GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Nummer: 21/00447 Uitspraak op het hoger beroep van de inspecteur van de Belastingdienst, hierna: de inspecteur, tegen de uitspraak van rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 26 januari 2021, nummer BRE 20/5212, in het geding tussen [belanghebbende] , wonend in [woonplaats] , hierna: belanghebbende, en de inspecteur. 1Ontstaan en loop van het geding 1.1. De inspecteur heeft een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) 2014 opgelegd (hierna: de navorderingsaanslag). 1.2. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De inspecteur heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard. 1.3. Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard. 1.4. De inspecteur heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. 1.5. Tijdens de zitting van 10 februari 2022 heeft het hof twee soortgelijke zaken van andere belanghebbenden behandeld. Zowel de inspecteur als de gemachtigde van belanghebbende, die tevens de belanghebbenden in de andere zaken bijstaat, waren bij die zitting aanwezig. De onderhavige zaak is tijdens de zitting van 10 februari 2022 niet behandeld. Na afloop van die zitting heeft het hof in de onderhavige zaak aan partijen gevraagd of zij nog op een zitting gehoord willen worden. Daarbij is opgemerkt dat bij het afzien van een zitting rekening zal worden gehouden met wat door partijen in die soortgelijke zaken naar voren is gebracht. Geen van partijen heeft vervolgens verklaard gebruik te willen maken van hun recht om op een zitting te worden gehoord. Het hof heeft partijen schriftelijk meegedeeld dat het onderzoek is gesloten. 2Feiten 2.1. Belanghebbende heeft van november 2011 tot en met oktober 2014 de initiële politieopleiding gevolgd aan de politieacademie. In het arbeidsvoorwaardenakkoord van de politie van 2 maart 2010 is overeengekomen dat het inkomen van aspiranten met 50% tijdens de leerkwartielen wordt verminderd. Als gevolg daarvan is belanghebbende in 2014 voor een bedrag van € 3.908 gekort op haar brutoloon. 2.2. Op 2 maart 2015 doet belanghebbende aangifte IB/PVV 2014 naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 23.096. Op 23 mei 2015 wordt de aanslag IB/PVV 2014 overeenkomstig de ingediende aangifte vastgesteld. 2.3. Op 27 september 2018 heeft belanghebbende een aangiftebiljet IB/PVV ingediend. Belanghebbende heeft op dit aangiftebiljet over het jaar 2014 een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 19.438 vermeld. Daarbij heeft zij een bedrag van € 3.658 (inclusief de drempel) als persoonsgebonden aftrekpost aan scholingsuitgaven in aanmerking genomen onder vermelding van “Initiële opleiding Allround Politiemedewerker”. 2.4. De inspecteur heeft schermprints overgelegd van de website van de Belastingdienst. Daar staat het volgende vermeld: 2.5. De aanslag is verminderd overeenkomstig de herziene aangifte. De inspecteur heeft daartoe aan belanghebbenden een biljet met dagtekening 26 oktober 2018 uitgereikt met de titel ‘uitspraak op bezwaar’. In die brief staat onder meer het volgende vermeld: “U heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag inkomstenbelasting / premie volksverzekeringen (…). De inspecteur heeft het bezwaarschrift niet binnen de wettelijke termijn ontvangen. Hij verklaart het bezwaarschrift daarom niet-ontvankelijk. (…) De inspecteur heeft besloten aan uw bezwaar tegemoet te komen. Als gevolg hiervan is de aanslag verminderd (…).” 2.6. Op 3 december 2018 heeft een andere belastingplichtige de Belastingdienst gewezen op een bericht van de Nederlandse Politiebond (hierna: NPB) van 28 november 2018, waarin onder meer staat vermeld: “Onder politiemedewerkers wordt momenteel een mail rondgestuurd waarin ten onrechte wordt beweerd dat collega’s die in de jaren 2010 tot 2013 zijn ingestroomd als aspirant - de jaren van politieminister Ivo ('De Slager') Opstelten - een extra aftrekpost aan studiekosten kunnen opvoeren. Deze aftrekpost zou dan betrekking hebben op de tijdelijke halvering van het salaris tijdens de toenmalige schoolkwartielen.” 