← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2022:3199

Parketnummer : 20-000146-16 Uitspraak : 15 augustus 2022 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 19 januari 2016, in de strafzaak met parketnummer 01-879041-13 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1981, wonende te [adres 1] . Hoger beroep De rechtbank heeft de verdachte bij vonnis waarvan beroep ter zake van mensenhandel (feit 1), mensenhandel, gepleegd door twee of meer verenigde personen (feit 2) en mensenhandel, gepleegd door twee of meer verenigde personen (feit 3) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar, met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] gedeeltelijk toegewezen tot het bedrag van € 25.620,40 (bestaande uit een bedrag van € 23.620,40 ter zake van materiële schade en een bedrag van € 2.000,- ter zake van immateriële schade) en heeft zij de verdachte ter zake daarvan tevens de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Omvang van het hoger beroep De rechtbank heeft de verdachte ter zake van het onder 2 tenlastegelegde partieel vrijgesproken, voor zover het correspondeert met de inhoud van sub 1º, 4º en 9º van artikel 273f, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). De verdachte heeft aanvankelijk onbeperkt hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis, maar heeft bij akte van 3 januari 2020 – tijdig – het hoger beroep ingetrokken voor zover het tegen deze vrijspraken was gericht. Zoals het hof ter terechtzitting van 17 februari 2020 heeft geoordeeld, acht het hof de genoemde onderdelen van de tenlastelegging waarvan de verdachte is vrijgesproken impliciet cumulatief tenlastegelegde varianten van artikel 273f, eerste lid, onder 1º, 4º en 9º Sr. Gelet op het bepaalde in artikel 404, eerste en vijfde lid, Sr staat voor een verdachte geen hoger beroep open tegen een vrijspraak. Nu de verdachte zijn hoger beroep tegen die onderdelen van de tenlastelegging tijdig heeft ingetrokken, zijn die onderdelen in hoger beroep niet aan de orde. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, zal bevestigen, met uitzondering van de opgelegde straf, de beslissing op de vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel, onder aanvulling van het bewijs, en in zoverre opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] tot een bedrag van € 33.620,40 (zijnde het totaal van het door de rechtbank toegewezen bedrag van € 23.620,40 ter zake van materiële schade en een bedrag van € 10.000,- ter zake van immateriële schade), met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor datzelfde bedrag. De verdachte heeft zich primair op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de strafvervolging. Subsidiair heeft de raadsman van de verdachte vrijspraak bepleit en meer subsidiair heeft hij een strafmaatverweer gevoerd. Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij heeft de raadsman primair geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring, subsidiair tot gedeeltelijke afwijzing van de vordering. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank. Tenlastelegging Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en voor zover thans nog aan de orde – tenlastegelegd dat: 1.hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2010 tot en met 1 november 2010 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] en/of een of meerdere (andere) gemeente(

  1. n)in Nederland en/of in [plaats 4] (België) en/of [plaats 5] (België) en/of een of meerdere (andere) gemeente(
  2. n)in België, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] heeft/hebben medegenomen met het oogmerk die [slachtoffer 1] in een ander land, te weten België, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling (sub 3) en/of [slachtoffer 1] door dwang, door geweld of één of meer andere feitelijkheden, door dreiging met geweld of één of meer andere feitelijkheden, door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, te weten het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling (sub 4) en/of [slachtoffer 1] door dwang, door geweld of één of meer andere feitelijkheden, door dreiging met geweld of één of meer andere feitelijkheden, door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen hem, verdachte, en/of zijn mededader(
  3. s)te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handeling(
  4. en)van [slachtoffer 1] met of voor een derde (sub 9). Immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(
  5. s)in voornoemde periode: - een liefdesrelatie aangegaan/onderhouden met voornoemde [slachtoffer 1] en/of - voornoemde [slachtoffer 1] onderdak verschaft en/of - voornoemde [slachtoffer 1] (meermalen) naar een prostitutieplek vervoerd en/of - die [slachtoffer 1] onder druk gezet en/of dreigende/agressieve taal jegens die [slachtoffer 1] geuit en/of - voornoemde [slachtoffer 1] (meermalen) geslagen/gestompt en/of getrapt/geschopt en/of - de werkzaamheden en/of werktijden van die [slachtoffer 1] gecontroleerd, althans haar verdiensten uit haar prostitutiewerkzaamheden gecontroleerd en/of - die [slachtoffer 1] gezegd/voorgehouden dat het door haar met de prostitutiewerkzaamheden verdiende geld voor haar gespaard/bewaard zou worden en/of - die [slachtoffer 1] gedwongen/bewogen (een groot deel van) haar verdiensten uit de prostitutie aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(
  6. s)af te staan/af te dragen; 2.hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2008 tot en met 3 mei 2009 in [plaats 3] en/of in [plaats 6] , en/of een of meerdere (andere) gemeente(
  7. n)in Nederland en/of in [plaats 4] en/of een of meerdere (andere) gemeente(
  8. n)in België en/of in Roemenië, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 2] heeft/hebben medegenomen met het oogmerk die [slachtoffer 2] in een ander land, te weten te weten vanuit Roemenië naar België en/of Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling (sub 3) Immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(
  9. s)in voornoemde periode: - aan die [slachtoffer 2] verteld/voorgehouden dat zij in Nederland (in een supermarkt en/of in de horeca) zou kunnen gaan werken en/of - voornoemde [slachtoffer 2] onderdak verschaft en/of - die [slachtoffer 2] gedwongen seks met hem, verdachte, en/of zijn mededader(
  10. s)te hebben en/of - voornoemde [slachtoffer 2] (meermalen) naar een prostitutieplek vervoerd en/of laten vervoeren en/of - die [slachtoffer 2] onder druk gezet en/of dreigende/agressieve taal jegens die [slachtoffer 2] geuit en/of - die [slachtoffer 2] (dreigend) een vuurwapen getoond en/of - die [slachtoffer 2] opgedragen/bevolen verdovende middelen (hennep en/of hasjiesj) te gebruiken en/of - voornoemde [slachtoffer 2] (meermalen) geslagen/gestompt en/of getrapt/geschopt en/of - een sigaret op het lichaam van die [slachtoffer 2] gedrukt en/of - met een mes in de arm van [slachtoffer 2] gestoken/geprikt en/of - ( de werkzaamheden van) die [slachtoffer 2] gecontroleerd, althans haar verdiensten uit haar prostitutiewerkzaamheden gecontroleerd en/of - die [slachtoffer 2] gedwongen/bewogen (een groot deel van) haar verdiensten uit de prostitutie aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(
  11. s)af te staan/af te dragen; 3.hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2008 tot en met 14 april 2009 in [plaats 3] en/of in [plaats 6] en/of in een of meerdere (andere) gemeente(
  12. n)in Nederland en/of in [plaats 4] en/of een of meerdere (andere) gemeente(
  13. n)in België en/of in Roemenië, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 3] door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door dreiging met geweld of één of meer andere feitelijkheden, en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van [slachtoffer 3] , (sub 1) en/of [slachtoffer 3] heeft/hebben medegenomen met het oogmerk die [slachtoffer 3] in een ander land, te weten vanuit Roemenië naar België en/of Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling (sub 3) en/of [slachtoffer 3] door dwang, geweld of één of meer andere feitelijkheden, door dreiging met geweld of één of meer andere feitelijkheden, door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, te weten het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling (sub 4) en/of [slachtoffer 3] door dwang, geweld of één of meer andere feitelijkheden, door dreiging met geweld of één of meer andere feitelijkheden, door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen hem, verdachte, en/of zijn mededader(
  14. s)te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handeling(
  15. en)van [slachtoffer 3] met of voor een derde (sub 9). Immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(
  16. s)in voornoemde periode: - aan die [slachtoffer 3] verteld/voorgehouden dat zij in Nederland in de horeca zou kunnen gaan werken en/of die [slachtoffer 3] verteld/voorgehouden dat zij als danseres zou kunnen gaan werken en/of - voornoemde [slachtoffer 3] onderdak verschaft en/of - die [slachtoffer 3] gedwongen seks met hem, verdachte, en/of zijn mededader(
  17. s)te hebben en/of - voornoemde [slachtoffer 3] (meermalen) naar een prostitutieplek vervoerd en/of - die [slachtoffer 3] onder druk gezet en/of dreigende/agressieve taal jegens die [slachtoffer 3] geuit en/of - die [slachtoffer 3] (dreigend) een vuurwapen getoond en/of - voornoemde [slachtoffer 3] (meermalen) geslagen/gestompt en/of getrapt/geschopt en/of - ( meermalen) de keel van die [slachtoffer 3] heeft dichtgeknepen en/of dichtgeknepen gehouden en/of - ( de werkzaamheden van) die [slachtoffer 3] gecontroleerd, althans haar verdiensten uit haar prostitutiewerkzaamheden gecontroleerd en/of - die [slachtoffer 3] gedwongen/bewogen haar verdiensten uit de prostitutie aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(
  18. s)af te staan/af te dragen. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de strafvervolging De verdachte heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep – anders dan zijn raadsman – op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de strafvervolging, op de grond dat hij – de verdachte – geen eerlijk proces heeft gehad, doordat de door de verdediging verzochte getuigen [getuige 1] , [slachtoffer 2] en [getuige 2] niet door de verdediging konden worden ondervraagd. De verdachte heeft zich daarbij beroepen op de arresten van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EHRM) in de zaken Schatschaschwili tegen Duitsland (EHRM, 15 december 2015, nr. 9154/10, ECLI:CE:ECHR:2015:1215JUD000915410) en Keskin tegen Nederland (EHRM, 19 januari 2021, nr. 2205/16, ECLI:CE:ECHR:2021:0119JUD000220516). Het hof overweegt hieromtrent dat op grond van vaste jurisprudentie dit verweer, voor zover al juist, niet kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de strafvervolging, maar – zoals ook de raadsman heeft betoogd – hooguit tot uitsluiting van het bewijs van de verklaringen van de genoemde getuigen. Het hof zal dit verweer daarom nader bespreken bij de verweren van de verdediging onder de kopjes ‘Vrijspraak feit 2’ en ‘Bewijsoverwegingen’. Vrijspraak feit 2 De advocaat-generaal heeft zich voor wat betreft de vraag of het onder 2 tenlastegelegde kan worden bewezen aangesloten bij de overwegingen en de beslissingen van de rechtbank. Deze houden – samengevat – het volgende in. De rechtbank heeft de verklaringen van [slachtoffer 2] uitgesloten van het bewijs van het onder 2 tenlastegelegde, omdat de verdediging niet de mogelijkheid heeft gehad deze getuige te ondervragen en de voor verdachte belastende verklaringen van [slachtoffer 2] niet verder (voldoende) worden ondersteund door andere bewijsmiddelen. Volgens de rechtbank vinden de tenlastegelegde dwangmiddelen onvoldoende steun in ander bewijsmateriaal, zodat zij de verdachte heeft vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde voor zover dit correspondeert met de inhoud van sub 1º, 4º en 9º van artikel 273f Sr. Wel acht de rechtbank het onder 2 tenlastegelegde bewezen voor zover het ziet op de inhoud van sub 3 van dat artikel. De verdediging heeft – op de gronden als nader in de pleitnotitie verwoord – geconcludeerd tot vrijspraak van het onder 2 tenlastegelegde. Deze gronden houden – zakelijk weergegeven – het volgende in. Primair is er geen bewijsmiddel voor het uitbuiten in relatie tot het aanwerven, medenemen of ontvoeren van [slachtoffer 2] door de verdachte en/of zijn mededader(s). Subsidiair zijn de verklaringen van [slachtoffer 2] niet bruikbaar voor het bewijs, omdat de verdediging niet de mogelijkheid heeft gehad haar te ondervragen. Meer subsidiair zijn de verklaringen van [slachtoffer 2] niet betrouwbaar. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Bewijsuitsluiting Het uit artikel 6, derde lid, sub d, van het EVRM voortvloeiende ondervragingsrecht houdt het recht in om getuigen à charge te (doen) ondervragen, waarbij de verdachte een ‘adequate and proper opportunity’ moet worden geboden om ‘practical and effective’ deze getuigen te kunnen ondervragen, ter toetsing van diens ‘reliability’ en ‘credibility’. Dat recht is echter niet absoluut. Ook zonder een dergelijke ondervragingsgelegenheid kunnen belastende verklaringen voor het bewijs worden gebruikt zonder dat dan sprake is van een oneerlijk strafproces. Het gebruik van belastende verklaringen voor het bewijs is in overeenstemming met het in artikel 6, eerste lid, EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces, mits voldaan wordt aan het door het EHRM ontwikkelde toetsingskader (vgl. EHRM (Grote Kamer) 15 december 2011, appl. Nos. 26766/05 & 22228/06, Al-Khawaja & Tahery vs. Verenigd Koninkrijk en EHRM (Grote Kamer) 15 december 2015, appl. No. 9154/10, Schatschaschwili vs. Duitsland). Dat toetsingskader houdt de drie volgende beoordelingsaspecten in, die met elkaar verbonden zijn en samengenomen bepalen of een procedure als geheel eerlijk is geweest 1) bestond er een goede reden voor het ontbreken van een behoorlijke en effectieve ondervragingsgelegenheid en bijgevolg voor het gebruik van de in het vooronderzoek afgelegde belastende, niet door de verdediging via een ondervraging getoetste, verklaring van de getuige voor het bewijs? 2) Is de veroordeling uitsluitend of in beslissende mate gestoeld op de verklaring van de belastende getuige (‘sole or decisive rule’)? 