beslissing GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Wrakingskamer registratienummer wraking: 200.317.746/01 datum beslissing: 7 november 2022 beslissing van de wrakingskamer op het hoger beroep, ingesteld tegen “de uitspraak d.d. 18 oktober 2022 van een wrakingskamer, naar aanleiding van een verzoek tot wraking d.d. 18 oktober 2022, gericht tegen rechter H.H. Dethmers (…)” in de zaak van [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , en [B.V.] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , kantoorhoudende te [kantoorplaats] , vertegenwoordigd door [bestuurder] , bestuurder, hierna te noemen: verzoekers. 1Het procesverloop 1.1 Bij per e-mail verzonden verzoekschrift aan de wrakingskamer van de rechtbank Limburg, locatie Roermond, van 18 oktober 2022 hebben verzoekers medegedeeld “een nieuw wrakingsverzoek in te dienen jegens de behandelend rechter, namelijk dhr. Dethmers in zijn functie als (kanton)rechter in de procedure met uw kenmerk 89773835 CV EXPL 21-293.” De zaak 89773835 CV EXPL 21-293 wordt hierna ook aangeduid als de hoofdzaak. 1.2 Bij brief van (de wrakingskamer van) de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 19 oktober 2022 aan verzoekers is daarop als volgt gereageerd: “Naar aanleiding van het door u ingediende wrakingsverzoek d.d. 18 oktober 2022 inzake 8977835 CV 21-293 deel ik u hierbij mede dat conform de uitspraak van de wrakingskamer d.d. 18 juli 2022 (zaaknummer 307376 HARK 22-189) uw wrakingsverzoek van gisteren niet in behandeling wordt genomen. In de bijlage treft u een afschrift van deze uitspraak aan.” 1.3 Verzoekers hebben bij per e-mail gezonden brief van 19 oktober 2022 aan de wrakingskamer van het gerechtshof medegedeeld “beroep aan te tekenen tegen de uitspraak d.d. 18 oktober 2022 van een wrakingskamer, naar aanleiding van een verzoek tot wraking d.d. 18 oktober 2022, gericht tegen rechter H.H. Dethmers, in de procedure met kenmerk C/03/305396 HA RK 22-147 (zie bijlage 1).” Enkele minuten later hebben verzoekers per e-mail “een ondertekend exemplaar van het ingediend hoger beroepschrift d.d. 19 oktober 2022” gestuurd. 2De beoordeling 2.1 De wrakingskamer van het hof is ambtshalve bekend met zijn beslissing van 6 oktober 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:3634. Deze uitspraak had betrekking op een hoger beroep van de uitspraak van de wrakingskamer van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 28 juli 2022 met zaaknummer C/03/305396 HA RK 22-147. Gelet hierop en op het in het verzoek van 18 oktober 2022 (zie 1.1) genoemde zaaknummer in de hoofdzaak, gaat de wrakingskamer ervan uit dat het zaaknummer C/03/305396 HA RK 22-147 genoemd in brief van 19 oktober 2022 aan de wrakingskamer (1.3) op een vergissing berust en dat het gaat om een hoger beroep op het “nieuwe wrakingsverzoek” in de hoofdzaak. 2.2 De wrakingskamer van het hof heeft, gelet op het vermelde in de 1.2 genoemde brief van de rechtbank Limburg, ambtshalve inlichtingen ingewonnen bij de rechtbank. Daaruit is gebleken dat er géén uitspraak door de wrakingskamer is gedaan maar dat de rechter van wie de wraking is verzocht op de voet van de uitspraak van de wrakingskamer van de rechtbank van 18 juli 2022 (zaaknummer 307376 HARK 22-189) het wrakingsverzoek naast zich neer heeft gelegd en de behandeling van de hoofdzaak heeft voortgezet.". 2.3 In de in 2.1 genoemde beslissing van 6 oktober 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:3634, heeft de wrakingskamer (onder verwijzing naar zijn eerdere uitspraken in wrakingszaken van verzoeker(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.