Parketnummer : 20-002323-20 Uitspraak : 28 februari 2022 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch van 26 oktober 2020, in de strafzaak met parketnummer 01-870015-17 tegen: [verdachte] , geboren te Veghel op [geboortedag] 1994, thans uit anderen hoofde verblijvende in [adres] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd, tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden. Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal bevestigen met aanvulling van de bewijsmiddelen en behoudens wat betreft de opgelegde straf en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden. De raadsman heeft primair het hof verzocht om uit te gaan van een kortere pleegperiode dan door de rechtbank is bewezenverklaard en heeft daarnaast een bewijsverweer gevoerd, Subsidiair heeft de raadsman een strafmaatverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, behalve voor wat betreft de opgelegde straf en de daarbij behorende strafmotivering, en met aanvulling van de bewijsmiddelen en een bewijsoverweging. Aanvulling bewijsmiddelen De door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen zullen worden aangevuld met de navolgende verklaringen. Een proces-verbaal van verhoor getuige, d.d. 11 april 2017, p. 230 t/m 233, voor zover inhoudende de verklaring van [getuige] : V = vraag van verbalisant A = antwoord van verdachte (het hof begrijpt: de getuige) V: Gebruik jij drugs? A: Ja. V: Wat voor soort drugs gebruik jij? A: Ik gebruik alleen cocaïne. (...) V: Hoelang gebruik jij al cocaïne? A: Ik gebruikte al langer, maar ben een hele tijd gestopt geweest. Ik ben in september 2016 weer begonnen met gebruik. V: Waar koop jij de cocaïne? A: Ik koop mijn cocaïne bij iemand die zich [naam] noemt. Ik heb via via eens een telefoonnummer gekregen. Dit nummer wisselt heel vaak en ik ontvang dan per sms een nieuw nummer. De verzender van dit sms bericht noemt zich [naam] . Het zijn ook allemaal steeds verschillende personen die cocaïne komen brengen. Ik weet dat er een paar Turkse jongens uit Heeswijk-Dinther cocaïne komen brengen, maar ook een paar Turkse jongens uit Veghel. Ik heb gehoord dat dit broertjes en vrienden van elkaar zijn. Een van de jongens heet [naam] en een andere heet [verdachte] . Ze komen ook altijd met verschillende voertuigen. Ik heb gezien dat ze wel eens cocaïne zijn komen brengen met een zilvergrijze Mercedes CLS, groene Peugeot 206, Citroen CS1. Het is gewoon een groepje die cocaïne dealen. V: Hoelang koop jij al cocaïne bij deze persoon? A: Al vanaf het begin af aan koop ik bij [naam] . Ik ben in september 2016 weer begonnen en vanaf toen wordt de cocaïne gebracht door het groepje wat ik net heb omgeschreven. V: Hoe vaak koop jij cocaïne bij deze persoon? A: Ik koop 1 keer per week cocaïne V: Als jij cocaïne wilt kopen, hoe gaat dat dan in zijn werk? A: Ik stuur een sms en dan wordt een locatie afgesproken. Ik spreek meestal in het centrum van Veghel af. De ene keer is dat bij de Aldi en het parkeerterrein bij het Kruidvat. V: Op welk telefoonnummer bestel jij de cocaïne? A: [telefoonnummer] , [telefoonnummer] . Ik heb een aantal telefoonnummers verwijderd op het moment toen u mij belde. V: Hoeveel betaal jij voor de cocaïne? A: 50 euro. V: Hoe zat de cocaïne verpakt? A; In een wit envelopje of plastic gripzakjes. V: Was de cocaïne die je bij deze persoon kocht in poedervorm of in brokstukjes? A: Meestal poeder. V: Hoe vaak heb jij cocaïne bij deze persoon gekocht? A: Ik heb zeker 25 maal cocaïne bij deze personen gekocht. (...) V: Uit het onderzoek is gebleken dat jij in de periode van 20 september 2016 tot en met 20 december 2016, 39 maal telefonisch contact hebt gehad dan wel getracht hebt telefonisch contact te krijgen met het telefoonnummer [telefoonnummer] . Dit nummer was in gebruik bij [verdachte] . Wat kun je hierover verklaren? A: Ik kocht ook bij [verdachte] mijn cocaïne. V: Waar ken jij [verdachte] van? A: Ik