3) Is de verdediging in voldoende mate gecompenseerd voor het ontbreken van die effectieve en behoorlijke ondervragingsgelegenheid? Toepassing van dit door het EHRM ontwikkelde toetsingskader op het onderhavige geval brengt het hof tot de volgende beoordeling. Het hof stelt allereerst vast dat aangeefster [slachtoffer 2] bij de politie meerdere, voor de verdachte belastende verklaringen heeft afgelegd. In eerste aanleg heeft de verdediging verzocht om [slachtoffer 2] als getuige te doen horen bij de rechter-commissaris. Ondanks de door de politie verrichte naspeuringen naar haar verblijfplaats, zoals door de officier van justitie ter terechtzitting van de rechtbank van 17 december 2015 (nogmaals) is toegelicht, heeft dit niet tot resultaat geleid. Derhalve is het voor de verdediging in eerste aanleg niet mogelijk geworden [slachtoffer 2] als getuige bij de rechter-commissaris te horen. De verdediging heeft op de terechtzitting van de rechtbank van 17 december 2015 verklaard geen afstand te doen van het horen van deze getuige. Ook in hoger beroep heeft de verdediging verzocht om (onder andere) [slachtoffer 2] als getuige te horen. Het hof heeft dit verzoek toegewezen en heeft de zaak daartoe verwezen naar de raadsheer-commissaris, met bepaling dat de verdediging de nadere gegevens van deze getuige dient aan te leveren. Uit het proces-verbaal van bevindingen van de raadsheer-commissaris d.d. 20 mei 2021 blijkt – voor zover relevant – het volgende. De toenmalige raadsvrouw van de verdachte heeft bij e-mailbericht van 28 februari 2020 er op gewezen dat de identificatiegegevens van de getuige [slachtoffer 2] te vinden zijn op p. 47 van dossier 03.2.3 (waaronder haar BSN-nummer en toenmalige woon- en verblijfplaats, te weten: [woonplaats 1] ). Naar aanleiding van dit bericht heeft het kabinet van de raadsheer-commissaris een adresverificatie uitgezet bij de Roemeense autoriteiten op basis van voormelde (adres)gegevens. Op 19 maart 2020 kreeg de griffier via het Internationaal Rechtshulpcentrum (IRC) de bevestiging van de Roemeense autoriteiten dat de getuige nog geregistreerd stond op het adres in Roemenië. Om de getuige via een videoverbinding met Roemenië te horen is op 19 mei 2020 het Europees Opsporingsbevel aan de autoriteiten in Roemenië gezonden. Op 7 december 2020 kreeg de griffier van het kabinet raadsheer-commissaris een bericht van de griffier, werkzaam bij het Court of Appeal te Constanța, Roemenië, dat de zaak met betrekking tot (onder andere) de getuige [slachtoffer 2] is afgewezen. Het kabinet van de raadsheer-commissaris heeft vervolgens aan de Roemeense rechter gevraagd om dit bericht nader te onderbouwen. Van de rechter uit Roemenië, de heer Teodor-Viorel Gheorghe kreeg het kabinet van de raadsheer-commissaris op 28 januari 2021 een e-mail dat hij via de politie ging proberen om de getuigen te traceren. Als dit zou lukken kon er daarna een verhoor plaatsvinden via een videoverbinding met Roemenië. Op 8 februari 2021 stuurde rechter Teodor-Viorel Gheorghe de resultaten van het politieonderzoek naar (onder meer) de getuige [slachtoffer 2] . Deze getuige verbleef c.q. woonde niet (meer) in Roemenië. Getuige [slachtoffer 2] was in Italië aan het werk, maar van haar waren geen (adres)gegevens bekend. Via rechter Teodor-Viorel Gheorghe heeft het kabinet van de raadsheer-commissaris het telefoonnummer ontvangen van de getuige [slachtoffer 2] . Hiermee is contact opgenomen, maar zij wilde het kabinet van de raadsheer-commissaris niet vertellen waar zij woonde of verbleef en ook wilde zij niet meer meewerken. Hierop verbrak zij de verbinding. Naar aanleiding van bovenstaande informatie zag de raadsheer-commissaris in deze omstandigheden geen aanknopingspunten meer om (onder andere) de getuige [slachtoffer 2] binnen een aanvaardbare termijn te horen, waarop de zaak is teruggewezen naar de zitting. Kortom, noch in eerste aanleg, noch in hoger beroep heeft er een behoorlijke en effectieve ondervragingsgelegenheid bestaan voor de verdediging om de betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van de voordien bij de politie afgelegde verklaringen van de getuige [slachtoffer 2] te toetsen. Het hof stelt vast dat de belastende verklaringen van [slachtoffer 2] niet verder (voldoende) worden ondersteund door andere bewijsmiddelen, zodat een bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde, voor zover nog aan het oordeel van het hof onderworpen, in elk geval in beslissende mate (‘decisive’) op de verklaringen van deze getuige zou moeten worden gebaseerd. Gelet op het vorenstaande, is het hof met de advocaat-generaal en de verdediging en in navolging van de rechtbank van oordeel dat de verklaringen van [slachtoffer 2] dienen te worden uitgesloten van het bewijs. Aan de beoordeling van het door de raadsman gestelde met betrekking tot de betrouwbaarheid van de door [slachtoffer 2] afgelegde verklaringen komt het hof dan ook niet meer toe. Art. 273f, eerste lid, aanhef en sub 3º, Sr Het hof gaat ervan uit dat aan de termen in de tenlastelegging dezelfde betekenis toekomt als aan die in de delictsomschrijving. a. Algemeen juridisch kader art. 273f, eerste lid, Sr Artikel 273f Sr luidde – ten tijde van het tenlastegelegde – als volgt: ‘1. Als schuldig aan mensenhandel wordt met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie gestraft: 1° degene die een ander door dwang, geweld of een andere feitelijkheid of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die ander heeft, werft, vervoert, overbrengt, huisvest of opneemt, met het oogmerk van uitbuiting van die ander of de verwijdering van diens organen; 2° degene die een ander werft, vervoert, overbrengt, huisvest of opneemt, met het oogmerk van uitbuiting van die ander of de verwijdering van diens organen, terwijl die ander de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt; 3° degene die een ander aanwerft, medeneemt of ontvoert met het oogmerk die ander in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling; 4° degene die een ander met een van de onder 1 genoemde middelen dwingt of beweegt zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten of zijn organen beschikbaar te stellen dan wel onder de onder 1° genoemde omstandigheden enige handeling onderneemt waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich daardoor beschikbaar stelt tot het verrichten van arbeid of diensten of zijn organen beschikbaar stelt. 5° degene die een ander ertoe brengt zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling of zijn organen tegen betaling beschikbaar te stellen dan wel ten aanzien van een ander enige handeling onderneemt waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich daardoor beschikbaar stelt tot het verrichten van die handelingen of zijn organen tegen betaling beschikbaar stelt, terwijl die ander de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt; 6° degene die opzettelijk voordeel trekt uit de uitbuiting van een ander; 7° degene die opzettelijk voordeel trekt uit de verwijdering van organen van een ander, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat diens organen onder de onder 1° bedoelde omstandigheden zijn verwijderd; 8° degene die opzettelijk voordeel trekt uit seksuele handelingen van een ander met of voor een derde tegen betaling of de verwijdering van diens organen tegen betaling, terwijl die ander de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt; 9° degene die een ander met een van de onder 1° genoemde middelen dwingt dan wel beweegt hem te bevoordelen uit de opbrengst van diens seksuele handelingen met of voor een derde of van de verwijdering van diens organen. 2. Uitbuiting omvat ten minste uitbuiting van een ander in de prostitutie, andere vormen van seksuele uitbuiting, gedwongen of verplichte arbeid of diensten, slavernij en met slavernij of dienstbaarheid te vergelijken praktijken. 3. De schuldige wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien: 1° de feiten, omschreven in het eerste lid, worden gepleegd door twee of meer verenigde personen; (…)’ De memorie van toelichting bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot de wet van 9 december 2004, Stb. 645, waarbij het – later tot artikel 273f Sr vernummerde – artikel 273a Sr is ingevoerd, houdt onder meer in: ‘ALGEMEEN 1. Inleiding Het onderhavige wetsvoorstel strekt tot uitvoering van aantal mondiale en regionale rechtsinstrumenten ter bestrijding van mensensmokkel, mensenhandel, uitbuiting van kinderen en kinderpornografie. (…) Mensenhandel is kort gezegd het dwingen – in ruime zin – van mensen om zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van (seksuele) diensten of om eigen organen beschikbaar te stellen. (...) Mensenhandel is (gericht
  19. op)uitbuiting. Bij de strafbaarstelling van mensenhandel staat het belang van het individu steeds voorop. Dat belang is het behoud van zijn of haar lichamelijke en geestelijke integriteit en persoonlijke vrijheid. De staat dient strafrechtelijke bescherming te bieden tegen aantasting van het recht op die integriteit en vrijheid. (...) ARTIKELSGEWIJS (...) Het protocol en het kaderbesluit inzake de bestrijding van mensenhandel hebben betrekking op de bestrijding van mensenhandel met het oogmerk personen uit te buiten. Vanwege deze wijde en algemene strekking wordt voorgesteld om de ingevolge deze instrumenten strafbaar te stellen gedragingen te vatten in één nieuwe bepaling in titel XVIII van het Tweede Boek, gewijd aan misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid. Voorgesteld wordt om alle strafbaar te stellen gedragingen op te nemen in de nieuwe bepaling, en deze gedragingen (...) te kwalificeren als mensenhandel. Nu deze nieuwe bepaling ook mensenhandel, gericht op seksuele uitbuiting, omvat, heeft artikel 250a geen zelfstandige betekenis meer. (...) Het voorgestelde artikel 273a, eerste lid, ziet op mensenhandel in het algemeen, daaraan gerelateerde vormen van uitbuiting en het trekken van profijt daaruit.’ (Zie Kamerstukken II 2003/04, 29 291, nr. 3, p. 1, 2, 15, 17 en 18). b. Uitbuiting Mede op grond van de hiervoor weergegeven wetsgeschiedenis en in aanmerking genomen dat handelen in strijd met artikel 273f, eerste lid, aanhef en onder 1º tot en met 9º, Sr wordt gekwalificeerd als ‘mensenhandel’ en in de tenlastegelegde periode is bedreigd met een gevangenisstraf van acht jaren (ingeval van alleen plegen), moet volgens bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad worden aangenomen dat de in die onderdelen omschreven gedragingen alleen strafbaar zijn als zij zijn begaan onder omstandigheden waarbij (het oogmerk van) uitbuiting kan worden verondersteld. Dit brengt mee dat die gedragingen eerst dan als ‘mensenhandel’ kunnen worden bestraft indien uit de bewijsvoering volgt dat voldaan is aan voormelde voorwaarde (vgl. Hoge Raad 24 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3309, Hoge Raad 5 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:554, rov. 2.4.2.-2.4.3., Hoge Raad 16 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1941, rov. 2.4.1-2.4.2 en Hoge Raad 15 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:39). Voor bewezenverklaring van een op artikel 273f, eerste lid, Sr toegesneden tenlastelegging is derhalve vereist dat op grond van de omstandigheden van het geval (het oogmerk van) uitbuiting komt vast te staan. De vraag of – en zo ja, wanneer – sprake is van ‘uitbuiting’ in de zin van de onderhavige bepaling, is volgens bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad niet in algemene termen te beantwoorden, maar is sterk verweven met de omstandigheden van het geval. Bij de beantwoording van die vraag komt onder meer betekenis toe aan de aard en duur van de tewerkstelling, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt, en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald. Bij de weging van deze en andere relevante factoren dienen de in de Nederlandse samenleving geldende maatstaven als referentiekader te worden gehanteerd (vgl. Hoge Raad 27 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI7099). Voor de invulling van de delictsomschrijving is niet nodig dat het slachtoffer daadwerkelijk wordt uitgebuit. c. Art. 273f, eerste lid, aanhef en sub 3º, Sr: aanwerven, medenemen of ontvoeren Onder ‘aanwerven’ wordt verstaan ‘iedere daad waardoor een persoon wordt aangeworven teneinde die persoon in een ander land tot prostitutie te brengen, zonder dat hoeft te blijken dat de wijze van aanwerving de keuzevrijheid heeft beperkt’ (vgl. Hoge Raad 18 april 2000, NJ 2000/443). Het aanwerven van een persoon in het ene land voor prostitutie in een ander land is dus strafbaar, ook al stemt de aangeworven persoon hiermee in (vgl. HR 6 juli 1999, NJ 1999/701). Daarbij is niet van belang of deze persoon al in de seksbranche werkzaam was (zie HR 7 april 1998, NJ 1998/729). Voor ‘medenemen’ is voldoende dat het met zich mee voeren van een in de prostitutie te doen belanden persoon die vanuit het buitenland is aangeworven, plaats heeft in het kader van de overbrenging van die persoon naar een ander land. Niet noodzakelijk is derhalve dat er op het moment waarop de persoon in kwestie de grens overschrijdt, van medenemen sprake is. Ook op andere momenten gedurende de overbrenging kan van ‘medenemen’ sprake zijn (Hoge Raad 20 december 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU3425 en ECLI:NL:PHR:2005:AU3425). d. Het oordeel van het hof Nu de verklaringen van aangeefster / getuige [slachtoffer 2] zijn uitgesloten van het bewijs, dient het hof te bezien of het onder 2 tenlastegelegde op basis van de overige bewijsmiddelen in het dossier wettig en overtuigend kan worden bewezen. Naar het oordeel van het hof is dat niet het geval. Zo kan op basis van de overige bewijsmiddelen onvoldoende worden vastgesteld wat de aard en de duur van de tewerkstelling was, of en zo ja, in hoeverre dat beperkingen voor [slachtoffer 2] meebracht en wat het economisch voordeel was wat met haar tewerkstelling is behaald. Ook overigens is niet komen vast te staan dat sprake was van het oogmerk van uitbuiting. e. Conclusie Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: 1.hij in de periode van 1 juli 2010 tot en met 1 november 2010 in Nederland en België, [slachtoffer 1] heeft medegenomen met het oogmerk die [slachtoffer 1] in een ander land, te weten België, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling (sub 3) en [slachtoffer 1] door dwang, door geweld, door dreiging met geweld, door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, te