Parketnummer : 20-001982-23 Uitspraak : 26 maart 2024 TEGENSPRAAK (ex artikel 279 Sv) Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 30 juni 2023, in de strafzaak met parketnummer 03-142609-22 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000, thans zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande, met als laatst bekend BRP-adres: [adres 1] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van diefstal door twee of meer verenigde personen (feit 1 en feit 2) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken. Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte door diens raadsman naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, bewezen zal verklaren hetgeen aan de verdachte onder 1 en 2 is tenlastegelegd en de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken. In het geval het hof mocht overwegen om te komen tot vrijspraak van feit 2, heeft de advocaat-generaal verzocht om de het horen van de verbalisanten die de processen-verbaal van herkenning hebben opgemaakt. De verdediging heeft primair integrale vrijspraak van het onder 1 en 2 tenlastegelegde bepleit. Subsidiair, in het geval het hof mocht komen tot enige bewezenverklaring, is verzocht om aan de verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, maar een taakstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf, met reclasserings-toezicht als bijzondere voorwaarde. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, reeds omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: 1.hij op of omstreeks 1 maart 2021 te Valkenburg, in de gemeente Valkenburg aan de Geul, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een (elektrische) fiets (Giant Active Line), in elk geval enig goed, die/dat geheel of ten dele aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 2.hij in of omstreeks de periode van 6 mei 2021 tot en met 7 mei 2021 in de gemeente Voerendaal, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer fietsen (Giant Elegance), in elk geval enig goed, die/dat geheel of ten dele aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak feit 1 Uit het dossier volgt dat de elektrische fiets van aangever [benadeelde 1] op 1 maart 2021, tussen 13.00 en 14.00 uur, is weggenomen uit de fietsenstalling bij het treinstation te Valkenburg. Uit de camerabeelden van treinstation Schin op Geul en de verklaring van de beheerder van dit station volgt dat op 1 maart 2021, omstreeks 13.24 uur, 2 personen op station Schin op Geul met een afgesloten fiets de trein uitstappen en daarmee naar het parkeerterrein lopen, om de fiets uiteindelijk in de fietsenstalling aldaar achter te laten. Op de beelden is te zien dat er nog een derde persoon bij hen in de buurt loopt. Op de camerabeelden van de volgende ochtend, 2 maart 2021, is waargenomen dat een persoon een bestelbus op het parkeerterrein van station Schin op Geul parkeert en naar de – inmiddels door de politie met een extra slot afgesloten – fiets van aangever [benadeelde 1] loopt, dan kennelijk constateert dat de fiets met een extra slot is afgesloten en al telefonerend weer wegloopt. Volgens de beheerder van het station voldeed deze persoon volledig aan het signalement van de persoon die op 1 maart 2021 de fiets uit de trein had gedragen en toen witte badslippers droeg. De verdachte is door drie verbalisanten herkend als één van de drie personen die op de camerabeelden van station Schin op Geul is te zien en die op deze beelden zwarte schoenen draagt. Op de zich in het dossier bevindende stills van de camerabeelden is echter te zien dat de elektrische fiets van [benadeelde 1] wordt wegdragen door een persoon met witte schoenen en een persoon op witte badslippers. Gelet op deze omstandigheid, is het hof van oordeel dat zich in het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevindt waaruit volgt dat de verdachte ten aanzien van de elektrische fiets van [benadeelde 1] enige wegnemingshandeling heeft gepleegd. Zelfs als hij al de derde persoon was die op dat moment in de buurt was van degenen die de fiets stalen, kan de betrokkenheid van de verdachte bij de tenlastegelegde diefstal door het hof derhalve nog niet worden vastgesteld, laat staan de aard van die betrokkenheid. Nu het hof uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging heeft bekomen dat de verdachte de onder 1 tenlastegelegde diefstal – alleen dan wel in vereniging – heeft begaan, zal hij daarvan worden vrijgesproken. