← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2022:3004

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.277.680/01 arrest van 30 augustus 2022 in de zaak van [appellante] , handelend onder de naam [handelsnaam], wonende te [woonplaats] (Japan) en zaakdoende te [zaakdoende] , appellante, hierna: [appellante] , advocaat: mr. S.A. Wensing te Emmen, tegen de vennootschap naar Spaans recht Agropecuaria Fornalis S.L., gevestigd te [vestigingsplaats] (Spanje), geïntimeerde, hierna: Agro, advocaat: mr. L.M. Schelstraete te 's-Hertogenbosch, als vervolg op de tussenarresten van 3 augustus 2021 en 9 november 2021 in het hoger beroep van het door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, gewezen vonnis van 4 maart

  1. 8Het tussenarrest van 9 november 2021 Bij gemeld tussenarrest is een voorschot van € 17.760,60 voor het deskundigenbericht bepaald, te voldoen door [appellante] . 9Het verdere verloop van de procedure en de verdere beoordeling 9.1 [appellante] heeft het hiervoor genoemde voorschot op de in het tussenarrest aangegeven wijze voldaan. De termijn voor het indienen van het rapport is laatstelijk bepaald op 23 augustus
  2. 9.2 De deskundige heeft bij e-mail van 2 augustus 2022 aan de griffie van het hof bericht dat hij verwacht 10 uren extra buiten de begroting te moeten besteden. Hij vraagt om een extra budget van € 2.500,=. Voor de inhoud hiervan verwijst het hof naar deze e-mail. 9.3 Per brief van 4 augustus 2022 heeft de griffier partijen in de gelegenheid gesteld tot uiterlijk 18 augustus 2022 hierop te reageren. 9.4 [appellante] heeft bij e-mail van 17 augustus 2022 bericht in beginsel geen bezwaar te maken tegen verruiming van de begroting van de deskundige met 10 uren. [appellante] is van mening dat die verruiming het gevolg is van de uitgebreide reactie die Agro op het concept-rapport heeft gegeven zodat dit ten laste van Agro dient te komen. Voor de onderbouwing van dit standpunt verwijst het hof naar de genoemde e-mail. 9.5 Agro heeft bij Zivver-bericht van 17 augustus 2022 medegedeeld in beginsel geen bezwaar te maken tegen een verhoging van het voorschot met € 2.500,=, maar meent wel dat [appellante] met de betaling hiervan dient te worden belast. Voor de onderbouwing van dit standpunt verwijst het hof naar het voornoemde Zivver-bericht. 9.6 Het hof komt het gevraagde aanvullende voorschot van € 2.500,= niet onredelijk voor. De deskundige heeft aangegeven om welke reden hij meer tijd nodig heeft om het onderzoek af te ronden. Het hof zal het verzochte extra voorschot van € 2.500,= van de deskundige toewijzen. Overeenkomstig het bepaalde in het tussenarrest van 9 november 2021 zal het hof ook de extra begrote kosten vooralsnog ten laste brengen van [appellante] . In het eindarrest zal het hof beslissen welke partij uiteindelijk en definitief alle kosten van het deskundigenonderzoek zal moeten dragen. Het hof zal nu beslissen zoals in het dictum is bepaald. 9.7 Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 10De uitspraak Het hof: 10.
  3. bepaalt dat voor de kosten van de deskundige een aanvullend voorschot dient te worden voldaan van € 2.500,=; 10.2 bepaalt dat [appellante] genoemd aanvullend voorschot zal voldoen na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden; 10.3 bepaalt dat de deskundige het onderzoek verder zal voortzetten nadat de griffier heeft bericht dat het aanvullend voorschot is ontvangen; 10.
  4. verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het aanvullend voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten; 10.
  5. bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd nader op 27 september 2022; 10.
  6. verstaat dat de zaak na ontvangst van het deskundigenrapport naar de rol wordt verwezen voor memorie na deskundigenrapport aan de zijde van [appellante] ; 10.
  7. bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige zal toezenden; 10.
  8. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. M.G.W.M. Stienissen, L.S. Frakes en T. van Malssen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 30 augustus
  9. griffier rolraadsheer

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.