weten het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling (sub 4) en [slachtoffer 1] door dwang, door geweld, door dreiging met geweld, door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van [slachtoffer 1] met of voor een derde (sub 9). Immers heeft hij, verdachte, in voornoemde periode: - een liefdesrelatie onderhouden met voornoemde [slachtoffer 1] en - voornoemde [slachtoffer 1] onderdak verschaft en - voornoemde [slachtoffer 1] meermalen naar een prostitutieplek vervoerd en - die [slachtoffer 1] onder druk gezet en dreigende/agressieve taal jegens die [slachtoffer 1] geuit en - voornoemde [slachtoffer 1] (meermalen) geslagen/gestompt en/of getrapt/geschopt en - de werkzaamheden en/of werktijden van die [slachtoffer 1] gecontroleerd, althans haar verdiensten uit haar prostitutiewerkzaamheden gecontroleerd en - die [slachtoffer 1] gezegd/voorgehouden dat het door haar met de prostitutiewerkzaamheden verdiende geld voor haar gespaard/bewaard zou worden en - die [slachtoffer 1] gedwongen/bewogen haar verdiensten uit de prostitutie aan hem, verdachte, af te staan/af te dragen; 3. hij in de periode van 1 december 2008 tot en met 14 april 2009 in Nederland en/of in België en/of in Roemenië, tezamen en in vereniging met een ander, [slachtoffer 3] door misleiding, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven en vervoerd en overgebracht en gehuisvest, met het oogmerk van uitbuiting van [slachtoffer 3] (sub 1), en [slachtoffer 3] heeft medegenomen met het oogmerk die [slachtoffer 3] in een ander land, te weten vanuit Roemenië naar België en/of Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling (sub 3) en [slachtoffer 3] door dreiging met geweld, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, te weten het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling (sub 4) en [slachtoffer 3] door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van [slachtoffer 3] met of voor een derde (sub 9). Immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader in voornoemde periode: - aan die [slachtoffer 3] verteld/voorgehouden dat zij in Nederland in de horeca zou kunnen gaan werken en/of die [slachtoffer 3] verteld/voorgehouden dat zij als danseres zou kunnen gaan werken en - voornoemde [slachtoffer 3] onderdak verschaft en - die [slachtoffer 3] gedwongen seks met hem, verdachte, en zijn mededader te hebben en - voornoemde [slachtoffer 3] naar een prostitutieplek vervoerd en - dreigende/agressieve taal jegens die [slachtoffer 3] geuit en - die [slachtoffer 3] (dreigend) een vuurwapen getoond en - die [slachtoffer 3] gedwongen/bewogen haar verdiensten uit de prostitutie aan hem, verdachte, af te staan/af te dragen. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierna bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd. Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. In de hiernavolgende bewijsmiddelen wordt – tenzij anders vermeld – verwezen naar: I. het eindproces-verbaal van de politie Oost-Brabant, Dienst Regionale Recherche, OPS-dossiernummer 2219120020 Vlinderdoder, proces-verbaalnummer 20131001.0900.20379, in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , beiden brigadier van de politie Eenheid Oost-Brabant en werkzaam bij de Dienst Regionale Recherche – Eindhoven , gesloten op 7 november 2013, met als bijlagen in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en/of andere geschriften. Dit dossier omvat 9 genummerde ordnermappen, waarvan een aantal zelfstandig genummerd is. De zaaksdossiers betreffende feit 1 en 3 bevinden zich in map 5 respectievelijk map 6. De hierna genoemde paginanummers corresponderen met de paginanummering van deze mappen. De verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 1] bevinden zich in map 4. De hierna genoemde paginanummers bij zijn verklaringen corresponderen met de paginanummering in deze map. II. De stukken van de rechter-commissaris, inhoudende een proces-verbaal verhoor betreffende de verklaring van [slachtoffer 3] bij de rechter-commissaris d.d. 23 april 2015. Alle bewijsmiddelen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven. Met betrekking tot feit 1: Aangifte [slachtoffer 1] d.d. 13 juli 2011 (bron I, map 5) (...) [p. 46] (...) Ik denk dat ik toen 2 weken bij [verdachte] [het hof begrijpt hier en hierna telkens: de verdachte] woonde en tot op dat moment was het niet over prostitutie gegaan. Omdat ik de huur van mijn eigen huisje aan [woonplaats 2] niet betaald had, kon ik daar niet meer naar terug en moest ik wel bij [verdachte] blijven. Maar hij wilde ook dat ik bleef. [verdachte] en ik deden de dagen daarop samen dingen zoals weed roken en boodschappen. Ik werd nog meer verliefd op [verdachte] . Ik hield van hem maar vertrouwde hem niet zo, gewoon, mannen in het algemeen. [verdachte] had geen werk. Ik weet niet of hij een uitkering had. Na een paar dagen zei [verdachte] dat hij een club wist via [medeverdachte 2] , waar ik wel kon werken. [medeverdachte 2] kende de eigenaar schijnbaar. De club was in [plaats 5] , België. Meer kan ik me over dat eerste gesprek met [verdachte] over de club niet herinneren.. Ik had [verdachte] al over mijn schulden verteld, hij wist inmiddels alles van me. De eerste keer brachten [medeverdachte 2] en [verdachte] mij naar de club toe. De club heet volgen mij ‘ [seksclub] ’. [medeverdachte 2] liep met me naar binnen, [verdachte] bleef in de auto zitten. Ik kan me niet meer herinneren dat we in de auto afspraken gemaakt hebben. [medeverdachte 2] sprak de eigenaar van de club, [medeverdachte 3] , aan. Ik moest in de club wachten. Toen legde [medeverdachte 3] mij alles uit, dat de klant een meisje uitkoos, je ze eerst wat moest laten drinken en dan pas naar boven gaan. Daarna kon ik beginnen, wat ik op de eerste avond meteen heb gedaan. Ik hoefde nog geen ID te laten zien. Van de opbrengst van de drankjes die een klant dronk, kreeg ik de helft. Ik hoefde geen kamerhuur te betalen. De klant betaalde vooraf aan [medeverdachte 3] . Aan het einde van de avond kreeg ik dan via [medeverdachte 3] betaald. Maar ik kan me van de prijzen qua seks niets meer herinneren, wel dat ik daar per avond ongeveer een 300-400 euro verdiende. Ik kreeg via [medeverdachte 3] uitbetaald voordat ik naar huis ging. Ik kan me niet herinneren hoe laat ik die eerste avond ben begonnen. Wel dat ik meestal werkte tot 04.00-06.00 uur ‘s nachts. Iedere avond bracht en haalde [medeverdachte 2] mij. Ik denk dat ik 3-4 dagen in die club heb gewerkt. [p. 47] Het door mij verdiende geld gaf ik de dag erna aan [verdachte] . Volgens mij vroeg hij daarnaar. Ik gaf het hem uit gewoonte. Ik woonde toen nog bij hem in [plaats 1] . Omdat de club niets was en ik nog steeds geen legitimatie had laten zien daar, ging ik daar weg. Ik wilde mijn ID ook niet laten zien, dan werd ik geregistreerd en zo. Dat vertrek daar had ik met [verdachte] besproken en dat vond hij goed. [verdachte] kwam toen op het idee dat ik in [plaats 4] kon gaan werken. Ik kan me niet herinneren of ik diezelfde dag of hoeveel dagen later ik in [plaats 4] ben gaan werken. Met [verdachte] en [medeverdachte 2] ben ik op een gegeven moment naar [plaats 4] gegaan. Dat was met de auto van [medeverdachte 2] , toen een donkergrijze Volkswagen, vermoedelijk Passat, met Belgische kentekenplaten. [verdachte] wilde dat ik ook een appartementje in [plaats 4] zou hebben, dan hoefde er niet elke dag twee keer op en neer gereden worden vanuit Nederland naar België. [verdachte] had ergens een krantje gehaald en zo vond hij een appartementje voor mij. [verdachte] liet [medeverdachte 2] bellen voor het appartementje, omdat [medeverdachte 2] een Belg is. Het appartementje was in [plaats 4] , [plaats 4] op [adres 2] . Ik kon er dezelfde dag nog in. Samen met [verdachte] heb ik het appartement bekeken en tekende ik een contract. Ik kreeg geld van [verdachte] en ik moest zo de huur betalen aan de verhuurder. Dat was in een keer 1.100,- [het hof begrijpt: euro]. De huur was 500,- [het hof begrijpt: euro], de garage 50,- [het hof begrijpt: euro] en het totale bedrag was ook de borg. [verdachte] wilde er een garage bij waar hij zijn auto in kon parkeren. Het kan zijn dat het geld wat ik van [verdachte] kreeg voor de huur het door mij verdiende geld was. Van de verhuurder heb ik later nog een keer een brief gekregen omdat ik nog huur moest betalen over de maand september en oktober 2010. Ik heb daar alleen huur voor augustus 2010 betaald en denk daarom dat ik in augustus 2010 voor [verdachte] heb gewerkt. Daarna reden we door naar de ramen van het [adres 5] aan het Valkenplein te [plaats 4] . [verdachte] en [medeverdachte 2] noteerden telefoonnummers van lege ramen, waarop ik die moest bellen. Maar dat werd niets, toen ben ik zelf rond gaan rondlopen en bellen. Ik moest ’s nachts werken, dat waren de beste tijden. Ik ben sowieso een nachtmens en werk het liefst ‘s nachts, maar [verdachte] wist ook dat ik dan beter kon verdienen. Ik vond toen een geschikt raam en ik sprak met de verhuurders, een man en een vrouw, af dat ik op donderdag in dezelfde week kon beginnen. Ook werd er afgesproken dat ik € 600,- aan raamhuur zou betalen, voor een week van 7 avonden en nachten. Ik zou dan werken van 20.00-08.00 uur. Condooms en linnengoed waren niet inbegrepen. [verdachte] zorgde voor de condooms, ik denk ongeveer een doos in de 2 weken van 100 stuks, die leeg ging. [p. 48] Volgens mij waren de prijzen daar 50 euro voor een kwartier tot 20 minuten. Dit was voor pijpen, neuken en één keer klaarkomen. 100 euro voor een halfuur en 200 euro voor een uur. Soms gaf ik dan wel korting. Drie kwart van de tijd bleven de klanten een halfuur. Soms deed ik wat extra, zoals anaal en pijpen zonder condoom, dat was 50 euro extra. Dat betekent dat ik dus gemiddeld 75 x l00 euro verdiende. Dat is 7.500 euro per 2 weken. Een kwart van de tijd verdiende ik gemiddeld 200 euro per klant omdat het of langer duurde of ik iets extra’s deed. Dat is dus 25 x 200 is 5.000 euro per 2 weken. Samengevat verdiende ik dus 12.500 euro per 2 weken, is 25.000 euro per maand. Na het huren van het appartement en het eerste bezoek aan het raam zijn we terug naar [plaats 1] gereden. Waarschijnlijk was dat een maandag, een paar dagen voordat ik zou beginnen. (...) Die donderdag heeft [verdachte] me naar [plaats 4] gebracht, volgens mij in de groene Golf. Hij bracht me naar het appartement. Ik kan me ook niet meer herinneren wat we die middag hebben gedaan, maar wel dat [verdachte] me die avond naar het raam heeft gebracht. Volgens mij ging [verdachte] daarna terug naar zijn huis in [plaats 3] , ik denk naar [betrokkene 1] . [verdachte] en ik sms’ten vaak: 1) bijna altijd op het moment dat ik ging werken; 2) [verdachte] sms’te ook tegen de tijd dat hij ging slapen, rond 02.00 uur, of het druk was en wat ik verdiend had; 3) ik moest hem sms’en als het rustig was, bijvoorbeeld vanaf 06.00 uur. Ik sms’te dan dat ik ging stoppen; 4) tevens sms’te ik [verdachte] als ik in de taxi stapte wanneer ik na het werk naar mijn appartement ging; 5) ook sms’te ik [verdachte] als ik thuis in het appartement was en ging slapen. Deze laatste sms’jes stuurde ik wat later, omdat ik eerst een jointje wilde roken en [verdachte] zou denken dat ik langer aan het werk was geweest dan ik daadwerkelijk deed. Ik loog een beetje tegen hem qua tijd omdat ik bang was dat [verdachte] boos zou worden dat ik te vroeg met werken gestopt was. Al deze sms’jes moest ik [verdachte] sturen, hij vond dat ik hem op de hoogte moest houden. Hij zei dat hij dat wilde omdat hij dan in de gaten kon houden of alles goed met me was. Zou dat niet het geval zijn, dan kon hij iemand sturen zei hij. Van [verdachte] moest ik heen en terug met de taxi. Ook zou het voor mijn eigen veiligheid zijn dat ik met een taxi ging. Maar volgens [verdachte] moest het er zo ook op lijken dat ik zelfstandig werkte. Van de taxiritten moest ik van [verdachte] de briefjes bewaren zodat hij ook daadwerkelijk kon zien dat ik met de taxi was gegaan en niet met een klant. [verdachte] was bang dat ik er met een klant vandoor zou gaan en dan niet meer voor hem zou [p. 49] werken. De taxiritten kosten tussen de 8-12 euro en 10-l5 euro, dat lag aan het bedrijf. Gemiddeld kostte de taxi mij 22,50 euro per dag. [verdachte] kwam elke dag het door mij verdiende geld ophalen. Ik moest van hem het geld op tafel in het appartement leggen, zodat hij het alleen maar hoefde te pakken en hij meteen kon zien hoeveel het was. [verdachte] had het kastje om de garage te openen. Als hij bijna in de garage was, belde hij me op zodat ik de deur moest openen omdat hij geen sleutel van het appartement had. Ik denk dat ik een maand onafgebroken voor [verdachte] in [plaats 4] heb gewerkt. Ik denk dat ik elke dag heb gewerkt. Ik heb daar zeker 2 volle dozen condooms opgemaakt en ik derde doos die ik van [verdachte] had gekregen aangebroken, maar daar heb ik er maar een paar uit gebruikt. Verklaring [slachtoffer 1] d.d. 16 mei 2013 (bron I, map 5) [p. 53] (...) Ik heb in 2011 aangifte gedaan tegen [verdachte] . Het geld wat ik toentertijd verdiende in de prostitutie, moest ik aan hem afgeven. Ik heb toen al een heleboel verteld, maar ik was ontzettend bang van [verdachte] . Omdat ik toen in [plaats 3] woonde had ik niet het hele verhaal verteld in die aangifte. Inmiddels gaat het goed met mij en ben ik in een stabielere periode beland. Ik ben uit de prostitutie, heb een vaste vriend en woon nu buiten [plaats 3] , waardoor ik me een stuk veiliger voel. Ik was bang dat [verdachte] mij, mijn ouders of mijn kind iets aan wilde doen. (...) [p. 54] (...) O [het hof begrijpt hier en hierna telkens: opmerking verbalisant(en)]: Je hebt verklaard dat het juli 2010 was, datje uit de coffeeshop kwam en door [betrokkene 2] werd aangesproken en er een jouw onbekende jongen bij hem in de auto zat. Dat bleek [verdachte] te zijn. Dat je niet meer weet wie het vroeg, maar dat je dacht dat het gesprek over seks ging. V [het hof begrijpt hier en hierna telkens: vraag verbalisant(en)]: Waarom dacht je dat? A [het hof begrijpt hier en hierna telkens: antwoord gehoorde persoon]: [betrokkene 2] vroeg me of ik wat gezelligs wilde doen en ik denk dat ik pas in het appartement in [plaats 1] erachter kwam dat het om seks ging. (...) O: Je hebt een aantal weken in dat appartement verbleven. (...) A: Achteraf was dat wel raar, [verdachte] kwam elke dag langs om weed