Parketnummer : 20-001210-21 Uitspraak : 30 september 2022 TEGENSPRAAK Tussenarrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 30 april 2021 in de strafzaak met parketnummer 01-040407-21 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2000, wonende te [adres] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het tenlastegelegde bewezenverklaard en gekwalificeerd als ‘openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl het door de schuldige gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft’, de verdachte daarvoor strafbaar verklaard en hem bij verstek veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Voorts heeft de politierechter de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] hoofdelijk toegewezen tot een bedrag van € 700,00 en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 september 2020 tot aan de dag der algehele voldoening. De benadeelde partij is in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Ten slotte is ten behoeve van het slachtoffer de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Namens de verdachte is tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit tussenarrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. Daarnaast heeft de advocaat-generaal een voorwaardelijk verzoek gedaan, inhoudende het horen van de getuigen [getuige 1] , [getuige 2] en diens vriendin door de raadsheer-commissaris. De raadsman van de verdachte heeft vrijspraak bepleit. Subsidiair is bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken omdat hem een beroep op noodweer toekomt, dan wel dat hij zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat hem een beroep op noodweerexces toekomt. Voorts heeft de raadsman een straftoemetingsverweer gevoerd. Met betrekking tot de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij heeft de raadsman geconcludeerd dat de benadeelde partij daarin niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Ten slotte heeft de raadsman een voorwaardelijk verzoek gedaan tot het horen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] door de raadsheer-commissaris. Heropening van het onderzoek Tijdens de beraadslaging in raadkamer is gebleken, dat het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep niet volledig is geweest. Het hof stelt vast dat de raadsman van de verdachte op de terechtzitting van 16 september 2022 een tweetal schriftelijke getuigenverklaringen heeft overgelegd aan het hof van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] . Beide getuigen verklaren over het incident waar de verdachte bij betrokken was. Getuige [getuige 1] verklaart onder andere dat de verdachte de medeverdachte en de Nederlandse man (het hof begrijpt [benadeelde] ) uit elkaar haalde. Daarnaast verklaart de getuige dat de buren zich met het incident gingen bemoeien en racistische opmerkingen hebben geuit richting de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] . Getuige [getuige 2] verklaart onder andere dat hij samen met een vriendin aan het wandelen was toen hij het incident zag gebeuren. Hij zou gezien hebben dat een man (het hof begrijpt [benadeelde] ) de medeverdachte heeft geslagen, waarna de medeverdachte uit zelfverdediging zou hebben teruggeslagen. Ook verklaart hij dat de verdachte heeft geprobeerd de man en de medeverdachte uit elkaar te halen. Evenals getuige [getuige 1] verklaart hij dat de buren racistische opmerkingen hebben geuit richting de verdachte en de medeverdachte. De advocaat-generaal heeft op de terechtzitting van 16 september 2022 het voorwaardelijk verzoek gedaan tot het horen van beide getuigen door de raadsheer-commissaris, alsook de vriendin van getuige [getuige 2] , indien deze verklaringen voor het hof aanleiding vormen om te twijfelen over een bewezenverklaring. Daarbij heeft de advocaat-generaal opgemerkt dat de opmaak van de getuigenverklaringen identiek lijken te zijn. De raadsman van de verdachte heeft op de terechtzitting het voorwaardelijk verzoek gedaan tot het horen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] . Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat de getuigenverklaringen steun geven aan de verklaringen van de verdachte en de medeverdachte. Om die reden kunnen de getuigenverklaringen niet terzijde worden geschoven zonder de getuigen daar eerst over te doen horen, aldus de raadsman. Het hof zal, gelet op beide verzoeken, deze verzoeken toewijzen zodat [getuige 1] , [getuige 2] , alsook de genoemde vriendin van die [getuige 2] , als getuige worden gehoord. Derhalve zal het hof het onderzoek ter terechtzitting heropenen en de stukken in handen van de raadsheer-commissaris stellen, om deze getuigen te doen horen. BESLISSING Het hof: heropent het onderzoek ter terechtzitting: schorst het onderzoek, ter fine als voormeld, voor onbepaalde tijd tot een nadere terechtzitting van de derde meervoudige strafkamer van dit gerechtshof (verwachte behandelduur: 60 minuten); stelt de stukken in handen van de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken, teneinde de navolgende personen als getuige te horen: [getuige 1] , geboren op [geboortedag 2] 1964; [getuige 2] , geboren op [geboortedag 3] 2002 te [geboorteplaats 2] ; de in de verklaring van [getuige 2] genoemde vriendin; geeft opdracht aan de verdachte om binnen 14 dagen, te weten uiterlijk op 14 oktober 2022, de personalia van de vriendin van [getuige 2] en de adressen van voornoemde (drie) getuigen kenbaar te maken aan het kabinet van de raadsheer-commissaris; beveelt dat deze strafzaak tegen de verdachte op de dag en het tijdstip van de nog nader te bepalen terechtzitting gelijktijdig, doch niet gevoegd, zal worden aangebracht met de strafzaak tegen medeverdachte [medeverdachte] onder parketnummer 20-001211-21; beveelt de oproeping van de verdachte tegen de dag en het tijdstip van de nog nader te bepalen terechtzitting; beveelt de kennisgeving van de dag en het tijdstip van de nog nader te bepalen terechtzitting aan de raadsman van de verdachte; beveelt de kennisgeving van de dag en het tijdstip van de nog nader te bepalen terechtzitting aan de benadeelde partij [benadeelde] . Aldus gewezen door: mr. S. Taalman, voorzitter, mr. J. Platschorre en mr. A.H. Klip, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. N. van Abeelen, griffier, en op 30 september 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken. Mr. Klip voornoemd is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.