en een maximale breedte van circa 16 mm. De punt is iets verbogen. Het heft is omwikkeld met schilderstape. 12 De eigen waarneming van het hof op de bij voornoemd proces-verbaal dossier B op pg. 326 opgenomen foto van mes 1 (AAMJ3770NL) dat dit mes niet inklapbaar is. 13 Het proces-verbaal van verhoor d.d. 19 augustus 2019 dossier A (pg. 172-173), voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 1] : Op maandag 19 augustus 2019 omstreeks 12:45 uur was ik op de hoek van de [straat 1] met [adres slachtoffer] . Ik stond achter mijn auto waar ik mijn honden in liet. Ik zag dat er op [adres slachtoffer] een jonge man aan de deur stond. Ik zag niet exact voor welke deur hij stond. Ik vermoed dat hij voor [adres slachtoffer] stond, bij de grijze deur. Ik zag de jonge man van opzij. Het viel mij op dat dat hij heel dicht tegen de deur aan stond. Ik heb gezien dat de deur heel snel open en dicht is gegaan. Ik heb de jongen niet daadwerkelijk naar binnen zien gaan de woning in, maar hij kan nergens anders heen zijn gegaan. 14 Het proces-verbaal van verhoor d.d. 20 augustus 2019 dossier A (pg. 174-176), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van [getuige 2] : V: Mevrouw ik heb van u een melding ontvangen wat mogelijk te maken zou kunnen hebben met het incident plaatsgevonden gisteren, maandag 20 augustus 2019 (het hof begrijpt: maandag 19 augustus 2019), aan [adres slachtoffer] klopt dat?A: Ja dat klopt, ik was gisteren onderweg naar een afspraak toen ik een jongen tegenkwam die onder het bloed zat. V: Hoe laat was dit ongeveer toen u deze jongen zag?A: Dit was ongeveer om 13:35 uur. (…) Ik liep door de [straat 2] gekomen vanaf [straat 3] . Ik zag toen een jongen om de hoek komen, althans ik weet niet of die jongen schuin de straat is overgestoken of dat hij nou echt de hoek omkwam. De jongen liep mij tegemoet, ik liep op het trottoir en die jongen ook. Het eerste wat ik zag was dat deze jongen aan het bellen was. (…)V: Ok, en toen? A: Ik zag dat de jongen een lichte kleur broek aan had, op deze broek zaten rare vlekken. Ik wist dat dit bloed was, het waren rode vlekken. De jongen had een donker shirt aan, daar zag ik niets op. Het was echt veel bloed op zijn broek, zowel links als rechts en dan vooral aan de bovenkant van zijn broek. Het was niet doorweekt maar wel veel. Bij het passeren van de jongen heb ik nog achterom gekeken en zag ik dat er ook bloed zat op de rechter broekspijp. 15 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van dit hof op 20 april 2022, voor zover inhoudende: In de notitie “Niet vergeten!” stond het mes genoemd in het lijstje met spullen die ik niet moest vergeten. De condooms heb ik in dat lijstje vermeld, omdat ik niet wist wat er zou gebeuren. De riem heb ik in het lijstje opgenomen, omdat [slachtoffer] heeft gezegd dat ze een riem mooi vond staan. 16 Het proces-verbaal van bevindingen verbatim uitgewerkt eerste verhoor verdachte d.d. 24 augustus 2019 dossier A (pg. 1245-1275), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 14] en [verbalisant 15] : Op 19 augustus 2019 werd [verdachte] gehoord onder nummer VRH-2019-08-
- Dit verhoor werd door [schrijftolk] verbatim uitgewerkt en door ons verbalisanten nageluisterd en waar nodig gecorrigeerd en/of aangepast. Deze definitieve uitwerking is als bijlage bij dit proces-verbaal van bevindingen gevoegd en door ons, verbalisanten, ondertekend. (pg. 1248)[verdachte] : Ja, [slachtoffer] en ik hadden dus een relatie, en dat was denk ik twee à drie weken geleden uitgegaan. (pg. 1249)En toen liepen we naar eh, naar de achterdeur. (…) hebben we gevochten en toen kwam het mes kwam in d’r nek hier,.... aan de....aan de achterkant (wijst naar zijn nek) en toen, en toen, en toen viel het mes. (…) met dat mes, hadden we allebei vast, hier, in haar keel hier ergens, maar volgens mij was dat niet eens zo heel diep of zo hier, en toen werd het meer een worsteling en toen, en toen vielen we allebei op de grond (..) En ik had zelf, ik heb zelf altijd gewoon zo’n mes bij me, had ik, gewoon zo’n zakmes die je zo uit kunt klappen, had ik de hele tijd, had ik met m’n, eh had ik geruild met m’n broer en, dus ik had nu gewoon een normaal mes, had ik, met tape eromheen. (…) [verdachte] : Toen lagen we dus op die grond en ... [verdachte] : We lagen op de grond (…) Maar, had m’n eigen mes gepakt, en toen probeerde ze die van me af te pakken en toen had ik d’r hier (wijst naar zijn linkerhals) gestoken. (…) En toen had ik d’r nog een keer gestoken. En toen lag ze op de grond, toen bewoog ze nog wel. En toen ben ik nog wel op de grond gegaan. Ik had gewoon op ’n gegeven moment gewoon m’n mes neergegooid in de keuken op de eh, eh wasbak, ik had hem gewoon neergegooid. En ik had ook nog het andere mes, gewoon, gegooid gewoon op de aanrecht of eh terug in het eh, in de la zeg maar. Maar ik had gewoon alles neergegooid en toen bewoog [slachtoffer] op ’n gegeven moment en toen, toen, op ’n gegeven moment bewoog niet meer en toen, stopte ze met ademen op ’n gegeven moment. (pg. 1258)[verdachte] : En toen pakte ik dus uit m'n jaszak, eh ik had m'n jas aan, pakte ik daar m’n eigen mes uit. En daarmee stak ik haar in de borststreek....Verhoorder 1: Met welke hand deed je dat, [verdachte] , jouw mes pakken? : Met m'n rechterhand.Verhoorder 1: Met je rechterhand. En waar had je jouw mes zitten? : In m'n rechterjaszak.Verhoorder 1: In je rechterjaszak. En binnen- of buitenzak? : In de buitenzak.Verhoorder 1: In de buitenzak. En wat is dat voor mes? Jouw eigen mes? : Ja normaal was het gewoon zo’n uitklapbaar zakmes zeg maar. Maar eh, die had ik niet meer. Ik had gewoon een mes uit de, uit de keuken. En ik had, om het handvat zat eh tape.Verhoorder 1: En wat voor soort mes? Hoe zou je het omschrijven, dat mes? : Eh van die hele kleine karteltjes.Verhoorder 1: Had het karteltjes? : (Knikt).Verhoorder 1: Hoe lang is dat mes? : Zo (geeft met zijn beide handen een lengte aan).Verhoorder 1: Is dat inclusief eh handvat? : Nee.Verhoorder 1: Oké, dus alleen het snijgedeelte is zo? Hoeveel centimeter schat je dat dat is? Zoals je dat aangaf? : 11 of zo...Verhoorder 1: Sorry? : 11 of zo.Verhoorder 1: 11 centimeter? En het handvat, hoe ziet dat eruit? : Ja er zat tape omheen, maar volgens mij was het een (onverstaanbaar) houten handvat.
- Het proces-verbaal van de terechtzitting van de rechtbank Zeeland-West-Brabant d.d. 12 januari 2021 en 13 januari 2021, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte: In de zomer van 2019 is het uit gegaan. U houdt mij voor dat [slachtoffer] het volgens haar moeder op 3 augustus 2019 heeft uitgemaakt. Dat klopt volgens mij. (…) Ik had er veel last van dat het uit was. Daar heb ik wel met [getuige 3 (vriend verdachte)] (het hof begrijpt: [getuige 3 (vriend verdachte)]) over gesproken. (…) U vraagt me naar 19 augustus 2019, vanaf het moment dat ik in de woning van de moeder van [slachtoffer] was. Ik kwam daar en [slachtoffer] deed de deur open. (…) (pg. 11) U vraagt mij of ik maandag rond 10.00 uur via snapchat contact heb gehad met [slachtoffer] , omdat zij mij toen een bericht stuurde: “Nee, die is werken”. Dan zal ik gevraagd hebben of er iemand thuis was. 18 Het proces-verbaal van verhoor d.d. 27 september 2019 dossier A (pg. 411-437), voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 3 (vriend verdachte)] : (pg. 413)V: We hebben begrepen dat [verdachte] een vriend van je is. Wat kun je hierover vertellen? A: Ik ken hem van school. Ik ken hem nu 2 jaar. (…) (pg. 416) Vrijdag heb ik hem nog gezien. Ik ben naar hem toe gegaan met de bus. Ik ben blijven slapen en zaterdag ben ik vroeg weggegaan.V: Wat hebben jullie die avond gedaan? A: Film gekeken en gepraat. (…) A: Die vrijdag dat ik bij hem was, dus de dag voordat hij naar [slachtoffer] ging. (pg. 419)V: Heeft hij jou specifiek gezegd dat het uit was? A: Nou dat zij wel heeft gezegd van ik zie het niet meer zitten of zo. (…) Dat heeft hij gezegd. (…) V: Was er een ander in het spel?A: Dat weet ik niet. Het enige wat ik weet is dat [verdachte] tegen mij zei dat ze opeens met een andere jongen contact had. (…)Het is mij nog niet helemaal duidelijk of [verdachte] nou wist dat het uit was of niet.A: Hij zei dat zij zei dat ze niet meer verder wilde. Hij wist alleen niet in hoeverre ze het echt meende. Daar wilden ze het over hebben zaterdag. V: Wie bedoel je precies met ‘ze’?A: Nou ik denk dat [verdachte] wel met veel vragen zat. (pg. 421) We tonen je bijlage
- Wat zie je? A: Jullie missen dan weer een stuk? V: Ja dat klopt. A: Dat was met die jongen. Dat was wat ik net vertelde dat ze contact had met die jongen. (Het hof begrijpt: de op Instagram zichzelf noemende [getuige 4]) Hij zei toen van “ja ik weet niet, misschien is ze met hem vreemd gegaan.” Dat dat de vage reactie van [slachtoffer] verklaarde. V: Er staat: “ging je erover door....” Waaruit wij opmaken dat ze het over gehad hebben. Wat kun je hierover vertellen? A: Vrijdag had ik het er met [verdachte] over dat … ja met die jongen… Hij zei tegen mij van: “zou ze zijn vreemd gaan.’ Ik zei dat dat een mogelijkheid was. Het was natuurlijk logisch dat dit onderwerp ter sprake kwam als iemand uit het niets eens vaag doet. De foto 4 vraag ik of [verdachte] er bij [slachtoffer] er zaterdag op door is gegaan dat ze misschien is vreemd gegaan. (pg. 424)V: Wat weet jij over [verdachte] en wapens?A: Niks, hij had nooit niks bij zich. (…)V: Had hij ooit een mes bij zich?A: Nee.V: Als hij dit wel bij zich had gehad, had jij dit dat geweten? A: Ja. (…)V: We willen nog even terug naar de maandag, de dag van het incident. Wist jij dat ze een afspraak hadden maandag?A: Nee dat wist ik niet. (…)V: Wat was jouw laatste contact met [verdachte] ?A: Dat was die zondagavond. 19 Het proces-verbaal van d.d. 13 oktober 2019 dossier A (pg. 438-453), voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 5 (vriend verdachte)] : (pg. 439)Ik ken [verdachte] goed en ik ken [slachtoffer] ook. V: Hoe lang kennen jullie elkaar al? A: Twee jaar. (…) We spraken wel eens af bij [getuige 3 (vriend verdachte)] (het hof begrijpt: [getuige 3 (vriend verdachte)] ). V: Wat kun je mij vertellen over de vriendschap tussen [verdachte] en jou? A: Het was een goede vriendschap. We waren goed met elkaar bevriend, we konden goed met elkaar omgaan en met elkaar praten. (pg. 444)V: Hoe veilig voelde [verdachte] zich in het algemeen.A: Hij voelde zich veilig.(…)V: Wat weet je of [verdachte] wel eens een mes bij zich had?A: Ik heb het nog nooit gezien en ik heb ook nog nooit van iemand gehoord dat [verdachte] een mes bij zich had.
