Parketnummer : 20-002664-21 Uitspraak : 15 juni 2022 TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv) Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch, van 1 november 2021, in de strafzaak met parketnummer 01-248129-21 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984, wonende te [adres] . Hoger beroep De verdachte is bij vonnis waarvan beroep ter zake van de tenlastegelegde ‘diefstal’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken. Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep integraal zal bevestigen. Namens verdachte is een strafmaatverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de redengeving waarop dit berust, met aanvulling van de strafmaatoverwegingen. Het hof merkt voorts op dat de toepasselijke wettelijke voorschriften in hoger beroep aanvulling behoeven, in die zin dat in hoger beroep artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep verzocht om de duur van de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf te beperken. Daartoe is aangevoerd dat het hof rekening dient te houden met de toepassing van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht. Daarnaast zal het opleggen van een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf leiden tot verschillende problemen voor de verdachte, zoals het verliezen van zijn uitkering en problemen rond het vervolgen van de gestarte medische behandeling wegens kanker. Het hof overweegt als volgt. Het hof is van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken, gelet op de ernst van het feit en de veelvuldige recidive die ondanks het meermalen doorlopen van een ISD-traject onverminderd blijft, passend en geboden is. Het hof sluit zich volledig aan bij de overwegingen van de rechtbank en ziet in hetgeen overigens in hoger beroep ten aanzien van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte naar voren is gebracht geen aanleiding anders te overwegen en te beslissen en zal het vonnis waarvan beroep ook ten aanzien van de opgelegde straf bevestigen. BESLISSING Het hof: Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene. Aldus gewezen door: mr. F.C.J.E. Meeuwis, voorzitter, mr. K.J. van Dijk en mr. E.E. van der Bijl, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. M.B. Mobach, griffier, en op 15 juni 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.