← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2022:3290

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Nummer: 21/01157 Uitspraak op het hoger beroep van [belanghebbende] , wonend in [woonplaats] , hierna: belanghebbende, tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank) van 28 juli 2021, nummer BRE 20/6579 in het geding tussen belanghebbende en de inspecteur van de Belastingdienst, hierna: de inspecteur. 1Ontstaan en loop van het geding 1.

  1. De inspecteur heeft aan belanghebbende een teruggaafbeschikking inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (hierna: Zvw) voor het tijdvak 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018 afgegeven, waarbij een bedrag van € 153 aan ingehouden Zvw is terugbetaald. 1.
  2. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De inspecteur heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. 1.
  3. Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en het bezwaar ongegrond verklaard. 1.
  4. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. 1.
  5. Belanghebbende heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn doorgestuurd naar de inspecteur. 1.
  6. De zitting heeft digitaal via een geluid- en beeldverbinding plaatsgevonden op 11 augustus
  7. Aan deze zitting hebben deelgenomen belanghebbende en, namens de inspecteur, [inspecteur 3] .Op deze zitting zijn gelijktijdig behandeld de onderhavige zaak en de zaken met nummers 21/00255 tot en met 21/
  8. Namens de inspecteur in deze gelijktijdig behandelde zaken hebben [inspecteur 1] en [inspecteur 2] deelgenomen aan de digitale zitting. 1.
  9. Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten. 1.
  10. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat gelijktijdig met de uitspraak aan partijen wordt verzonden. 2Feiten 2.
  11. Belanghebbende is in 2018 woonachtig in Zwitserland. 2.
  12. Belanghebbende heeft in 2018 looninkomsten genoten in de vorm van pensioen van de Stichting Pensioenfonds ABP van bruto € 32.376, waarvan € 153 aan Zvw is ingehouden en afgedragen. 2.
  13. Met dagtekening 25 december 2019 is aan belanghebbende een teruggaafbeschikking Zvw afgegeven voor het jaar
  14. De daarin berekende teveel ingehouden bijdrage Zvw is berekend op een bedrag van €
  15. 2.
  16. Tot de stukken van het geding behoort een voorlopige jaarafrekening 2018 van het Centraal Administratiekantoor (hierna: CAK). Hierin is onder meer het volgende opgenomen: “Voorlopige jaarafrekening In 2018 had u in uw woonland recht op medische zorg voor rekening van Nederland. U bent hiervoor een bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw-bijdrage) aan het CAK verschuldigd. De instanties waarvan u uw pensioen of uitkering ontvangt, hebben in dat jaar een bedrag ingehouden. Dit bedrag kan afwijken van de verschuldigde bijdrage. Daarom krijgt u de voorlopige jaarafrekening. Als u over verschillende jaren een Zvw-bijdrage verschuldigd bent, ontvangt u voor elk jaar een afzonderlijke voorlopige jaarafrekening. Vaststelling Het CAK stelt voor u de voorlopige bijdrage voor het jaar 2018 vast op € 5.206,
  17. Deze is berekend voor de periode van 01-01-2018 tot en met 31-12-
  18. Berekening Wat u moet betalen of terugontvangt voor 2018 heeft het CAK als volgt berekend: • Er is een bijdrageverplichting van € 5.206,
  19. • Op uw inkomen is € 4.334,00 ingehouden. Het CAK stelt vast dat u nog € 872,38 moet betalen. In bijlage A vindt u een toelichting op de berekening en een uitleg bij de begrippen die we in de berekening gebruiken.(…) Bijlage A Toelichting op de berekening A. Totaal verschuldigde Zvw-bijdrage Nominale bijdrage * € 109,33 x 12 maanden € 1.311,96 Inkomensafhankelijke Zvw-bijdrage € 32.376,00 x 5,65% € 1.829,24 Inkomensafhankelijke Wlz-bijdrage (minus de heffingskortingen) ** € 32.376,00 x 9,65% € 2.677,28 Subtotaal € 5.818,48 Woonlandfactor: 0,8948Totaal verschuldigde Zvw-bijdrage € 5.206,38 B. Pensioen-/uitkeringsinstanties Stichting Pensioenfonds ABP € 4.334,00 Totale inhoudingen door pensioen-/uitkeringsinstanties € 4.334,00 C. Door u te ontvangen wettelijke rente € 0,00 D. Door u aan ons betaald € 0,00 E. Door u te betalen € 872,38 (…) * Voor de volgende personen bent u een nominale bijdrage verschuldigd: [belanghebbende] ( [geboortedatum] -1953) Zwitserland 12 maanden” 3Geschil en conclusies van partijen 3.