- Het proces-verbaal van bevindingen telefoon [verdachte] d.d. 23 augustus 2019 (pg. 520-530), voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 16] : Als verdachte is aangehouden: [verdachte] , [geboortedatum] te [geboorteplaats] . Telefoon Op 19 augustus 2019 werd de verdachte gehoord, hem werd verteld dat zijn telefoon, die in de fouillering zat, in beslag genomen werd. Nadat de verdachte er naar gevraagd werd, gaf hij de codes om zijn telefoon te openen. Het telefoonnummer dat gebruikt werd in de telefoon was: [telefoonnummer] . Op 20 augustus 2019 werden de gegevens van de telefoon door de digitale afdeling van de politie veiliggesteld. Verwijderde note’s Ik [verbalisant 16] ben gestart met het uitkijken van de veiliggestelde gegevens uit de telefoon. In de telefoon was een mogelijkheid om notities te maken en tevens was het mogelijk om de notitie een titel te geven. In de veiliggestelde gegevens waren 114 notities aanwezig. Hiervan waren 12 notities verwijderd vanaf de telefoon, deze waren echter nog wel zichtbaar in de veiliggestelde gegevens. De verwijderde notities werden gemaakt tussen 6 augustus en 18 augustus. In die periode werden nog 2 notities geschreven in de Engelse taal en deze werden niet verwijderd van de telefoon. Van deze notities werd een rapportage gemaakt en deze zullen bij dit proces-verbaal als bijlage toegevoegd worden. Bijlage: Time Note Deleted Created 17/08/2019 00:01:32 (UTC + 2) Modified 1 17/08/2019 00:02:19 (UTC + 2) Title: Niet vergeten! Source: Samsung Notes Body: De riem Het mes (Condooms?) Yes Created 06/08/2019 17:41:46 (UTC + 2) Modified 17/08/2019 00:01:22 (UTC 2) Title: Source: Samsung Notes Body: Rand van t bed zitten vragen of ik erbij mag Geschoren “Dr zit daar iets” ! Je loog Murder Yes Created 14/08/2019 23:29:41 (UTC + 2) Modified 14/08/2019 23:29:58 (UTC + 2) Title: Samsung Notes Body: Your promises don’t mean shit Yes Created 10/08/2019 22:13:55 (UTC + 2) Modified 10/08/2019 22:14:00 (UTC + 2) Title: Source: Samsung Notes Body: Oh, you thought it was over You can just close the chapter And go about your life, like it was nothing You ruined mine, but you seem to be doing fine I’d never recovered Yes Created 07/08/2019 21:33:36 (UTC + 2) Modified 11/08/2019 00:48:30 (UTC 2) Title: Source: Samsung Notes Body: Je liegt tegen me over jongens Hebt me onverwachts fucking hard genaaid Mn hart gebroken 1.5 week voordat je me dumpte beloofde je nog om het nooit uit te maken en zeg je 10x hoe verliefd je bent en hoe goed we bij elkaar passen en dat we voor altijd samen zijn. Dan vind je me opeens niet leuk meer zonder dat er iets gebeurd is en zonder normale reden. Zo snel kun je niet veranderen, je kunt niet van heel verliefd naar uit het niks zo snel naar het uitmaken gaan zonder reden. Of er is iets gebeurd in renesse waarom je het uit hebt gemaakt Maar hoe dan ook het maakt niet meer uit, zonder je wil ik niet meer. En ik kan jou niet met een ander zien en weten dat je met hem doet wat wij deden samen. Ik weet dat ik egoïstisch ben maar ik zie geen andere manier. YOU BROKE ME NOW I’M GOING TO BRAKE YOU. YOU WERE SUPPOSED TO LOVE ME IF I CANNOT HAVE YOU NO ONE CAN Je zegt nu dat je niet weet wie je leuker vind, hij of mij. Dit is het. Het spijt me, je moet dood voordat het te laat is. Yes Created 06/08/2019 17:24:13 (UTC + 2) Modified 08/08/2019 12:11:14 (UTC + 2) Title: Zelfmoord brief Source: Samsung Notes Body: Als je dit leest heb ik een einde aan mijn leven gemaakt. Ik kon het niet meer aan het is genoeg geweest. Ik was klaar met de slechtste kant van alles zien. Ik was klaar met al mijn overtollige nadenken. Ik ben er klaar mee dat mijn hart opnieuw en opnieuw gebroken wordt. Ik vind het genoeg geweest. Ik ben ondertussen grotendeels over [getuige 6 (ex-vriendin verdachte)] heen maar dat het uit ging tussen [slachtoffer] en mij was de druppel. Met haar wilde ik verder leven, ik hield oprecht van haar. Het was ook te mooi om waar te zijn. Het was allemaal perfect voor me tot ze me uit het fucking niks dumpte. Mijn hart zou het niet aan kunnen om haar ooit met een ander te zien en om te weten dat hun doen wat wij ooit samen deden. Misschien is er nog hoop dat het goedkomt maar ik kan niet gewoon af blijven wachten in de pijn waarin in nu verkeer. Voor alle mensen die ik pijn heb gedaan; het spijt me. Ik weet dat ik niet altijd de gezelligste, leukste of slimste was. Ik zag geen andere uitweg, mijn hoofd vulde zich continu met vreselijke gedachtes die ik me niet voor wilde stellen, ik ging kapot door die gedachtes. Ik heb hierdoor nachten wakker gelegen. Ik hoop dat ik nu ik dood ben eindelijk wel rust heb. Pap, mam, [broer verdachte] , geen zorgen, ik was niet bang om dood te gaan. I’m alright. Vaarwel. (Ow en fuck you als je kijkt naar de fucking spelfouten of onlogische zinnen.) Yes Created 06/08/2019 13:09:46 (UTC + 2) Modified 12/08/2019 18:44:44 (UTC + 2) Title: Death Source: Samsung Notes Body: - Voor trein springen - riem/touw/tie-rip om nek - Overdosis cafeïne poeder - Overdosis gif, mierengif, rattengif - Ergens vanaf springen - (alcohol vergifteging) - (ophangen) Yes Created 06/08/2019 01:25:53 (UTC + 2) Modified 06/08/2019 13:09:38 (UTC + 2) Title: Source: Samsung Notes Body: IF I CANNOT HAVE YOU NO ONE CAN, YOU’RE MY DARLING Yes Created 09/08/2019 22:50:15 (UTC + 2) Modified 09/08/2019 22:50:46 (UTC + 2) Title: Source: Samsung Notes Body: I know what i’m going to do. It’s the only way i will find my peace.
- Het proces-verbaal van bevindingen samenvatting elfde verhoor verdachte d.d. 14 november 2019 ( 1100-1232), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 15] : In dit verhoor werden aan verdachte de ter zake dienende tactische onderzoeksbevindingen voorgehouden in de vorm van afbeeldingen (op A4 papier). Bijlagen: (Pg. 1110-1127) 16-08-2019 start snapchat 09.39 uur Starttijd [verdachte] schrijft [slachtoffer] schrijft 20:07 [getuige 3 (vriend verdachte)] zegt dat normaal als je iemand dumpt dat je dan ben opgelucht en dat dan niet zo moeilijk is en dat je dan niet zo erg moet huilen of verdrietig bent En dat elke relatie zoon moment heeft van hele erge twijfel en dat t minder gaat maar dat dat de relatie uiteindelijk alleen maar sterker maakt Dus hij denkt dat het eigenlijk niet slim was om het al zo snel uit te maken omdat we nog wel om elkaar geven And for once i agree with him 20:46 Dus mag ik gwn bij je komen liggen? (hierachter staat een rood hartje zie dossierpagina 1117) 20:46 Maarja als die jongen toch niks is dan boeit dat toch niet x (…) (…) (…) 17-08-2019, zie pg 1119 e.v. 00:04 Kan niet wachten op t moment dat je de deur opendoet morgenochtend Aww haha 00:04 En daarna hopelijk lekker verder slapen x Hzo denk je da 00:08 Wat denk j dan in je hoofd 00:09 Dat zal ik morgen wel duidelijk maken Heb er gwn zin in oke i miss u for fuck sakes Dat ga je morgen duidelijk maken? 00:11 Jaa x Ben benieuwd (Pg. 1130) [verdachte] stuurt 17-08-2019 15.23 uur (hof: een foto van verdachte en [slachtoffer] met onderstaande tekst): I want this back! (smile en rood hartje) Ik voel me zo fijn bij jou en ik mis het echt hoe het was (rood hartje) het enige wat ik wil is jou gwn in mn armen hebben (pg. 1140) [verdachte] stuurt 18-08-2019 00.21 uur: I know ur mad Maar als je maar weet ik zoveel spijt heb en mezelf nu zo erg haat daardoor Ik wil niet eens dat me meer leuk vind dat heb ik helemaal verkloot, maar wil gwn dat t wel goed is tussen ons (pg. 1144) [slachtoffer] verstuurt 18-08-2019, 12:16 uur: Liever niet sorry (pg. 1145) [slachtoffer] verstuurt 18-08-2019, 12:19 uur: nee maar ik wil t gwn ff niet ik wil gwn ff een dagje alleen zijn (pg. 1146) [verdachte] verstuurt 18-08-2019, 12:19 uur: And my mom would like it to i think want ze had de hele nacht niet geslapen omdat ze zich zorgen maakte Ik wil t gwn nog fff wat zeggen x maar gwn op een leuke manier dan (pg. 1147) [slachtoffer] verstuurt 18-08-2019, 12:21 uur: kunnen we er alsjeblieft maandag over praten (pg. 1148) [slachtoffer] verstuurt 18-08-2019, 13:22 uur: ja doe maar niet (pg. 1149) 18-08-2019 [verdachte] verstuurt 12:22 uur: Maar ik heb dr gwn niet echt vrede mee nu ik hier zo zit want dat laatste uurtje betekent niet dat dat wat we eevoor gebeurde niet leuk was ofs Je bent de hele dag alleen dan Wil alleen wat xeggen en dan bennik weer weg dat kan binnen 20sec en dan heb je geen last meer van me (pg. 1150) [slachtoffer] verstuurt 18-08-2019,12:23 uur: we praten er maandag ovee! (pg. 1151) [slachtoffer] verstuurt 18-08-2019, 12:23: nee [verdachte] we praten maandag (pg. 1152) [slachtoffer] verstuurt 18-08-2019, 12:24: dan gaan we gwn ff apart staan (pg. 1153) [verdachte] verstuurt 18-08-2019 12:31 uur: Monday? (pg. 1154) [slachtoffer] verstuurt 18-08-2019, 12:32 uur: sure (pg. 1155) [slachtoffer] verstuurt 18-08-2019, 12:33 uur: kan je dat pls gwn wel doen (pg. 1156) [verdachte] verstuurt 18-08-2019, 12:34 uur: Hm nou eig liever niet want het is best wel ja serieus ofs Niet perse op een slechte manier Maarja op school is dat niet handig, en je snapt t denk wel als ik t laat zien (pg. 1157) [slachtoffer] verstuurt 18-08-2019, 12:36 uur: maar wnr dan (pg. 1158) [slachtoffer] verstuurt 18-08-2019, 12:38: laat pls gwn maandag zien (pg. 1159) [slachtoffer] verstuurt 18-08-2019, 12:42 uur: dus je laat t maandag zien? (pg. 1160) [slachtoffer] verstuurt 18-08-2019, 13:14 uur: eat is raar (pg. 1161) [slachtoffer] verstuurt 18-08-2019, 13:17 uur: dan net buiten school (pg. 1162) 18-08-2019 [verdachte] verstuurt 13:19 uur: Ja oke sure Maar ik ben gwn niet meer welkom ofs bij je ofwat ahah? (pg. 1163) [slachtoffer] verstuurt 18-08-2019, 13:20 uur: Idk maar ik ga ook niet naar ons mam maar ik ga (pg. 1164) [slachtoffer] verstuurt 18-08-2019, 13:04 uur: o nee ii bedoel op school niet bij mij thuis (pg. 1165) [slachtoffer] verstuurt 18-08-2019, 20:31 uur: ik ga trouwens toch als ik bij [getuige 7 (vriendin slachtoffer)] in de klas kom naast [getuige 7 (vriendin slachtoffer)] zitten srry (pg. 1166) [slachtoffer] stuurt 18-08-2019 20.32 uur: hsha ik wil ook gwn nog aardig tegen je doen (pg. 1168-1173) [verdachte] stuurt 18 augustus 2019 21:54 tot 21:56 uur: Echt kut dat wij dat niet meer kunnen doen nu want zag ons 2 al helemaal samen in t vliegtuig zitten en aan t zwembad liggen ens [slachtoffer] stuurt 18 augustus 2019 21:54 tot 21:56 uur: aww haha dus jullie huren een vila? [verdachte] stuurt 18 augustus 2019 21:54 tot 21:56 uur: Gvd [slachtoffer] dat was echt leuk geweest dan gingen we ook met zn 2en zulke leuke stadjes bezoeken ens en uitgaan samen Had in mn hoofd echr al mn hele toekomst opgebouwt en allemaal zulke vakanties gepland ahah [slachtoffer] stuurt 18 augustus 2019 21:54 tot 21:56 uur: aww haha [verdachte] stuurt 18 augustus 2019 21:54 tot 21:56 uur: Nee niet “awww haha” meer van “gvd [slachtoffer] (…)” (pg. 1174-1190: berichten tussen [verdachte] en [getuige 3 (vriend verdachte)] ) [getuige 3 (vriend verdachte)] stuurt 18-08-2019 22:35 uur: (…) Maar hoe ging het met [slachtoffer] ? [getuige 3 (vriend verdachte)] stuurt 18-08-2019 22:44 uur: Ahhh wat had je gedaan dan? [getuige 3 (vriend verdachte)] stuurt 18-08-2019 22:46 uur: Ging je erover door dat ze mis was vreemdgegaan? [verdachte] stuurt 18-08-2019 22:46 uur: Maar geen woord erover tegen [slachtoffer] of iemand anders ofs he want ik slacht je af [getuige 3 (vriend verdachte)] stuurt 18-08-2019 22:48 uur: Neee ik zweer het ik zeg niks Gasttt en dan zegt ze dat er niks is gebeurd he jaja [getuige 3 (vriend verdachte)] stuurt 18-08-2019 22:49 uur: Ik voel je man (pg. 1181) Created 19/08/2019 10:00:12: nee die is werken (hof: een door [slachtoffer] aan hem verzonden Snapchat bericht op maandagochtend 19 augustus 2019, zie dossierpagina 1101). 22 Het proces-verbaal van bevindingen telefoon [verdachte] d.d. 2 oktober 2019 (pg. 545-549), voor zover inhoudende als relaas [verbalisant 16] : Op de telefoon van [verdachte] zag ik de foto’s van het Instagramaccount van [getuige 4] . Ik zag dat op 19 augustus 2019 de foto’s van 10:48:17 uur tot 10:48:22 uur gecreëerd waren in de telefoon van [verdachte] . Vermeld stond dat ze afkomstig waren van Instagram. 23 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 november 2019 (pg. 553-558), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 15] : Op het inbeslaggenomen mobiele telefoontoestel van [verdachte] werd gezien dat op het toestel als laatst beluisterde muzieknummer het nummer ‘Kim’ van rapzanger Eminem beluisterd werd. Dit nummer werd beluisterd op 19 augustus 2019, om 11.49:18 uur. Gedeeltes uit songtekst nummer Kim van Eminem: You wanna throw me out? That's fine! But not for him to take my place, are you out you're mind? (...) So long, bitch you did me so wrong I don't wanna go on Living in this world without you (...) Don't you get it bitch, no one can hear you? Now shut the fuck up and get what's com in to you You were supposed to love me NOW BLEED! BITCH BLEED!
