GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.303.993/01 arrest van 17 mei 2022 gewezen in het incident ex artikel 351 Rv in de zaak van 1De vennootschap onder firma Pretaxi,gevestigd te [vestigingsplaats] , 2. [appellant 2] , wonende te [woonplaats] , 3. [appellant 3] , wonende te [woonplaats] , appellanten in de hoofdzaak, eisers in het incident, hierna te noemen: Pretaxi (vrouwelijk enkelvoud), advocaat: mr. C. Karharman te ‘s-Hertogenbosch, tegen [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats] , geïntimeerde in de hoofdzaak, verweerster in het incident, hierna te noemen: [geïntimeerde] , advocaat: mr. B. van Wanrooij te Eindhoven, op het bij exploot van dagvaarding van 10 december 2021 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 16 september 2021, door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, gewezen tussen Pretaxi als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie en [geïntimeerde] als eiseres in conventie, verweerster in reconventie. 1Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 8977945 \ CV EXPL 21-375) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis. 2Het geding in hoger beroep Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep; de memorie van grieven, tevens houdende vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging ex artikel 351 Rv, met producties; de antwoordmemorie in het incident, genaamd conclusie in incident; de memorie van antwoord in de hoofdzaak. Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. 3De beoordeling In het incident 3.1. In dit incident gaat het hof uit van de volgende feiten. 3.1.1. [appellant 2] en [appellant 3] zijn vennoten van Pretaxi v.o.f. 3.1.2. [geïntimeerde] is vanaf 1 maart 2019 als taxichauffeuse in dienst geweest bij Pretaxi op basis van een arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht (nulurencontract) voor bepaalde tijd. Zij heeft zich op 19 maart 2020 ziek gemeld. De arbeidsovereenkomst is per 1 augustus 2020 van rechtswege geëindigd. 3.2. Bij vonnis waarvan beroep heeft de kantonrechter, voor zover in dit incident van belang, Pretaxi en haar vennoten hoofdelijk (in conventie) veroordeeld tot betaling aan [geïntimeerde] van: € 5.236,86 netto aan achterstallig salaris; wettelijke verhoging van 50 % als bedoeld in artikel 7:625 BW over het bruto equivalent van voornoemd bedrag; € 636,84 aan buitengerechtelijke incassokosten, dit alles te vermeerderen met de wettelijke rente over voornoemde bedragen als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 6 januari 2021 tot de dag van volledige betaling. De kantonrechter heeft verder Pretaxi en haar vennoten hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten en het vonnis ten aanzien van het voorgaande uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 3.3. Pretaxi komt van dit vonnis in hoger beroep en vordert daarnaast in dit incident op grond van artikel 351 Rv schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis. 3.4. [geïntimeerde] voert verweer tegen de incidentele vordering. 3.5. Het hof stelt voorop dat bij de beoordeling van een incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging (artikel 351 Rv) op grond van HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026 het volgende heeft te gelden. a. Uitgangspunt is dat een uitgesproken veroordeling, hangende een hogere voorziening, uitvoerbaar dient te zijn en zonder de voorwaarde van zekerheidstelling ten uitvoer kan worden gelegd. Afwijking van dit uitgangspunt kan worden gerechtvaardigd door omstandigheden die meebrengen dat het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door hem ingestelde rechtsmiddel is beslist, of diens belang bij zekerheidstelling, ook gegeven dit uitgangspunt, zwaarder weegt dan het belang van degene die de veroordeling in de ten uitvoer te leggen uitspraak heeft verkregen, bij de uitvoerbaarheid bij voorraad daarvan of bij deze uitvoerbaarheid zonder dat daaraan de voorwaarde van zekerheidstelling wordt verbonden. b. Bij de toepassing van de onder a genoemde maatstaf moet worden uitgegaan van de beslissingen in de ten uitvoer te leggen uitspraak en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen, en blijft de kans van slagen van het tegen die beslissing aangewende of nog aan te wenden rechtsmiddel buiten beschouwing, met dien verstande dat de rechter in zijn oordeelsvorming kan betrekken of de ten uitvoer te leggen beslissing(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.