ken hem van de voetbalclub bij [plaats] . V: Werken [verdachte] en [medeverdachte] samen? A: Ik weet zeker dat ze allemaal samen werken. Het broertje van [verdachte] , genaamd [naam] die behoort ook tot het groepje dealers. Een proces-verbaal van verhoor getuige, d.d. 13 april 2017, p. 270 t/m 273, voor zover inhoudende de verklaring van [getuige] : V = vraag van verbalisant A = antwoord van verdachte (het hof begrijpt: de getuige) V: Gebruik jij drugs? A: Ja. V: Wat voor soort drugs gebruik jij? A: Cocaine. (...) V: Hoelang gebruik jij al cocaine? A: 1 jaar. V: Waar koop jij de cocaine? A: Ik heb via via een telefoonnummer gekregen. Dit nummer betreft [telefoonnummer] . Ik heb 2 verschillende personen gehad die bij mij de cocaine kwamen brengen. Ik heb cocaine gekocht bij [verdachte] . Ik ken [verdachte] , omdat hij bij ons in het dorp Heeswijk-Dinther woont. De (het hof begrijpt: ik) heb [verdachte] al 3 maanden niet meer gezien en sindsdien is er een andere jongen die cocaine komt brengen. Deze jongen is een Turk/Marokkaanse jongen, tussen de 20 en 25 jaar oud, wat dikker postuur en rijdt in verschillende auto’s. Ik herinner me nog dat hij in een oude kleine auto is geweest. Ik heb aan die jongen gevraagd waar [verdachte] was en ik hoorde hem zeggen dat [verdachte] opgepakt was. V: Hoe ken je deze persoon en hoe ben jij in contact gekomen met hem? A: Ik kreeg op 24 februari 2017 een sms bericht van telefoonnummer [telefoonnummer] met daarin de tekst: “Hee maatje, nieuw nummer voor bier, groetjes [verdachte] ”. Toen ik het telefoonnummer belde om cocaïne te kopen kwam dus niet [verdachte] , maar de persoon bij wie ik de laatste mijn cocaïne kocht. V: Is dit altijd hetzelfde telefoonnummer geweest of is dit in de loop der tijd veranderd? A: Zoals ik al zei is het telefoonnummer op 24 februari 2017 gewijzigd. V: Hoelang koop jij al cocaine bij deze persoon? A: Ik heb een paar keer cocaine gekocht bij [verdachte] . Vanaf 24 februari 2017 heb ik 2 maal cocaine gekocht bij die andere persoon. V: Als jij cocaine wilt kopen, hoe gaat dat dan in zijn werk? A: Ik stuur een sms bericht en we spreken een locatie af. Ik stap dan in de auto bij hen en overhandig het geld en ik krijg van hem dan cocaine. V: Hoeveel betaal jij voor de cocaine? A: 40 euro per gram. V: Hoe zat de cocaine verpakt? A: Plastic zakjes V: Was de cocaïne die je bij deze persoon kocht in poedervorm of in brokstukjes? A: Poeder. V: Hoe noemde deze persoon zich? A: Weet ik niet. V: Hoe vaak heb jij cocaïne bij deze persoon gekocht? A: Ik heb 2 maal bij die laatste persoon cocaïne gekocht. V: Van wie kocht jij de cocaine voordat je bij deze persoon kocht? A: Zoals ik al zei, bij [verdachte] . (...) V: Uit het onderzoek is gebleken dat jij in de perioden van 20 september 2016 tot en met 20 december 2016, 30 maal telefonisch contact hebt gehad dan getracht hebt telefonisch contact te krijgen met telefoonnummer [telefoonnummer] . Dit nummer was in gebruik bij [verdachte] . Wat kun je hierover verklaren? A: Ik heb in de periode 20 september 2016 tot 20 december 2016 alleen maar contact gehad met [verdachte] voor de koop van cocaine. V: Werken [verdachte] en [medeverdachte] samen? A: Ik denk het wel, anders komen ze niet aan mijn telefoonnummer. Een proces-verbaal van verhoor getuige, d.d. 12 april 2017, p. 252 t/m 256, voor zover inhoudende de verklaring van [getuige] : V = vraag van verbalisant A = antwoord van verdachte (het hof begrijpt: de getuige) V: gebruik jij drugs? A: Ja V: wat voor soort drugs gebruik jij? A: cocaïne en (..) V: hoelang gebruik jij cocaïne? A: In ben in de zomer van 2016 ergens begonnen met cocaïne gebruiken. V: Ken jij [verdachte] ? A: Ik weet wie het is. V: Waar ken jij [verdachte] van? A: Die zat bij mij op de middelbare school. Ik heb van mensen vernomen dat [verdachte] ook handelde in cocaïne. Ik hoorde dat hij een
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.