Parketnummer : 20-001524-20 Uitspraak : 10 maart 2023 TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv) Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 17 juli 2020, in de strafzaak met parketnummer 01-879944-18, tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993, wonende te [adres 1] , thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Rotterdam, locatie Hoogvliet, [adres 2] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank de verdachte ter zake van ‘voorbereiding van opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en voorbereiding van opzettelijk vernielen of beschadigen van een gebouw, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden met aftrek. Voorts heeft de rechtbank het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis afgewezen en de onder de verdachte in beslag genomen Volkswagen Golf (met kenteken [kenteken] ) verbeurdverklaard. Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis tijdig hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk zal verklaren nu de verdachte zijn grieven tegen het bestreden vonnis niet langer wenst te handhaven. Ontvankelijkheid van het hoger beroep Op 5 januari 2021 is het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep aangevangen met het uitroepen van de onderhavige zaak. De verdediging heeft per e-mailbericht d.d. 21 februari 2023 te kennen gegeven dat de verdachte het hoger beroep niet langer handhaaft. Het hof begrijpt dat de verdachte zijn grieven tegen het bestreden vonnis niet langer handhaaft en geen rechtens te beschermen belang (meer) heeft bij de behandeling van zijn zaak in hoger beroep. Nu het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep reeds was aangevangen, is geen sprake van een omstandigheid als bedoeld in artikel 453 van het Wetboek van Strafvordering. Echter, nu het belang van de verdachte noch enig ander rechtens te beschermen belang gediend is met een behandeling van de zaak in hoger beroep zal het hof, gehoord de advocaat-generaal, toepassing geven aan het in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering bepaalde en het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren. BESLISSING Het hof: verklaart het door de verdachte ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus gewezen door: mr. W.E.C.A. Valkenburg, voorzitter, mr. A.M.G. Smit en mr. B.F.M. Klappe, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. Vulto, griffier, en op 10 maart 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken. Mr. Smit is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.