Raadkamer Bijzondere zaak, nummer: 000029-22 Parketnummer: [parketnummer] Beschikking op verzoek schadevergoeding ex artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering Beslissing van de voorzitter van de raadkamer van het gerechtshof op het op 4 januari 2022 ter griffie van dit hof ingekomen verzoek van: [verzoekster] geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] , te dezer zake woonplaats kiezende ten kantore van: [raadsman] , [vestigingsadres] . Het verzoek strekt tot toekenning van een vergoeding uit 's Rijks kas ter zake van: de kosten voor de eigen bijdrage ter zake van de op toevoeging verleende rechtsbijstand; de kosten voor het opstellen en indienen van het onderhavige verzoekschrift. Het onderzoek van de zaak Het verzoekschrift is op 9 juni 2022 door de raadkamer van dit hof in het openbaar behandeld. Het hof heeft kennisgenomen van de schriftelijke conclusie van de advocaat-generaal van 27 januari 2022. Verzoekster is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De raadsman van verzoekster is evenmin ter zitting verschenen. De schriftelijke conclusie van de advocaat-generaal strekt tot afwijzing van het verzoek. In raadkamer heeft de advocaat-generaal voornoemd standpunt gehandhaafd. De beoordeling Het verzoek is tijdig ingediend. Uit de gedingstukken, waaronder begrepen de stukken van de strafzaak, blijkt dat de strafzaak tegen verzoekster onder bovengenoemd parketnummer het laatst voor dit hof werd vervolgd en is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Aan de voorwaarden waaronder op de voet van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering aan verzoekster, als gewezen verdachte, een schadevergoeding kan worden toegekend, is derhalve voldaan. Kosten rechtsbijstand Uit de aard van de strafzaak vloeit de wenselijkheid voor de gewezen verdachte voort om zich van rechtsbijstand te voorzien. Toekenning van een vergoeding heeft plaats indien en voor zover daartoe, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn. Verzoekster verzoekt een schadevergoeding van € 145,00 en € 148,00 voor de eigen bijdrage ter zake van de op toevoeging verleende rechtsbijstand. Het hof is, met de advocaat-generaal, van oordeel dat ingevolge artikel 44, tweede lid, van de Wet op de rechtsbijstand, de eigen bijdrage echter niet verschuldigd is, indien een zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel, dan wel zonder toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. De rechtsbijstandverlener restitueert de eigen bijdrage dan aan de rechtzoekende, tenzij deze de eigen bijdrage nog niet heeft voldaan. Derhalve heeft verzoekster geen schade geleden ter zake deze kosten en wordt dit verzoek afgewezen. Kosten opstellen en indienen verzoekschrift Voor het opstellen en indienen van het onderhavige verzoekschrift kent het hof, overeenkomstig de conclusie van de advocaat-generaal, geen vergoeding toe, nu de in het verzoek gevorderde schade wordt afgewezen. Daarnaast heeft verzoekster, bijgestaan door een raadsman, het verzoek nodeloos ingediend. Van een professioneel rechtsbijstandsverlener mag worden verwacht dat voor het indienen van een verzoekschrift minimaal summier wordt beoordeeld of het verzoekschrift enige kans van slagen heeft. Derhalve acht het hof evenmin gronden van billijkheid aanwezig voor vergoeding op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering van de kosten die met het verzoekschrift samenhangen. BESLISSING Het hof: Wijst het verzoek af. Aldus beslist door mr. O.A.J.M. Lavrijssen, voorzitter, in tegenwoordigheid van mw. M.J.M. van de Pol, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van dit gerechtshof van 21 juli 2022.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.