← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2023:222

Parketnummer : 20-000168-20 Uitspraak : 24 januari 2023 TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv) Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 15 januari 2020 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 03-293778-19 en 03-271073-19, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerder opgelegde voorwaardelijke straffen, parketnummers 03-080061-19, 02-217460-18 en 03-700353-18, tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986, zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande. Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte in de zaak met parketnummer 03-293778-19 ter zake van “diefstal door twee of meer verenigde personen” en in de zaak met parketnummer 03-271073-19 ter zake van “opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, met aftrek van voorarrest. Voorts is de tenuitvoerlegging gelast van de eerder onder parketnummers 03-080061-19, 02-217460-18 en 03-700353-18 voorwaardelijk opgelegde straffen. Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen. De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep geen verweer gevoerd ten aanzien van de bewezenverklaring; het hoger beroep is ingesteld in verband met de door de rechtbank opgelegde straf. De raadsman heeft zich wat betreft de straftoemeting aanvankelijk gerefereerd aan het oordeel van het hof en vervolgens bepleit dat, in verband met de op te leggen straf in de gelijktijdig maar niet gevoegd behandelde zaak tegen de verdachte met parketnummer 20-001393-21, in de onderhavige zaak toepassing zal worden gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Ten aanzien van de vorderingen tot tenuitvoerlegging van de eerder onder parketnummers 03-080061-19, 02-217460-18 en 03-700353-18 voorwaardelijk opgelegde straffen heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, met aanvulling van de door de politierechter aangehaalde wetsartikelen met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht. Gelet op de ernst van het bewezenverklaarde en de persoonlijkheid van de verdachte ziet het hof geen aanleiding om aan hem geen straf of maatregel op te leggen zoals bedoeld in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING Het hof: Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene. Aldus gewezen door: mr. J. Platschorre, voorzitter, mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo en mr. S. Taalman, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. H.M. Vos, griffier, en op 24 januari 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.