- Het proces-verbaal van verhoor d.d. 10 september 2019 (pg. 320-329), voor zover inhoudende als verklaring van [moeder slachtoffer] : (pg. 321) V: Deelde [slachtoffer] alles met je? A: Nee, ik stelde bijvoorbeeld vragen. Ze was veel met de telefoon bezig. Ik vroeg wat er was. Dan zei ze: “daar wil ik niet over praten.” Ik vroeg haar dan bij voorbeeld: “heeft [verdachte] je pijn gedaan?” Toen zei ze: Niet fysiek maar wel mentaal. Meer zei ze er niet over. V: Wanneer was dat? A: juni 2019 of zo. (pg. 322) De dag voordat [slachtoffer] met haar vader naar New York ging op 3 augustus 2019, waren [slachtoffer] en [verdachte] samen bij ons thuis boven. [verdachte] vertrok altijd met de bus vanuit de [straat 4] . Ergens in de middag ging [verdachte] naar huis. [slachtoffer] bracht [verdachte] weg. Ik zag aan haar gezicht iets. [verdachte] keek ook net zo bedompt. Ze bleven lang weg. Ik belde waar ze bleef. [slachtoffer] zei dat [verdachte] wilde dat zij hem naar het centraal station bracht. [slachtoffer] zei toen ze thuiskwam “mama ik heb het uitgemaakt.” Ik vroeg haar waarom. Ze zei iets in de trant van.. “dit is niet wat ik wil.” De dag daarop is ze met haar vader naar New York gegaan. De 17e augustus kwam [verdachte] 10.00 à 10.30 uur bij ons thuis. [slachtoffer] had gezegd dat [verdachte] zou komen. Ze zaten boven. Omdat hij bleef hangen bleef hij ook eten. [stiefvader slachtoffer] was jarig maar [slachtoffer] wilde niet mee naar zijn verjaardag vanwege een jetlag. Zo heb ik ze achtergelaten. V: Heb je ze samen nog gezien voordat je vertrok? A: Nee. Ze waren op de kamer van [slachtoffer] en ik ben daar niet binnen gegaan. Ik ben naar de verjaardag van [stiefvader slachtoffer] gegaan. Rond 23.38 uur appte ik [slachtoffer] dat ik er zo aan zou komen. Ik had van tevoren gezegd dat het niet laat zou worden. [slachtoffer] zou op me wachten. Ik zei dat ze [stiefvader slachtoffer] even moest appen om te feliciteren. Ze appte me toen. O.k. tot zo en “Ik was vergeten te bellen want het is allemaal stom gelopen, is [stiefvader slachtoffer] nu thuis?.” Ik vraag me nu af wat er toen zo stom gelopen is. Toen ik vroeg wat er stom gelopen was zei ze dat niet. Hij was met de bus van 22 uur gegaan omdat de bus van 21 uur al was vertrokken. Ik merkte dat ze wat moe was geworden van hem. Ze was hem beu. (pg. 323) V: Er wordt gesproken over een jaloers vriendje. Wat heb je daar ooit van gemerkt? A: Hij heeft kennelijk gezegd dat hij het niet leuk vond als zij met andere jongens praatte. Dat heeft [slachtoffer] vaker tegen mij gezegd. Ik vond dat raar en zei haar dat hij toch ook gewoon met andere meisjes sprak. (…) V: We hoorden dat [slachtoffer] met [getuige 7 (vriendin slachtoffer)] in Renesse op stap is geweest. Wat weet je daarvan? A: Ja ik heb ze twee avonden opgehaald. In de auto terug, de tweede avond zaten de meiden achterin. Ze grapten samen over leuke jongens. [slachtoffer] vond één specifieke jongen wel heel leuk. Een jongen uit Argentinië. Terug uit New York zei [slachtoffer] : “ [verdachte] zou het niet leuk vinden dat ik een ander vriendje zou hebben.” [slachtoffer] vertelde me dat die leuke jongen en zij, toen ze in New York was hun Instagram hebben gelinkt. De jongen zou een keer naar Breda komen. Ze had een foto laten zien van hem. Hij heette [getuige 4] (het hof begrijpt hierna telkens: [getuige 4] ). V: Wist [verdachte] van het chatcontact met [getuige 4] ? A: Ze zei dat ze het aan [verdachte] had verteld. V: We gaan nu naar maandag 19 augustus. Heb je [slachtoffer] die ochtend nog gezien of gesproken? A: Rond 8 uur ben ik de deur uit gegaan. Ik heb [slachtoffer] niet gezien of gesproken die ochtend. Ik weet ook niet of ze die ochtend met [verdachte] had afgesproken. Ze heeft niks verteld. Ik heb het huis via de voordeur verlaten. Ik heb de voordeur op slot gedraaid. De achterdeur van de keuken naar buiten was ook op slot. (…) (pg. 324) V: Wist [verdachte] dat je die maandag niet in huis was? A: Ik werk normaal niet altijd op de maandag. Ik ben zelfstandige en ik werk op 24 uur basis bij [werk moeder] . Ik heb [slachtoffer] zondag gezegd dat ik maandag ging werken. [slachtoffer] heeft zondag 18 augustus in ieder geval tot 22.30 à 23.00 uur nog zitten appen. Ik heb gevraagd met wie ze appte. “Ja... [verdachte] ”, zei ze toen. Het klonk geïrriteerd vanuit [slachtoffer] , zo van alweer... 25 Het proces-verbaal van verhoor d.d. 20 augustus 2019 (pg. 198-204), voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 7 (vriendin slachtoffer)] : (pg. 200) V: Wie is haar ex? A: [verdachte] (het hof begrijpt: [verdachte]) V: Wat vertelde [slachtoffer] daar over? A: Ze had best wel wat vriendschappen met jongens. Dat vond [verdachte] niet leuk. Ze heeft best wel wat van die vriendschappen met jongens afgebroken, omdat hij dat wilde. Hij was dan best wel jaloers. Zaterdag had ze met hem afgesproken, toen was het al uit. Ze zei dat [verdachte] haar heel de tijd probeerde te zoenen. Dat wilde ze niet. Toen stopte hij wel op een gegeven moment zei ze. Ze zei dat hij op een gegeven moment zijn riem om zijn nek deed en zei dat hij niet wilde leven zonder haar. Ze zei tegen mij dat zij dacht dat hij een ziek spelletje met haar wilde spelen. V: Hoe weet jij dat? A: Ze heeft mij zaterdagavond nog gebeld. (...) V: Weet jij of [verdachte] meer met haar heeft gegaan dan alleen zoenen? A: Ik weet dat hij haar steeds probeerde te zoenen maar dat zij dat steeds wegduwde en dat hij daar toen wel mee stopte. V: Wat vond ze daar van? A: Niet fijn. Ze zei dat ze niet meer met hem ging afspreken? V: Liet ze daar emoties bij zien? A: Ze was wel aan het huilen. Ze was boos en ze vond het gewoon niet fijn 26 Het proces-verbaal van verhoor d.d. 29 augustus 2019 dossier A (pg. 205-218), voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 7 (vriendin slachtoffer)] : (pg. 208)V: Wat wist jij van de afspraak tussen [slachtoffer] en [verdachte] op die bewuste dag van het incident? A: Ik wist er helemaal niks van. Als ze echt met hem had afgesproken dan had ze mij dat wel verteld. Tenminste dat denk ik. De keren daarvoor dat ze met hem had afgesproken had ze me dat ook verteld.
- Het proces-verbaal van verhoor d.d. 30 augustus 2019 (pg. 289-291), voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 8] : V: We hebben telefonisch contact gehad om je uit te nodigen voor het afleggen van een getuige verklaring naar aanleiding van het onderzoek dat werd opgestart na het overlijden van [slachtoffer] . In dit onderzoek werd een jongen als verdachte aangehouden. Uit onderzoek kwam jouw naam naar voren. Wat kun je hier zelf over verklaren? A: Omdat ik de dader waarschijnlijk als laatste gezien heb en gesproken. Ik stapte op maandag 19 augustus 2019 om 12.00 uur op de bus in [geboorteplaats] . Ik ben met de bus naar het Wilhelminapark in Breda gereden en ik stapte bij het Wilhelminapark uit de bus en toen zag ik dat hij ook in de bus zat. Ik zat links achter in de bus en toen ik opstond om uit te checken zag ik dat hij ook in de bus zat. V: Wie is hij? A: [verdachte] . V: En toen? A: Ik checkte uit en liep uit de bus. Ik zag dat hij ook uit de bus stapte en wachtte op hem om zo samen naar school te lopen. Ik zei nog tegen [verdachte] zullen we samen naar school lopen. Ik hoorde dat [verdachte] zei dat hij nog ergens anders naar toe moest. Ik ben toen richting school gelopen en hij liep de andere kant op. V: En welke richting liep hij in? A: Dat heb ik niet gezien ik heb mij omgedraaid en richting school gegaan. Ik zag dat hij de straat over stak en daarna heb ik hem niet meer gezien. Dit was rond half 1 (12.30 uur). V: Hoe ken je [verdachte] ? A: Ik ken hem van de basisschool. Ik ben vroeger wel eens bij hem gaan spelen en ik heb hem wel eens op feestjes gezien. Wij kennen elkaar nu 8 jaar ongeveer. We komen ook uit hetzelfde dorp. (…) V: Hoe kwam [verdachte] op je over qua gedrag? A: Een beetje afwezig. V: Wat bedoel je daarmee? A: Ja hij was anders dan normaal zoals ik hem ken. Meestal als ik hem tegenkwam dan kreeg ik even een klop op de schouder bijvoorbeeld en spraken we even. Nu was het contact heel kort en minimaal. (…) V: Heeft [verdachte] tegen jou gezegd waar hij naar toe moest? A: Nee.
