GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht Zaaknummer 200.281.749/01 arrest van 24 mei 2022 strekkende tot VERBETERING in de zin van artikel 31 Rv van het arrest, gewezen op 15 maart 2022 in de procedure in hoger beroep die bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch aanhangig is geweest tussen [appellant] , wonende te [woonplaats] , appellant, hierna: [appellant] , advocaat: mr. S.C. Leinders te Echt, gemeente Echt-Susteren, tegen
- [geïntimeerde 1],
- [geïntimeerde 2], allebei wonende te [woonplaats] , geïntimeerden, hierna gezamenlijk: [geïntimeerden] , advocaat: mr. A.F.G. Bergmans-Jeurissen te Sittard. Bij brief van 8 april 2022 heeft mr. Leinders aan de griffier van het hof bericht dat het mr. Leinders voorkomt dat het dictum van het arrest onder het tweede opsommingsteken een kennelijke fout bevat, te weten: - veroordeelt [geïntimeerden] om binnen zes weken na betekening van dit arrest de partijen bekende beton(rand) te verwijderen van het perceel van [appellant] , voor zover dit niet al is gebeurd, zulks op verbeurte van een door [appellant] c.s (cursivering door mr. Leinders) te verbeuren dwangsom van € 50,-- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [geïntimeerden] daarmee in gebreke blijven, tot een maximum van € 500,-- aan verbeurde dwangsommen is bereikt. Bij brief van 13 april 2022 is mr. Bergmans-Jeurissen in de gelegenheid gesteld om het standpunt van [geïntimeerden] hierover aan het hof kenbaar te maken. Bij brief van 26 april 2022 heeft mr. Bergmans-Jeurissen bericht dat er inderdaad sprake is van een kennelijke verschrijving nu er [appellant] staat in plaats van [geïntimeerden] en dat mr. Bergmans-Jeurissen er van uit gaat dat het arrest verbeterd zal worden. Het hof is van oordeel dat mr. Leinders terecht heeft geconcludeerd dat sprake is van een kennelijke fout, zoals ook mr. Bergmans-Jeurissen en alle betrokken partijen duidelijk is althans hoort te zijn. Vermeld arrest zal mitsdien op de volgende wijze worden verbeterd. Het hof: bepaalt dat in het dictum van het tussen bovenvermelde partijen gewezen arrest van 15 maart 2022 onder het tweede opsommingsteken de dwangsomveroordeling moet worden verbeterd en gewijzigd zodat dit komt te luiden: - veroordeelt [geïntimeerden] om binnen zes weken na betekening van dit arrest de partijen bekende beton(rand) te verwijderen van het perceel van [appellant] , voor zover dit niet al is gebeurd, zulks op verbeurte van een door [geïntimeerden] te verbeuren dwangsom van € 50,-- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [geïntimeerden] daarmee in gebreke blijven, tot een maximum van € 500,-- aan verbeurde dwangsommen is bereikt. Bepaalt dat deze verbetering onder vermelding van de datum van 24 mei 2022 wordt vermeld op de minuut van het arrest van 15 april
- Dit arrest is gewezen door mrs. M.G.W.M. Stienissen, L.S. Frakes en J.K.B. van Daalen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 24 mei
- griffier rolraadsheer