Parketnummer : 20-002662-21 Uitspraak : 15 juni 2022 TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv) Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch, van 1 november 2021, parketnummer 01-275828-21 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf, parketnummers 01-188054-21en 01-034512-17, in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984, wonende te [adres] . Hoger beroep De verdachte is bij vonnis waarvan beroep door de politierechter ter zake van de tenlastegelegde ‘diefstal’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, met aftrek van het voorarrest. De politierechter heeft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven. Voorts is de teruggave van de in beslag genomen goederen (twee fietsen) gelast aan de redelijkerwijs als rechthebbende aan te merken personen. Ten slotte heeft de politierechter de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 6 weken (opgelegd bij vonnis d.d. 23 juni 2017 van de politierechter te ’s-Hertogenbosch met parketnummer 01-034512-17) en de tenuitvoerlegging van de vordering met betrekking tot de eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 20 dagen (opgelegd bij vonnis d.d. 21 juli 2021 van de politierechter te ‘s-Hertogenbosch met parketnummer 01-188054-21) toegewezen. Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, met uitzondering van de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis d.d. 23 juni 2017 met parketnummer 01-034512-17 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 6 weken. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de vordering zal toewijzen en zodoende het resterende deel van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf ten uitvoer zal leggen. Namens de verdachte is een strafmaatverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, met aanvulling van de strafmaatoverwegingen. Het hof is voorts van oordeel dat de toepasselijke wettelijke voorschriften in hoger beroep aanvulling behoeven, in die zin dat in hoger beroep artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep verzocht om de duur van de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf te beperken. Daartoe is aangevoerd dat het hof rekening dient te houden met de toepassing van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht. Daarnaast zal het opleggen van een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf leiden tot verschillende problemen voor de verdachte, zoals het verliezen van zijn uitkering en problemen rond het vervolgen van de gestarte medische behandeling wegens kanker. Het hof overweegt als volgt. Het hof is van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, gelet op de ernst van het feit en de veelvuldige recidive die ondanks het meermalen doorlopen van een ISD-traject onverminderd blijft, passend en geboden is. Het hof sluit zich volledig aan bij de overwegingen van de rechtbank en ziet in hetgeen overigens in hoger beroep ten aanzien van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte naar voren is gebracht geen aanleiding anders te overwegen en te beslissen en zal het vonnis waarvan beroep ook ten aanzien van de opgelegde straf bevestigen. Het hof merkt het volgende op voor wat betreft de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 weken, opgelegd bij vonnis van de politierechter te ‘s-Hertogenbosch met parketnummer 01-034512-17. De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat het hof het resterende deel van de vordering ten uitvoer zal leggen, nu uit het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 24 maart 2022 blijkt dat de vordering slechts gedeeltelijk ten uitvoer is gelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank te Amsterdam d.d. 21 juli 2021 met parketnummer 01-188054-21. Het hof acht tenuitvoerlegging van het resterende deel van de vordering niet opportuun. BESLISSING Het hof: Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene. Aldus gewezen door: mr. F.C.J.E. Meeuwis, voorzitter, mr. K.J. van Dijk en mr. E.E. van der Bijl, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. M.B. Mobach, griffier, en op 15 juni 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.