← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2022:547

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.300.001/01 arrest van 22 februari 2022 gewezen in het incident ex artikel 225 en 227 Rv in de zaak van [appellant] , zonder vaste woon- of verblijfplaats, appellant in de hoofdzaak, eiser in het incident, hierna aan te duiden als: [appellant] , advocaat: mr. S. Zoroufi Azar te Heerlen, tegen Provinzial Rheinland Versicherung AG, gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerde in de hoofdzaak, verweerster in het incident, hierna aan te duiden als: Provinzial, advocaat: mr. M. van Sintmaartensdijk te Maastricht, op het bij exploot van dagvaarding van 9 augustus 2021 ingeleide hoger beroep van het vonnis in verzet van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 16 juni 2021, gewezen tussen [appellant] als gedaagde en Provinzial als eiseres. 1Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/280682 / HA ZA 20-388) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis. 2Het geding in hoger beroep Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep; de memorie van grieven met producties; het H16-formulier met bijlage voor de rol van 28 december 2021 van de advocaat van [appellant] waarbij is verzocht om de bewindvoerder van [appellant] toe te voegen als formele procespartij in de procedure; de memorie van antwoord in het incident van artikel 225 Rv van Provinzial. Het hof heeft een datum bepaald voor arrest in het incident. 3De beoordeling In het incident 3.

  1. Bij H16-formulier voor de rol van 28 december 2021 heeft [appellant] het hof laten weten dat hij na het uitbrengen van de appeldagvaarding met ingang van 16 september 2021 onder bewind is komen te staan. Hij heeft verzocht om de bewindvoerder als formele procespartij aan te merken en hem te voegen in de procedure. 3.
  2. In reactie op het verzoek van [appellant] heeft Provinzial laten weten dat zij de onderbewindstelling ook als een verandering van de persoonlijke staat van partij [appellant] ziet en dat zij deze verandering erkent. 3.
  3. Uit de bij het H16-formulier overgelegde stukken blijkt dat de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, bij beschikking van 27 augustus 2021 de goederen die (zullen) behoren aan [appellant] met ingang van 16 september 2021 voor de duur van vijf jaar onder bewind heeft gesteld met benoeming van ID2 Bewindvoering B.V. te [vestigingsplaats] tot bewindvoerder. Dat betekent dat sprake is van een geval als bedoeld in artikel 225 lid 1 aanhef en sub b Rv. 3.
  4. In de kop van de memorie van grieven van 28 december 2021 is als appellante vermeld ID2 Bewindvoering B.V. i.d.h.v. bewindvoerder over alle goederen die toebehoren aan [appellant] met als advocaat mr. S. Zoroufi Azar. Gezien deze vermelding, de beschikking van de kantonrechter en de instemming van Provinzial, stelt het hof vast dat de bewindvoerder het geding per 28 december 2021 als formele procespartij namens [appellant] heeft overgenomen en op de voet van artikel 227 Rv heeft hervat. Dat betekent dat [appellant] zelf geen procespartij meer is. Het hof gaat er ook vanuit dat de in de memorie van grieven neergelegde stellingen door de bewindvoerder zijn ingenomen en dat de grieven door de bewindvoerder zijn aangevoerd. In de hoofdzaak 3.
  5. De zaak wordt naar de rol verwezen voor memorie van antwoord aan de zijde van Provinzial. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 4De beslissing Het hof: in het incident: verstaat dat ID2 Bewindvoering B.V. in diens hoedanigheid van bewindvoerder over alle goederen die toebehoren aan [appellant] als formele procespartij in de plaats is gekomen van [appellant] ; draagt de griffier op om deze partijwisseling in het Registratie en Informatie Systeem (ReIS) te verwerken; houdt de beslissing over de proceskosten aan tot de einduitspraak in de hoofdzaak; in de hoofdzaak: verwijst de zaak naar de rol van 5 april 2022 voor memorie van antwoord aan de zijde van Provinzial; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 22 februari
  6. griffier rolraadsheer

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.