Parketnummer : 20-000078-22 Uitspraak : 11 mei 2022 NIET VERSCHENEN Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 24 februari 2021 onder parketnummer 03-174438-19, in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1967, wonende te [adres 1] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het tenlastegelegde bewezenverklaard, dit gekwalificeerd als ‘mishandeling’, de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem bij verstek veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met een proeftijd van 2 jaren. Door de verdachte is op 13 januari 2022 tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de dagvaarding nietig zal verklaren, nu niet is gebleken dat de dagvaarding rechtsgeldig aan de verdachte betekend is. Geldigheid van de oproeping in hoger beroep In het dossier bevindt zich een akte van uitreiking van de dagvaarding in hoger beroep. Op deze akte van uitreiking is niet aangekruist dat – zoals ingevolge artikel 36e, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering vereist is voor een rechtsgeldige betekening door rechtstreekse toezending – de gerechtelijke brief is verzonden naar het op de akte vermelde adres in het buitenland, te weten: [adres 1] . Evenmin is op de akte van uitreiking een datum van verzending ingevuld. Gelet hierop kan niet worden vastgesteld of de gerechtelijke brief daadwerkelijk is verzonden naar het op de akte vermelde adres in het buitenland, zodat het hof niet gebleken is dat de dagvaarding op rechtsgeldige wijze is betekend. Nu de verdachte niet ter terechtzitting in hoger beroep is verschenen, zal het hof de dagvaarding in hoger beroep nietig verklaren. BESLISSING Het hof: verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig. Aldus gewezen door: mr. G.J. Schiffers, voorzitter, mr. N.I.B.M. Buljevic en mr. G.C. Bos, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. Vulto en T.S. Vos, griffiers, en op 11 mei 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken. Noot griffiers: Er is geconstateerd dat het verstekvonnis (de mededeling uitspraak) op 10 januari 2022 aan de verdachte in persoon is betekend, bij welke gelegenheid de verdachte als zijn adres heeft opgegeven: [adres 2] , zodat dit een vermoede woon- of verblijfplaats van de verdachte betreft van een recentere datum dan het voormelde BRP-adres van de verdachte. Concluderend wordt daarom in deze noot het verzoek gedaan aan het ressortsparket om de verdachte te dagvaarden op de navolgende adressen (zo nodig aangevuld met het alsdan geldende BRP-adres of de alsdan bekende woon- of verblijfplaats van de verdachte): [adres 1] ; [adres 2] .
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.