of boodschappen te brengen. Ik was alleen maar stoned en net gestopt met de coke. Ik blowde heel veel toen, ik denk voor wel € 20,- tot € 30,-. Ik hoopte op een leuke relatie, [verdachte] was een charmeur. (...) A: Als [verdachte] een paar dagen weg was kreeg ik wel de sleutel. [verdachte] verwachtte dat ik daar binnen zou blijven, ook toen bij op ‘zakenreis’ was. Toen hij daarvan terugkwam en er ingebroken bleek te zijn, stelde hij me vragen waarom ik er toen niet was. V: Kreeg je geld van [verdachte] om boodschappen te doen? A: Ja, ik had geen inkomen. V: Hoe kwam je aan de weed? [p. 55] A: Die bracht [verdachte] . In [plaats 1] zit geen coffeeshop, dus bracht [verdachte] het mee. (...) A: Hij was een beetje crimineel, leuke auto. Hij zag er leuk uit. Financieel wist ik niets van hem. Achteraf hoorde ik dat [betrokkene 3] , over wie ik eerder heb verklaard, hem financierde. Ik dacht dat zij zakenpartners waren in weed en mogelijk mensenhandel, zoals met mij zeg maar. En toen ik in de club in België werkte, heb ik daar tegen een collega iets zei over de weed van [verdachte] gezegd. Daar is [verdachte] achter gekomen en ik moest toen op het matje komen bij [betrokkene 3] . Toen zei [verdachte] dat ik een schuld bij [betrokkene 3] had, omdat ze vanwege mijn ‘kletsen’ nu een weedhok moesten opruimen. Daarom ben ik later ook door [verdachte] mee naar een bos genomen. Ik verklaar daar straks nog over. V: Heb je ooit geld hij [verdachte] gezien? A: Nee, alleen het door mij verdiende geld. (...) A: Ik ben 3 keer bij hem weggelopen, De 1e keer was omdat hij me voor een tweede keer helemaal total loss had geslagen. Ik ben toen bij [verdachte] weggegaan omdat ik minder dan de minimum afgesproken € 500,- had verdiend. Dat was in [plaats 4] . Ook had een klant mijn telefoon gestolen. Ik was toen helemaal in paniek. Maar ik had daar een jongen leren kennen die ik over deze problemen vertelde. Volgens mij heette hij [medeverdachte 4] (fon.). Hij wilde me helpen. We hebben toen samen mijn spullen uit mijn appartement in [plaats 4] gehaald en hebben een paar dagen in een hotel gebleven. Maar na een paar dagen was mijn geld op en ben ik terug naar mijn raam in [plaats 4] gegaan. Maar ik was bang dat [verdachte] mij daar in de gaten zou houden. Na een paar weken was ik toch benieuwd of [verdachte] iets van zich had laten weten. Ik pakte het sim-kaartje wat ik altijd met hem gebruikte en las door hem gestuurde sms’jes dat hij me inderdaad miste. We hebben toen een keer gebeld en een paar dagen later stond er een gastje bij mij aan het raam. Hij zei dat hij een maat van [verdachte] was. Volgens mij heet hij [medeverdachte 5] (fon.). [medeverdachte 5] haalde me uit [plaats 4] weg en regelde een appartementje aan de [adres 3] te [plaats 3] voor mij. Dat deed hij met een kopie van zijn identiteitskaart, die ik volgens mij nog heb. Omdat ik nog steeds verliefd op [verdachte] was, ben ik weer bij hem teruggekomen. Ik ben toen op de bootjes te [plaats 2] gaan werken. [medeverdachte 5] was mijn chauffeur geworden, maar we hadden ruzie gekregen. Hij hield zich niet aan de afspraken en vond dat [verdachte] hem van alles beloofd had. Hierop kregen [medeverdachte 5] en [verdachte] ook ruzie. Toen kwam [medeverdachte 6] (fon.) langs, een kennis van [verdachte] , die toen mijn chauffeur werd. (...). De 2e keer dat ik wegging bij [verdachte] , werkte ik op de bootjes in [plaats 2] . (...) Zaken waren dan belangrijker dat een mens, geld was belangrijk. Ik had daar genoeg van. Ik werkte alleen maar voor het geld en vanwege mijn dochter en [verdachte] speelde daar handig op in. Later heeft [verdachte] ook een keer tegen mij gezegd dat hij mijn dochter vloeibare coke in zou spuiten. [p. 56] Ik denk dat ik 3-4 dagen weg was, toen [medeverdachte 6] mij overtuigde om weer terug naar [verdachte] te gaan. Ik kon altijd goed met [medeverdachte 6] praten en bij hem terecht. Hij zei dat [verdachte] gek was geworden zonder mij. Via [medeverdachte 6] zag ik [verdachte] toen weer, helemaal onder invloed van pillen. Hij zei dat hij zelfmoord had willen plegen en niet zonder mij kon leven. Ik was nog steeds verliefd op hem en door die mooie praatjes kwam ik weer terug bij hem. De 3e en laatste keer dat ik wegging bij [verdachte] werkte ik net niet meer op de bootjes. Ik had toen een taakstraf bij Het Goed en geen geld, maar ik moest mijn appartement op de [adres 3] ook betalen, bijna € 900,-. Het was de bedoeling dat ik bij Huize [betrokkene 4] op [woonplaats 3] zou gaan werken. [verdachte] gaf mij zelfs geld om me daar klaar voor te maken. Hij dacht dat ik van Het Goed naar huis zou gaan, om vervolgens naar [betrokkene 4] te gaan. Maar ik was er klaar mee. Ik wilde huisje, boompje, beestje, mijn dochter terug en gelukkig worden met [verdachte] . Maar dat gebeurde niet en hij bleef ook bij zijn vrouw [betrokkene 1] . Maar na het werken bij Het Goed, had ik met [medeverdachte 6] geregeld om mijn spullen in te pakken om door te gaan naar Den Haag, zodat ik weg zou zijn bij [verdachte] . (...) V: Hoe kwam je erachter dat [verdachte] getrouwd was en een kindje had? A: Dat weet ik niet meer. Zijn zoontje heet [zoon verdachte] . V: Heeft [verdachte] zelf ooit verteld dat hij getrouwd was? A: Dat heeft hij mij nooit verteld. Ik ben er wel achter gekomen dat zijn vrouw of vriendin [betrokkene 1] heette, maar hoe dat ging weet ik niet meer. O: Je hebt eerder verklaard dat je van [verdachte] hield en dacht dat hij ook van jou hield. Je hebt ook verklaard dat je tegen hem gezegd hebt dat je hem rijk zou maken. V: Hoe zit dat? A: Dat weet ik niet meer. Maar ik denk dat ik dat heb gezegd omdat ik verliefd op hem was en hem zou kunnen houden. Maar [verdachte] had zelf ook gezegd dat we samen rijk zouden worden. V: Maar wat was er afgesproken, jij werkte in de prostitutie en gaf je geld aan [verdachte] ? A: Er was afgesproken dat ik mijn schulden – een paar duizend euro – zou aflossen, ik had nog een auto van een eerder vriendje op mijn naam staan. Dat was ook een mensenhandelaar, genaamd [medeverdachte 7] . Hij maakte veel boetes met die auto. V: Maar wat had je met [verdachte] afgesproken? Wou hij je geld bewaren, sparen, kon je niet net geld omgaan? A: Dat weet ik niet meer, hij zou het wel voor me sparen zei hij. Ik was verliefd op hem (...) Er was afgesproken dat het geld wat [verdachte] voorgeschoten had, ik dat terug zou betalen. Ik bedoel daarmee het geld voor het appartement in [plaats 4] en het raamgeld. Maar ik denk nu dat dat al betaald was door mijn inkomsten. (...). [ p. 57] (...) Ik vroeg nooit naar uitleg, als me iets door [verdachte] werd opgedragen deed ik dat gewoon. Misschien omdat ik mijn leven lang gepest en mishandeld ben geweest. Ik ben altijd bang voor reacties, zelfs bij mijn ouders of als ik hierop het bureau iets kapot zou maken. En ik hou niet van ruzies. lk kan ook geen ‘nee’ zeggen. [p. 58] (...) A: [medeverdachte 2] bracht en haalde me van en naar die club in België. [medeverdachte 2] deed dat op verzoek van [verdachte] . (...) V: Wat deed je met het door jou in de club verdiende geld? A: Dat kwam [verdachte] een dag later ophalen. Ik mocht het van hem niet aan [medeverdachte 2] geven. Later mocht ik het geld ook niet aan chauffeur [medeverdachte 6] geven. Misschien was [verdachte] bang dat ik ze teveel zou geven. V: Wanneer vond de mishandeling in het bos plaats? (...) A: Hij kwam toen naar het appartement in [plaats 4] toe. Het was overdag, het was licht. Ik weet niet meer wat hij zei en riep, maar bij was piswoest. We reden naar de MacDonalds in Lommel, in zijn groene Golfje. Daar moesten we van [verdachte] in de auto van [medeverdachte 2] stappen. Onderweg zei [verdachte] iets over dat bij me dood zou gaan maken. Ik was heel erg bang. Vervolgens reden we naar het huis van [medeverdachte 2] , ergens in Lommel, om daar een schop te pakken. Vervolgens reden we naar een bos, waar ik van [verdachte] moest uitstappen. Ik weet niet hoe lang we gereden hebben. [medeverdachte 2] moest van [verdachte] bij de auto blijven. [verdachte] nam de schop mee het bos in. In het bos, volgens mij op een pad, moest ik van [verdachte] mijn handen op mijn rug doen, waarop hij me links en rechts met zijn vuisten in mijn gezicht begon te slaan. [verdachte] bleef me maar vragen wat ik had verteld over zijn weedplantage. Als ik het verkeerde antwoord gaf, bleef bij me slaan. Als ik viel, ging hij me trappen en schoppen, waarna ik moest opstaan. Dat is een keer of 3-4 gebeurd. Het deed behoorlijk pijn, ik zal dat nooit vergeten. Eén van de keren dat ik op de grond lag, kwam [verdachte] boven me staan, met de schop in zijn handen en maakte hij een beweging alsof hij mijn hoofd van mijn romp af wilde halen. Ik dacht toen echt dat hij dat meende en ik dood zou gaan. Het was zo’n oude schop, met een houten steel. Het ijzeren gedeelte, bruin van kleur, was bovenaan recht en aan de andere kant halfrond. Ik vroeg aan [verdachte] of hij nog één ding voor me wilde doen. In eerste instantie ging hij daar niet op in, maar toen ik dat bleef vragen wel. Ik vroeg aan hem, of hij ervoor wilde zorgen dat de ketting die ik toen droeg – die ik nu ook draag – bij mijn dochter terecht zou komen. [verdachte] zei dat hij dat niet zou doen. [p. 59] Vervolgens moest ik van [verdachte] opstaan en terug naar de auto lopen. Ik vond het raar dat het opeens ophield. Ik denk dat we op zo’n 100-200 meter van de auto af waren, ik kon de auto zien. Ik denk wel dat [medeverdachte 2] alles gezien heeft. Ik denk dat we in totaal een half uur in het bos zijn geweest. De schop is volgens mij in het bos achtergebleven. Als gevolg van alle klappen waren mijn hoofd, heup en benen blauw en geschaafd. Ik had ook een bult op mijn hoofd gekregen. [medeverdachte 2] bracht ons terug naar de auto bij de McDonald’s, waarop [verdachte] en ik terug naar het appartement in [plaats 4] reden. Nu bedenk ik me dat we terugreden in een gehuurde Golf. [verdachte] had al aangegeven dat hij auto’s huurde om niet in zijn eigen auto gezien te worden. Dus met welke auto we naar de McDonald’s zijn gereden die dag weet ik niet meer. Bij de McDonald’s ging [medeverdachte 2] weg. Onderweg naar het appartement vroeg [verdachte] iets, Ik weet niet meer wat. Maar waarschijnlijk gaf ik niet het goede antwoord, waarop [verdachte] mij een klap met zijn vuist in mijn gezicht gaf. Door die klap scheurde mijn lip en heb ik daar nog steeds een litteken. V: Waarom ben je niet eerder bij [verdachte] weggegaan, zoals na liet voorval in het bos? A: Ik was nog steeds verliefd op hem. Ook had ik geen contact meer met mijn ouders en ik had geen vrienden. Ik wilde niet op straat leven om vervolgens weer aan de coke te gaan. Ik kon nergens naartoe. Ik durfde toen ook nog niet naar de politie. VERBALISANTEN zien schuin/vlak boven haar bovenlip aan de linkerzijde een klein (plm. halve
  20. cm)litteken zitten. Een tijdje daarna ben ik nog een keer door [verdachte] mishandeld, in het appartement. Dat was omdat ik mijn stem verhief. Daarop kreeg ik een klap op mijn hoofd van [verdachte] . Toen ik mijn stem weer verhief, kreeg ik nog meer klappen van hem. Ik zat toen helemaal onder de blauwe plekken. Die dag dreigde Alf ook dat hij mijn dochter vloeibare coke in zou spuiten. (...) V: Hoe lang heb jij in totaal in [plaats 4] gewerkt? A: Voor [verdachte] denk ik een maand, en dan nog een maand voor andere mensen, Belgen. Maar dat geld maakte ik zelf op. De jas en schoenen die ik nu nog draag heb ik daar toen zelf verdiend. [p. 60] O: Je hebt eerder verklaard over je verdiensten voor [verdachte] in [plaats 4] . V: Zijn daar nog bijzonderheden in? A: [verdachte] wilde dat ik daar tussen de € 500,- en € 1.000,- per dag zou verdienen. Maar dat wilde ik zelf ook, anders begon hij te zeiken dat ik beter kon en wat ik dan allemaal gedaan had. Dus wilde ik dat bedrag zelf ook halen. Ik was verliefd op hem en wilde dat hij trots op me was. Ik blowde de hele dag en was mezelf niet meer. V: Hoe lang denk je dat je in het appartement in [plaats 4] hebt gewoond? A: Ik denk ongeveer een maand. Daar ben ik vertrokken zonder op te zeggen, vandaar de brieven en de aanmaningen. Ik pakte mijn spullen en was weg. O: Je hebt eerder verklaard dat jij en [verdachte] vaak sms’ten. (...) A: Ik had een eigen telefoon, die ik alleen in het appartement mocht gebruiken. Dan kon [verdachte] zien dat ik thuis was. De andere telefoon, die ik van [verdachte] had gekregen, moest ik gebruiken als ik aan het werk was, of naar huis zou komen. (…). V: Hoe vaak is [verdachte] in [plaats 4] geweest? A: Bij mijn studio/appartement elke dag, maar hij bleef nooit slapen. Hij kwam alleen geld halen en weed en sigaretten brengen. Het geld was ik verdiende moest ik voor [verdachte] op tafel achterlaten. Ik kreeg nooit geld om wat van te kopen, soms wel taxigeld. Heel soms kreeg ik geld van hem om dingen van te kopen die ik echt nodig had. Op mijn werkplek, het raam, is hij hooguit 3 keer geweest. Hij kwam dan kijken hoe de kamer eruit zag. Of die leuk genoeg was om klanten te trekken, dat deed hij in [plaats 2] ook. Het kan ook zijn dat hij kwam kijken hoe de zaken ervoor stonden, hij zei nooit waarom hij langs kwam. Hij is toen wel een keer de werkplek in [plaats 4] binnen geweest. Ik weet niet of hij toen alleen was, hij kwam wel elke keer alleen, zonder gezelschap, naar mijn raam toe. (...) Verklaring [slachtoffer 1] d.d. 4 juni 2013 (bron I, map 5) (...) [p. 63] (...) A: [verdachte] had voor mij bepaald dat ik van 20.00-08.00 uur moest werken op het [adres 5] . Tegen de tijd dat ik een keer klaar was, werd mijn telefoon gestolen daar. Ik was helemaal overstuur. Ik kon me niet meer aan de belofte houden dat ik [verdachte] continue sms’te hoe het met me ging en hoe laat ik naar huis zou komen. Ook had ik het met hem afgesproken bedrag van € 500,- niet gehaald. Ik was echt bang naar [verdachte] te gaan, omdat ik verwachtte weer klappen van hem te krijgen. Ik sprak daar toen een jongen aan, die de loopjongen van [medeverdachte 4] bleek te zijn. Ik vertelde hem dit verhaal en hij haalde er vervolgens [medeverdachte 4] bij, die me hielp. Ik had [medeverdachte 4] daar al wel eens zien lopen, maar had hem nog nooit gesproken. Ik heb toen met [medeverdachte 4] in 2 hotels te [plaats 4] verbleven, ik weet de namen niet meer, maar ik kan het wel aanwijzen. Een van de hotels was in de Jodenwijk hij het station, het andere hotel op een plein in