GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.308.299/01 arrest van 14 juni 2022 in de zaak van [appellant] , wonende te [woonplaats] , appellant, advocaat: mr. P.A.C. van Buul te Nijmegen, tegen 1 [geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] , 2. [geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] , geïntimeerden, advocaat: mr. P.F.M. Verstegen te Nijmegen, als vervolg op de door het hof op 5 april 2022 gegeven rolbeslissing in het hoger beroep van het door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, onder zaaknummer C/01/366073 / HA ZA 20-857 gewezen vonnis van 5 januari 2022. 1Het verloop van de procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: de rolbeslissing van 5 april 2022; de akte van appellant met producties van 19 april 2022; de antwoordakte van geïntimeerden van 3 mei 2022. Het hof heeft een datum bepaald voor arrest. 2De verdere beoordeling 2.1. Bij genoemde rolbeslissing is appellant in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de ontvankelijkheid in hoger beroep omdat in plaats van de in het bestreden vonnis als eiser sub 2 vermelde partij [geïntimeerde 2] , in hoger beroep (als geïntimeerde sub 2) is gedagvaard [[verschrijving naam]] . 2.2. In zijn akte stelt appellant dat de dagvaarding in hoger beroep een kennelijke verschrijving bevat, in die zin dat bij geïntimeerde sub 2 per abuis de achternaam van appellant ( [appellant] ) in plaats van de achternaam van geïntimeerde ( [geïntimeerde 2] ) is gebruikt. Bij het instellen van het hoger beroep is volgens appellant geen andere partij bedoeld in de procedure te betrekken dan [geïntimeerde 2] , (het hof leest:) eiser in eerste aanleg. Zekerheidshalve heeft appellant op 8 april 2022 een herstelexploot laten uitbrengen. Aangezien de advocaat van gedaagden in eerste aanleg, mr. P.F.M. Verstegen, zich namens beide gedagvaarde partijen in hoger beroep heeft gesteld, concludeert appellant dat hij, na verbetering, ontvankelijk is in het hoger beroep tegen beide (het hof leest:) eisers in eerste aanleg, thans geïntimeerden. Appellant verzoek het hof deze verschrijving in de tenaamstelling van geïntimeerde sub 2 te verbeteren. 2.3. Geïntimeerden refereren zich aan het oordeel van het hof. 2.4. Bij de beoordeling of de aanduiding van een procespartij kan worden gewijzigd nadat de procedure in een volgende instantie aanhangig is gemaakt, gelden op grond van de uitspraak van de Hoge Raad van 13 december 2013 (ECLI:NL:HR:2013:1881), voor zover hier van belang, de volgende regels: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.