  20. In geschil is of de teruggaafbeschikking Zvw naar de juiste hoogte is vastgesteld. 3.
  21. Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en tot vaststelling van een teruggaafbeschikking Zvw van, in totaal, € 5.053,38 of € 4.
  22. De inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de rechtbank. 4Gronden Ten aanzien van het geschil 4.
  23. Belanghebbende geniet een Nederlands pensioen en woont in Zwitserland. Hij heeft volgens de coördinatieregels van sociale zekerheid in de Europese Unie, die sinds 1 april 2012 ook voor Zwitserland gelden, recht op geneeskundige zorg overeenkomstig het wettelijke regime van het land waarin hij woont, te weten Zwitserland. Nederland betaalt de kosten die daaraan verbonden zijn en kan daarvoor een bijdrage in rekening brengen, ook wel pseudo-premies genoemd. Belanghebbende moet zich hiervoor aanmelden bij het CAK. Het CAK is belast met het vaststellen van deze pseudo-premies, de administratieve verwerking en de inning ervan. De bijdrage die door het CAK wordt geïnd is dus een andere dan de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet die door de Belastingdienst wordt geïnd. 4.
  24. Het gaat bij de bijdrage Zvw die belanghebbende aan het CAK verschuldigd is en waarnaar hij verwijst dus om pseudo-premies die het CAK heeft vastgesteld, geïnd en administratief heeft verwerkt. Het CAK noemt echter in de voorlopige jaarafrekening over 2018 deze pseudo-premies ‘Zvw-bijdrage’. Het hof begrijpt dat dit verwarrend is maar dat maakt deze bijdrage nog niet de inkomensafhankelijke bijdrage die de Belastingdienst int. Belanghebbende moet zich dan ook tot het CAK wenden als hij het niet eens is met de hoogte van de berekende bijdrage. De inspecteur, de rechtbank en het hof zijn niet bevoegd over deze pseudo-premies te oordelen. 4.
  25. De inspecteur heeft het bedrag aan (ten onrechte ontvangen) Zvw van € 153 middels de teruggaafbeschikking Zvw met dagtekening 25 december 2019 volledig aan belanghebbende teruggegeven. Belanghebbende heeft, gelet op het bovenstaande, niet aannemelijk gemaakt dat een hoger bedrag dan € 153 als inkomensafhankelijke bijdrage Zvw is betaald. De teruggaafbeschikking Zvw is naar de juiste hoogte vastgesteld. Tussenconclusie 4.
  26. De slotsom is dat het hoger beroep ongegrond is. Ten aanzien van het griffierecht 4.
  27. Het hof ziet geen aanleiding om het griffierecht te laten vergoeden. Ten aanzien van de proceskosten 4.
  28. Het hof oordeelt dat er geen redenen zijn voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 Awb. 5Beslissing Het hof: verklaart het hoger beroep ongegrond; bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De uitspraak is gedaan door J.M. van der Vegt, voorzitter, P.A.M. Pijnenburg en D.A. Hofland, in tegenwoordigheid van N.A. de Grave, als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 september 2022 en afschriften van de uitspraak zijn op die datum aangetekend aan partijen verzonden. Het aanwenden van een rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl. Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl). Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen: Bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd. (Alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn; Het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht; e gronden van het beroep in cassatie. Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de andere partij te veroordelen in de proceskosten. Op grond van artikel 24 of 25 van de Verordening EG nr. 883/
  29. Zie Artikel 69, lid 1, Zvw. Belanghebbende heeft ter zitting verklaard dat hij zich in 2009 bij het CAK heeft aangemeld. Artikelen 6.3.1 tot en met 6.3.4 Regeling Zorgverzekering. Artikel 69, lid 7, Zvw.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.