het centrum. Volgens mij was onder dat plein een parkeergarage en stond er een kerk in de buurt. Het plein had volgens mij zo’n heiligennaam. Een van de hotels was ook niet ver van het appartement waar ik toen met [medeverdachte 4] verbleef. Ik denk dat het toen augustus 2010 was. Ik weet ook niet meer op wiens naam de hotels zijn geboekt. Ik denk op [medeverdachte 4] ’s naam, omdat hij vaker met meiden daar in hotels verbleef. Na 1 week in het ene hotel en 1 week in het andere hotel, ben ik [een] appartement gaan regelen, in [plaats 4] , voor mij en [medeverdachte 4] . Dat heb ik volgens mij op mijn naam gedaan. Ik werkte door in [plaats 4] . Ik denk dat ik daar amper 2 weken heb gewoond, toen kwam [medeverdachte 5] aan mijn raam staan om me terug te halen naar [verdachte] . (...) [p. 64] [medeverdachte 5] regelde toen heel snel een appartementje voor mij op de [adres 3] , volgens mij [adres 3] , te [plaats 3] . Daarvoor had hij een kopie van zijn paspoort voor nodig. (...) Ik weet dat ik in juli -augustus in 2010 in [plaats 4] heb gewerkt, omdat ik toen 21 jaar werd, dat kan ik me nog herinneren V: Wat waren je werktijden in [plaats 4] ? A: Zeven dagen in de week van 20.00-08.00 uur. Als ik ongesteld was, moest ik er van [verdachte] een sponsje in duwen en gaan werken. Ik ben toen een keer ziek geweest, hoesten en verkouden, maar ik heb gewoon doorgewerkt, [verdachte] wilde dat. ‘Geld verdienen’ zei hij dan. Klanten vroegen aan me of ik ziek was. [verdachte] zei een keer tegen me dat ik wel € 1.000,- kon verdienen op een dag. Toen ik daarover mijn stem verhief, kreeg ik klappen van hem, ik was helemaal beurs en blauw. Hij zei toen dat ik zo niet kon gaan werken, maar ik was zo kwaad dat ik wel ben gaan werken. V: Kwam het niet in je op om toen weg te gaan? A: Nee, ik dacht dat het wel goed zou komen. Zelfs toen [verdachte] dreigde met mijn dochter vloeibare coke in de spuiten en hij mij in het bos mishandelde, ging ik niet weg bij hem. Ik durfde dat niet, ik was ervan overtuigd dat hij me zou vinden. Ik hield zoveel van [verdachte] , ik kon gewoon niet weg. Ik kon ook nergens naartoe, ik had verder met niemand meer contact. V: Vorige keer heb je verklaard dat je tijdens [medeverdachte 4] , weer bent gaan werken in [plaats 4] . Dat je toen een keer contact opnam met [verdachte] . A: Ja, dat klopt. Ik had het sim-kaartje gevonden en nam contact op met [verdachte] . [medeverdachte 4] wist niet dat ik dat kaartje nog had. Ik wilde toen naar [verdachte] terug. Maar [medeverdachte 4] praatte op me in, dat ik van hém hield en dat ik moest blijven. Ik moest dus daar weg zien te komen zonder dat [medeverdachte 4] dat in de gaten zou hebben. En toen stond opeens [medeverdachte 5] aan mijn raam, in opdracht van [verdachte] . Dit alles heeft maar een paar dagen geduurd. [medeverdachte 5] heeft mij toen vervolgens naar het Van der Valk hotel te [plaats 3] gebracht, waar [verdachte] ook naartoe kwam. Ik kan me niet herinneren of hij daar is blijven slapen. Ik kan me niet herinneren op wiens naam de kamer was geboekt. Achteraf besef ik me dat [verdachte] toen al wist dat mijn volgende werkplek [plaats 2] zou zijn. Ik kon niet meer terug naar [plaats 4] omdat hij me daar weg had laten halen. Toen ik in mijn appartement op de [adres 3] terecht kon, vroeg [verdachte] aan me: ‘En waar ga je nu werken?’. Ik moest wel gaan werken, omdat ik de huur van de [adres 3] moest betalen. En zo werd het [plaats 2] . [verdachte] kon niets betalen of bijdragen omdat hij zei nog schulden van een ton te hebben bij [betrokkene 3] . Ik zou hem trouwens nooit om geld of woninghuur gevraagd hebben, ik was toch altijd bang voor klappen. V: Hoezo een ton schuld? A: Vanwege die weedkwekerij waar ik over gepraat zou hebben. Die moesten ze toen opruimen, omdat ik erover gepraat zou hebben. Maar ik vond een ton wel veel. Maar toen geloofde ik dat, ook dat ik die ton bij elkaar moest verdienen, omdat ik anders nog steeds niets voor mezelf zou hebben. (...) V: Eerder heb je verklaard dat je ongeveer? 1.300,- [het hof begrijpt: euro] hebt betaald aan openstaande boetes. Vertel daar eens meer over. A: Dat klopt, maar ik heb dat nagerekend en het blijkt om ongeveer? 1.800,- [het hof begrijpt: euro] te gaan. Dat waren boetes, opgelopen door mijn ex [medeverdachte 7] . Maar die moest ik van [verdachte] [p. 65] gaan betalen, zodat ik niet gegijzeld zou worden en daardoor niet zou kunnen werken. Ik heb daar nog een paar kwitanties van. Zoals u ziet heb ik deze op 24 oktober 2010 betaald. (...) V: We gaan het nu over [plaats 2] hebben. Dat je daar vervolgens voor [verdachte] bent gaan werken. A: Ja, dat klopt, natuurlijk met als smoes dat ik dan mijn huur kon betalen voor de [adres 3] . We hebben het nu over ongeveer september-oktober 20 l 0. Ik heb daar zeker één maand gewoond, mogelijk 2 maanden. Ik heb daar zeker 1 maand huur betaald. Toen ik later in Den Haag zat heb ik nog een keer huur betaald. V: Wie regelde het vervoer naar [plaats 2] ? A: Ah regelde dat, [medeverdachte 6] was mijn chauffeur en loopjongen. V: Wie betaalde de benzine? A: [verdachte] , met mijn geld. V: Hoe lang heb je in [plaats 2] gewerkt? A: 1 maand, misschien 1,5 maand. V: Hoe waren je werktijden daar? A: De ene week 6, de andere week 7 dagen. Zondag was een slappe dag in [plaats 2] , soms gingen we dan naar een coffeeshop in Tilburg. V: Hoeveel kanten had je gemiddeld in [plaats 2] ? A: Ik schat tussen de 10-15 klanten per dag. Ik rekende € 50,- voor een kwartier, € l00,- voor een half en € 200,- voor een uur. Er kwamen extra kosten bij, bij extra wensen. Van maandag tot en met woensdag verdiende ik ongeveer € 700 ,- per dag, de rest van de week ongeveer 1.000,- [het hof begrijpt: euro] per dag. Als ik werkte op een zondag, dan verdiende ik € 700,-. Daar was het goed verdienen, duizenden euro’s per week. V: Wat kostte de huur in [plaats 2] ? A: Ik huurde op mijn naam, het was iets van € 600,-/650,- voor een week. Ik werkte daar ook van 20.00-08.00 uur. [verdachte] regelde de condooms en glijmiddel, ik gaf dat aan hem door. V: Is [verdachte] wel eens bij jou in [plaats 2] geweest? A: ja, hij is een keer binnen geweest op mijn boot, gewoon om te kijken. Andere keren reed hij samen met [betrokkene 5] voorbij. [verdachte] durfde niet alleen op straat en nam dan [betrokkene 5] mee. Ik zat helemaal links in het laatste bootje, een krotbootje. Ik weet nog wel dat ik daar ben bezocht door een collega van jullie, [verbalisant 3] of zo, die vroeg of ik gedwongen werkte. Maar dat ontkende ik natuurlijk. Ik heb de sleutels van het bootje nooit teruggebracht, dat zullen ze daar nog wel weten. (...) [p. 66] V: Als [medeverdachte 6] jou ‘s ochtends ophaalde om je naar huis te brengen, hoe ging dat dan? A: Ik werd vaak tussen 06.00-08.00 uur, als het slap was, door [medeverdachte 6] opgehaald in [plaats 2] . [verdachte] had geëist dat ik het door mij verdiende geld bij mij op de [adres 3] op tafel neer zou leggen. Hij had daar ook bij gezegd dat – wat er ook zou gebeuren – ik geen geld aan [medeverdachte 6] mocht geven. Dat geld kwam [verdachte] dan ‘s middags rond 13.00 uur ophalen, soms in gezelschap van [medeverdachte 6] . [verdachte] telde dan het geld en gaf [medeverdachte 6] daar zijn deel van. Ik heb nooit geld achter durven houden. V: In wat voor auto reed [medeverdachte 6] toen? A: Hij reed in een auto, waarvan ik het merk ben vergeten, die hij omruilde tegen een zwarte Golf 4. [verdachte] had hem verteld dat ik die leuk vond en [verdachte] eiste daarom van [medeverdachte 6] dat hij zijn auto moest inruilen. [verdachte] beloofde me dat ik mijn rijbewijs mocht halen en ik dat Golfje zou krijgen. Goedmakertje dus, ja ja. Hij heeft me zelfs een kindje beloofd, omdat ik mijn eigen dochtertje zo miste. Ik geloofde dus nog steeds in een gezamenlijke toekomst met hem. Na de controle van de politie, wat ik zojuist vertelde, mocht [medeverdachte 6] mij niet neer rechtstreeks naar de bootjes brengen van [verdachte] . Hij bracht me dan naar station [plaats 2] , vanwaar ik de taxi pakte naar de bootjes. Zo kon niemand denken dat ik met een klant of pooier mee zou zijn gegaan. Die taxi betaalde ik met het door mij verdiende geld. V: Wat zou er zijn gebeurd als je het door jouw verdiende geld niet voor [verdachte] op tafel had gelegd? A: Dat weet ik niet, daar heb ik nooit aan gedacht. Ik denk dat hij behoorlijk kwaad zou zijn geworden op me. Dan zou hij zijn gaan schreeuwen op een bang makende manier. V: Tijdens je intakegesprek in 2011 heb je de collega’s de treinkaartjes overhandigd. Hoe zit het daarmee? A: Ik moest van [verdachte] , ook al werd ik altijd door [medeverdachte 6] gebracht, van te voren een treinkaartje halen, [plaats 3] - [plaats 2] Overvecht en retour. Ik heb nooit gevraagd waarom ik dat moest doen, toen dacht ik er niet bij na. [verdachte] is niet dom, misschien wilde hij niet dat ontdekt zou worden dat ik naar [plaats 2] gebracht werd. V: Op je destijds ook overhandigde werkbriefjes is te zien dat je hebt gewerkt op bootje 1020-, heb je daar al die tijd gewerkt? A: Ik kan me niet herinneren of het nummer klopt, maar ik heb altijd op hetzelfde, het laatste bootje, gewerkt. (...) Verklaring getuige [getuige 3] d.d. 19 augustus 2013 (bron I, map 5) [p. 86] - Ik heb [slachtoffer 1] de eerste maal ontmoet in [café 1] in [plaats 1] . Zij was in het bijzijn van [verdachte] . Ik dacht dat het zijn vriendin was. De tweede keer dat ik haar zag, diende ik haar voor [verdachte] op te halen ergens bezijden [plaats 3] . Ik kan niet meer precies zeggen waar ik haar heb opgehaald. Ik diende haar mee te brengen naar [café 1] . (...) Ik vermoed dat [slachtoffer 1] toen onderdak nodig had. (...) Ik vermoed dat zij in de prostitutie werkte. Zij kreeg van [verdachte] een telefoonnummer om de huur van een raam vast te leggen. Ik denk dat dit in september-oktober 2010 geweest is. - waar werkte ze? Ik weet dat [slachtoffer 1] 1 dag in [plaats 7] in een bar heeft gewerkt. Ik bedoel hiermee in een privé club. Ik ken de naam niet meer van deze instelling. Ik ben hier niet bij geweest. Ik ben haar toen wel gaan halen in [plaats 7] . Wij hadden toen afgesproken aan het rond punt aan de bushalte. Dit was in opdracht van [verdachte] . Dit is in juli 2010 geweest. Omdat de verdienste in [plaats 7] tegenvielen, is het bij die ene dag gebleven. Nadien is zij naar [plaats 4] gegaan om er te werken in de prostitutie. [verdachte] heeft mij nadien ook nog gevraagd om escort te rijden. Ik diende dan [p. 87] [slachtoffer 1] te vervoeren als escort. Ik heb dit toen geweigerd. Ik diende dan van [slachtoffer 1] het geld te ontvangen en vervolgens aan [verdachte] te geven. Hij zou dan nadien wel regelen dat [slachtoffer 1] haar deel zou krijgen. Toen ik haar die avond in [plaats 7] heb opgehaald, heb ik van haar geen geld ontvangen. Ik diende haar toen in [plaats 1] af te zetten richting [plaats 8] . Ik heb haar toen boven een bromfietsenzaak gebracht. Ik ben toen tot de trap meegegaan. Ze is in [seksclub] terecht gekomen in opdracht van Verboven en [verdachte] . Die ene avond is zij ook door [verdachte] naar [seksclub] gebracht. [verdachte] had mij in de late namiddag de weg naar deze club gevraagd. Hij had dit telefonisch gevraagd nadat ik voordien al eens telefonisch contact had met [slachtoffer 1] . Zij had me deze vraag voordien ook al eens gesteld. Toen ik haar ‘s nachts ben gaan ophalen heeft ze me ook verteld dat [verdachte] haar had gebracht. (...) - wat deed [slachtoffer 1] met het door haar verdiende geld? Ik denk dat [slachtoffer 1] dit alles aan [verdachte] diende af te geven. Ik heb ooit gezien dat [verdachte] de handtas van [slachtoffer 1] in [plaats 4] afnam, het geld er uit nam en haar dan de handtas terug gaf. (...) In [seksclub] heeft ze daar volgens mij maar l dag gewerkt. (...) [p. 88] (...) Nadien is zij terug in de prostitutie gaan werken in [plaats 4] . Dit is toen door [verdachte] geregeld. Ik weet dit omdat ik daar getuige van ben. Het onderkomen in [plaats 4] is door [verdachte] op zeer korte tijdstip geregeld. Ik heb gezien dat [verdachte] de verhuurder een borg heeft betaald. Dit was een contante betaling. Ik weet niet over welk bedrag dit ging. Het appartement bevond zich net buiten stad [plaats 4] . Wanneer u mij zegt of dit [adres 2] [plaats 4] was, kan dit kloppen. Wij zijn toen die dag met mijn voertuig VW Passat naar [plaats 4] gereden. Ik heb dit toen in opdracht van [verdachte] gedaan omdat ik volgens hem nog schulden bij hem had. [slachtoffer 1] was er toen die dag ook bij. (...) - waar is [slachtoffer 1] gaan werken en hoe/door wie is dat geregeld? Zij is in het [adres 5] gaan werken. Dit was tegenover [café 2] . Dit was door [verdachte] geregeld. [verdachte] zocht de telefoonnummers van de ramen op en [slachtoffer 1] diende te bellen om deze vast te leggen. De verhuurder diende € 500 per week voor het huren van het raam. De rest van de opbrengst roomde [verdachte] af. Ik heb horen vertellen in [café 1] dat hij elke dag naar [plaats 4] reed om het verdiende geld van [slachtoffer 1] op te halen. (...) - wie vervoerde [slachtoffer 1] van de Beukenlaan naar het [adres 5] en vice versa? Dit gebeurde steeds via taxi. - wie zorgde voor de betaling raamhuur / condooms en dergelijke? Wie de raamhuur betaalde weet ik niet precies. De condooms en allerlei noodwendigheden voor de uitbating werden bezorgd door [verdachte] . (...) [p. 89] (...) Bij momenten was [verdachte] gewoon tegen haar. Andere momenten behandelde hij haar als stront. Ik heb [slachtoffer 1] 1 keer met blauwe ogen en een blauw bovenbeen gezien. Ze zei me toen dat ze van de trap was gevallen. Op het moment dat ze me dat vertelde waren wij alleen. Zij zat toen in de auto van [verdachte] terwijl deze in een café was. Ik ben ooit getuige geweest dat [slachtoffer 1] bedreigd werd door [verdachte] . Dit was de dag toen we van [plaats 4] terug kwamen. Dit gebeurde langs de Ring Mol-Lommel. Hij dreigde toen om haar te slaan doch hij heeft dit toen niet gedaan omdat ik hem zei dat er een auto op komst was. (...) Wat betreft het vorige verhaal klopt het dat [verdachte] toen aan het bos heeft gedreigd met een plooischop welke in mijn voertuig lag.. Ik vermoed dat zij al hetgeen zij verdiende diende af te geven aan [verdachte] . Ik denk dat zij enkel wat geld terug kreeg om eten te kopen. (...) - Op welke afstand was je toen [verdachte] , [slachtoffer 1] in het bos bedreigde? Zij