GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH Team familie- en jeugdrecht Uitspraak: 27 oktober 2022 Zaaknummer: 200.243.192/01 Zaaknummer eerste aanleg: C/01/323818/FA RK 17-3762 in de zaak in hoger beroep van: [de moeder] , wonende te [woonplaats] , verzoekster in hoger beroep, hierna te noemen: de moeder, advocaat: mr. F.E.J. Menkveld, tegen [de vader] , wonende te [woonplaats] , verweerder in hoger beroep, hierna te noemen: de vader, advocaat: mr. R.G.J. van Kerkhof. Deze zaak gaat over de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: de Raad voor de Kinderbescherming, locatie [locatie] , hierna te noemen: de raad. Deze beschikking is een vervolg op de beschikking van dit hof van 25 juni
- 5De beschikking van 25 juni 2020 Bij beschikking van 25 juni 2020 zijn de moeder en de vader verwezen naar [instantie 1] te [plaats] voor een traject omgangsbegeleiding tussen de vader en [minderjarige] en naar [instantie 2] voor de onderlinge echtscheidingsproblematiek. Aan partijen is verzocht het hof te informeren over het verloop en de resultaten van voornoemde trajecten. Iedere verdere beslissing is aangehouden. 6Het verdere verloop van het geding in hoger beroep 6.
- De voortzetting van de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 15 september
- Bij die gelegenheid zijn gehoord: de moeder, bijgestaan door mr. Menkveld; mr. Van Kerkhof; de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] . 6.
- De vader is, zonder bericht van verhindering, niet verschenen. 6.
- Het hof heeft verder kennisgenomen van de inhoud van: het V8-formulier van de advocaat van de vader van 29 maart 2022; het V6-formulier met bijlage van de advocaat van de moeder van 13 april 2022; het tijdens de mondelinge behandeling door de advocaat van de moeder overgelegde tussenverslag Traject Contactopbouw en ouderbemiddeling van [instantie 3] van 5 september
- 7De verdere beoordeling 7.
- De moeder voert aan dat zij net voor de start van deze mondelinge behandeling van de advocaat van de vader heeft vernomen dat de vader niet naar de mondelinge behandeling komt. Hij gooit de handdoek in de ring. De moeder heeft begrip voor de frustratie bij de vader, maar het overrompelt haar. Naar de mening van de vader gaat de opbouw van de contactmomenten te langzaam, maar de moeder benadrukt dat een opbouw van de contacten in het belang is van [minderjarige] . Omdat de vader het keer na keer voor gezien houdt, lukt het opbouwen van de contactmomenten niet. De moeder voert verder aan dat het laatste contact tussen [minderjarige] en de vader afgelopen januari heeft plaatsgevonden. Er is toen een contactmoment buiten de opbouwmomenten om geweest. De vader heeft de minderjarige opgehaald bij de moeder, maar hij weigerde vervolgens om de moeder zijn telefoonnummer te geven. De moeder kon hem dus niet bereiken. De vader wil absoluut geen contact met de moeder of haar familie. De geplande contactmomenten daarna zijn allemaal afgezegd door de vader. De moeder informeert de vader nog steeds over de minderjarige en stuurt hem eens per drie weken een bericht, ook met foto’s van [minderjarige] . De moeder voert aan dat zij zich kan vinden in het advies van [instantie 3] van 5 september 2022, waarin de gezinstherapeut een voorstel doet voor een opbouw van de contactmomenten in de periode vanaf 15 september 2022 tot de resterende periode van het lopende traject (eind maart 2023). Zij handhaaft haar verzoek in hoger beroep, met dien verstande dat het adres waar de vader met [minderjarige] contact zal hebben wordt gewijzigd naar [adres] in [plaats] ( [postcode] ). 7.