- Het proces-verbaal van verhoor d.d. 22 augustus 2019 (pg. 226-234), voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 6 (ex-vriendin verdachte)] : (pg. 228) V: Wij hebben begrepen dat jij de ex-vriendin bent van [verdachte] . A: Ja. (…) Dit is in februari 2016 geweest dat wij verkering kregen. 6 juli 2018 is het uitgegaan. We hebben 2,5 jaar gehad met elkaar en het is nu al een jaar voorbij. (pg. 230) V: Hoe voelde jij je je relatie met [verdachte] ? A: Goed tot op het einde, het is op een gegeven moment uit gegaan. Ik heb het uitgemaakt. (pg. 231) V: Wanneer is jullie relatie beëindigd? A: 6 juli
- (pg. 232) V: Wanneer hadden [verdachte] en jij voor de laatste keer telefonisch contact? A: Dat was afgelopen maandag 19 augustus om 13:40 uur. V: Waarom denk jij dat hij jou belt, terwijl jullie eigenlijk al een hele tijd geen echt contact meer hebben en het al zeker een jaar uit is tussen jullie? A: Dat weet ik ook echt niet. Ik heb het met een vriendin erover gehad en die zei misschien omdat hij mij vertrouwt. Hij zei namelijk aan de telefoon tegen mij: Ik heb het leuk gehad met jou. Het leek wel een soort van afscheid zeg maar. Ik heb überhaupt zijn nummer niet meer, ik zag dat ik twee keer was gebeld door een nummer en bij de derde keer heb ik opgenomen. V: Ik zie in je telefoon een appgesprek tussen jou en [verdachte] gevoerd op 30 juni
- Hierin komt naar voren dat [verdachte] zichzelf van het leven wil beroven. Jij zegt dan dat je het tegen zijn moeder gaat zeggen als hij dit niet zelf doet. A: Ja dat klopt. (…) O moeder: [getuige 6 (ex-vriendin verdachte)] ik denk dat je wel moet vertellen over wat je deze week tegen mij en papa hebt verteld. A: Ja toen ik het uit had gemaakt, waren wij bij mij thuis. Toen vroeg hij mij waar de condooms lagen, ik zei tegen hem boven. Er lag volgens mij nog een 1 condoom in een kastje in mijn slaapkamer. Hij is toen naar boven gerend en heeft die condoom gepakt. Hij kwam toen weer naar beneden met in zijn hand die condoom hij heeft toen uit de la een mes of een schaar gepakt. Deze stak hij in de condoom en zei hierbij toen iets van: “Nu kan jij ook geen seks meer hebben.” Hij heeft hem toen weggegooid. Bewijsoverwegingen De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven weergegeven bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd. Het hof zal hierna eerst (kort) uiteenzetten wat door partijen is aangevoerd en daarna de relevante feiten en omstandigheden vaststellen, waarbij onderscheid wordt gemaakt in verschillende perioden in de tijd. Daarna volgt het juridisch kader en het oordeel van het hof, waar nodig onder bespreking van hetgeen partijen hebben aangevoerd. Tot slot zal het hof ingaan op de contra-indicaties voor voorbedachte raad die zijn aangevoerd door de verdediging.
- Het standpunt van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de (impliciet primair) tenlastegelegde moord en dat verdachte dient te worden veroordeeld voor de (impliciet subsidiair) tenlastegelegde doodslag. Daartoe heeft de advocaat-generaal aangevoerd dat niet in voldoende mate kan worden uitgesloten dat verdachte heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling. 2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft vooropgesteld dat verdachte heeft bekend het slachtoffer te hebben gedood, maar dat verdachte een beroep toekomt op noodweer/noodweerexces. De verdediging heeft bepleit dat er geen sprake is van voorbedachte raad, zodat de impliciet primair tenlastegelegde moord niet kan worden bewezen. Voor wat betreft de impliciet subsidiair tenlastegelegde doodslag heeft zij zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. 3 Het oordeel van het hof 3.1 De feiten Het hof stelt de navolgende feiten en omstandigheden vast. 3.1.1 Periode vanaf 3 augustus 2019 tot 17 augustus 2019 De relatie tussen [slachtoffer] en verdachte is op 3 augustus 2019 door [slachtoffer] verbroken. De dag daarop is [slachtoffer] met haar vader op vakantie gegaan naar New York. Op 6 augustus 2019 heeft verdachte om 01:25 uur in de nacht een notitie op zijn telefoon gemaakt met als inhoud: IF I CANNOT HAVE YOU NO ONE CAN, YOU’RE MY DARLING”. In de middag van 6 augustus 2019 om 13:09 uur heeft verdachte op zijn telefoon een notitie getiteld “Death” gemaakt met, naar het hof begrijpt, verschillende manieren om zelfmoord te plegen: voor de trein springen, riem/touw/tie-rip om nek, overdosis cafeïne poeder, overdosis gif, mierengif, rattengif, ergens vanaf springen, (alcohol vergiftiging), (ophangen). Later die middag om 17:24 uur heeft verdachte op zijn telefoon voor zijn ouders en broer een brief gemaakt met als titel “zelfmoord brief”. In deze brief geeft verdachte aan: “Ik ben ondertussen grotendeels over [getuige 6 (ex-vriendin verdachte)] heen maar dat het uit ging tussen [slachtoffer] en mij was de druppel.” (…) “Mijn hart zou het niet aan kunnen om haar ooit met een ander te zien en om te weten dat hun doen wat wij ooit samen deden.”(…) “Ik zag geen andere uitweg, mijn hoofd vulden zich continu met vreselijke gedachten die ik me niet voor wilde stellen, ik ging kapot door die gedachtes.”(…) “Ik hoop dat ik nu ik dood ben eindelijk wel rust heb.” Vervolgens heeft verdachte nog geen 20 minuten later om 17:41 uur een notitie zonder titel geschreven met als inhoud: Rand van t bed zitten vragen of ik erbij mag Geschoren “Dr zit daar iets”! Je loog Murder De volgende dag, 7 augustus 2019 om 21:33 uur, heeft verdachte in een notitie zonder titel op zijn telefoon geschreven: “Je liegt tegen me over jongens. Hebt me onverwachts fucking hard genaaid. (…) Of er is iets gebeurd in Renesse waarom je het uit hebt gemaakt. Maar hoe dan ook het maakt niet meer uit, zonder je wil ik niet meer. en ik kan jou niet met een ander zien en weten dat je met hem doet wat wij deden samen. Ik weet dat ik egoïstisch ben maar ik zie geen andere manier. YOU BROKE ME NOW I’M GOING TO BRAKE YOU. YOU WERE SUPPOSED TO LOVE ME IF I CANNOT HAVE YOU NO ONE CAN Je zegt nu dat je niet weet wie je leuker vind, hij of mij. Dat is het. Het spijt me, je moet dood voordat het te laat is.” Op 9 augustus 2019 om 22:50 uur heeft verdachte de volgende notitie op zijn telefoon gemaakt: “I know what i’m going to do. It’s the only way i will find my peace.”. 3.1.2 Periode kort voor 19 augustus 2019 Op zaterdag 17 augustus 2019 hebben verdachte en [slachtoffer] voor het eerst sinds het verbreken van de relatie samen afgesproken bij [slachtoffer] thuis. Voorafgaand aan deze afspraak hebben verdachte en [slachtoffer] elkaar nog berichten gestuurd. Op 16 augustus 2019 om 20:07 stuurde verdachte het navolgende bericht naar [slachtoffer] : “[getuige 3 (vriend verdachte)] zegt dat normaal als je iemand dumpt dat je dan ben opgelucht en dat dan niet zo moeilijk is en dat je dan niet zo erg moet huilen of verdrietig bent. En dat elke relatie zoon moment heeft van hele erge twijfel en dat t minder gaat maar dat dat de relatie uiteindelijk alleenmaar sterker maakt Dus hij denkt dat het eigenlijk niet slim was om het al zo snel uit te maken omdat we nog wel om elkaar geven. And for once i agree with him.” Even later stuurt verdachte een bericht waarin hij vraagt of hij gewoon bij haar mag komen liggen en in een volgend bericht stuurt hij dat dat toch niets boeit als die jongen toch niks is. Een paar uur later stuurt verdachte dat hij niet kan wachten op het moment dat [slachtoffer] morgenochtend de deur opendoet en “daarna hopelijk lekker verder slapen x”. [slachtoffer] reageert met de vraag waarom hij dat denkt en wat hij dan denkt in zijn hoofd, waarop verdachte aangeeft dat hij dat morgen wel duidelijk zal maken. Voorafgaand aan het bezoek aan [slachtoffer] op 17 augustus 2019 heeft verdachte die dag om 00:01:32 een (later verwijderde) notitie getiteld “Niet vergeten!” geschreven op zijn telefoon met als inhoud:De riem Het mes (Condooms?) Tevens heeft verdachte rond dat tijdstip (17/08/2019 00:01:22) de (later verwijderde) notitie bewerkt met de inhoud: Rand van t bed zitten vragen of ik erbij mag Geschoren “Dr zit daar iets” ! Je loog Murder De vrijdag voorafgaand aan het bezoek van verdachte aan [slachtoffer] op zaterdag 17 augustus 2019 is [getuige 3 (vriend verdachte)] (vriend van verdachte) naar verdachte toegegaan en is bij hem blijven slapen. Ze hebben gepraat over de relatie van verdachte met [slachtoffer] . Verdachte zei toen dat [slachtoffer] de relatie niet meer zag zitten en dat zij niet meer verder wilde, maar dat hij niet wist in hoeverre ze dat echt meende. Daarom ging verdachte die zaterdag naar [slachtoffer] toe om daarover te praten. Verder heeft verdachte verteld dat [slachtoffer] opeens met een andere jongen contact had. Na afloop van het bezoek van verdachte aan [slachtoffer] op 17 augustus 2019 appte zij haar moeder: “Ik was vergeten te bellen want het is allemaal stom gelopen.” Haar moeder merkte dat [slachtoffer] wat moe was geworden van verdachte en dat [slachtoffer] hem beu was. Op 18 augustus 2019 heeft [slachtoffer] tot 22.30 à 23.00 uur nog zitten appen. Toen haar moeder vroeg met wie ze appte zei [slachtoffer] : “ja… [verdachte] ”. Het klonk geïrriteerd vanuit [slachtoffer] , zo van alweer… Uit het dossier blijkt voorts dat op 18 augustus 2019 de volgende berichten zijn verstuurd tussen de verdachte en [slachtoffer] . Verdachte stuurt om 00.21 uur: I know ur mad Maar als je maar weet ik zoveel spijt heb en mezelf nu zo erg haat daardoor Ik wil niet eens dat me meer leuk vind dat heb ik helemaal verkloot, maar wil gwn dat t wel goed is tussen ons Om 12:16 uur stuurt [slachtoffer] : “Liever niet sorry” en “Nee maar ik wil t gwn ff niet. Ik wil gwn ff een dagje alleen zijn.” Hierop stuurt verdachte meerdere keren dat hij gewoon nog even wat wil zeggen. Binnen 20 seconden zou hij weer weg zijn en “dan heb je geen last meer van me”. [slachtoffer] reageert hierop meermalen dat ze het er maandag wel over zouden hebben. Verdachte stuurt vervolgens dat het best wel serieus is en dat op school niet handig is en dat ze het wel zou snappen als hij het liet zien. [slachtoffer] geeft verscheidene keren aan dat zij op school wil afspreken, dan zouden ze op school wel even apart kunnen staan of net buiten school elkaar kunnen treffen, maar niet bij haar thuis. Verder stuurt [slachtoffer] dat als zij bij [getuige 7 (vriendin slachtoffer)] (het hof begrijpt: een vriendin van [slachtoffer] ) in de klas komt, dat zij dan toch naast [getuige 7 (vriendin slachtoffer)] gaat zitten en dat zij ook gewoon nog aardig tegen verdachte wil doen. 3.1.3 De dag van 19 augustus 2019 Op 19 augustus 2019 om 10:00 uur ontvangt verdachte van [slachtoffer] een bericht “nee die is werken”. Die dag was de moeder van [slachtoffer] om 8:00 uur van huis weggegaan om te gaan werken. Voordat verdachte de bus naar Breda neemt, heeft hij op instagram foto’s bekeken en in zijn telefoon opgeslagen van [getuige 4] , de jongen waarvan hij het vermoeden had dat [slachtoffer] misschien met hem vreemdgegaan was en welk mogelijk vreemdgaan hij ook in de avond daarvoor met zijn vriend [getuige 3 (vriend verdachte)] had besproken. Enkele minuten voordat verdachte de bus naar Breda neemt luistert verdachte naar een muzieknummer wat gaat over een relatiebreuk en waarin de zanger zegt/zingt dat niet zomaar een ander zijn plaats kan innemen, dat hij niet wil leven in een wereld zonder haar en dat degene die de relatie heeft uitgemaakt haar mond moet houden en moet ontvangen wat ze verdient en zal moeten bloeden. Vervolgens pakt verdachte omstreeks 12:00 uur de bus en is omstreeks 12:27 uitgestapt bij de bushalte Wilhelminapark in Breda. Bij deze bushalte stapte tevens een bekende van verdachte, [getuige 8] , uit. [getuige 8] wachtte op verdachte om samen naar school te lopen. Toen [getuige 8] aan verdachte vroeg of hij samen naar school wilde lopen, hoorde hij verdachte zeggen dat hij nog ergens anders naartoe moest. Verdachte kwam op [getuige 8] anders over dan normaal, een beetje afwezig. Meestal als [getuige 8] verdachte tegenkwam kreeg hij bijvoorbeeld even een klop op de schouder en dan spraken ze even, maar dit keer was het contact heel kort en minimaal. Verdachte heeft niet gezegd waar hij naartoe moest. Vanuit de halte Wilhelminapark was het ongeveer 15 minuten lopen naar het huis van [slachtoffer] . Omstreeks 12:45 uur zag een buurtbewoner, [getuige 1] , dat er op [adres slachtoffer] een jongeman aan de deur stond, ze vermoedde aan [adres slachtoffer] . Het viel haar op dat de jongen heel dicht tegen de deur aan stond. De deur ging heel snel open en dicht. Omstreeks 13:35 uur zag [getuige 2] op de [straat 2] te Breda een jongen aan komen lopen met veel bloed op zijn broek. Hij liep in de richting van de [straat 3] . Om 14:11 uur kwam er een melding binnen bij de centrale meldkamer te Tilburg. Een man vertelde dat hij bij zijn ex-vriendin langs is geweest aan [adres slachtoffer] . Zij zou hem vervolgens hebben proberen te steken met een mes en de man heeft haar vervolgens een paar keer gestoken, omdat ze op hem af bleef komen. Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] zijn naar aanleiding van voornoemde melding ter plaatse gegaan en zagen in de keuken een persoon op de grond liggen met een jas over het bovenlichaam en hoofd. Na het verwijderen van de jas bleek het om een jonge vrouw te gaan. Zij had meerdere steekwonden en reanimatie mocht niet meer baten. Om 15.02 uur werd door medewerkers van de ambulancedienst het overlijden vastgesteld. Naast het onderzoek dat op [adres slachtoffer] werd uitgevoerd, werd door verbalisanten gezocht naar degene die de 112-melding heeft gedaan. Op de Slingerweg, nabij het spoor te Breda, werd een jongeman aangetroffen met een telefoon aan zijn oor en met een spijkerbroek aan die onder de grote rode vlekken zat. Vastgesteld werd dat deze jongeman [verdachte] is en hij werd direct aangehouden. Nadat verdachte werd geconfronteerd met het bloed op zijn broek, verklaarde hij dat dit komt doordat hij zijn vriendin had gestoken. Op het lichaam van [slachtoffer] is sectie verricht en er is daarnaast radiologisch onderzoek gedaan in het UMC te Maastricht. Aan haar hals, haar nek, haar romp en de linkerarm werden in totaal 35 steekletsels geconstateerd. Het overlijden van [slachtoffer] werd verklaard door de verwikkelingen van circa 12 steekletsels aan de hals en de romp. Het gaat daarbij om algehele weefselschade als gevolg van ademhalings- en longfunctioneringsstoornissen en substantieel bloedverlies. Verdachte heeft ten tijde van zijn aanhouding en bij de politie verklaard dat hij [slachtoffer] meermalen en met verscheidene messen heeft gestoken. Eén van de messen waarmee hij heeft gestoken betrof een mes dat hij zelf had meegenomen. Het lemmet van dit mes heeft een lengte van circa 11 centimeter en een maximale breedte van circa 16 millimeter. Het mes is niet inklapbaar. Het heft is omwikkeld met schilderstape. Verdachte heeft op 20 augustus 2019 bij de politie verklaard dat het door hem meegenomen mes een keukenmes was, waar je ook mee eet. Het mes zat in zijn rechter jaszak en zat nergens in. Vrienden van de verdachte, [getuige 3 (vriend verdachte)] en [getuige 5 (vriend verdachte)] , hebben verklaard dat de verdachte nooit een mes bij zich had. 3.2 Moord of doodslag? 3.2.1 Voorbedachte raad – juridisch kader Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel ‘voorbedachten rade’ moet komen vast te staan dat verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. Bij de vraag of sprake is van voorbedachte raad gaat het bij uitstek om een weging en waardering van de omstandigheden van het concrete geval door de rechter, waarbij deze het gewicht moet bepalen van de aanwijzingen die voor of tegen het bewezen verklaren van voorbedachte raad pleiten. De vaststelling dat verdachte voldoende tijd had om zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit vormt weliswaar een belangrijke objectieve aanwijzing dat met voorbedachte raad is gehandeld, maar behoeft de rechter niet ervan te weerhouden aan contra-indicaties een zwaarder gewicht toe te kennen. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de omstandigheid dat de besluitvorming en uitvoering in plotselinge hevige drift plaatsvinden, dat slechts sprake is van een korte tijdspanne tussen besluit en uitvoering of dat de gelegenheid tot beraad eerst tijdens de uitvoering van het besluit ontstaat. Mede met het oog op het strafverzwarende gevolg dat het bestanddeel ‘voorbedachten rade’ heeft, moeten aan de vaststelling dat de voor voorbedachten raad vereiste gelegenheid heeft bestaan, bepaaldelijk eisen worden gesteld en dient de rechter, in het bijzonder indien de voorbedachte raad niet rechtstreeks uit de bewijsmiddelen volgt, daaraan in zijn motivering van de bewezenverklaring nadere aandacht te geven. De achtergrond van het vereiste dat verdachte de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven, is dat ingeval vaststaat dat verdachte die gelegenheid heeft gehad, het redelijk is aan te nemen dat verdachte gebruik heeft gemaakt van die gelegenheid en dus daadwerkelijk heeft nagedacht over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap heeft gegeven. Dat verdachte daadwerkelijk heeft nagedacht en zich rekenschap heeft gegeven leent zich immers moeilijk voor strafrechtelijk bewijs, zeker in het geval dat de verklaringen van verdachte en/of eventuele getuigen geen inzicht geven in hetgeen voor en ten tijde van het begaan van het feit in verdachte is omgegaan. Of in een dergelijk geval voorbedachte raad bewezen kan worden, hangt dan sterk af van de hierboven bedoelde gelegenheid en van de overige feitelijke omstandigheden van het geval zoals de aard van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan alsmede de gedragingen van verdachte voor en tijdens het begaan van het feit. Daarbij verdient opmerking dat de enkele omstandigheid dat niet is komen vast te staan dat is gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, niet toereikend is om daaraan de gevolgtrekking te verbinden dat sprake is van voorbedachte raad. 3.2.2 Voorbedachte raad – standpunt van de verdediging De raadsman heeft in hoger beroep bepleit dat er van voorbedachte rade, en dus moord, geen sprake is. Daartoe heeft hij aangevoerd dat verdachte zelf naar 112 heeft gebeld en van meet af aan een consistente en gedetailleerde verklaring heeft afgelegd over hetgeen is gebeurd, namelijk dat hij door [slachtoffer] is aangevallen met een mes en dat hij zich heeft moeten verdedigen. De verklaring van verdachte kan op basis van de forensische onderzoeksbevindingen niet worden uitgesloten. Tevens heeft de verdediging mevrouw [deskundige] van INSA ingeschakeld om haar deskundige visie te krijgen over de non-verbale communicatie en mimiek van verdachte. Zij concludeert op basis van de 112-opname en de door haar bekeken audiovisuele opnames van enkele verhoren, dat wanneer verdachte over het tenlastegelegde moet spreken hij dat doet met een houding die congruent is met wat men kan verwachten van iemand die een traumatische gebeurtenis heeft meegemaakt. Dit ondersteunt de geloofwaardigheid van de verklaring van verdachte. De verdediging stelt zich dan ook op het standpunt dat de verklaring van verdachte niet als ongeloofwaardig ter zijde kan worden geschoven. Voorts stelt de verdediging dat de notities in de telefoon van verdachte en de rapteksten en appberichten zowel afzonderlijk, als in samenhang bezien, van onvoldoende gewicht zijn voor een bewezenverklaring van voorbedachte raad. Tot slot heeft de verdediging vier contra-indicaties aangevoerd voor de aanwezigheid van voorbedachte raad. Ten eerste heeft de raadsman aangevoerd dat de door de deskundigen getrokken conclusies en de beschreven psychopathie duiden op een situatie van een plotselinge gemoedsopwelling en een toestand van gehele paniek. Wanneer is gehandeld in een onmiddellijke opwelling ten gevolge van een hevige gemoedstoestand, dan moet vastgesteld worden dat van kalm beraad en rustig overleg geen sprake kan zijn geweest. Daarnaast ziet de verdediging ook een contra-indicatie in het sporenbeeld. Op basis van het aangetroffen sporenbeeld wordt namelijk geconcludeerd dat er uitsluitend in de keuken (en dus niet in de hal en de woonkamer) een worsteling heeft plaatsgevonden. Dit sluit een scenario uit waarbij verdachte het slachtoffer al direct bij het binnentreden van de woning zou hebben overmeesterd en aangevallen. Voorts heeft de raadsman als contra-indicatie gewezen op het meenemen van een condoom op 19 augustus 2019 en het zoeken naar een bloemist. Ook de verklaring van verdachte is volgens de verdediging een contra-indicatie. Verdachte had op het moment dat hij 112 belde en een verklaring aflegde dat hij werd aangevallen en dat hij in paniek was geraakt en zich had verdedigd, geen enkele reden om niet de waarheid te vertellen. Op dat moment was hij namelijk over het hek gesprongen en liep hij langs het spoor, omdat hij zelfmoord wilde plegen. Ook later in zijn verklaring bij de politie heeft verdachte verklaard dat hij voor de trein wilde springen. 3.2.3 Voorbedachte raad – oordeel van het hof Het hof komt op grond van de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden tot het oordeel dat verdachte [slachtoffer] met voorbedachte raad van het leven heeft beroofd. Het hof overweegt als volgt. Zoals hierboven uiteengezet, heeft het gebeuren op 19 augustus 2019 een lange aanloop gehad. Uit het dossier blijkt dat verdachte grote moeite had met de relatiebreuk en het gegeven dat [slachtoffer] mogelijk contact had met een andere jongen. Dit volgt bijvoorbeeld uit de teksten die op de telefoon van verdachte zijn aangetroffen en de zelfmoordbrief die verdachte op zijn telefoon had geschreven op 6 augustus 2019 . Vlak voor het schrijven van de zelfmoordbrief heeft verdachte een notitie “if i cannot have you no one can, you’re my darling” gemaakt en ongeveer 20 minuten na het schrijven van de brief een notitie: Rand van t bed zitten vragen of ik erbij mag, Geschoren, “Dr zit daar iets”!, Je loog, Murder. Deze notities zijn later verwijderd. De jaloezie van verdachte blijkt daarnaast uit een verwijderde notitie van 7 augustus