stonden toen op een afstand van 150 à 200 meter. Zij bevonden zich op een zandpad. Ik had zicht op hen doch niet continu. Ik had wel gezien dat de schop achter [verdachte] in de grond stak. Verklaring getuige [getuige 3] d.d. 20 augustus 2013 (bron I, map 5) [p.100] - Om terug te komen op het voorval dat [verdachte] en [slachtoffer 1] in het bos waren en jij in de auto zat, kan jij de gemoedstoestand van [slachtoffer 1] beschrijven toen zij terug in de auto kwam? Zij kwam achter in het voertuig zitten. Ze keek naar beneden. Ik kon op dat moment haar ogen niet zien. (...) Wij zijn nadien naar de seksshop in [plaats 9] gereden. Bij het uitstappen aan de seksshop heb ik wel gezien dat ze tranen uit haar ogen wegveegde. (...) - Kan u de contactname met de verhuurder van het appartement in [plaats 4] terug uitleggen? Ik heb hierover terug nagedacht. Ik heb de verhuurder van het appartement toen telefonisch gecontacteerd omdat [verdachte] dit wilde. Hij zei me als een Belg de eerste contactname deed, dat dit beter zou zijn om het appartement te kunnen huren. Op een zeker moment heeft [verdachte] het telefoongesprek van mij overgenomen. Hij hoorde dan dat er meteen een voorschot diende betaald te worden. Dezelfde dag heeft [slachtoffer 1] van [verdachte] een Belgische sim-kaart en mogelijk ook een GSM gekregen gezien zij de contacten diende te leggen met het [adres 5] in verband met de raam huur. (...) - Heeft [verdachte] u ooit iets verteld over een appartement in de gemeente Son? Nee. Hij had het wel ooit over een huis in [plaats 3] . Hij heeft zich hierover laten ontvallen dat in dit huis ook een paar dames verbleven. Ik meen dat [slachtoffer 1] ook een tijdje in dit huis is geweest. Zij was namelijk een periode van een 14-tal dagen weg geweest bij [verdachte] . Zij was toen even spoorloos. Dit was in [plaats 4] . Nadien heeft [verdachte] ze met een aantal vrienden in [plaats 4] terug opgehaald en werd ze een tijd in die woning in [plaats 3] gedropt. In de periode dat [slachtoffer 1] spoorloos was, is [verdachte] dagelijks naar [plaats 4] gereden om te kijken of zij niet achter een raam zat te werken. Ik weet niet hoe hij haar nadien heeft teruggevonden. Verklaring G. Kestens (verhuurder [adres 6] , [plaats 4] ) d.d. 7 augustus 2013 (bron I, map 5) [p. 145] Eind juli 2010 maakte een man met een Belgisch accent via de telefoon een afspraak voor de huur van een studio. Dezelfde dag kwamen [slachtoffer 1] , [verdachte] en [getuige 3] [p. 147: Kestens herkent hen alle drie van foto’s] een studio huren, gelegen aan de [adres 6] in [plaats 4] , [plaats 4] . [p. 147] [verdachte] betaalde € 1.100, - contant voor een maand huur en borg. Het huurcontract is door [slachtoffer 1] getekend op 30 juni 2010. Proces-verbaal van bevindingen n.a.v. controle ‘bootjes’/ Zandpad te [plaats 2] (bron I, map 5) [p. 177] Uit de politiesystemen is gebleken dat [slachtoffer 1] op zaterdag 30 oktober 2010 te 00.20 uur op het Zandpad 102-1 te [plaats 2] door de politie is gecontroleerd. Als woonadres werd geregistreerd: [adres 3] . Met betrekking tot feit 3: Aangifte [slachtoffer 3] d.d. 6 maart 2013 (bron I, map 6) (...) [p. 63] Ik heb een tante, genaamd [naam 4] , wonende in Baneasa. (...) Daar kwam ik vaak, omdat ik een goed contact met haar had. Ik was er nagenoeg dagelijks. In de winter (december 2008/januari 2009) ontmoette ik 2 jongens uit een naburig dorp, die ook een keer bij mijn tante waren. Ik was toen 19 jaar. Ik kende die jongens wel al van gezicht en van naam. Ze heten [getuige 5] , achternaam onbekend en [getuige 6] . [getuige 5] is rond de 40-42 jaar en [getuige 6] is jonger, in de dertig. Ze waren netjes tegenover mij en respecteerden me. Het was gezellig praten met ze en op een gegeven moment vroegen ze me om mijn telefoonnummer omdat ze eens af wilden spreken om eens wat te gaan drinken. Ik heb toen mijn telefoonnummer gegeven. Eén tot twee weken later belden [getuige 5] en [getuige 6] mij op om wat te gaan drinken. Ik heb hiermee ingestemd en ben een paar keer met hen wat gaan drinken in een bar. Het [p. 64] was gewoon en gezellig. Mijn zusje ging ook wel eens mee en de vriendin van [getuige 5] kwam ook wel eens mee. Op een keer hebben ze mij weer uitgenodigd om wat te gaan drinken en toen ik in de bar kwam, was in hun gezelschap ook [slachtoffer 2] aanwezig. Ik had die nog niet eerder ontmoet. Zij kwam uit een ander dorp in de buurt genaamd ‘Faurei’. Later bleek dat zij de vriendin van [verdachte] was. Over [verdachte] zal ik later verklaren. U laat mij nu een foto zien van een vrouw (opmerking verbalisanten: We tonen een kopie van de foto van het identiteitsbewijs van [slachtoffer 2] , geboren [geboortedag 2] ’86 aan aangeefster [slachtoffer 3] ). Dit is de vrouw die ik heb ontmoet in die bar in Roemenië met die twee mannen en die ik ken als [slachtoffer 2] . Er schiet me nog iets te binnen wat ik ben vergeten te vertellen. De dag vóór de ontmoeting in de bar, waar [slachtoffer 2] ook bij was, werd ik op een gegeven moment door [getuige 5] gebeld en die vroeg mij om met spoed naar buiten te komen. Ik was op dat moment thuis. Ik ben toen naar buiten gegaan en moest een stukje lopen naar de auto van hem die wat verderop van mijn woning stond. Toen ik bij de auto aankwam, zag ik [getuige 6] , [getuige 5] en [slachtoffer 2] in de auto zitten. Ook zag ik een vrouw genaamd [getuige 7] zitten, dit is de vrouw van [getuige 6] . Ik had haar identiteitskaart al eens gezien. Ik ben ook in de auto gestapt en zag toen een jongen in de auto zitten. Deze jongen bestuurde de auto. De auto was een BMW, groen van kleur. Ik heb gezien dat er een Nederlands kenteken op zat. Ik weet geen kentekennummer meer te zeggen. De jongen waar ik zojuist over sprak, daarover werd verteld dat hij de chauffeur van [slachtoffer 2] was en met haar uit Nederland was gekomen. De chauffeur was de chauffeur van de geliefde van [slachtoffer 2] werd mij verteld. De geliefde van [slachtoffer 2] heette [verdachte] en de chauffeur iets van [naam 1] of iets met een ‘M’. Dit was de eerste keer dus dat ik [slachtoffer 2] zag en de tweede keer was dus de dag erna in die bar, ik had die chauffeur overigens nog nooit gezien. Eenmaal in de auto gezeten, zei [slachtoffer 2] dat ze een eigen club had ergens in Holland. Ze vertelde me ook dat als ik zin had, dat ze naar die club kon komen om te dansen. [slachtoffer 2] heeft helemaal niets gezegd over wat voor ‘dansen’ ze het had. Ik heb toen gezegd dat ik het niet weet en dat ik er over na wil denken. Over verdiensten is toen nog helemaal niet gesproken. [slachtoffer 2] vertelde dat ze ook ooit in zo een situatie was als ik, dus geen geld, kleding of inkomen en dat ze toen naar Nederland is gegaan en dat dat haar financieel goed heeft gedaan. [slachtoffer 2] probeerde mij op deze manier denk ik over te halen om als danseres naar Nederland te gaan. Ik vertelde dat ik daar echt over na wilde denken, maar die tijd werd me niet gegund. De chauffeur heeft niet aan het gesprek deelgenomen maar de anderen gaven aan dat ik geen tijd had om erover na te denken. Ze vertelden dat ze over 1 of 2 dagen terug zouden gaan naar Nederland. Met ‘ze’ bedoel ik [slachtoffer 2] met de chauffeur. Ik ben uitgestapt en naar huis gegaan en heb gezegd dat ik die nacht na wilde denken. Toen ik in bed lag, ben ik die nacht tot ‘s morgens 11 uur heel veel gebeld door zowel [getuige 6] als [getuige 5] . Ik heb de telefoon soms opgenomen en ze vroegen dan waarom ik de telefoon soms niet op nam en dat het goed voor me was om naar Nederland te gaan. De volgende dag na 11 uur ben ik dus naar die bar, eigenlijk ook wel een restaurant gegaan, samen met mijn zusje [getuige 4] . De naam van het restaurant is: ‘La Tabla’. Daar in de bar, was die chauffeur ook bij. U laat mij nu een foto zien van een man (opmerking verbalisanten: We tonen een kopie van de foto van het identiteitsbewijs van [medeverdachte 1] , geboren [geboortedag 3] ’84 aan aangeefster [slachtoffer 3] ). Dit is de man die ik heb gezien als chauffeur in de BMW met Nederlands kenteken. U zegt dat zijn naam [medeverdachte 1] is. Die naam heb ik nooit gehoord maar ik ben er [p. 65] van overtuigd dat de chauffeur, de man van de getoonde foto is. In de bar/restaurant zaten zij te eten en ze vroegen of ik ook wat wilde eten. Ik heb toen ook wat gegeten en gedronken en toen we klaar waren, zijn we in de auto’s gestapt. Namelijk in de groene BMW met Nederlands kenteken en de auto van [getuige 5] . Ik weet dat het een Opel was, cabriolet. De kleur was donkerblauw. Mijn zusje is ook de auto ingestapt. Ik dacht dat ik bij [slachtoffer 2] in de auto ben gestapt. De situatie waarin ik mij bevond, geen financiële middelen voor kleren en dergelijke, en het vooruitzicht dat ik in Nederland met dansen geld kon verdienen, deden mij besluiten om mee te gaan naar Nederland. Ik had eerder tegen mijn moeder gezegd dat als ik ooit eens de kans had om te vertrekken voor een betere toekomst, ik zou gaan. (...) We zijn vervolgens vertrokken richting Nederland. (...) Ik ben met [getuige 5] , [getuige 7] , [slachtoffer 2] en de chauffeur vertrokken naar Nederland. Het was toen einde van de maand. Ik denk 27 of 30 maart 2009. (...) Zoals ik hierboven al verklaarde, ben ik met de chauffeur, [getuige 7] , [getuige 5] en [slachtoffer 2] naar Nederland vertrokken in die groene BMW. Over de kosten van het vervoer was afgesproken door [slachtoffer 2] dat we allemaal een gedeelte van de brandstofkosten voor onze rekening zouden nemen. De totale kosten zouden ongeveer op 250 euro uitkomen en die kosten zouden we dus delen. Ik zelf had geen geld meegenomen maar met mij was de afspraak gemaakt dat als ik geld had verdiend, ik mijn deel terug zou betalen. (...) We zijn rechtstreeks naar Nederland gereden. (...) [p. 66] (...) We hebben bijna 2 dagen over de reis gedaan en zijn toen ‘s nachts in Nederland aangekomen. (...) We zitten dan afhankelijk van de exacte vertrekdatum nog steeds ergens eind maart. Ik weet nog dat het best wel een grote plaats was waar we ‘s nachts arriveerden. Het was donker. Ik sprak verder ook geen andere taal dan Roemeens. We zijn nadat we waren aangekomen uit de auto gestapt en naar een huis gelopen. Het huis was twee verdiepingen met een buitentrap. Op de benedenverdieping woonde een vrouw en op de bovenverdieping woonde [slachtoffer 2] . [slachtoffer 2] vertelde dat ze daar woonde en toen wij daar binnenkwamen, bleek daar een man [verdachte] aanwezig te zijn, de vriend van [slachtoffer 2] die deed de deur van binnen uit open en nog en andere man, waarvan ik de naam niet meer weet. Binnen bleek kleding van [slachtoffer 2] , [verdachte] en de chauffeur te liggen. Het was een los/alleenstaand huis maar wel met 2 verdiepingen. (...) Toen we dus eenmaal binnen waren gekomen, (...) gingen we slapen. (...) [getuige 7] en [getuige 5] (...) fluisterden naar mij op een gegeven moment dat ze geen goed gevoel hadden. (...) Ze zouden de morgen erop weer vertrekken en vroegen of ik meeging. [slachtoffer 2] had kennelijk in de gaten dat ik met [getuige 5] en [getuige 7] had staan praten en wat er gezegd werd, want ze vertelde mij dat ik niet met hun mee moest gaan naar Duitsland. (...) Ik heb toen tegen [getuige 5] en [getuige 7] gezegd dat ik niet met hen mee zou gaan. (...) Toen ik ‘s morgens op stond, zag ik dat [verdachte] en de chauffeur in de woonkamer hadden [p. 67] geslapen. Het was inmiddels 9 of 10 uur in de ochtend en het was licht. Ik herkende bij daglicht niet veel meer. Het was een gewone straat met steentjes voor de deur en geen asfalt. Er was een restaurant precies tegenover het huis. Ik heb uiteindelijk bijna 3 weken in dat huis gezeten, hoofdzakelijk binnen. Ik kreeg geen sleutel van het huis. De volgende dag zijn [getuige 5] en [getuige 7] weggegaan. [verdachte] heeft ze naar Duitsland gebracht. (...) Ik verklaar nu wat er de volgende dag gebeurde. Die dag hebben ze me heel vroeg gewekt. We zijn om 6 uur vertrokken. Daarmee bedoel ik [slachtoffer 2] , de chauffeur en ik. We zijn met een groene BMW vertrokken. Mij was niet verteld waar we heen gingen, alleen dat we gingen werken. Niet waar of wat voor werk. Onderweg hebben we niet veel gepraat. We reden over de snelweg. [slachtoffer 2] zei dat de plaats waar we gingen werken in België lag. De naam van de plaats waar we uiteindelijk arriveerden weet ik niet. De plaats is niet genoemd. Ik heb er wel naar gevraagd maar ze vertelden mij dat het niet nodig was dat ik dat wist. Wij kwamen uiteindelijk in een stad uit. Het was toen iets over 7, 10 over 7. [slachtoffer 2] vertelde dat we in België waren. We stopten ergens en [slachtoffer 2] en ik stapten uit. De chauffeur is gelijk vertrokken. U zegt dat u denkt waar ik toen was, geen auto’s rijden. Dat klopt. Ik zag op een gegeven moment alleen maar vitrines. Met vitrines bedoel ik ramen waar vrouwen achter stonden. Achter sommige ramen stond niemand en bij sommige ramen stonden vrouwen. Het eerste wat ik toen voelde was dat ik spijt had dat ik niet met [getuige 7] en [getuige 5] mee ben gegaan. Ik was dus samen met [slachtoffer 2] bij die ramen. [slachtoffer 2] liep naar een verhuurster van die vitrines toe. Die bevond zich bij de ingang. [slachtoffer 2] haalde sleutels op voor een raam voor haarzelf en van een raam voor mij. [slachtoffer 2] gaf mij die sleutel en wees het raam aan waar ik achter moest. Daarna legde [slachtoffer 2] mij uit wat ik moest doen. [slachtoffer 2] zei dat ik een andere naam moest kiezen. Ik had een vriendin die heette [naam 2] , daarom noemde ik mij zo. [slachtoffer 2] vertelde mij dat ik me moest wassen, mijn haar netjes moest doen, mij op moest maken en achter het raam moest gaan zitten. Ik had helemaal geen ervaring op dit gebied en wist echt niet wat ik moest doen. Het was mij ondertussen wel duidelijk dat ik als prostituee daar moest gaan werken. (...) [p. 68] Voor mij voelde het op dat moment zo dat ik niet weg kon uit die stad. Ook had ik geen geld om zelf naar huis te gaan. Ik kende niemand, kon niemand om hulp vragen en daarom voelde het voor mij dat ik geen keuze had. (...) Ik heb die dag tot ‘s avonds 7 uur gezeten/gewerkt. (...) Op een gegeven moment is er een klant gekomen die volgens mij onder invloed van drugs was. (...) Ik heb die dag na de eerste klant nog maar 1 klant gehad en daar heb ik 50 euro van gekregen nadat hij seks met mij had gehad. Die 50 euro heb ik hij me gehouden. (...) Ik heb die dag de