← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2022:4148

Parketnummer : 20-000700-21 OWV Uitspraak : 1 december 2022 TEGENSPRAAK ONTNEMINGSZAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 8 maart 2021 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak met parketnummer 03-659176-18 tegen de betrokkene: [betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1974, wonende te [woonplaats] , [adres] . Hoger beroep Bij uitspraak waarvan beroep, heeft de rechtbank het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vastgesteld op € 47.037,

  1. Tevens heeft de rechtbank de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 47.037,
  2. De duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering kan worden gevorderd, is door de rechtbank bepaald op ten hoogste 540 dagen. Van de zijde van betrokkene is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op terechtzitting in hoger beroep van 17 november 2022, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de betrokkene naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de betrokkene niet-ontvankelijk zal verklaren in het hoger beroep op grond van het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. De raadsman van de betrokkene heeft zich bij die vordering aangesloten. Ontvankelijkheid van het hoger beroep Ter terechtzitting van 17 november 2022 is de onderhavige zaak uitgeroepen en heeft de behandeling in hoger beroep een aanvang genomen. Nadat het onderzoek ter terechtzitting voor korte duur is onderbroken, heeft de raadsman na hervatting te kennen gegeven dat de betrokkene zijn bezwaren tegen de uitspraak van de rechtbank niet langer handhaaft en dat hij zijn hoger beroep in deze zaak wenst in te trekken. De advocaat-generaal heeft met deze 'intrekking', hoewel deze formeel te laat is, ingestemd. Het hof overweegt dienaangaande als volgt. Nu de betrokkene te kennen heeft gegeven dat hij zijn bezwaren tegen de beroepen uitspraak niet langer handhaaft en het belang van de betrokkene noch enig ander rechtens te beschermen belang gediend is met een verdere behandeling van het hoger beroep, zal het hof toepassing geven aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en het door de betrokkene ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren. BESLISSING Het hof: Verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Aldus gewezen door: mr. P.T. Gründemann, voorzitter, mr. E.A.A.M. Pfeil en mr. G.J. Schiffers, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. N. van der Velden, griffier, en op 1 december 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken. Mr. Gründemann en mr. Pfeil zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.