- Hierin staat onder meer: “je liegt tegen me over jongens”. “Er is iets gebeurd in Renesse waarom je het hebt uitgemaakt”. “IF I CANNOT HAVE YOU NO ONE CAN. Je zegt nu dat je het niet weet wie je leuker vind, hij of mij. Dit is het. Het spijt me, je moet dood voordat het te laat is.” Uit vorenstaande leidt het hof af dat verdachte ernstig gekrenkt was door het verbreken van de relatie door [slachtoffer] . Verdachte was er echter niet (geheel) zeker van dat [slachtoffer] de relatie definitief wilde verbreken. Tegen zijn vriend [getuige 3 (vriend verdachte)] heeft hij verteld dat hij niet wist in hoeverre [slachtoffer] het verbreken van de relatie echt meende en dat hij 17 augustus 2019 naar [slachtoffer] toe zou gaan om hierover te praten. Daarnaast heeft verdachte op 16 augustus 2019 naar [slachtoffer] geschreven dat het niet slim was om de relatie al zo snel uit te maken, dat elke relatie een moment heeft van erge twijfel, maar dat dat de relatie uiteindelijk alleen maar sterker maakt. Voorafgaand aan het bezoek aan [slachtoffer] heeft verdachte op 17 augustus 2019 om 00:01 uur een notitie gemaakt met dingen die hij niet moest vergeten: de riem, het mes en (condooms?). Over de riem heeft verdachte verklaard dat hij die mee wilde nemen, omdat [slachtoffer] dat mooi vond. Volgens de vriendin van [slachtoffer] vertelde [slachtoffer] haar dat verdachte die avond die riem om zijn nek had gedaan met de dreiging zich van het leven te beroven. Verdachte zelf heeft in zijn telefoon verschillende zelfdodingsmethoden genoteerd waaronder een riem om de nek. Het mes was voor verdachte een reminder, omdat hij na de afspraak ’s avonds laat alleen over straat moest lopen. De condooms heeft hij tussen haakjes en met vraagteken genoteerd, omdat het voor hem onduidelijk was of hij en [slachtoffer] nog een relatie hadden. Verdachte heeft tevens verklaard dat hij het mes, waarmee hij [slachtoffer] meermalen heeft gestoken, al langere tijd in zijn bezit had en altijd in zijn jas bij zich droeg. Uit de verklaring van verdachte ter terechtzitting in hoger beroep leidt het hof af dat de notitie “Niet vergeten!” en de daarin genoemde voorwerpen, de riem, het mes en (condooms?), betrekking heeft op [slachtoffer] . Het hof acht de verklaring van verdachte dat hij het mes al langere tijd in zijn bezit had en altijd in zijn jas bij zich droeg ongeloofwaardig. Het hof overweegt dat het desbetreffende mes een lemmet van circa 11 centimeter en een maximale breedte van 16 millimeter heeft en niet inklapbaar is. Dat is een heel onhandig formaat en een gevaarlijk type mes om altijd in je jaszak te hebben zitten. Je kunt je immers makkelijk verwonden aan de punt of het snijvlak van een dergelijk mes. Bovendien had verdachte een notitie in zijn telefoon gemaakt om het mes niet te vergeten, hetgeen onnodig is wanneer hij dit mes inderdaad altijd bij zich droeg. Tot slot hebben vrienden van verdachte verklaard dat zij nooit hebben gezien of gemerkt dat verdachte een mes bij zich droeg en dat hij hen daar nooit over heeft verteld. Voor zover – zoals door de verdediging gesteld – verdachte dat mes mee moest nemen, omdat hij in de avond van 17 augustus 2019 in het donker alleen over straat moest, merkt het hof op dat zulks niet verklaart dat verdachte het mes voor de ontmoeting rond het middaguur op 19 augustus 2019 ook bij zich had. Het hof is dan ook van oordeel dat verdachte het mes in de notitie “Niet vergeten!” heeft opgenomen ter voorbereiding van het plan om [slachtoffer] – op enig moment – van het leven te beroven. Het bezoek van verdachte aan [slachtoffer] op zaterdag 17 augustus 2019 is voor beiden niet goed verlopen. [slachtoffer] meldt haar moeder dat het “allemaal stom is verlopen” en verdachte bericht na afloop aan [slachtoffer] dat hij weet dat ze kwaad is en dat hij veel spijt heeft en dat hij het helemaal verkloot heeft ,maar toch wil dat het gewoon goed is tussen hen beiden. De vriendin van [slachtoffer] hoorde van [slachtoffer] zelf dat de avond vervelend was gelopen. [slachtoffer] moest huilen en was boos. Ten aanzien van de door de verdediging opgeworpen vraag waarom verdachte [slachtoffer] dan niet op 17 augustus 2019 heeft vermoord, gezien het tijdstip van de notities waaronder de notitie “Niet vergeten!”, overweegt het hof dat het feit dat verdachte [slachtoffer] niet heeft gedood toen hij in de avond van zaterdag 17 augustus 2019 met haar alleen was, niet maakt dat hij op dat moment niet de intentie kan hebben gehad om haar later op enig moment te doden als de relatie niet voortgezet zou worden, zoals beschreven in de telefoonnotities. Bij zijn oordeel dat verdachte [slachtoffer] met voorbedachte raad en niet in een hevige gemoedsopwelling heeft gedood, weegt het hof, naast voornoemde telefoonnoties (waaronder de notitie “Niet vergeten!”) en de medebrenging van het mes, voorts mee dat verdachte zich er kennelijk van wilde verzekeren dat hij [slachtoffer] bij haar thuis – ondanks dat [slachtoffer] dat niet wilde – alleen zou treffen die maandag 19 augustus
- In dat verband wijst het hof op de snapchatconversatie tussen verdachte en [slachtoffer] op 18 augustus 2019, waarin [slachtoffer] duidelijk te kennen geeft verdachte op school en niet bij haar thuis te willen treffen. Verder lijkt de reactie “nee die is werken” die [slachtoffer] 19 augustus 2019 om 10:00 uur naar verdachte heeft verstuurd, te zien op haar moeder die die dag om 8:00 uur van huis was vertrokken om te gaan werken. Voor zover de verdediging heeft betoogd dat niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat de snapchatconservatie zoals opgenomen in het dossier volledig is en dat er dus een kans bestaat dat [slachtoffer] (uiteindelijk) wel heeft ingestemd met een afspraak op 19 augustus 2019 bij haar thuis, overweegt het hof dat uit de reacties van [slachtoffer] , zoals opgenomen in de bewijsmiddelen, voldoende duidelijk naar voren komt dat een afspraak bij haar thuis niet gewenst was. Daarnaast heeft de vriendin van [slachtoffer] , [getuige 7 (vriendin slachtoffer)] , verklaard dat [slachtoffer] het er niet over heeft gehad dat verdachte voor school bij haar langs zou komen en dat als dit wel zo was, [slachtoffer] haar dit verteld zou hebben, een en ander mede in het licht bezien van het vervelende verloop van de eerste ontmoeting na de relatiebreuk bij [slachtoffer] thuis de vorige dag: zaterdag 17 augustus
- Uit voorgaande blijkt naar het oordeel van het hof het volgende. Verdachte kon niet verder leven zonder [slachtoffer] en zij zou met niemand anders dan hem ooit een relatie mogen hebben; zij moest dood voordat zij ooit een relatie met iemands anders zou krijgen. Verdachte probeerde meermalen [slachtoffer] ervan te overtuigen dat zij hun relatie nog een kans moest geven. Daarom noteerde hij in de verwijderde notitie “Niet vergeten!” in zijn telefoon onder anderen: ‘(Condooms?)’ . Op 19 augustus 2019 wilde verdachte – voor diezelfde namiddag het nieuwe schooljaar zou aanvangen – een laatste ultieme poging ondernemen om de relatie te herstellen. Daarom heeft hij die dag op internet gezocht naar een bloemist, wellicht om met bloemen het goed te maken of om het gehoopte herstel van de relatie luister bij te zetten. Het hof oordeelt evenwel dat de notitie ‘(condooms?)’ en het zoeken naar een bloemist in de buurt van de woning van [slachtoffer] , niet als contra-indicaties voor voorbedachte raad kunnen worden aangemerkt. De betekenis van die twee feiten plaatst het hof in de pogingen van verdachte om de relatie te herstellen, maar die betekenis belet niet dat nog steeds sprake is van voorbedachte raad om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven mochten die pogingen op niets uitlopen. Verdachte had eerder al besloten en was er ook al op voorbereid dat, als [slachtoffer] hem (weer) zou afwijzen, hij haar en zichzelf om het leven zou brengen. Om die reden heeft hij het mes meegenomen. Hij kon het immers niet aan zonder [slachtoffer] te leven en hij kon de gedachte niet verkroppen dat zij misschien op enig moment een ander zou hebben. Dat beeld was voor verdachte ondraaglijk. Daarom moest ze dood, zo schreef hij al in de verwijderde notitie. Daarom liep hij ook na het doden van [slachtoffer] direct naar het spoor met de bedoeling zichzelf voor de trein te gooien. Het besluit en de uitvoering van verdachte is ook precies datgene wat hij eerder in zijn telefoon noteerde: zijn zelfmoordbrief waarin hij zijn zelfmoord verklaart vanwege zijn gebroken hart en zijn notitie waarin hij stelt dat als hij [slachtoffer] niet kan krijgen, niemand haar mag krijgen. De inhoud van de hierboven weergegeven (verwijderde) notities op de telefoon van de verdachte in combinatie met: - het op 19 augustus 2019 naar de woning van [slachtoffer] gaan, terwijl haar moeder niet thuis was en [slachtoffer] te kennen had gegeven op school te willen afspreken en niet bij haar thuis; - het meebrengen van een mes die 19 augustus 2019; kan het hof niet anders duiden dan dat verdachte zich ervan heeft verzekerd dat hij 19 augustus 2019 alleen met [slachtoffer] bij haar thuis zou zijn met de bedoeling haar te doden, indien zij niet de relatie nog een kans wilde geven. De verdachte heeft aldus uitvoering gegeven aan een eerder door hem genomen besluit om [slachtoffer] van het leven te beroven. 3.2.4 Bespreking opgeworpen contra-indicaties Ad a) De verklaring van de verdachte. De verklaring van verdachte komt – in samengevatte vorm – op het volgende neer: Verdachte had met het slachtoffer afgesproken om elkaar voorafgaande aan school nog te zien en dan samen naar school te gaan. Na binnenkomst in de woning hebben ze eerst op de bank gezeten, het slachtoffer heeft nog wat gegeten, waarna het slachtoffer haar tanden is gaan poetsen. Toen zij terug naar beneden kwam, hebben ze gekletst. Tijdens dit gesprek werd via snapchat een screenshot van de klassenlijst ontvangen. Op deze klassenlijst stonden veel meer meisjes dan jongens (21 meisjes t.o.v. 3 jongens) en dat vond het slachtoffer moeilijk. De sfeer veranderde hierdoor. Ze liepen naar de keuken om via de achterdeur weg te gaan. Het slachtoffer liep hierbij voorop. Bij het betreden van de keuken heeft verdachte de keukendeur achter zich dichtgedaan. In de keuken pakte het slachtoffer plotseling uit een openstaande keukenla een mes. Zij draaide zich om. Verdachte heeft verklaard dat het slachtoffer op dat moment een andere blik in haar ogen had. Uit het niets maakte het slachtoffer een zwaaiende beweging met dit mes in de richting van verdachte. Verdachte heeft in reactie afgeweerd met zijn hand, waarbij hij in zijn hand is geraakt. Vervolgens heeft het slachtoffer nog een zwaaiende, stekende beweging ingezet, op welk moment verdachte op het slachtoffer afstapt en haar hand/pols, waarin zij het mes vasthad, heeft vastgepakt. Allebei zouden ze toen kracht hebben gezet en in dat krachtenveld is het mes bij het slachtoffer in haar nek gekomen. Ze schrokken hier beiden van en het slachtoffer liet het mes vallen. Het slachtoffer greep vervolgens direct een ander mes uit de keukenla en probeerde verdachte opnieuw te steken. Het mes raakte hierbij zijn borst, maar boog af. Het slachtoffer zette toen opnieuw een steekbeweging in. Verdachte heeft toen opnieuw haar hand/pols vastgepakt waarbij door beiden opnieuw kracht werd gezet. Het mes raakte het slachtoffer toen opnieuw in haar nek. Het slachtoffer is hierbij verschillende malen geraakt. Er ontstond een worsteling waarbij beiden op de grond vielen. Als gevolg van deze val vielen veel dingen om en het slachtoffer liet het mes uit haar handen vallen. Het slachtoffer lag op haar rug en verdachte lag bovenop haar. Het slachtoffer heeft toen het mes dat op de grond lag gepakt en heeft opnieuw richting verdachte stekende bewegingen gemaakt. Ook nu heeft verdachte haar pols gepakt en haar geprobeerd tegen te houden. Dit leverde opnieuw een krachtenveld op, waarbij het slachtoffer meerdere keren geraakt is. Verdachte heeft herhaaldelijk geprobeerd om het slachtoffer tot stoppen te krijgen, dit door zijn eigen kracht te verminderen in de hoop dat zij ook zou de-escaleren. Echter het slachtoffer bleef doorgaan en probeerde verdachte te raken met het mes. Pas op het laatste moment, toen hij geen andere uitweg meer zag, heeft verdachte zijn eigen mes uit zijn jaszak gehaald en heeft hij haar, omdat zij bleef steken, daarmee meerdere keren gestoken. De raadsman heeft aangevoerd dat het forensische sporenonderzoek de verklaring van verdachte niet uitsluit en dit onderzoek zijn verklaring op een aantal onderdelen bevestigt. De verklaring van verdachte is vanaf het allereerste moment tijdens de 112-melding consistent en congruent. Tevens heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte op het moment dat hij 112 belde geen enkele reden had om niet de waarheid te vertellen, omdat hij toen van plan was om zelfmoord te plegen. Het hof overweegt als volgt. Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat de verklaring van verdachte geen steun vindt in het forensisch onderzoek. Gehanteerde messen en forensische bevindingen Blijkens het dossier zijn er vier messen die in de keuken zijn aangetroffen onderzocht op DNA, bloed en vezels. Ook is ten aanzien van deze vier messen een zogenaamd microanalyse invasief trauma onderzoek gedaan. Daarbij zijn de messen vergeleken met beschadigingen in het lichaam van [slachtoffer] . Eén mes is aangetroffen in de gootsteen in de keuken (AAMJ3770NL, hierna: mes 1). Het handvat van dit mes was omwikkeld met tape. Vast staat dat dit het mes was dat verdachte in zijn jaszak had zitten. Eén mes is aangetroffen op het aanrecht (AAMJ3776NL, hierna: mes 2). Eén mes is aangetroffen op de grond, naast het been van [slachtoffer] (AALF5158NL, hierna: mes 3) en één mes is aangetroffen in de besteklade (AALJ2444NL, hierna: mes 4). Mes 2, 3 en/of 4 zouden in de verklaring van verdachte de messen zijn die door [slachtoffer] gehanteerd zijn en waar door verdachte en [slachtoffer] vervolgens om is geworsteld. Ook zouden dit dan de messen zijn waardoor verdachte in zijn hand is geraakt, of waarmee [slachtoffer] verdachte in zijn borst heeft proberen te steken. Dit wordt echter niet bevestigd door de bevindingen van het forensische onderzoek. Op mes 2 is namelijk wel DNA aangetroffen van [slachtoffer] , op de acht bemonsterde plaatsen in de vorm van bloed of mogelijk weefsel. Op één plaats op het heft zijn ook DNA nevenkenmerken aangetroffen van minimaal één man. Er kon niet beoordeeld worden of verdachte de donor kon zijn van dit DNA materiaal; het aangetroffen DNA profiel was onvoldoende informatief. Er is geen DNA op het lemmet van het mes aangetroffen van verdachte. Dit lijkt niet te wijzen op een worsteling tussen verdachte en [slachtoffer] om dit mes, waarbij verdachte met dit mes geraakt is. Op mes 3 is geen bloed of mogelijk weefsel aangetroffen. De punt en de snijrand zijn bemonsterd en het heft. Op het heft is DNA aangetroffen van [slachtoffer] . Op de punt en de snijrand was de concentratie van DNA in de bemonstering dusdanig laag, dat dit geen geschikt DNA profiel opleverde. Er is op dit mes geen DNA van verdachte aangetroffen. Ook dit lijkt niet te wijzen op een worsteling tussen verdachte en [slachtoffer] om dit mes, waarbij verdachte en [slachtoffer] met dit mes geraakt zijn. Op mes 4 is op de zes bemonsterde plaatsen DNA van [slachtoffer] aangetroffen. Alle bemonsterde plaatsen betroffen bloed of mogelijk weefsel. Alleen op het heft is een mengprofiel aangetroffen, met het DNA van [slachtoffer] en verdachte. Er is op dit mes op het lemmet geen DNA van verdachte aangetroffen. Naar het oordeel van het hof bevestigt dit forensische onderzoek niet de verklaring van verdachte, dat hij met twee van deze messen door [slachtoffer] in zijn hand is geraakt, waarbij dit ook snijverwondingen in zijn hand zou hebben veroorzaakt. Met betrekking tot het forensische onderzoek overweegt het hof voorts dat tijdens de gerechtelijke sectie op het lichaam van [slachtoffer] inwendige delen van letsels zijn uitgenomen voor nader onderzoek. Dit betreft de inwendige delen van de letsels C, O en P. Letsel C betrof het steekletsel van [slachtoffer] hoog aan de hals links, waarbij de linkerzijde van het schildkraakbeen voor onderzoek is veilig gesteld. Letsel O betrof het letsel aan de borst rechts, waarbij het ribkraakbeen van de 9e 10e en 11e rib voorwaarts, op de overgang naar het borstbeen is veiliggesteld. Letsel P betrof het letsel aan de borst links, waarbij het kraakbeen van de 10de en 11de rib links voorwaarts is veiliggesteld. Ten aanzien van de messen 2 en 3 geldt dat voor de beschadigingen gerelateerd aan de letsels C, O en P de resultaten zeer veel waarschijnlijker zijn wanneer deze beschadigingen zijn veroorzaakt met een willekeurig ander mes dan met één van deze twee messen. Het lijkt er dan ook niet op dat de messen 2 en 3 zijn gebruikt om deze letsels toe te brengen. Ten aanzien van mes 1 geldt dat voor de beschadigingen gerelateerd aan letsel C de resultaten van het onderzoek ongeveer even waarschijnlijk zijn wanneer deze beschadiging is veroorzaakt met mes 1 als met een willekeurig ander mes. Voor de beschadigingen gerelateerd aan de letsels O en P geldt dat de resultaten van het onderzoek iets waarschijnlijker zijn wanneer deze beschadigingen zijn veroorzaakt met mes 1 dan met een willekeurig ander mes. Dit past bij de verklaring van verdachte. Immers, hij heeft verklaard dat hij met zijn eigen mes, mes 1, [slachtoffer] een aantal keer heeft geraakt in de borststreek en dit mes wordt niet uitgesloten als zijnde het mes dat is gebruikt bij het toebrengen van deze verwondingen. Echter, in het verdere onderzoek past de verklaring van verdachte niet meer. Mes 4 zou, volgens de verklaring van verdachte, hooguit de hals van [slachtoffer] aan de linker-, of rechterzijde geraakt kunnen hebben. Ten aanzien van de beschadigingen die gerelateerd zijn aan de letsels O en P, geldt echter dat de resultaten van het onderzoek veel waarschijnlijker zijn wanneer deze beschadigingen zijn veroorzaakt met mes 4 dan met mes
- Dat is de op één na sterkste conclusie die bij forensische onderzoek kan worden getrokken. Hiervoor heeft verdachte geen enkele aannemelijke verklaring afgelegd. In zijn verklaringen bij de politie heeft hij verklaard enkel met zijn eigen mes [slachtoffer] een paar keer in de borststreek te hebben gestoken. Juist de steekletsels O en P (met bijbehorende inwendige beschadigingen), zouden dan dus met zijn eigen mes veroorzaakt moeten zijn, wanneer de verklaring van verdachte gevolgd wordt. Uit het onderzoek volgt echter dat het veel waarschijnlijker is dat dit met mes 4 is gebeurd. Het hof concludeert dat de verklaring van verdachte op verschillende onderdelen niet aansluit bij de bevindingen van het forensisch onderzoek. Verwondingen [slachtoffer] Het hof stelt vast dat in en op de handen van verdachte drie snij- of steekverwondingen zijn aangetroffen die, ook blijkens de verklaring van verdachte zelf tijdens de 112-melding, geen medische behandeling nodig hadden. Op en in het lichaam van [slachtoffer] zijn daarentegen 35 steekverwondingen aangetroffen, waarvan er 12 hebben bijgedragen aan haar dood. Het hof is van oordeel dat de verhouding tussen het aantal en de ernst van de verwondingen bij [slachtoffer] , respectievelijk bij verdachte, volstrekt niet past bij de verklaring van verdachte dat hij door [slachtoffer] onverhoeds is aangevallen met een mes en dat zij maar door is blijven gaan met aanvallen. Naar het oordeel van het hof zou onder die omstandigheden - ondanks het feit dat verdachte fysiek sterker is dan [slachtoffer] was - (veel) meer letsel bij verdachte te verwachten zijn, zeker nu hij heeft verklaard dat de aanval voor hem volledig onverwacht kwam. Voorts acht het hof het zeer onwaarschijnlijk dat [slachtoffer] als agressor (en dus niet uit verzet) stekende bewegingen bleef maken, terwijl zij zelf al meermalen (diep) in haar nek was geraakt, en tevens dat zij ook niet zou zijn gestopt toen ze beiden op de grond waren gevallen en verdachte bovenop haar lag. Bevindingen mevrouw [deskundige] De verdediging heeft in eerste aanleg het analyse- en voorlichtingsrapport van het Instituut voor Non-verbale Strategie-Analyse (INSA) van december 2020 overgelegd, uitgebracht door mevrouw [deskundige] . Met betrekking tot laatstgenoemd rapport overweegt het hof dat mevrouw [deskundige] weliswaar zelf aangeeft deskundig te zijn op het gebied van non-verbale communicatie en micro-expressies, maar dat zij als zodanig niet staat ingeschreven in het register voor deskundigen in strafzaken. Dit laatste betekent dat zij in een procedure als de onderhavige niet zo maar als deskundige kan worden aangemerkt. Het hof dient dit zelf te toetsen en te beoordelen. Bij het aanleggen van deze toets kent het hof veel gewicht toe aan het feit dat mevrouw [deskundige] in haar rapport vergaande uitspraken en aanbevelingen doet op verschillende gebieden die niet tot haar expertisedomein behoren. Naar het oordeel van het hof doet dat gegeven in ernstige mate afbreuk aan haar rapportage. Het hof ziet hierin aanleiding om het rapport van mevrouw [deskundige] in zijn geheel buiten beschouwing te laten en hiervan geen gebruik te maken. Conclusie Gelet op het voorgaande acht het hof de verklaring van verdachte dat hij als eerste door [slachtoffer] is aangevallen, ongeloofwaardig. Ad b) De conclusies en beschreven psychopathie door de gedragsdeskundigen Door de deskundigen wordt geconcludeerd dat verdachte bij het oplopen van druk een verdringende of vermijdende copingstijl hanteert, waardoor agressieve doorbraken, ook voor hem, heel onverwachts kunnen ontstaan, waarbij hij – door heftigheid van gevoelens – onvoldoende controle kan houden over zijn impulsen. Verdachte zou volgens deze deskundigen onvoldoende bij machte zijn om deze sterke gevoelens bij zichzelf te erkennen en nog minder om deze adequaat te kanaliseren, waardoor de ernstig opgelopen druk ontlaadt en uitmondt in een uitbarsting. Bij een dergelijk moment wordt verdachte overspoeld en kan hij op dat moment niet helder nadenken. Gelet op deze constatering moet vastgesteld worden dat verdachte nimmer gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn daad en hij heeft zich daarvan dus ook geen rekenschap kunnen geven. Deze situatie in combinatie met verdachtes stoornis brachten bij verdachte en panieksituatie en krenking teweeg. Niet uitgesloten kan worden dat er op dat moment sprake is geweest van een uitermate heftige gemoedstoestand, waarbij verdachte in een opwelling handelde, aldus de deskundigen. Deze conclusies en beschreven psychopathologie volgende, duidt dit op een situatie van een plotselinge gemoedsopwelling en een toestand van gehele paniek. Wanneer is gehandeld in een onmiddellijke opwelling ten gevolge van een hevige gemoedstoestand, moet vastgesteld worden dan van kalm beraad en rustig overleg geen sprake kan zijn geweest. Het hof overweegt als volgt. De gedragsdeskundigen hebben geadviseerd om verdachte het tenlastegelegde in verminderde mate toe te rekenen. Uit de onderzoeken volgt volgens de deskundigen dat er bij verdachte sprake is van scheefgroei in de ontwikkeling van de persoonlijkheid en dat er sprake zou zijn van narcistische persoonlijkheidstrekken en volgens de deskundigen [GZ-psycholoog 1] en [psychiater 1] ook van borderline persoonlijkheidstrekken. De vraag die zich vervolgens aandient, is of deze bij verdachte geconstateerde (psychische) stoornis, dan wel gebrekkige ontwikkeling, een rol speelt in het toetsingskader van de Hoge Raad aangaande de voorbedachte raad. Het hof stelt voorop dat zelfs wanneer de keuzevrijheid van een verdachte ten tijde van het feit zodanig was aangetast dat het bewezenverklaarde niet kan worden toegerekend, dit niet uitsluit dat sprake is van voorbedachte raad (vgl. Hoge Raad 5 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB4959 en Hoge Raad 19 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1249). Ook iemand die lijdt aan een ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens kan immers planmatig tewerk gaan. Niettemin kan de vraag opgeworpen worden of de aanwezigheid van een eventuele stoornis in voorkomende gevallen, bijvoorbeeld wanneer een stoornis een plotselinge hevige drift of ogenblikkelijke gemoedsopwelling veroorzaakt, een contra-indicatie oplevert. Uit de Pro Justitia rapportage van [GZ-psycholoog 2] en [psychiater 2] d.d. 21 november 2021 en het Klinisch Multidisciplinair onderzoek Pro Justitia van [GZ-psycholoog 1] en [psychiater 1] d.d. 6 april 2022, leidt het hof het navolgende af. De deskundigen [GZ-psycholoog 2] en [psychiater 2] hebben gerapporteerd dat zij weinig zicht hebben gekregen op de belevingswereld van verdachte, met name op de minder wenselijke kanten ervan, in het bijzonder de donkere en duistere periode voorafgaand aan het tenlastegelegde. Hierbij speelt volgens hen mogelijk de proceshouding een rol, maar het is ook mogelijk dat verdachte hier