GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.305.112/01 arrest van 28 februari 2023 in de zaak van Schmidbauer GmbH & Co. KG, gevestigd te [vestigingsplaats] , Duitsland, appellante in principaal hoger beroep, geïntimeerde in incidenteel hoger beroep, hierna aan te duiden als Schmidbauer, advocaat: mr. E. Jacobson te Enschede, tegen Mammoet Heavylift B.V. (voorheen Ale Heavylift B.V.), gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerde in principaal hoger beroep, appellante in incidenteel hoger beroep, hierna aan te duiden als ALE, advocaat: mr. R. Le Grand te Rotterdam, op het bij exploot van dagvaarding van 27 december 2021 ingeleide hoger beroep van de vonnissen van 30 september 2020 en 6 oktober 2021, door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, gewezen tussen Schmidbauer als eiseres in conventie, verweerster in reconventie en ALE als gedaagde in conventie eiseres in reconventie. 1Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 8203247 CV EXPL 19-5569) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen en het vonnis van 1 april
- 2Het geding in hoger beroep Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep; de memorie van grieven met productie; de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met productie; de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep; de mondelinge behandeling van 31 januari 2023, waarbij partij Schmidbauer een toelichting en partij ALE spreekaantekeningen heeft overgelegd; Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg. 3De beoordeling in principaal en incidenteel hoger beroep 3.1 In het aan het hof overgelegde procesdossier bevindt zich een brief van 8 januari 2021 bij welke brief ten behoeve van de mondelinge behandeling in eerste aanleg, van 19 januari 2021, producties 18 en 19 zijn overgelegd. Productie 18 en 19 bevatten echter beide de e-mail van 10 mei 2017 van [persoon A] aan Rechtsanwälte Kormaier & Partner. Het hof neemt daarom aan dat als productie 19 een onjuiste productie aan het hof is overgelegd. Naar het hof uit de aantekeningen van de zitting d.d. 19 januari 2021 in eerste aanleg begrijpt zou productie 19 een aanvullende verklaring van Bos moeten zijn. Een aanvullende verklaring die, naar het hof begrijpt, in het vonnis van 6 oktober 2021 onder rechtsoverweging 2.8 is geciteerd, en een e-mail van 6 januari 2021 betreft. 3.2 Het hof zal partijen in de gelegenheid stellen om de juiste productie 19 op de rol van 14 maart 2023 aan het hof te verstrekken. Iedere verdere beslissing zal tot de dag na die datum worden aangehouden. 4De uitspraak Het hof: op het principaal en incidenteel hoger beroep stelt partijen in de gelegenheid om op de rol van 14 maart 2023 de juiste productie 19 aan het hof te verstrekken; houdt iedere verdere beslissing tot de dag na die datum aan. Dit arrest is gewezen door mrs. H.A.G. Fikkers, Y.L.L.A.M. Delfos-Roy en M.W.M. Souren en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 28 februari
- griffier rolraadsheer