2.7. Met dagtekening 20 juli 2019 is aan belanghebbende de navorderingsaanslag opgelegd, waarbij de aftrek van de scholingsuitgaven is teruggenomen. 2.8. De inspecteur heeft de navorderingsaanslag bij uitspraak op bezwaar gehandhaafd. 3Geschil en conclusies van partijen 3.1. Het geschil betreft het antwoord op de vraag of de navorderingsaanslag terecht is vastgesteld. Het geschil spitst zich daarbij toe op de volgende vragen: 1. Beschikt de inspecteur over een nieuw feit voor navordering of staat een ambtelijk verzuim aan navordering in de weg? 2. Dient navordering op grond van het vertrouwensbeginsel achterwege te blijven? 3.2. Belanghebbende concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank. De inspecteur concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank en ongegrondverklaring van het bij de rechtbank ingestelde beroep. 3.3. Tussen partijen staat vast dat: - belanghebbende op grond van de Wet IB 2001 geen recht heeft op de aftrek van de geclaimde scholingsuitgaven; - belanghebbende niet te kwader trouw is en navordering op die grond niet mogelijk is. 4Gronden Ten aanzien van het geschil Standpunten van partijen 4.1. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de navorderingsaanslag vernietigd moet worden. De inspecteur had het herziene aangiftebiljet inhoudelijk moeten beoordelen en de in aanmerking genomen kosten nader moeten onderzoeken. Belanghebbende verwijst daarbij naar de omstandigheid dat aan een andere belastingplichtige kennelijk wel vragen zijn gesteld, die in reactie daarop heeft verwezen naar het bericht van de NPB van 28 november 2018. Dat het herziene aangiftebiljet geruime tijd na het vaststellen van de aanslag is ingediend, was volgens belanghebbende des te meer reden om dat aangiftebiljet aan een inhoudelijk onderzoek te onderwerpen. Mocht al sprake zijn van nieuwe gegevens die de inspecteur niet bekend waren, dan is belanghebbende van mening dat een ambtelijk verzuim aan navordering in de weg staat. Gelet op de brief van 26 oktober 2018 heeft de inspecteur het herziene aangiftebiljet aangemerkt als een bezwaarschrift en een verzoek om ambtshalve vermindering. Door het herziene aangiftebiljet geautomatiseerd, door middel van een risicotool, af te doen heeft de inspecteur niet gehandeld conform de wettelijke voorschriften die gelden voor de behandeling van een bezwaarschrift of een verzoek om ambtshalve vermindering. Volgens belanghebbende is de jurisprudentie, inhoudende dat de inspecteur in beginsel niet tot nader onderzoek is gehouden en dat de inspecteur mag uitgaan van de gegevens die in de aangifte staan vermeld, niet van toepassing. Het herziene aangiftebiljet is immers geen aangifte, maar een bezwaarschrift respectievelijk verzoek om ambtshalve vermindering. Tot slot doet belanghebbende een beroep op het vertrouwensbeginsel. Aan de tekst van de brief van 26 oktober 2018 mocht belanghebbende het vertrouwen ontlenen dat het herziene aangiftebiljet inhoudelijk beoordeeld was. 4.2. De inspecteur heeft het hof nadrukkelijk verzocht om een oordeel te geven over de kwalificatie van het herziene aangiftebiljet. Onder verwijzing naar het door de Belastingdienst gehanteerde beleid ‘deformalisering’ (hierna: de deformalisering), stelt de inspecteur zich op het standpunt dat het herziene aangiftebiljet geen bezwaarschrift is. Het herziene aangiftebiljet is buiten de bezwaartermijn en zonder aanvullend schrijven ingediend en dus betreft het een verzoek om ambtshalve vermindering. Voor een verdere onderbouwing van dit standpunt verwijst de inspecteur naar de deformalisering die in de stukken als volgt wordt toegelicht: “3.20 Belanghebbende heeft de gewijzigde aangifte digitaal ingediend. Om digitaal een gewijzigde aangifte te kunnen doen, moet een belanghebbende eerst inloggen in het domein ‘mijnbelastingdienst’. 