GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH Team familie- en jeugdrecht Uitspraak : 8 december 2022 Zaaknummer : 200.317.947/01 Zaaknummer 1e aanleg : C/02/402091 / JE RK 22-1725 in de zaak in hoger beroep van: [de moeder] , wonende te [woonplaats] , verzoekster in hoger beroep, hierna te noemen: de moeder, advocaat: mr. C.A. Pietsch, tegen Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie [locatie] , verweerder in hoger beroep, hierna te noemen: de raad. Deze zaak gaat over [minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] , en [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] , hierna tezamen ook aangeduid als de kinderen. Als belanghebbenden worden aangemerkt: - [de vader] , hierna te noemen: de vader; - Stichting Jeugdbescherming Brabant, hierna te noemen: de GI (gecertificeerde instelling). 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 6 oktober 2022, schriftelijk vastgesteld op 7 oktober 2022, en naar de beschikking van die rechtbank van 18 oktober 2022, schriftelijk vastgesteld op 21 oktober 2022, beide uitgesproken onder voormeld zaaknummer. 2Het geding in hoger beroep 2.1. Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 25 oktober 2022, heeft de moeder verzocht voormelde beschikkingen te vernietigen voor zover het betreft de verlening en verlenging van de (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen bij de vader en, opnieuw rechtdoende, het verzoek van de raad alsnog af te wijzen. 2.2. Er is geen verweerschrift bij het hof ingediend. 2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 21 november 2022. Bij die gelegenheid zijn gehoord: - de moeder, bijgestaan door mr. Pietsch; - de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] ; - de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI 1] en [vertegenwoordiger van de GI 2] ; - de vader. 2.4. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van: - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 18 oktober 2022; - het V-formulier met bijlage van de advocaat van de moeder van 8 november 2022; - de brief van de raad van 17 november 2022 met de mededeling dat de raad mondeling verweer zal voeren. 3De beoordeling 3.1. Uit het huwelijk van de moeder en de vader zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] geboren. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag over de kinderen uit. 3.2. De kinderen staan sinds 6 oktober 2022 onder voorlopig toezicht van de GI. Deze maatregel loopt tot 6 januari 2023. 3.3. Bij de bestreden, uitvoerbaar bij voorraad verklaarde, beschikking van 6 oktober 2022 heeft de rechtbank - voor zover in hoger beroep aan de orde - machtiging verleend aan de GI om de kinderen met ingang van 6 oktober 2022 tot 20 oktober 2022 uit huis te plaatsen bij de vader. Bij de bestreden, uitvoerbaar bij voorraad verklaarde, beschikking van 18 oktober 2022 heeft de rechtbank - voor zover in hoger beroep aan de orde - machtiging verleend aan de GI om de kinderen tot 6 januari 2023 uit huis te plaatsen bij de vader. Sinds 6 oktober 2022 verblijven de kinderen met de vader op een geheime locatie. 3.4. De moeder kan zich met de hiervoor genoemde beslissingen niet verenigen en zij is hiervan in hoger beroep gekomen. Standpunten 3.5. De moeder voert in het beroepschrift, zoals aangevuld tijdens de mondelinge behandeling - samengevat - het volgende aan. De spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen is ten onrechte verleend. Het (spoed)verzoek van de raad is enkel gebaseerd op de uitlating van de vader aan het CJG op 4 oktober 2022 dat de moeder hem had aangevallen. De raad heeft geen eigen onderzoek gedaan en er heeft ook geen gesprek met de moeder plaatsgevonden. De moeder weerspreekt nadrukkelijk hetgeen de vader aan het CJG heeft meegedeeld. Volgens haar heeft de vader zichzelf verwond. De raad had bovendien ook een regulier verzoek tot uithuisplaatsing kunnen doen. Waarom een behandeling van een regulier verzoek niet kon worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de kinderen is door de raad niet duidelijk gemaakt. Verder is het niet noodzakelijk dat de uithuisplaatsing van de kinderen in het belang van hun verzorging en opvoeding voortduurt. Het verzoek van de raad is disproportioneel. De onveiligheid in de thuissituatie is (enkel) gelegen in het veelvuldige huiselijk geweld door de vader. In het gesprek met de raad op 6 oktober 2022 heeft de moeder uit onmacht geroepen dat zij niet wilde meewerken aan hulpverlening. Zij kon zich namelijk in het geheel niet vinden in het spoedverzoek van de raad. De moeder heeft altijd goed voor de kinderen gezorgd. De situatie bij haar is veilig voor de kinderen. De moeder staat wel degelijk open voor hulpverlening, mits er duidelijke afspraken worden gemaakt. Anders dan voorheen moet de hulpverlening nu ook met de moeder spreken. De moeder heeft tegenover [instantie 1] (jeugdhulp aan gezinnen met een migratieachtergrond), Veilig Thuis en het CJG nooit haar kant van het verhaal kunnen vertellen. Zij werd steeds weggestuurd net voordat de hulpverlener kwam. Ook in het kader van het lopende raadsonderzoek heeft de moeder nog geen gesprek gehad. De raad heeft verder onvoldoende onderzocht of de kinderen in een netwerkpleeggezin, te weten bij de ouders van de moeder, kunnen worden geplaatst. De moeder heeft op dit moment maar heel weinig contact met de kinderen. Dit is zeer schadelijk voor de kinderen. Verder heeft de moeder van [minderjarige 1] vernomen dat de vader haar heeft geslagen. De moeder heeft inmiddels contact opgenomen met [instantie 2] . Daarnaast heeft zij een afspraak voor een gesprek bij [instantie 3] . De moeder zal met spoed een verzoek tot echtscheiding bij de rechtbank gaan indienen. 3.6. De raad voert tijdens de mondelinge behandeling - samengevat - het volgende aan. De machtiging tot uithuisplaatsing is op goede gronden verleend. De situatie van begin oktober 2022 was de druppel die de emmer deed overlopen. [instantie 1] is in september 2021 gestart met de hulpverlening. Veilig Thuis en het CJG zijn gaandeweg ook betrokken geraakt. Sinds juli 2022 lagen er vijf politiemeldingen van huiselijk geweld. Dit was een zorgelijke situatie. Omwille van de veiligheid van de kinderen moesten de ouders van elkaar worden gescheiden, los van de vraag wie de agressor was. In eerste instantie was het de bedoeling van de raad om de moeder samen met de kinderen naar een veilige plek te laten gaan, maar de moeder stond hier niet voor open. Ook voor andere opties in het vrijwillig kader stond de moeder niet open. De vader stond in het belang van de kinderen wel open voor andere opties. De aanleiding voor het verzoek van de raad was dat de moeder niet instemde met de hulpverlening. Het lukte niet om veiligheidsafspraken te maken. Verder heeft [instantie 1] uit observaties geconcludeerd dat de opvoedvaardigheden van de moeder tekort schieten. Uit een overzicht van [instantie 1] blijkt dat er op 80 momenten is gerapporteerd over contact met de vader of de moeder. Volgens [instantie 1] hield de moeder zich afzijdig. Het kan zijn dat er minder contact met de moeder is geweest, maar dat is dan aan de houding van de moeder te wijten. De moeder is niet leerbaar gebleken. Zij deed niets met de tips die haar werden gegeven. Over de vader zijn geen zorgen. De kinderen zijn nu met de vader op een veilige plek. Een netwerkplaatsing bij de grootouders (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.