← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2022:4798

Parketnummer : 20-000071-19OWV Uitspraak : 3 november 2022 VERSTEK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 20 augustus 2018 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak met parketnummer 02-665738-16 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteplaats] ) op [geboortedag] 1962, wonende te [adres] . Hoger beroep De politierechter heeft het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 60.986,42 en heeft aan betrokkene opgelegd een betalingsverplichting van € 45.000,-. Van de zijde van de betrokkene is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de politierechter zal vernietigen en het geschatte voordeel en de op te leggen betalingsverplichting zal vaststellen overeenkomstig de politierechter. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering Door het hof gebruikte bewijsmiddelen Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen opgenomen in een aanvulling op het verkorte arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkorte arrest gehecht. Schatting van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel De veroordeling De betrokkene is bij arrest van dit hof van 3 november 2022 onder parketnummer 20-000070-19 onder meer veroordeeld ter zake het medeplegen van – kort gezegd – het telen van 720 hennepplanten op 25 februari

  1. De wettelijke grondslag Het hof ontleent aan de inhoud van voormelde bewijsmiddelen het oordeel dat de betrokkene door middel van het begaan van andere feiten waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door betrokkene zijn begaan, te weten het telen van 720 hennepplanten, in de periode voorafgaande aan 25 februari 2016 een voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht heeft genoten. Schatting van het voordeel Algemeen Het hof baseert zich bij de berekening op het door de politie opgemaakte Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel ex art 36e, tweede lid, Sr van 3 mei 2016 (hierna te noemen de voordeelrapportage), alsmede de daarbij behorende bijlage, betreffende het BOOM-rapport van 1 november 2010 (hierna te noemen: het BOOM-rapport). Oogsten Overeenkomstig de voordeelrapportage (p.74) acht het hof 1 eerdere oogst aannemelijk gelet op de in de rapportage daaromtrent opgenomen aanwijzingen (p. 74). Kweekruimte 1 Opbrengsten kweekruimte 1 Opbrengst in hennep In kweekruimte 1 werden 286 hennepplanten aangetroffen en overeenkomstig de voordeelrapportage gaat het hof in het voordeel van betrokkene uit van 15 planten per m
  2. Dit levert volgens het BOOM-rapport een opbrengst per plant op van 28,2 gram hennep, in totaal derhalve op (286 x 28,2 gram =) 8.065,20 gram hennep, ofwel 8,06520 kilogram hennep. Opbrengst in geld Overeenkomstig het BOOM-rapport stelt het hof de opbrengst van hennep in geld vast op € 3.280,- per kilogram, in totaal derhalve op (8,06520 x € 3.,280,- =) € 26.453,
  3. Afschrijvingskosten Het hof stelt de afschrijvingskosten overeenkomstig het BOOM-rapport bij 286 planten vast op € 200,-. Hennepstekken Het hof stelt de kosten per hennepstek overeenkomstig het BOOM-rapport vast op € 2,85 per stek, derhalve op in totaal (286 x € 2,85 =) € 815,
  4. Variabele kosten Het hof stelt de kosten per hennepstek overeenkomstig het BOOM-rapport vast op € 3,33 per stek, derhalve op in totaal (286 x € 3,33 =) € 952,
  5. Samengevat is de opbrengst van kweekruimte 1 geweest (€ 26.453,85 -/- € 200,- -/- € 815,10 -/- € 952,38= € 24.486,
  6. Kweekruimte 2 Opbrengsten kweekruimte 2 Totale bruto-opbrengst Opbrengst in hennep In kweekruimte 2 werden 434 hennepplanten aangetroffen en overeenkomstig de voordeelrapportage gaat het hof in het voordeel van betrokkene uit van 16 planten per m
  7. Dit levert volgens het BOOM-rapport een opbrengst per plant op van 27,7 gram hennep, in totaal derhalve (434 x 27,7 gram =) 12.021,80 gram hennep, ofwel 12,02180 kilogram hennep. Opbrengst hennep Overeenkomstig het BOOM-rapport stelt het hof de opbrengst van hennep in geld vast op € 3.280,- per kilogram, in totaal derhalve op (12,02180 x € 3.280,- =) € 39.431,
  8. Afschrijvingskosten Het hof stelt de afschrijvingskosten overeenkomstig het BOOM-rapport bij 434 planten vast op € 300,-. Hennepstekken Het hof stelt de kosten per hennepstek overeenkomstig het BOOM-rapport vast op € 2,85 per stek, derhalve op in totaal (434 x € 2,85 =) € 1.236,
  9. Variabele kosten Het hof stelt de kosten per hennepstek overeenkomstig het BOOM-rapport vast op € 3,33 per stek, derhalve op in totaal (434 x € 3,33 =) € 1.445,
  10. Samengevat is de opbrengst van kweekruimte 2 geweest ( € 39.431,50 -/- € 300,- -/- € 1.236,90 -/- € 1.445,22 =) € 36.449,
  11. Totale opbrengst De totale opbrengst van de kweekruimten 1 en 2 is geweest ( € 24.486,37+ € 36.449,38=) € 60.935,-- (afgerond). Toerekening Betrokkene is veroordeeld ter zake het medeplegen van hennepteelt. Betrokkene is met twee anderen aangehouden in een gebouw met daarin een in werking zijnde hennepkwekerij. Nu het hof niet kan vaststellen welk gedeelte van het hiervoor vastgestelde voordeel aan elk is toegevloeid, zal het hiervoor vastgestelde voordeel ponds-pondsgewijs worden verdeeld zodat aan betrokkene wordt toegerekend een bedrag van (€ 60.935,- : 3 =) € 20.311,- (afgerond) op welk bedrag het door betrokkene genoten voordeel wordt geschat. Op te leggen betalingsverplichting Het hof zal aan de betrokkene de verplichting opleggen tot betaling van na te melden bedrag aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Redelijke termijn Voor zover er in deze ontnemingszaak sprake is van schending van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM, zal het hof daaraan geen verdere consequenties verbinden nu deze schending in de onderliggende strafzaak met parketnummer 20-000070-18 waarin het hof heden eveneens arrest heeft gewezen, reeds bij de strafoplegging in matigende zin is betrokken. Gijzeling Met ingang van 1 januari 2020 is het nieuwe elfde lid van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht direct van toepassing geworden. Het hof zal daarom bij het opleggen van de maatregel ook de duur van de gijzeling bepalen die, met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering, in dit geval ten hoogste kan worden gevorderd. Bij het bepalen van de duur wordt overeenkomstig de landelijke oriëntatiepunten straftoemeting voor elke volle € 50,- van het opgelegde bedrag niet meer dan één dag gerekend met een maximum van 1080 dagen. Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens gold dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens geldt. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Stelt het bedrag waarop het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 20.311,00 (twintigduizend driehonderdelf euro). Legt de betrokkene de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 20.311,00 (twintigduizend driehonderdelf euro). Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 406 dagen. Aldus gewezen door: mr. G.J. Schiffers, voorzitter, mr. P.T. Gründemann en mr. E.E. van der Bijl, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. J.H.W. Van der Meijs, griffier, en op 3 november 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken. mr. P.T. Gründemann is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.