Parketnummer : 20-000868-17 Uitspraak : 15 december 2022 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 14 maart 2017, in de strafzaak met parketnummer 01-860269-16 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1974, wonende te [adres] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam; ontucht plegen met iemand die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt, veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 dag en een taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis. Voorts is beslist op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] , met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De officier van justitie en de verdachte hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal vernietigen ten aanzien van de opgelegde straf en aan de verdachte een gevangenisstraf zal opleggen voor de duur van 6 maanden. De verdediging heeft geen verweer gevoerd met betrekking tot de bewezenverklaring door de rechtbank, maar bepleit dat door het hof toepassing zal worden gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Subsidiair is een straftoemetingsverweer gevoerd. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] is kenbaar gemaakt dat de verdachte zich kan vinden in de door de rechtbank toegekende bedragen. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, behalve wat betreft de opgelegde straf, de bijbehorende strafmotivering, de door de rechtbank aangehaalde wetsartikelen en de opgelegde schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van die onderdelen beslist het hof als volgt. Op te leggen sanctie Namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep op de gronden zoals vermeld in de pleitnota betoogd dat toepassing zal worden gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Subsidiair is bepleit dat zal worden volstaan met de oplegging van een taakstraf die aanzienlijk lager is dan de door de rechtbank destijds opgelegde straf. Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Naar het oordeel van het hof kan, gelet op de ernst van het bewezenverklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van enige duur met zich brengt. In dit verband wordt in het bijzonder gewezen op het van toepassing zijnde artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht. Ten aanzien van de ernst van het bewezenverklaarde betrekt het hof bij zijn oordeel het navolgende. De verdachte heeft twee keer tegen betaling seksueel contact gehad met een minderjarig meisje dat zich als prostituee aanbood. Er is sprake geweest van seksueel binnendringen van het lichaam, in de vorm van orale seks en vaginale seks zonder condoom. Bij het eerste contact was het slachtoffer 15 jaar, bij het tweede contact was zij 16 jaar oud. Alhoewel niet is gebleken dat de verdachte bewust op zoek is geweest naar een minderjarige prostituee, moet hij zich tijdens de ontmoetingen wel bewust zijn geweest van haar nog jonge leeftijd. De verdachte heeft verklaard dat hij vond dat het meisje er jong uitzag en om die reden aan de man voor wie het meisje werkte had gevraagd of ze 18 jaar was. Deze zou dat bevestigd hebben. De verdachte heeft evenwel nagelaten dit daadwerkelijk te controleren en heeft ondanks zijn indruk met een jong meisje van te doen te hebben, tot tweemaal toe seks met haar gehad. Ontuchtige handelingen, van welke aard en intensiteit en onder welke omstandigheden ook, vormen een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. De verdachte heeft door zijn handelen een inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer, waarbij hij zich heeft laten leiden door zijn eigen lustgevoelens en behoefte aan seksuele bevrediging. Slachtoffers van dergelijke delicten kunnen daar nog lange tijd nadelige psychische gevolgen van ondervinden. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring blijkt dat het voor het slachtoffer ingrijpende gebeurtenissen zijn geweest die hun sporen hebben nagelaten. Het hof rekent dit de verdachte zwaar aan. Ten aanzien van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte heeft het hof acht geslagen op de inhoud van het hem betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 10 oktober 2022, waaruit blijkt dat hij niet eerder in aanraking met politie en justitie is geweest voor soortgelijke feiten. Tevens heeft het hof in het kader van de straftoemeting kennis genomen van het (overigens verouderde) reclasseringsadvies, waaruit blijkt dat sprake is van een laag risico op recidive. Voorts heeft het hof acht geslagen op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting in hoger beroep - onder meer uit de pleitnota van de raadsman - is gebleken. Feiten als de onderhavige rechtvaardigen de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Zonder tijdsverloop zou het hof zonder twijfel een gevangenisstraf van een langere duur hebben opgelegd. Gezien het extreem lange tijdsverloop sinds het begaan van de onderhavige feiten
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.