Parketnummer : 20-002491-20 OWV Uitspraak : 6 oktober 2022 TEGENSPRAAK ONTNEMINGSZAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 6 november 2020 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak met parketnummer 02-058302-19 tegen: [betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedatum] , wonende te [adres] . Hoger beroep Van de zijde van de betrokkene is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. Namens betrokkene is -gelet op de bepleite vrijspraak in de onderliggende strafzaak- de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie bepleit. Vonnis waarvan beroep Het bestreden vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing. Openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering Bij arrest van heden heeft dit hof betrokkene in de onderliggende strafzaak met parketnummer 20-002492-20 vrijgesproken. De onderhavige ontnemingsvordering is aan deze strafzaak gelieerd. Uit het wettelijk systeem, meer in het bijzonder uit artikel 511e, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering juncto artikel 348 van het Wetboek van Strafvordering, moet worden afgeleid dat het ontbreken van een veroordeling wegens een strafbaar feit aan de ontvankelijkheid van een ontnemingsvordering in de weg staat. Door de vrijspraak van de tenlastegelegde feiten in de hoofdzaak is aldus de grondslag aan de oplegging van een verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de Staat der Nederlanden ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel komen te ontvallen. Nu een veroordeling ontbreekt, kan het Openbaar Ministerie niet in de ontnemingsvordering worden ontvangen en zal – onder vernietiging van het vonnis van de rechtbank – het Openbaar Ministerie daarin niet-ontvankelijk worden verklaard. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Aldus gewezen door: mr. B. Stapert, voorzitter, mr. P.T. Gründemann en mr. C.A. van Roosmalen, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. V.C. Minneboo, griffier, en op 6 oktober 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken. mr. B. Stapert en mr. P.T. Gründemann zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.