Parketnummer : 20-000840-20 Uitspraak : 4 februari 2022 TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv) Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond , van 19 september 2019, in de strafzaak met parketnummer 03-190529-17 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] [geboortejaar] zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande. Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte door de politierechter ter zake van diefstal, veroordeeld tot een geldboete van € 500,- subsidiair 10 dagen hechtenis. Daarnaast heeft de politierechter de eerder uitgevaardigde strafbeschikking vernietigd. Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een geldboete van € 500,- subsidiair 10 dagen hechtenis. Daarnaast is gevorderd dat het hof de opgelegde strafbeschikking zal vernietigen. Namens de verdachte is primair niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie betoogd. Subsidiair is vrijspraak bepleit. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd reeds omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 26 september 2017 te [plaats] , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een lokfiets, (merk: Batavus), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat het hof het openbaar ministerie op de voet van artikel 359a Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk dient te verklaren en heeft daartoe – op gronden zoals verwoord in de pleitnota - het volgende aangevoerd. De fiets die door de verdachte is weggenomen, is een zogenaamde lokfiets. Door de wijze waarop de fiets was gestald is verdachte gebracht tot het plegen van de diefstal. De verdachte is niet naar de betreffende fietsenstalling gegaan om een fiets te stelen. De verdachte is zelfs in eerste instantie langs de fiets gelopen om naderhand toch terug te komen en de fiets mee te nemen. Verdachtes opzet was dus niet van te voren gericht op het plegen van de diefstal van de fiets. Daarnaast is aangevoerd dat de wijze van stalling van de lokfiets in strijd is met de voorwaarden die de officier van justitie heeft verbonden aan de inzet van het lokmiddel. De beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit zijn derhalve niet in acht genomen. Voorgaande dient, wegens een schending van het recht op een eerlijk proces ex artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM), primair te leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, aldus de raadsman. Het hof overweegt dienaangaande als volgt. Het hof stelt voorop dat het plaatsen van een lokfiets door de politie teneinde fietsendieven op heterdaad te kunnen betrappen op zichzelf niet onrechtmatig is. Wel dient te worden beoordeeld of de verdachte daardoor niet is bewogen tot andere handelingen dan die waarop zijn opzet reeds tevoren was gericht en of de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit niet zijn geschonden. Daarbij is (onder meer) van belang of de plaatsing van de lokfiets de situatie ter plaatse wezenlijk heeft veranderd, wat het geval is indien de lokfiets afwijkt van de fietsen die op de locatie plegen te worden gestald. Het hof leidt uit het dossier het volgende af. Uit het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , namens de [aangever] te [plaats] d.d. 27 september 2017 blijkt het volgende. Op 25 september 2017 heeft een verbalisant een blauwe damesfiets van het merk Batavus gestald op de [adres 1] (pg. 8 en 9 procesdossier). Deze werd geplaatst in de fietsenstalling van de [locatie] , een locatie waarvan bekend is dat er regelmatig fietsen worden ontvreemd. De lokfiets is onafgesloten en onbeschadigd gestald en deze stond in de directe nabijheid van meerdere gestalde fietsen waardoor deze paste binnen het straatbeeld. De fiets viel niet op door extra aangebrachte opvallendheden. De fiets was voorzien van een GPS volgsysteem (pg. 9 procesdossier). Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 27 september 2017 blijkt dat in verband met de vele diefstallen van fietsen in de gemeente [plaats] de politie [plaats] gebruik maakt van lokfietsen welke voorzien zijn van GPS-trackers (pg. 11 procesdossier). Door [aangever] zijn lokfietsen beschikbaar gesteld, voorzien van GPS-trackers. De gegevens zijn live uit te kijken. Door de officier van justitie werd toestemming verleend om de lokfiets in te zetten waarbij: -de lokfiets in het normale straatbeeld moet passen en tussen andere fietsen in moet staan -de lokfiets zelf niet direct mag opvallen tussen de andere fietsen gelet op de waarde van de fiets, het type, merk, staat van onderhoud en andere kenmerken -de lokfiets onafgesloten gestald mag worden, met als voorwaarde dat er geen opvallende sleutelhangers of dergelijke worden gebruikt (pg. 11 procesdossier). De locatie bij de [locatie] , gelegen aan de [adres 1] , maakt deel uit van een openbare weg/fietsenstalling en betreft een locatie waarvan bekend is dat er regelmatig fietsen worden ontvreemd, een zogenaamde ‘hotspot’ (pg. 11 procesdossier). De lokfiets werd geplaatst in een fietsenrek tussen meerdere andere gestalde fietsen. Als bijlage is een foto bijgevoegd waarop te zien is dat de blauwe Batavus damesfiets in het rek staat naast soortgelijke fietsen (pg. 13 procesdossier). Op dinsdag 26 september 2017 te 22.10 uur is voornoemde fiets weggenomen (pg. 9 procesdossier). Na het tracken van de GPS in de lokfiets heeft de politie de verdachte aangehouden wegens diefstal (pg. 22 procesdossier). De verdachte heeft bekend de lokfiets, zijnde een blauwe Batavus, te hebben weggenomen uit de fietsenstalling te [plaats] (pg. 29 procesdossier). Hij heeft verklaard dat hij omstreeks 22.15 uur aan het lopen was. Hij liep alleen. Hij liep richting de shoarmazaak. Hij liep bij [locatie] en zag daar een fiets staan. Hij zag dat er nog een sleutel in het slot stak. In eerste instantie liep hij voorbij. Toch besloot hij om terug te lopen en de fiets mee te nemen. Hij is met de fiets naar de shoarmazaak gefietst en heeft daar een broodje besteld. Hij weet dat het strafbaar is en hij had hem gewoon moeten laten staan. Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] blijkt dat op de camerabeelden is te zien dat de verdachte in eerste instantie voorbij de fiets loopt om 22:05 uur, dat de verdachte vervolgens weer terug loopt richting de lokfiets en om 22:10 uur de fiets wegneemt uit het fietsenrek en wegfietst (pg. 31 procesdossier). Uit het bijgevoegde printscreen blijkt dat de lokfiets op dat moment als enige fiets in het rek staat. Het hof stelt allereerst vast dat de fiets volgens de voorwaarden van de officier van justitie, is geplaatst in een openbare fietsenstalling in het centrum van [plaats] , alwaar ten tijde van het tenlastegelegde veelvuldig fietsen werden gestolen. De lokfiets paste in het normale straatbeeld en stond ten tijde van de plaatsing tussen andere fietsen in. Voorts is niet gebleken dat de lokfiets bijzondere kenmerken had waardoor deze (significant) afweek van de fietsen die op de locatie plegen te worden gestald. Anders dan de verdediging is het hof voorts van oordeel dat niet kan worden gezegd dat verdachtes opzet niet reeds van tevoren was gericht op het plegen van de diefstal. Dat de verdachte aan de fiets voorbij is gelopen om deze daarna alsnog mee te nemen, maakt dat niet anders. Het hof merkt nog op dat de enkele omstandigheid dat het aantreffen van de lokfiets de verdachte wellicht op het idee heeft gebracht deze fiets te stelen, niet meebrengt dat daaruit is af te leiden dat verdachtes opzet niet reeds was gericht op het stelen van de fiets. Voorts is het hof van oordeel dat de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit niet zijn geschonden. Het feit dat de fiets op het moment van wegnemen niet meer in de directe nabijheid van andere fietsen stond, maakt niet dat niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden die door de officier van justitie zijn gesteld aan het inzetten van de lokfiets. Ten tijde van het plaatsen van de fiets werd voldaan aan deze voorwaarden. Dat in de avond het straatbeeld is veranderd en zich veel minder fietsen in het rek bevonden, maakt dat niet anders. Concluderend komt het hof tot het oordeel dat geen sprake is van een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv en evenmin sprake is van schending van artikel 6 EVRM. Het hof verwerpt het verweer van de raadsman. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 26 september 2017 te [plaats] , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een lokfiets, merk: Batavus, toebehorende aan [aangever] . Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen De paginanummers die in onderstaande bewijsmiddelen zijn genoemd verwijzen naar pagina’s van het dossier van de politie [locatie] basisteam [plaats] , dossiernummer PL233C-2017155583, gesloten d.d. 12 juni 2019 (doorgenummerde pagina's 6 tot en met 32), nader te noemen: het politiedossier. Alle te noemen processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten. Alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven. De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat de navolgende bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.