3.21 Daarbij moeten keuzes worden gemaakt. Deze keuzes worden uitgelegd op de sub-pagina Bezwaar, beroep en klacht'. Als je daar klikt op 'niet eens met uw aanslag inkomstenbelasting?' verschijnt er een keuzemogelijkheid. De eerste te beantwoorden vraag is dan 'hebt u een belastingaanslag inkomstenbelasting gekregen?'. Bij een bevestigend antwoord moet daarna de volgende vraag worden beantwoord: 'hebt u een belastingaanslag ontvangen waarin wij afwijken van uw aangifte?' en vervolgens' Bent u het eens met onze aanpassingen?'. Als hier wordt gekozen voor achtereenvolgens de opties 'ja' en 'nee' wordt aangegeven dat de belanghebbende bezwaar kan maken. Als echter de vraag 'hebt u een belastingaanslag ontvangen waarin wij afwijken van uw aangifte?' met nee wordt beantwoord, en vervolgens de vraag `Wilt u uw aanslag aanpassen' met ja, dan wordt aangegeven dat de belanghebbende opnieuw aangifte moet doen. Zie voor prints van de te nemen stappen bijlage 17. Deze werkwijze van de Belastingdienst om (gewijzigde) aangiften die worden ingediend nadat de definitieve aanslag is opgelegd, niet als een bezwaarschrift aan te merken, noemen wij wel deformalisering. (…) 3.23 De herziene aangifte (zie onderdeel 2.4) is na binnenkomst gewogen door een zogenaamde risicotool. Hieraan ligt de volgende werkwijze ten grondslag: Indien - zoals in casu - een herzien aangiftebiljet wordt ingediend (zonder begeleidende bezwaarbrief), is sprake van een zogenaamde gestructureerde aangifte. Deze worden na binnenkomst wekelijks gewogen aan de hand van een zogenaamde 'risicotool'. Dit is een automatisch selectieproces. Als de risicotooi geen reden ziet de aangifte uit te werpen, dan gaat zo'n aangifte naar medewerkers van het onderdeel CAP van de Belastingdienst. Zij zorgen er dan voor dat een verminderingsbeschikking wordt verstuurd door in het systeem ABS een en ander te verwerken. Daarbij vindt door hen geen enkele inhoudelijke beoordeling plaats (ook wel ADAF genoemd, dat staat voor administratieve afdoening). De beschikking wordt dus opgelegd conform het ingediende aangiftebiljet ofwel zoals belastingplichtige het heeft aangeleverd. We noemen dit proces deformalisering. 3.24 In het geval van [hof: belanghebbenden] was sprake van een ongestructureerd aangifte waarbij de risicotool geen reden zag om de aangifte uit te werpen. Er is dus geen reden gevonden voor nadere behandeling van de herziene aangifte. De aangifte is daarom bij het CAP aangeboden voor verdere verwerking. 3.25 In bijlage 18 vindt u een verklaring van de collega die de herziene aangifte van belanghebbende heeft verwerkt. Uit die verklaring blijkt dat de aangifte niet inhoudelijk is beoordeeld. In bijlage 19 voeg ik een print uit het systeem ABS waaruit blijkt in welke fase en wanneer CAP de aangifte heeft verwerkt. (…) 7.2.1 De gewijzigde aangifte is een verzoek om ambtshalve vermindering. Ik ben van mening dat de herziene aangifte kwalificeert als een verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag. Hiervoor heb ik al uitgelegd hoe de werkwijze van de Belastingdienst is met betrekking tot aangiften die door belastingplichtigen zijn ingediend nadat zij al de definitieve aanslag hadden ontvangen. Zie ook onderdeel 3.21 van het verweerschrift. Reeds op 8 maart 2018 communiceerde de Belastingdienst via haar website dat een informele bezwaarbehandeling aanstaande was. Zie voor de tekst op de website van de Belastingdienst: https://over-ons.belastingdienst.ni/bezwaarmaken-gemoderniseerd/ Het bericht begint ermee dat bezwaar maken tegen een aanslag inkomstenbelasting voortaan digitaal kan plaatsvinden. Vervolgens staat er dat de modernisering daarna niet stopt: "Zo wordt, zoals al is aangekondigd in de 19e Halfjaarsrapportage Belastingdienst, gewerkt aan het deformaliseren van bezwaar. Dat betekent dat een aanvulling of wijziging nadat de beschikking definitief is op bijvoorbeeld een vergeten aftrekpost niet meer gezien wordt als bezwaar. Hiermee wordt het proces voor zowel de belastingplichtigen als de Belastingdienst sterk vereenvoudigd." Ook in het onderhavige geval is sprake van een gewijzigde aangifte die is ingediend nadat de aanslag al was opgelegd. De gewijzigde aangifte werd niet vergezeld door een aparte bezwaarbrief van belanghebbende. Nu belanghebbende ermee heeft volstaan enkel een gewijzigde aangifte in te dienen, ligt het voor de hand dat zij de website van de Belastingdienst hierover heeft geraadpleegd. Daar wordt immers aangegeven dat men niet bezwaar moet maken maar enkel een herziene aangifte moet indienen (die dan wordt behandeld als een verzoek om ambtshalve vermindering). Bij de ontvangst van een bezwaarschrift is het bovendien gebruikelijk dat de inspecteur een ontvangstbevestiging stuurt naar een belanghebbende. Omdat de gewijzigde aangifte niet kwalificeert als een bezwaarschrift, is ook geen ontvangstbevestiging gestuurd. Dit in tegenstelling tot de gang van zaken bij het bezwaarschrift van 6 augustus 2019 (zie bijlagen 8 en 9).”. 4.2.2. De inspecteur stelt zich op het standpunt dat sprake is van een nieuw feit dat navordering mogelijk maakt. De inspecteur is op 3 december 2018 bekend geworden met het bericht van de NPB van 28 november 2018. Dat bericht leverde de inspecteur grond op voor het vermoeden dat er politiemedewerkers waren aan wie ten onrechte of tot een te hoog bedrag een aftrek van scholingsuitgaven is verleend. Verder stelt de inspecteur zich op het standpunt dat geen sprake is van een ambtelijk verzuim. Belanghebbende heeft het herziene aangiftebiljet ingediend nadat de aanslag IB/PVV is vastgesteld. Volgens de inspecteur dient de vraag beantwoord te worden of de niet onwaarschijnlijke kans bestond dat dit herziene aangiftebiljet juist was. Als de niet onwaarschijnlijke kans bestaat dat deze juist is, hoeft de inspecteur daar geen onderzoek naar te doen. De inspecteur was slechts gehouden om het herziene aangiftebiljet op dat punt nader te onderzoeken, wanneer het onwaarschijnlijk was dat deze met betrekking tot de scholingsuitgaven juist is. Die situatie doet zich hier niet voor, aldus de inspecteur. Met betrekking tot het vertrouwensbeginsel is de inspecteur van mening dat van een in rechte te beschermen vertrouwen geen sprake is. De scholingsuitgaven zijn door belanghebbende namelijk niet uitdrukkelijk en gemotiveerd aan de orde gesteld. 1. Nieuw feit of ambtelijk verzuim 4.3.1. In zijn arrest van 10 januari 1990 heeft de Hoge Raad het volgende overwogen: “4.1. Indien aan een belastingplichtige die heeft verzuimd het hem of haar toegezonden aangiftebiljet tijdig in te leveren, ambtshalve een primitieve aanslag in de inkomstenbelasting is opgelegd en vervolgens binnen de bezwaartermijn alsnog aangifte is gedaan van een lager belastbaar inkomen dan in de aanslag is begrepen, kan de indiening van dat aangiftebiljet in de regel niet anders worden opgevat dan dat de belastingplichtige daarmee aan de inspecteur tijdig kennis geeft bezwaar te maken tegen de opgelegde aanslag.”. Het hof is gelet op voornoemd arrest van oordeel dat het op 27 september 2018 ingediende aangiftebiljet een (te laat ingediend) bezwaarschrift is. Dat belanghebbende (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.