- De advocaat van de vader heeft medegedeeld dat de vader niet naar de mondelinge behandeling komt. De vader heeft grote moeite met het doorlopen van alle hulpverleningstrajecten. Hij wil zijn zoon zien op de wijze waarop hij dat graag wil. Hij vindt niet dat hij moet leren omgaan met zijn zoon. Deze procedure loopt al erg lang en het gaat de vader veel te langzaam. De vader is niet bereid om met de moeder te werken aan hun onderlinge communicatie als ouders van [minderjarige] . Hij wil niets met de moeder te maken hebben. De vader wil normaal contact met zijn zoon en als dat niet kan dat stopt het voor de vader. Hij wil geen hulpverleningstrajecten meer. De vader is er klaar mee. Zijn huidige gezin lijdt onder de situatie, het is op voor de vader. 7.
- De raad stelt vast dat er sprake is van een impasse. Het is erg jammer dat de vader niet langer wil of kan meewerken aan een opbouw van de contactmomenten. De basis ontbreekt op dit moment. Het is goed dat de vader door de moeder over [minderjarige] wordt geïnformeerd. De raad spreekt de hoop uit dat er alsnog enige ruimte bij de vader kan ontstaan om met de moeder te communiceren over [minderjarige] . Dat hoeft niet heel frequent, maar er moet wel een minimale communicatie zijn. Er is immers sprake van gezamenlijk gezag. 7.
- Het hof overweegt als volgt. 7.4.
- In de bestreden beschikking is opgenomen dat [minderjarige] eenmaal per veertien dagen op de zaterdag van 10.00 uur tot 13.00 uur op een neutrale plek bij de vader is, waarbij de vader [minderjarige] haalt en terug brengt. In de praktijk wordt deze regeling niet uitgevoerd, ook niet na de inzet van verschillende hulpverleningsinstanties. Uit het door de advocaat van de moeder op de mondelinge behandeling voorgelezen deel van het verslag van [instantie 3] blijkt dat de vader niet wil meewerken aan het door [instantie 3] uitgezette traject van opbouw van de contactregeling tussen de vader en [minderjarige] , welk traject door de moeder, voor zover het hof thans kan inschatten, wel wordt ondersteund. Het hof tekent daarbij aan dat de visie van de vader om niets met de moeder te maken willen hebben bij een kind van de leeftijd van [minderjarige] , niet houdbaar en niet in het belang van [minderjarige] is. Het blijft in het belang van [minderjarige] dat de vader en [minderjarige] in de gelegenheid gesteld worden met elkaar contact te hebben. Gelet op het feit dat de vader niet aanwezig was op de mondelinge behandeling bij het hof heeft het hof deze zaken niet met de ouders kunnen bespreken. Dit leidt er toe dat het hof met inachtneming van het standpunt van de vader, zoals door zijn advocaat tijdens de mondelinge behandeling verwoord, in het belang van [minderjarige] het verzoek van de moeder in hoger beroep zal toewijzen, in die zin dat het hof zal bepalen dat de vader in overleg met de moeder en/of een hulpverlenende instantie op een nader door partijen overeen te komen adres (evenals door partijen nader te bepalen tijdstip) contact heeft met [minderjarige] . Het meer of anders verzochte door de moeder zal door het hof worden afgewezen. 7.4.
- Het verzoek van de vader om een proceskostenveroordeling wijst het hof af. Het hof compenseert de proceskosten in hoger beroep in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, nu de procedure het minderjarige kind van partijen betreft. 7.
- Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing. 8De beslissing Het hof: vernietigt de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 23 april 2018, voor zover het de zorgregeling betreft, en, opnieuw rechtdoende: bepaalt dat de vader in overleg met de moeder en/of een hulpverlenende instantie op een nader door partijen overeen te komen adres (evenals door partijen nader te bepalen tijdstip) contact heeft met [minderjarige] ; verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; compenseert de proceskosten in hoger beroep, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt; wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mrs. E.L. Schaafsma-Beversluis, E.M.C. Dumoulin en M.A. Ossentjuk en is op 27 oktober 2022 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.