chauffeur of [verdachte] daar niet gezien. Wel is het zo dat [slachtoffer 2] veel met [verdachte] belde. Ik weet dat omdat [slachtoffer 2] aan de telefoon vaak de naam [verdachte] zei, maar [slachtoffer 2] [p. 69] vertelde mij ook wel dat ze [verdachte] weer aan de telefoon heeft gehad. (...) Die avond kwam [verdachte] persoonlijk en de chauffeur ons ophalen. (...) Nadat we waren ingestapt heeft [slachtoffer 2] aan [verdachte] verteld dat ik een klant had gehad die het geld weer had meegenomen, dat ik weigerde om orale seks te doen en dat ik met mijn moeder had gesproken. [verdachte] werd toen erg kwaad. Hij keek heel erg kwaad/lelijk naar. [slachtoffer 2] en [verdachte] communiceerden Turks met elkaar. Ik kon die gesprekken een beetje volgen. Ik begreep enkele woorden, maar het was wel duidelijk dat ze het over mij hadden. (...) De 50 euro die ik had verdiend mocht ik tot het einde van die rit bij me houden. We zijn weggereden en ergens onderweg bij een benzinestation langs de snelweg gestopt. (...) Ik verklaarde zojuist dat we bij een benzinestation waren gestopt. [slachtoffer 2] en de chauffeur waren daar uitgestapt en gingen het station binnen en ik bleef bij [verdachte] achter in de auto. Ik zat achterin. [verdachte] pakte mij toen vast om mijn keel en kneep die dicht. Ik kon in het begin geen lucht krijgen omdat hij hard kneep. Even later liet hij iets los, maar hield wel vast. Zodoende kon ik wat meer lucht krijgen. Wat ik kon verstaan was dat [verdachte] in het Engels tegen mij zei waarom ik die dag zoveel fouten had [p. 70] gemaakt. Ik heb helemaal niets gezegd. lk trilde van angst want ik wist wat me te wachten stond. Ik dacht dat als we ‘thuis’ waren hij mij zou gaan slaan. Ik was op dat moment bang. Even later zijn [slachtoffer 2] en de chauffeur weer ingestapt en zijn we weggereden. Onderweg naar huis heb ik nog 1 of 2 klappen van [verdachte] gekregen. [verdachte] zat op dat moment naast de chauffeur. De chauffeur was aan het rijden. [verdachte] draaide zich om en sloeg mij met de handpalm in mijn gezicht. (...) Ook kneep [verdachte] zo hard in mijn heen, dat er de andere dag blauwe plekken op/in mijn been zichtbaar waren. (...) Uiteindelijk arriveerden we weer bij het huis waar ik al eerder over verklaard heb. Ik wilde gaan douchen en heb de 50 euro die ik verdiend had achter de ramen in mijn kamer gelegd. Ik pakte een grote handdoek en ben naar de douche gegaan. Ineens kwam [verdachte] naar me toe en pakte mij bij m’n handdoek. Hij duwde mij zo hard van zich af, dat ik op de grond viel, waarbij mijn hoofd de grond raakte. Ik ben even op de grond blijven liggen. Ik was toen een paar minuten duizelig. Ik heb nog nooit van mijn leven zo een slecht mens gezien als [verdachte] . [verdachte] heeft me vervolgens omhoog getrokken aan mijn armen en heeft mij naast zich op de bank gezet. Toen ik naast hem op de bank zat, heeft hij me een paar klappen met zijn hand in/tegen mijn gezicht geslagen. Dat deed pijn. Hij had een zware hand. Als hij mij een klap gaf, dat deed hij dat met zo een kracht, dat mijn hoofd wegdraaide. Op de tafel stond een plastic fles van een halve liter fles Cola, die nog voor 1/3 gevuld was. [verdachte] sloeg mij met die fles hard tegen het gezicht. Dat deed pijn. Ik had de dag erna zelfs blauwe plekken in mijn gezicht, die had ik twee weken later nog steeds. (...) [verdachte] zei toen op een gegeven moment tegen mij dat ik het geld moest halen en dat ik dat aan [verdachte] moet geven. Hij vroeg me waarom ik dat niet gedaan had. Hierop zei ik tegen [verdachte] dat ik dat niet wist. Ik ben toen naar mijn kamer gegaan om het geld te halen en ik had het net gepakt en had me nog niet omgedraaid toen hij al achter me stond. Hij zei waarom ik niet sneller was en trok mij aan mijn haren door de woonkamer tot aan de bank. Bij de bank aangekomen zei [verdachte] tegen mij dat ik op de grond bij zijn voeten moest gaan liggen. Ik moest met mijn hoofd bij zijn voeten liggen. [verdachte] had schoenen aan en schopte met zijn geschoeide voeten tegen mijn hoofd. Natuurlijk deed dat erg pijn. Hij zette zelfs zijn schoen/voet op mijn hoofd en ging dan met kracht/gewicht op mijn hoofd staan. Ik moest daarna omdraaien en toen deed hij dat weer. Ik had de andere dag erge hoofdpijn en mijn hoofd zat vol met bulten. Ik dacht dat [verdachte] dit deed omdat ik orale seks weigerde, mijn moeder een en ander had verteld en het geld niet meteen had afgegeven. [verdachte] trok mij vervolgens aan mijn haren op de bank en sloeg me weer met die colafles om mijn hoofd en in mijn gezicht. Wat erna gebeurde weet ik niet precies, maar volgens mij ben ik naar m’n kamer gelopen en is [verdachte] achter mij aangelopen. [verdachte] had me gevraagd wat ik ging doen. Ik zei tegen [verdachte] dat hij mij met rust moest laten, maar [verdachte] zei dat hij dat deed wanneer hij dat wilde. Ik mocht van [verdachte] niet op een stoel gaan zitten en moest van hem op de grond zitten. [verdachte] zat tegenover mij op de bank achter de tafel. Soms stond hij op en werd ik door hem weer geslagen. Ik zat toen op de grond. [verdachte] heeft mij die dag veel aan mijn haren getrokken. Er lag die dag door heel de woonkamer haar van mij over de grond verspreid. (...) Ik kon zien dat de chauffeur met medelijden naar me keek en er niets aan kon doen, maar [slachtoffer 2] glimlachte. (...) Dit is zo doorgegaan tot 02.00 uur of 03.00 uur ‘s nachts en pas toen liet [verdachte] mij slapen. Ik sliep op de kamer van de chauffeur, alleen. Er gebeurde die nacht nog wel een incident. Toen ik op de grond zat in de kamer tegenover [verdachte] , zag ik dat hij op een gegeven moment een groot kussen van de bank [p. 71] pakte en dit tegen mijn gezicht drukte, waardoor ik omviel. [verdachte] drukte dat kussen in mijn gezicht, waardoor ik niet kon ademen. Ik dacht echt dat [verdachte] mij ging vermoorden. Hij hield dat kussen best lang tegen mijn gezicht. Ik kwam in ademnood, had geen lucht kon niets doen en dacht dat ik dood ging. Ik voelde dat het een strijd op leven en dood was en het had niet langer moeten duren of ik was dood geweest. Ik hoorde [slachtoffer 2] zeggen: ‘Ohh kijk uit, haar huids- en gezichtskleur zijn helemaal veranderd’. [verdachte] haalde toen het kussen weg en toen zag ik inderdaad dat mijn huid bleek was. Ik heb het gevoel dat er een wonder is gebeurd toen ik [verdachte] met dat kussen uit mijn gezicht kreeg. Ik bad op een gegeven moment met god en zag witte duiven en paarden. Ik voelde een kracht in mij opkomen en kon [verdachte] met dat kussen toen wegkrijgen. Het was een kwestie van seconden. Als dit niet was gebeurd, was ik waarschijnlijk dood geweest. [verdachte] was eerst verbaasd dat ik de kracht had hem/het kussen weg te duwen. Hij was heel krachtig dus ik denk dat ik een bijzondere kracht moet hebben gehad om hem weg te duwen. Ik heb ongeveer 2 nachten alleen geslapen en daarna moest ik met de chauffeur in hetzelfde bed slapen. (...) Tot een tweede dag werken in de prostitutie is het niet gekomen. Ik zag er de dag erna namelijk niet uit. Ik zat helemaal onder de blauwe plekken, waardoor ik niet kon werken. Dat zeiden zowel [verdachte] , als [slachtoffer 2] tegen mij. De dag erna gingen [verdachte] en de chauffeur, [slachtoffer 2] naar haar werk brengen. Een paar uur later wilde ik wat eten pakken en wilde een ei bakken. Ik kon het huis op dat moment niet uit door de deur. Die zat op slot en ik had geen sleutel. Wel was er een klein raampje waardoor ik naar buiten kon. Ik verklaar hier straks over. Juist op dat moment kwam [verdachte] en de chauffeur terug. (...) [verdachte] kwam daarna na de keuken gelopen en deed zijn kleren uit. Hij zei tegen mij dat ik niet wist wat orale seks was, maar dat ik dat nu ging leren. Ik wilde dat niet, maar [verdachte] verplichtte mij [verdachte] oraal te bevredigen. Toen de chauffeur dit zag, is hij weggelopen. Kennelijk wilde hij het niet zien. Nadat ik met [verdachte] klaar was, riep [verdachte] de chauffeur te komen en verplichtte mij de chauffeur ook oraal te bevredigen. Ik had het idee dat de chauffeur dat niet wilde, maar door [verdachte] verplicht werd. Dit bleek uit het feit dat [verdachte] de chauffeur verplichtte zijn broek uit te doen, maar de chauffeur wilde dit niet. Uiteindelijk deed de chauffeur wat [verdachte] wilde en moest ik hem oraal bevredigen. Ik vond het zo vies allemaal dat ik een paar dagen niet heb gegeten. Ik ben nog vergeten te zeggen dat [verdachte] mijn telefoon heeft afgepakt en in een afgesloten lade heeft gedaan. Ik kon met niemand communiceren. (...) Door het raampje, waar ik eerder over sprak, daar ben ik een keer door naar buiten gekropen, toen ik alleen thuis en opgesloten zat. Buiten op straat heb ik een vrouw aangesproken, maar die verstond en begreep me niet. Ik heb om me heen gekeken zag veel straten maar had geen idee waar ik heen moest. Toen ik dat besefte ben ik dat ik geen andere keus had dan weer terug te gaan. Toen ik terug naar het huis liep, kwamen net [verdachte] en [slachtoffer 2] aangereden. Ik weet niet of de chauffeur er ook bij was. Toen we in huis waren heeft [verdachte] me weer geslagen en aan mijn haren door het huis getrokken, maar het was niet minder erg als de eerste keer. Op die dag is er verder niets bijzonders gebeurd. De volgende dag heeft [verdachte] [slachtoffer 2] naar haar werk gebracht en toen hij terug kwam vertelde [verdachte] dat ik met hem mee moest komen want hij ging me op het vliegtuig terug naar Roemenië zetten. (...) [p. 72] (...) 1 of 2 dagen nadat ik voor de eerste keer met [verdachte] naar het vliegveld was geweest, hebben [slachtoffer 2] en de chauffeur mij naar het vliegveld gebracht. Dit was een ander vliegveld als waar ik met [verdachte] was geweest. Ze hebben voor mij een ticket gekocht en hebben me een stukje begeleid. Ik ben in het vliegtuig gestapt en in Boekarest aangekomen. U zegt dat de Belgische collega’s onderzocht hebben dat ik van Zaventem (Brussel) ben vertrokken. Dat is best mogelijk. Als u zegt dat dat 14 april 2009 was, dan zal dat wel kloppen. (...) [p. 73] (...) Ik heb eigenlijk maar 50 euro verdiend en die heeft [verdachte] uiteindelijk afgepakt. (...) Ik heb het pistool bij [verdachte] in de hand gezien op de avond toen wij aankwamen. Hij draaide daar toen mee op zijn vinger. Ik weet dat het een pistool was en geen revolver. (...) Verklaring getuige [getuige 4] (zus aangeefster [slachtoffer 3] ) d.d. 26 maart 2013 (bron I, map 6) [p. 121] Toen ze [het hof begrijpt: [slachtoffer 3] ] in Nederland was aangekomen, belde ze met een onbekend nummer. Ze zei dat ze niet in een pizzeria werkte en dat [slachtoffer 2] en haar haar man haar verplichtten om in Nederland in de prostitutie te werken. [slachtoffer 3] had gezegd dat ze dat niet wilde en dat ze terug wilde naar Roemenië. Toen heeft de man van [slachtoffer 2] haar mishandeld. Hij heeft ook een kussen op het gezicht van [slachtoffer 3] gedrukt en met heel veel moeite is het [slachtoffer 3] gelukt om dat kussen weg te duwen en zich op deze manier te redden. Verklaring getuige [getuige 5] d.d. 22 mei 2013 (bron I, map 6) [p. 176] (...) [getuige 2] was samen met [slachtoffer 2] en met een Turk uit Nederland. Voor mij was het duidelijk dat die drie elkaar kenden. (...) Dat het einde maart 2009 was, is mogelijk. (...) [getuige 2] was samen met [slachtoffer 2] en met de Turk uit Nederland en heeft en toen heeft hij gevraagd of ik naar Nederland wilde gaan om er te werken (...) als automonteur. [p. 177] (...) Ik weet nog dat zij aan mij vroegen om ook andere personen te vinden die naar Nederland wilden gaan werken (...). V: Wilde uzelf dat [slachtoffer 3] ook mee zou gaan naar Nederland? A: Ja, ik wist dat ze heel arm was. (...) Ik weet wel dat ik wilde dat zij meeging omdat ik wist dat zij heel arm was. [p. 178] (...) Dus zijn wij vertrokken: Ik, [getuige 7] , [slachtoffer 3] [opmerking hof: zoals [slachtoffer 3] door [getuige 5] ook wordt genoemd], Dan en [slachtoffer 2] en de Turk uit Nederland, met zijn auto. Alleen de Turk heeft gereden. Ik heb niet gereden. Toen wij in Nederland waren, ik weet niet meer in welke plaats, wachtte een auto op ons op een parkeerplaats. [slachtoffer 2] zei tegen ons dat wij in Nederland waren. V: Is er contact geweest tussen de twee bestuurders? A: Ik denk dat hij er ook naartoe is gekomen. Die twee kenden elkaar. Ik zag dat toen ze met elkaar aan het praten waren. [p. 180] (...) Na onze aankomst was de Turk [slachtoffer 2] ’s vriend nog steeds erg rustig. Maar de andere bestuurder die op ons had gewacht had een heel andere uitstraling, angstaanjagend. Ik zag dat hij aan de achterkant een pistool droeg. Ik schrok heel erg toen ik die zag en dacht dat het afgelopen was met ons. V: Kon je dat pistool zien of zat hij onder zijn jas? A: Je kon hem zien. V: Hoe wist u dat het een pistool was? A: Ik herkende de vorm. Ik ben in militaire dienst geweest en heb ook aan schietoefeningen meegedaan. Ik schrok heel erg toen ik hem zag. V: Kunt u deze man beschrijven? A: Hij was langer dan ik en had een angstaanjagende uitstraling. Ik denk dat hij ongeveer 30-35 jaar oud was. Hij had een vrij fors postuur en een licht getinte huid. Zwart haar, kort geknipt. Zonder tatoeages of andere zichtbare merkmalen. (...) [p. 181] (...) Daarna heeft [slachtoffer 2] met die enge man gepraat en [slachtoffer 2] vertaalde voor ons en zei dat de meisjes apart moesten gaan, zodat zij in de huishouding konden werken. (...) Op dat moment beseften wij dat er iets niet klopte en [getuige 7] vroeg of zij ons terug naar Roemenië konden brengen. (...) A: Hij weigerde en werd erg kwaad. (...) [p. 182] V: Waren jullie echt bang die nacht? A: Ja, ik was erg bang. Ik kon die nacht geen oog dichtdoen. Na die nacht, dus de volgende dag, werden wij door de bestuurder die ons naar Nederland had gebracht, naar Duitsland gereden. (...) Verklaring getuige [getuige 6] d.d. 21-05-13 (bron I, map 6) [p. 190] (...) A: Ik weet nog dat ongeveer 5-6 jaar geleden, ik weet niet meer in welke maand dat was, was er een Turk uit Nederland gekomen met een groene BMW, met een jonge vrouw [slachtoffer 2] genaamd en een man uit Dobromir die ik onder de naam [getuige 2] ken en die [getuige 5] aan deze Turk had voorgesteld. Daarna belde [getuige 5] mij en vroeg of ik samen met hem naar Nederland wilde gaan om er te werken. [getuige 5] zei dat de Turk mensen nodig had die in Nederland konden gaan werken, dat [getuige 5] als