weinig inzicht in kan geven, omdat hij er onvoldoende mee in contact staat en mogelijk heftige gevoelens niet goed kan integreren en daardoor verdringt en loochent. Verdachte heeft volgens hen geen volledige openheid gegeven over onwenselijke gedachten en gevoelens in het algemeen, in intieme relaties en samenhangend met het tenlastegelegde. Verdachte ging op rustige wijze de gesprekken aan, waarbij hij een open houding aannam, behalve als het over het tenlastegelegde en de periode in aanloop daartoe gaat. Hij heeft geen inzicht gegeven in zijn belevingen van die periode. Ook is er nog geen delict analyse uitgevoerd. Hierdoor is er nog beperkt zicht op welke factoren een rol hebben gespeeld tijdens het delict en verdachtes leven. Verdachte heeft aan zijn schematherapeut gevraagd om zijn strafdossier en het FORCA-rapport niet te lezen, omdat hij het niet eens is met de conclusies die daarin getrokken worden. De deskundigen [GZ-psycholoog 2] en [psychiater 2] hebben geconcludeerd dat zij geen goed zicht hebben gekregen op het delictscenario. Verdachte lijkt – met het oog op zijn procespositie – goed te weten wat hij wel en niet moet vertellen en kan daar – ook bij meer druk en confrontatie – aan vasthouden. Hij liet dan geen of weinig spanning zien en maakte een meer dan gemiddeld “onverstoorbare” indruk. Er zijn geen aanwijzingen in het verhaal van verdachte en in het strafdossier dat hij voorgaande en in de directe aanloop naar het tenlastegelegde ernstig psychotisch of om andere redenen volledig oordeels- en kritiekgestoord zou zijn geweest. Op grond hiervan wordt geadviseerd om verdachte het ten laste gelegde, indien bewezen, in verminderde mate toe te rekenen. Ook de deskundigen [GZ-psycholoog 1] en [psychiater 1] hebben aangegeven dat het gedurende de detentie van verdachte nog niet tot een verdiepende behandeling is gekomen en dat verdachte nog nauwelijks is geconfronteerd met het tenlastegelegde en met de eigen persoonlijkheidsproblematiek die daarin heeft doorgewerkt. Verdachte toont geen nieuwsgierigheid naar de eigen innerlijke drijfveren en de mogelijke samenhang met het tenlastegelegde en blijkt tijdens de gesprekken met de deskundigen weinig bereidwillig daarop te reflecteren. Verdachte heeft zijn behandelaars weten weg te houden van het strafdossier en de conclusies van het eerdere onderzoek, omdat hij het er naar zijn zeggen niet mee eens is. Inhoudelijke verdieping of confrontaties met belevingen hebben hierdoor nog niet kunnen plaatsvinden. In de berichtgeving van Den Hey-Acker staat vermeld dat er nog geen verdiepende behandeling heeft kunnen plaatsvinden, deels door het ontbreken van een delict analyse, deels omdat verdachte een andere visie heeft ten aanzien van het onderhavige tenlastegelegde. In het aanvullende schrijven van Den Hey-Acker staat vermeld dat ook het behandelde team nog onvoldoende zicht heeft op wie verdachte is en wat er in hem omgaat. Het blijft moeilijk om zicht te krijgen op zijn belevingswereld. Samenvattend stelt het hof vast dat de deskundigen [GZ-psycholoog 2] en [psychiater 2] hebben gerapporteerd dat zij weinig zicht hebben gekregen op de belevingswereld van verdachte, met name op de minder wenselijke kanten ervan, in het bijzonder de donkere en duistere periode voorafgaand aan het tenlastegelegde, maar dat zij geen aanwijzingen in het verhaal van verdachte en in het strafdossier zien dat hij voorgaande en in de directe aanloop naar het tenlastegelegde ernstig psychotisch of om andere redenen volledig oordeels- en kritiekgestoord zou zijn geweest. Wel zou er bij verdachte sprake zijn van narcistische persoonlijkheidstrekken en zij adviseren het tenlastegelegde – indien bewezen – verminderd aan verdachte toe te rekenen. De deskundigen [GZ-psycholoog 1] en [psychiater 1] hebben gerapporteerd dat zij menen dat gesproken kan worden van een “narcissistic rage”: een intense agressiedoorbraak op grond van gekrenkte woede samenhangend met diepe verlatingsangst en dat verdachte onvoldoende bij machte was om deze sterke gevoelens bij zichzelf te herkennen en vervolgens adequaat te kanaliseren. Deze conclusie duidt weliswaar op een – zo dat al kan worden aangenomen – heftige gemoedstoestand ten tijde van het delict, maar hieruit kan niet geconcludeerd worden dat is gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling en dat er geen sprake kan zijn geweest van kalm beraad en rustig overleg voorafgaand aan het tenlastegelegde. Aldus duiden de rapportages naar het oordeel van het hof niet op een situatie van een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, waardoor van kalm beraad en rustig overleg geen sprake zou kunnen zijn geweest. Uit de bewijsmiddelen leidt het hof af dat de krenking en (verlatings)angst vanwege de relatiebreuk al geruime tijd voor het tenlastegelegde aanwezig waren, hoewel het mogelijk is dat verdachte deze sterke gevoelens op dat moment misschien onvoldoende bij zichzelf heeft herkend. Dit maakt echter niet dat verdachte geen gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn daad en dat hij zich daarvan geen rekenschap heeft kunnen geven. Verdachte heeft immers meer dan een week voorafgaand aan het tenlastegelegde meermalen genoteerd dat het slachtoffer dood moest, omdat hij het niet aan zou kunnen om haar ooit met een ander te zien. Uit alle hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden leidt het hof af dat verdachte naar de woning van het slachtoffer is gegaan met het plan om haar en zichzelf om het leven te brengen indien zij de relatie niet nog een kans wilde geven. Verdachte heeft dus de gelegenheid gehad en die gelegenheid ook gebruikt om na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn daad en hij heeft zich daarvan rekenschap kunnen geven. Het hof baseert zich bij zijn oordeel dat sprake is van voorbedachte raad, op de bewijsmiddelen en – gelet op bovenstaande – leveren de conclusies uit de Pro Justitia rapportages geen contra-indicatie voor de aanwezigheid van voorbedachte raad op. Ad c) Het sporenbeeld op de plaats delict. Ook in het sporenbeeld ziet de verdediging een contra-indicatie van voorbedachte raad. Op basis van het aangetroffen sporenbeeld wordt namelijk geconcludeerd dat er uitsluitend in de keuken een worsteling heeft plaatsgevonden. In de hal en de woonkamer duidde niets op enige worsteling, alles zag er normaal uit. Dit sluit een scenario uit waarbij de verdachte het slachtoffer al direct bij het binnentreden van de woning zou hebben overmeesterd en aangevallen. Het hof overweegt als volgt. Anders dan de raadsman ziet het hof in het sporenbeeld op de plaats delict geen contra-indicatie voor voorbedachte raad. Wanneer verdachte het slachtoffer direct na binnenkomst zou hebben aangevallen, zou dit een sterke aanwijzing opleveren dat er sprake was van voorbedachte raad en niet van een hevige gemoedsopwelling. Nu hier op basis van het dossier niet vanuit kan worden gegaan, maakt dit andersom niet dat de aanwezigheid van voorbedachte raad daarmee onwaarschijnlijk is. Er zijn immers tal van situaties denkbaar waarbij iemand naar de woning van een ander gaat met de bedoeling om het slachtoffer om het leven te brengen, waarbij de uitvoering van dit plan niet direct in de hal bij de voordeur plaatsvindt. Derhalve ziet het hof in het sporenbeeld geen contra-indicatie voor de aanwezigheid van voorbedachte raad bij verdachte. Ad d) De notitie ‘(Condooms?)’ in het bestand ‘Niet vergeten!’ in de telefoon van verdachte en het zoeken op internet naar een bloemist in de buurt van de woning van [slachtoffer] . De notitie (Condooms?) en het zoeken naar een bloemist ziet het hof niet als contra-indicatie, nu het hof (zoals hiervoor overwogen) ervan uitgaat dat verdachte wilde proberen om [slachtoffer] ervan te overtuigen dat zij hun relatie nog een kans moest geven, maar dat hij al had besloten en er al op was voorbereid dat als [slachtoffer] hem (weer) zou afwijzen, hij hen beiden om het leven zou brengen.
- Conclusie Op grond van al het vorenstaande is naar het oordeel van het hof buiten redelijke twijfel komen vast te staan dat verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit om [slachtoffer] van het leven te beroven en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad en die gelegenheid ook heeft gebruikt om na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geen. Het hof verwerpt het verweer in al zijn onderdelen en is – anders dan de rechtbank – van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte Het bewezenverklaarde levert op: moord. Beroep op noodweer Ter terechtzitting heeft de raadsman primair overeenkomstig zijn pleitnota aangevoerd dat verdachte heeft gehandeld uit noodweer, als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. De raadsman heeft gesteld dat verdachte zich geconfronteerd zag met een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding. Hetgeen hij daartoe heeft aangevoerd staat vermeld in de bewijsoverweging bij de bespreking van de opgeworpen contra-indicaties voor de aanwezigheid van voorbedachte raad ad a. Zoals daar overwogen acht het hof de feiten en omstandigheden die de verdediging aan het verweer ten grondslag heeft gelegd, niet aannemelijk geworden. Het verweer wordt verworpen. Beroep op noodweerexces Nu het hof van oordeel is dat geen sprake is geweest van een noodweersituatie (zie bespreking beroep op noodweer), kan het beroep op noodweerexces reeds daarom niet slagen. Het verweer wordt verworpen. Er zijn ook overigens geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit dan wel verdachte uitsluiten. Het bewezenverklaarde feit is strafbaar en verdachte is strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde. Op te leggen sanctie Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Het hof neemt in het bijzonder het volgende in aanmerking.
- Het standpunt van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft jeugddetentie voor de maximale duur met aftrek van voorarrest gevorderd en oplegging van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel, nu zij een klinische behandeling van verdachte noodzakelijk acht ter terugdringing van het recidivegevaar en daarmee de beveiliging van de samenleving. Daarnaast is zij van mening dat een dergelijke behandeling in het belang is van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van verdachte en daarmee – uiteindelijk – ook in zijn belang is.
- Standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht om aan verdachte een onvoorwaardelijke jeugddetentie van 24 maanden (het hof begrijpt: met aftrek van voorarrest) op te leggen en daarnaast een voorwaardelijke PIJ-maatregel. Verdachte heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep bereid verklaard om zich te houden aan alle voorwaarden die worden verbonden aan een voorwaardelijke PIJ-maatregel. Subsidiair heeft de raadsman het hof verzocht om, indien een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel wordt opgelegd, daarbij in het arrest een advies op te nemen dat de maatregel indien mogelijk bij De Catamaran ten uitvoer wordt gelegd.
- De aard en ernst van het feit [slachtoffer] zou op 19 augustus 2019 beginnen met haar eerste schooldag na een lange zomer vakantie. Een nieuw schooljaar met nieuwe kansen, maar niet voor [slachtoffer] . Zij is op die dag door verdachte, haar ex-vriendje met wie zij drie weken daarvoor de relatie had beëindigd, door circa 35 messteken om het leven gebracht. [slachtoffer] , een jonge meid van 15 jaar, die genoot van het leven en nog een hele mooie toekomst voor zich had liggen. Maar die toekomst is haar ontnomen. Daarmee is ook haar ouders ontnomen, wat hun het meest dierbaar was. [slachtoffer] , hun enige kind, is plotseling uit hun leven gerukt. Geen kind meer om voor te kunnen zorgen, geen ouderrol meer te vervullen, geen kleinki