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op of omstreeks 6 mei 2021 in de gemeente Voerendaal, tezamen en in vereniging met een ander, twee fietsen (Giant Elegance), die aan [benadeelde 2] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen Hieronder wordt telkens verwezen naar dossierpagina’s van het eindproces-verbaal met BHV-nummer 2022077631 van de politie Eenheid Limburg, District Zuid-West-Limburg, Basisteam Heuvelland, Opsporing, gesloten op 16 juli 2022, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 145. Alle tot het bewijs gebezigde processen-verbaal zijn, voor zover niet anders vermeld, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporings-ambtenaren en alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven. Ten aanzien van feit 2: 1. Het proces-verbaal van aangifte, doorgenummerde dossierpagina’s 101-103, met bijlage goederen op pagina 104, voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [benadeelde 2] : (pagina 101) Mijn man en ik (…) zijn sinds 25 april 2021 op vakantie op de [camping] , te [adres 2] . Dit betreft een besloten terrein waarvan [getuige] eigenaar is. (…) Op een fietsendrager, bevestigd aan de achterzijde van onze caravan, waren twee elektrische fietsen bevestigd die mijn eigendom zijn. Op 6 mei 2021, tussen 08.00 uur en 08.30 uur, liet mijn man onze hond uit vanaf onze campingplek. (…) Mijn man zei me bij zijn terugkomst dat hem op de openbare weg aan de voorzijde van de camping een fietshoes was opgevallen. Deze lag midden op straat. Mijn man zag dat het eenzelfde fietshoes was zoals wij die ook voor onze beide fietsen hebben. (…) Mijn man pakte de fietshoes op en liep terug naar de camping. (pagina’s 101-102) Onderweg terug zag mijn man dat er een tweede fietshoes op de grond lag. (pagina 102) Ook deze pakte hij op om vervolgens terug te lopen naar onze caravan. Daar aangekomen zag mijn man dat onze fietsen weg waren. Toen wist mijn man ook dat het onze fietshoezen waren die hij had gevonden op straat voor de camping. (…) De fietsen waren beiden afgesloten middels het standaard fietsslot. We hadden de sleutels nog steeds bij ons. Na de ontdekking van de diefstal van onze fietsen, meldde ik mij direct bij camping-eigenaar [getuige] . Ik (…) hoorde dat [getuige] beschikte over beveiligingscamera's. Ik hoorde dat [getuige] zei dat hij de camerabeelden zou gaan bekijken (…). [getuige] heeft ons al gezegd dat hij op 6 mei 2021, omstreeks 00.20 uur, de verdachten ziet weglopen met twee fietsen. Fiets 1 Merk: Giant Type: Elegance Model: Damesmodel (lage instap) Model: 2017 Aandrijving: elektrisch model (…) Fiets 2 Merk: Giant Type: Elegance Model: Damesmodel (lage instap) Model: 2017 Aandrijving: elektrisch model (…) 2. Het proces-verbaal van verhoor getuige, doorgenummerde dossierpagina’s 107-108, voor zover inhoudende verklaring van de getuige [getuige] : (pagina 107) Ik ben eigenaar van [camping] , [adres 2] . Op 6 mei 2021 werd er bij mij gemeld dat er 2 elektrische fietsen op de camping ontvreemd waren. (…) Ik heb de camerabeelden bekeken van de camping. Ik zag op de beelden dat 2 personen met 2 fietsen het campingterrein af liepen. 3. Het proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde dossierpagina 131, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] : Op 9 mei 2021, om 12.28 uur, ontving ik een e-mail met daarbij een link naar camerabeelden van de [camping] te [adres 2] . Ik ontving deze e-mail van eigenaar [getuige] van genoemde camping. Ik zag dat [getuige] in deze e-mail vermeldde dat het de camerabeelden betrof van de diefstal van twee e-bikes vanaf zijn camping (…). Na het openen van de link en bekijken van de camerabeelden herkende ik direct [verdachte] als een
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.