automonteur kon werken en ik zou dan samen met hem kunnen werken. [getuige 7] zou als huishoudster kunnen werken. (...) V: Weet u wat voor werk aan de andere meisjes werd beloofd? A: Ook als huishoudsters (...) [p. 191] (...) Ik kan mij nog herinneren dat op die dag de Turk een geldbedrag via Western Union had gekregen waarvan hij ongeveer 400 lei aan liet zusje van [slachtoffer 3] , had gegeven. (...). Verklaring getuige [getuige 7] d.d. 23-05-13 (bron I, map 6) [p. 201] (...) V: Wie had u het voorstel gedaan om naar Nederland te gaan? A: [naam 3] kende iemand die kennis zei dat er een persoon uit het buitenland zou komen die mensen nodig had om te werken, maar hij zei niet in welk land. (...) A: Ik weet dat het een man was, een Turk uit Faurei. Ik kan mij niet meer aan hem herinneren en ik denk ook niet dat ik hem op een foto zou herkennen, want ik heb hem slechts één keer gezien. V: Werd aan u verteld wat voor werk het betrof? A: In eerste instantie niet, maar daarna kwam er ook een meisje, ook een Turkse en zij vertelde dat wij naar Nederland gingen en dat wij daar in de huishouding zouden gaan werken. [p. 202] (...) Er werd aan ons verteld dat wij in Nederland konden werken, ze zeiden toen nog niet wat precies. Al deze informatie kregen wij via [slachtoffer 2] die Turks praatte met de Turkse bestuurder uit Nederland en daarna vertaalde zij voor ons. (...) [p. 203] (...) A: Er werd niet gesproken over hoeveel wij in Nederland zouden verdienen en over de reiskosten zeiden zij dat wij deze daar zouden betalen. Toen wij zeiden dat wij geen geld hadden voor de reis, zeiden zij dat het geen probleem was, dat zij ons wilden helpen. (...) A: De hele tijd praatte [slachtoffer 2] eerst met de Turk en daarna vertaalde zij voor ons. (...) [p. 204] A: De Turk uit Nederland bestuurde de auto, [slachtoffer 2] zat naast hem voorin, [getuige 5] zat achter de bestuurder, [slachtoffer 3] [het hof begrijpt: [slachtoffer 3] ] zat in het midden en ik zat achter [slachtoffer 2] . (...) V : Hoe wist u dat u in Nederland was aangekomen? A: Ik was onderweg in slaap gevallen en ik hoorde [slachtoffer 2] zeggen dat wij in Nederland waren. V: Waar bent u uitgestapt? A: Het was een huis met een etage. (...) [p. 206] (...) A: In dat huis was er een man. Ik denk dat hij een Koerdische Turk was. De bestuurder had ons cola aangeboden. De Turkse man vroeg toen of wij goed gereisd hadden en of wij wisten waarom wij er waren. Wij zeiden toen dat wij wilden gaan werken. V: Kunt u de persoon beschrijven die u thuis had aangetroffen? A: Hij was ongeveer 1,80 m lang, een iets getinte huid, kort geknipt haar, ik weet niet meer welke kleur. Ik denk dat hij toen rond de 30 jaar was. (...) V: Hoe gedroeg hij zich? A: Ik vond hem hard over komen zoals hij praatte en hij had ook een pistool die hij aan de achterkant in een hoes hield. (...) V: Herkent u de persoon op de foto? (de foto van [verdachte] wordt getoond). (…) A: De persoon die jullie mij net hebben getoond heeft aan ons gevraagd of wij wisten waarvoor wij gekomen waren en wij zeiden toen dat wij begrepen hadden dat wij werk konden krijgen. Toen vroeg hij aan de bestuurder en aan [slachtoffer 2] waarom zij ook [naam 3] mee hadden genomen, maar deze vraag had [slachtoffer 2] niet aan ons vertaald. Daarna heeft hij direct aan mij deze vraag in het Engels gesteld en ik zei toen dat wij gekomen waren om te werken. Uit de boze reacties van die man begreep ik dat [slachtoffer 2] en de bestuurder ons niet hadden verteld wat eigenlijk de bedoeling was in Nederland. Toen heb ik aan die persoon met het pistool direct in het Engels gevraagd wat er aan de hand was, want ik zag dat hij kwaad werd. Hij zei toen dat hij de bestuurder niet kon vertrouwen, dat hij hem voor een bepaalde zaak naar Roemenië had gestuurd, en dat hij iets anders had gedaan, dat hij alleen maar vrouwen nodig had en geen mannen. Toen zei hij ook dat wij in de prostitutie zouden gaan werken/geld maken, op straat. (...) [p. 207] V: Wat was op dat moment de rol van de bestuurder die jullie vanuit Roemenië had meegenomen? A: Hij zei niets meer. Ik heb begrepen dat zij familie zijn van elkaar. Nadat hij met mij had gepraat, begon de man met liet pistool tegen hem te schreeuwen en met liet pistool op tafel te slaan. Ik schrok heel erg toen ik zag dat hij naar liet pistool greep en dit te voorschijn haalde. Toen zei hij tegen mij dat ik die nacht er nog over na kon denken en als ik nog [p. 208] steeds niet wilde, zou de bestuurder ons naar Duitsland brengen, dat hij ons daar op de bus zou zetten en dat hij aan de bestuurder geld zou geven voor onze reis. (...) De volgende dag (...) zijn we in de auto gestapt en zijn vertrokken. Proces-verbaal bevindingen n.a.v. transactie ‘Western Union’ bank (bron I, map 6) [p. 246] Gebleken is dat op 23 maart 2009 vanuit [plaats 3] door [verdachte] , geboren op [geboortedag 1] 1981 een geldbedrag werd overgeboekt van € 467,50 naar Baneasa, voor ontvanger [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedag 3] 1984. Verklaring getuige [getuige 8] (bron I, map 6) [p. 251] Ik verhuurde het appartement in [adres 4] via het makelaarskantoor ‘ [bedrijf] ’, gevestigd in [plaats 6] In de tweede helft van 2008 werd ik door de makelaar gecontacteerd in verband met een persoon die interesse had om het appartement te huren. Het betrof een persoon van Turkse origine. (…) Wanneer ik de naam [medeverdachte 1] hoor, meen ik dat het gaat over deze naam. Deze diende maandelijks € 700 huur te betalen. De borg was eveneens € 700. (…) Toen de betalingen werden getaakt heb ik telefonisch contact gehad met de genaamde [medeverdachte 1] . Deze vertelde me toen dat een vriend van hem de huur had overgenomen en dat deze de betalingen verder zou verrichten. Deze laatste heeft dan 3 keer de huur betaald, in juni, juli en augustus 2009. Ik kan mij herinneren dat er die maanden betalingen werden uitgevoerd via de bank door een persoon genaamd [verdachte] . Ik kan me herinneren dat deze laatste als omschrijving gaf: ‘ [naam 5] huur [adres 4] namens [medeverdachte 1] ’. Verklaring [medeverdachte 1] d.d. 3 september 2013 (bron I, map 4) [p. 415] (...) A: Ik heb in [plaats 6] gewoond. Ik denk dat dat in de [adres 7] was en hier betaalde ik 700 euro totaal aan huur. Dit was een particuliere woning. (...) Het was een bovenwoning de bovenste verdieping had ik gehuurd. Het was dus boven winkels. Ik zat dus op de tweede verdieping. (...) Ik had gewoon een huurcontract getekend. (...) Ik heb in [plaats 6] precies een jaar gewoond (...). [p. 416] (…) V: Hoe kom je in Roemenië A: Ik heb toen een jongen leren kennen, ik ben met hem mee naar zijn vaderland gegaan. Ik heb die jongen in Nederland in een café leren kennen. Ik weet niet meer waar. Het was dus een Roemeense jongen. Ik ben toen met die jongen dus met de auto daar geweest. (...) A: De jongen met wie ik daar ben geweest heet [getuige 2] . Ik weet echt niet hoe die jongen heet met zijn achternaam. (...) Ja, [verdachte] die ken ik. (...) Ik heb die vrouwen in Roemenië moeten halen van hem. Ik weet de namen van die vrouwen zo niet meer. Eén heet [slachtoffer 2] geloof ik. De andere weet ik niet. Die 2 vrouwen hebben van [verdachte] in [plaats 4] moeten werken achter het raam. Verklaring [medeverdachte 1] d.d. 4 september 2013, 09.20 uur (bron I, map 4) [p. 419] (...) Ik heb [getuige 2] [het hof begrijpt hier en hierna telkens: [getuige 2] ] voor het eerst in Duitsland Hamburg ontmoet. Ik ben samen met [verdachte] naar Hamburg gereden en hebben [getuige 2] daar opgehaald (...) [verdachte] zei dat hij met iemand in Duitsland kennis wilde maken. (...) In Nederland kwam [getuige 2] met het voorstel dat hij nichtjes had die wel graag naar Nederland wilden komen om te werken als prostituee. (...) [verdachte] zag dat helemaal voor zich dat hij meisjes had werken voor zich. [p. 420] (...) A: we zijn dus met [getuige 2] naar [plaats 6] gekomen en zijn naar mijn woning gegaan. Dat is de doorgaande weg van [plaats 6] , ik dacht dat dat de [adres 7] was. V: Dus dan spreken we dus over het jaar 2009. Klopt dat? A: Ja dat klopt. V: Op wie zijn naam stond de huurcontract? A: Op mijn naam. (...) [verdachte] heeft het voor mij geregeld. (...) Ja ik heb een kopie van mijn legitimatie afgegeven en heb het contract getekend. (...) [verdachte] betaalde het contant aan de verhuurder of grenswissel kantoor. Volgens mij ook twee keer (...). Ik kreeg geld van [verdachte] en vervolgens stortte ik het op mijn rekening en daarna maakte ik het huurbedrag over aan de eigenaresse. (...) [verdachte] gaf mij de opdracht om samen met [getuige 2] naar Roemenië te gaan om die nichtjes op te halen. (...) Ik moest gewoon gaan. Ik kreeg van [verdachte] 1.000 euro en ik moest gaan. (...) [p. 421] (...) In Roemenië zijn we eerst naar het huis van [getuige 2] gegaan. (...) Ik heb daar een meisje leren kennen via [getuige 2] . Haar naam is [slachtoffer 2] . (...) [slachtoffer 2] sprak ook Turks. (...) Ik heb telefonisch contact gehad met [verdachte] . (...) en ik gaf [slachtoffer 2] aan de telefoon. Ik weet niet meer wat [verdachte] en [slachtoffer 2] gesproken hadden. Nadat [slachtoffer 2] en [verdachte] aan de telefoon hebben gesproken heeft [slachtoffer 2] de volgende dag nog een ander meisje geregeld. [getuige 2] heeft het voorstel aan [slachtoffer 2] gedaan om in Nederland als prostituee gaan werken en met mij mee zou kunnen rijden naar Nederland. [slachtoffer 2] stond er heel erg om te springen om naar Nederland te gaan en te werken als prostituee. (...) [p. 422] [verdachte] heeft gevraagd of zei nog meer meisjes wist die naar Nederland zouden willen komen om te werken als prostituee. [slachtoffer 2] zei toen tegen mij dat ze nog wel een vriendin/kennis had die ze wel mee wilde vragen. Toen zijn wij langs twee of drie huizen geweest. Bij een van die huizen spraken wij een man en die vroeg of zijn vrouw met ons mee kon gaan naar Nederland om te werken als prostituee. [slachtoffer 2] heeft hierna telefonisch contact met [verdachte] en vroeg of dat goed was. [verdachte] vond dit goed. (...) Zij spraken geen Turks dus [slachtoffer 2] vertaalde voor mij. [slachtoffer 2] vertelde mij dat zij man en vrouw van elkaar waren en dat zij ook samen met mij naar Nederland wilden om daar zijn vrouw als prostituee te laten werken. (...) De volgende dag of de zelfde dag nog heeft [slachtoffer 2] of [getuige 5] en [getuige 7] mij ergens naar een woning gebracht. (...) Bij de woning is aangebeld en toen is een meisje naar buiten gekomen. [slachtoffer 2] , [getuige 5] en [getuige 7] spraken met dat meisje in het Roemeens en ik hoorde van [slachtoffer 2] dat dit meisje akkoord is gegaan om met ons mee naar Nederland te rijden. (...) [slachtoffer 2] heeft [verdachte] verteld dat ze nog een meisje heeft en heeft gevraagd of het goed was dat ze met 3 vrouwen en een man met mij mee naar Nederland konden komen. [verdachte] vond het goed. (...) Ik weet dus niet of dit meisje wist wat voor werk ze zou doen in Nederland. (...) Dat meisje die we bij een huis hebben gesproken is met ons meegekomen. Ik weet dat ze [slachtoffer 3] heet [het hof begrijpt: [slachtoffer 3] ]. (...) [p. 423] (...) [verdachte] heeft mij via Western Union een bedrag van ongeveer 400 euro gestuurd. A: (...) Als [slachtoffer 3] [het hof begrijpt hier en hierna telkens: [slachtoffer 3] ] verklaart dat ze niet wist dat ze als prostituee zou gaan werken zou dat best kunnen omdat ik niet persoonlijk met haar kon communiceren omdat ik de taal die zij spreekt niet versta. (...) Toen we Nederland binnen zijn gereden via Venlo stond [verdachte] al bij een Burger King langs de snelweg ons op te wachten. Dit hadden we vooraf al telefonisch met [verdachte] afgesproken. Toen [verdachte] daar stond met zijn zwarte BMW is [slachtoffer 2] bij mij uitgestapt en is bij [verdachte] in de auto gestapt en zijn we achter elkaar naar mijn appartement gereden. (...) De volgende dag toen ik wakker werd zag ik dat [verdachte] heel erg boos was en tegen mij zei dat ik [getuige 5] en [getuige 7] meteen terug moest brengen naar Hamburg. (...) [p. 424] (...) V: Wat gebeurt er in jouw appartement als jullie daar waren. Wat doen jullie dan? A: Jointjes roken, [slachtoffer 3] heeft wel een paar klappen gekregen van [verdachte] omdat [slachtoffer 2] aan [verdachte] heeft verteld dat [slachtoffer 3] seks heeft gehad met klanten zonder condoom. We hebben dus samen met [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [verdachte] en ik een paar dagen verbleven in mijn appartement. (...) [verdachte] heeft [slachtoffer 2] naar [plaats 4] gebracht en [slachtoffer 3] is een of twee dagen later met [slachtoffer 2] ook mee [plaats 4] gegaan om als prostituee te werken. (...) Ik weet wel dat de eerste keer dat [slachtoffer 3] naar [plaats 4] is gegaan ik ook mee ben gegaan. [verdachte] was er toen ook bij. Verklaring [medeverdachte 1] d.d. 4 september 2013, 13.48 uur (bron I, map 4] [p. 433] (...) De communicatie tussen [slachtoffer 3] , [verdachte] en mij ging via [slachtoffer 2] omdat wij de taal niet spraken die zij verstond. De afspraken waren ook dat ze of door mij of door [verdachte] en soms ook wel door ons beiden weggebracht zouden worden naar [plaats 4] om te werken als prostituee achter het raam. De plaats waar ze moesten werken was volgens mij iets met Haven. Ik heb ook een aantal keren gezien dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] [het hof begrijpt hier en hierna telkens: [slachtoffer 3] ] klaar waren met werken en naar het appartement terug kwamen in [plaats 6] en dat ze hun verdiende geld aan [verdachte] gaven en zeiden dat ze dit die dag hadden verdiend. [verdachte] zei dat hij van dat geld het raam voor hun moest betalen en dat het geld beter bij hem kon blijven omdat het veiliger was. Ze werden iedere dag op en neer gebracht door mij en of door [verdachte] . Die meisjes gaven het geld gewoon af. [verdachte] zei iedere keer dat hij geld naar hun ouders zou sturen, maar volgens mij heeft dat maar één keer gedaan, althans, dat had hij gezegd. [slachtoffer 3] heeft volgens mij maar een paar dagen gewerkt. (...) [verdachte] nam telefonisch contact op met het raamprostitutie in [plaats 4] en hij huurde daar ook de ramen voor [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] . [verdachte] betaalde volgens mij ook de huur. (...) De eerste keer is [verdachte] dus samen

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.