← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2022:3434

Parketnummer : 20-001710-21 Uitspraak : 7 oktober 2022 TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv) Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 8 juli 2021, parketnummer 02-007366-21, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf onder parketnummer 02-137012-20, in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982, wonende te [adres] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘diefstal’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 week. Voorts heeft de politierechter de tenuitvoerlegging gelast van de eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 week onder parketnummer 02-137012-20. Namens de verdachte is tegen dit vonnis tijdig hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep integraal zal bevestigen. De verdediging heeft bepleit dat het hof de verdachte zal vrijspreken van het tenlastegelegde. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust. De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep nog bepleit dat het hof de verdachte zal vrijspreken van het tenlastegelegde omdat het vereiste oogmerk tot wederrechtelijke toe-eigening bij de verdachte ontbrak. Daartoe is aangevoerd dat de verdachte – zoals deze bij gelegenheid van zijn verhoor bij de politie d.d. 10 januari 2021 ook heeft verklaard – is vergeten het flesje Zwitsal badolie af te rekenen. Het hof overweegt als volgt. In hetgeen de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep heeft aangevoerd, ziet het hof geen aanleiding om tot een andersluidend oordeel te komen dan de politierechter. Het verweer dat ter terechtzitting in hoger beroep door de verdediging is gevoerd, is in de kern hetzelfde verweer als het verweer dat in eerste aanleg is gevoerd. Dat verweer vindt zijn weerlegging in de gebruikte bewijsmiddelen en in de overwegingen van de politierechter in het bestreden vonnis. Nu het hof zich hiermee verenigt, verwerpt het hof het in hoger beroep gevoerde verweer op die gronden. Aldus acht het hof – evenals de rechtbank – de tenlastegelegde diefstal wettig en overtuigend bewezen. BESLISSING Het hof: bevestigt het vonnis waarvan beroep. Aldus gewezen door: mr. W.E.C.A. Valkenburg, voorzitter, mr. P.T. Gründemann en mr. H.N. Brouwer, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. Vulto en L. van Harskamp, griffiers, en op 7 oktober 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken. Mr. Gründemann en mr. Brouwer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.