← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2022:2175

Parketnummer : 20-000187-21 Uitspraak : 28 juni 2022 TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv) Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 22 januari 2021, in de strafzaak met parketnummer 03-210371-20 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994, wonende te [adres] . Hoger beroep De politierechter heeft de verdachte bij vonnis waarvan beroep ter zake van ‘overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 179 van de Wegenverkeerswet 1994. Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. De verdediging heeft een straftoemetingsverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, met uitzondering van hetgeen de politierechter heeft overwogen omtrent het bewijs en met aanvulling van een overweging over de opgelegde sancties en de door de eerste rechter aangehaalde wetsartikelen. Bewijsmiddelen Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht. Bewijsoverwegingen De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd. Op te leggen sancties In hetgeen in hoger beroep namens de verdachte is aangevoerd over zijn actuele persoonlijke omstandigheden ziet het hof geen aanleiding andere sancties op te leggen dan de eerste rechter. Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing is gegrond op artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5a, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden. BESLISSING Het hof: bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene. Aldus gewezen door: mr. A.C. Bosch, voorzitter, mr. A.J.M. van Gink en mr. M.A.M. Wagemakers, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. E.F.G Truijen, griffier, en op 28 juni 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken. Mr. A.J.M. van Gink en mr. M.A.M. Wagemakers zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.