← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2022:787

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht Uitspraak: 10 maart 2022 Zaaknummer: 200.297.175/02 Zaaknummer bodemprocedure eerste aanleg: C/01/304851 / HA ZA 16-152 Zaaknummer bodemprocedure hof: 200.297.175/01 in de zaak van [x] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , en [x] VOF, gevestigd te [vestigingsplaats] , en [appellant] , wonende te [woonplaats] , en [appellante] , wonende te [woonplaats] , verzoekers, hierna gezamenlijk te noemen: [x] (vrouwelijk enkelvoud) advocaat voor allen: mr. G.R.A.G. Goorts te Helmond, tegen [de B.V.] , gevestigd te [vestigingsplaats] , en [geïntimeerde 1] , wonende te [woonplaats] , en [geïntimeerde 2] , wonende te [woonplaats] , verweerders, hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerden] (vrouwelijk enkelvoud), advocaat: mr. E.H. Verweij te Apeldoorn. 1Het geding in de bodemzaak Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 21 april 2021, gewezen tussen [x] als eiseres en [geïntimeerden] als gedaagde. [x] heeft bij dagvaarding van 8 juli 2021 hoger beroep ingesteld tegen voornoemd vonnis (bij het hof geregistreerd onder zaaknummer 200.297.175/01). 2Het geding (verzoek voorlopig getuigenverhoor) 2.

  1. Bij verzoekschrift ex artikel 186 Rv met bijlagen (productie 1 tot en met 8), ingekomen ter griffie op 15 december 2021, heeft [x] het hof verzocht te bevelen dat een voorlopig getuigenverhoor zal worden gehouden met benoeming van een rechter-commissaris voor wie dit getuigenverhoor zal worden gehouden, met bepaling van het tijdstip waarop het voorlopig getuigenverhoor zal worden gehouden alsmede het tijdstip waarop [x] uiterlijk een afschrift van dit verzoek en de daarop te geven beschikking aan [geïntimeerden] moeten doen toekomen. 2.
  2. [geïntimeerden] heeft een verweerschrift ingediend, ingekomen ter griffie op 8 februari
  3. 2.
  4. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 februari
  5. Bij die gelegenheid zijn gehoord: namens [x] mr. Goorts, namens [geïntimeerden] mr. Verweij. 2.
  6. Nadat het hof [x] en [geïntimeerden] erop heeft gewezen dat het in onderhavige zaak in de bodemprocedure al dan niet gezamenlijk verzoeken om een mondelinge behandeling waarbij de deskundigen, die in eerste aanleg een rapportage hebben uitgebracht, aanwezig zullen zijn ter bevraging door zowel het hof als beide partijen, nadrukkelijk in de rede zou (kunnen) liggen, heeft het hof mr. Goorts (namens [x] ) en mr. Verweij (namens [geïntimeerden] ) in de gelegenheid gesteld over deze suggestie overleg te voeren. De mondelinge behandeling is daarvoor onderbroken. Na hervatting van de mondelinge behandeling heeft mr. Goorts verklaard dat [x] haar verzoek intrekt en dat beide partijen in de bodemprocedure het hof een gezamenlijk verzoek tot het gelasten van een mondelinge behandeling, waarbij de deskundigen die in eerste aanleg een rapportage hebben uitgebracht aanwezig zullen zijn, zullen doen. Voorts hebben beide partijen met betrekking tot de proceskosten nadrukkelijk verklaard dat deze gecompenseerd dienen te worden in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 3De beoordeling Het hof begrijpt uit genoemde mededeling ter zitting in hoger beroep dat [x] haar verzoek niet langer handhaaft. Dit brengt mee dat zij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar verzoek omdat het hof als gevolg van de intrekking op processuele gronden niet toekomt aan een inhoudelijke behandeling en beoordeling van de zaak. 4De uitspraak Het hof: verklaart [x] niet-ontvankelijk in haar verzoek, compenseert, conform verzoek van beide partijen, de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit arrest is gewezen door mrs. J.I.M.W. Bartelds, A.P. Zweers-van Vollenhoven en S.J.H. van de Kant en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2022.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.