Parketnummer : 20-001414-23 Uitspraak : 29 maart 2024 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 8 mei 2023, parketnummer 02-219358-22, in de strafzaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2004, wonende te [adres] . Hoger beroep De rechtbank heeft de verdachte bij vonnis waarvan beroep ter zake van het primair tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van ‘medeplegen van poging tot zware mishandeling’ (het subsidiair tenlastegelegde) veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen jeugddetentie, met een proeftijd van twee jaren. De rechtbank heeft kennelijk abusievelijk geen beslissing genomen over de vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 02-099061-22). De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende: het primair tenlastegelegde bewezen zal verklaren; de verdachte zal veroordelen tot een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van drie maanden, met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 160 uren, subsidiair 80 dagen jeugddetentie; het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk zal verklaren in de vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 02-099061-22). De verdediging heeft primair vrijspraak van het primair en subsidiair tenlastegelegde bepleit. Subsidiair, indien het hof komt tot een bewezenverklaring, heeft de verdediging bepleit dat de verdachte een beroep op noodweer dan wel noodweerexces toekomt en dat hij om die reden dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Meer subsidiair heeft de verdediging een straftoemetingverweer gevoerd. Ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging heeft de verdediging de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie bepleit. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank. Tenlastelegging Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 11 maart 2022 te Roosendaal tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven: - die [slachtoffer] heeft meegevoerd met een auto door hem vast te houden terwijl die [slachtoffer] zich aan de buitenkant van de deurstijl van die auto bevond en/of - met die auto met circa 60 km/u over de weg heeft gereden en/of - die [slachtoffer] een of meerdere vuistslagen heeft gegeven in zijn gezicht, althans tegen zijn lichaam en/of - de handen van die [slachtoffer] heeft losgemaakt van de deurstijl van de auto, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 11 maart 2022 te Roosendaal tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen: - die [slachtoffer] heeft meegevoerd met een auto door hem vast te houden terwijl die [slachtoffer] zich aan de buitenkant van de deurstijl van die auto bevond en/of - met die auto met circa 60 km/u over de weg heeft gereden en/of - die [slachtoffer] een of meerdere vuistslagen heeft gegeven in zijn gezicht, althans tegen zijn lichaam en/of - de handen van die [slachtoffer] heeft losgemaakt van de deurstijl van de auto, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 11 maart 2022 te Roosendaal tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer] heeft mishandeld door: - die [slachtoffer] mee te voeren met een auto en die [slachtoffer] vast te houden terwijl die [slachtoffer] zich aan de buitenkant van de deurstijl van die auto bevond en/of - met die auto met circa 60 km/u over de weg te rijden en/of - die [slachtoffer] een of meerdere vuistslagen in zijn gezicht, althans tegen zijn lichaam te geven en/of - die [slachtoffer] los te maken van de deurstijl van de auto. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 11 maart 2022 te Roosendaal tezamen en in vereniging met een of meer anderen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven: - die [slachtoffer] heeft meegevoerd met een auto door hem vast te houden terwijl die [slachtoffer] zich aan de buitenkant van de deurstijl van die auto bevond en - met die auto met circa 60 km/u over de weg heeft gereden en - die [slachtoffer] meerdere vuistslagen heeft gegeven in zijn gezicht en - die handen van die [slachtoffer] heeft losgemaakt van de deurstijl van de auto, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht. Bewijsoverwegingen De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het primair bewezenverklaarde levert op: medeplegen van poging tot doodslag. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar. Strafbaarheid van de verdachte Door de raadsman is bepleit dat, in geval van een bewezenverklaring, de verdachte een geslaagd beroep op primair noodweer, subsidiair noodweerexces, toekomt. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat er sprake was van een noodzakelijke verdediging van het lijf van de verdachte door een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding door [slachtoffer] . [slachtoffer] liet immers de auto maar niet los waardoor de mogelijkheid bleef bestaan dat hij naar de verdachte zou uithalen. Tegen deze aanval is een verdediging wenselijk en geboden. Voorts voert de raadsman aan dat de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit niet zijn geschonden. Na enkele klappen liet [slachtoffer] niet los en bleef de aanval voortduren. Bovendien zat de verdachte in een rijdende, volle auto en was er geen mogelijkheid voor hem om weg te komen. Hij had dus niet voor een ander middel kunnen kiezen dan hij heeft gedaan. Mocht het hof daar wel vanuit gaan, dan is de raadsman van oordeel dat er sprake is van noodweerexces. Door de paniek, angst en hectische situatie heeft de verdachte misschien niet de juiste keuze gemaakt qua proportionaliteit en subsidiariteit, maar dat kunnen we door de gemoedsbeweging, ontstaan door de aanval, door de vingers zien, aldus de raadsman. Het hof overweegt omtrent dit verweer als volgt. Uit het dossier blijkt het volgende. De verdachte reed op 11 maart 2022 samen met medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in een auto in Roosendaal. Medeverdachte [medeverdachte 1] zat achter het stuur en de verdachte zat op de passagiersstoel. Op een gegeven moment zien zij [slachtoffer] langs de kant van de weg staan. [slachtoffer] gebaarde naar hen waarop de medeverdachte [medeverdachte 1] besloot de auto voor hem te stoppen. De verdachte zag dat [slachtoffer] zijn hand door het geopende raam stak om de telefoon van medeverdachte [verdachte] te pakken. Deze lezing van het gebeurde lijkt te passen bij hetgeen op audiovisueel beeldmateriaal te horen is. Immers, op het filmpje is te horen dat er werd geroepen: ‘Deze djalla wil ons nakken mattie’, wat zoveel betekent als ‘deze sukkel wil van ons stelen’. De verdachte heeft vervolgens de handen van [slachtoffer] gepakt en heeft naar medeverdachte [medeverdachte 1] geroepen dat hij moest rijden. [slachtoffer] bleef aan het raam hangen terwijl medeverdachte [medeverdachte 1] steeds harder reed. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft de verdachte en [slachtoffer] gefilmd terwijl hij de auto bestuurde. In de auto werd gegild en gelachen. [slachtoffer] liet de auto niet los waarop de inzittenden naar de verdachte riepen dat hij [slachtoffer] ‘vuist’ moest geven. De verdachte heeft vervolgens meerdere malen in het gezicht van [slachtoffer] geslagen en hij heeft de armen, waarmee [slachtoffer] zich aan de portier vasthield, omhoog geduwd waarna [slachtoffer] het portier losliet en op het wegdek terecht kwam. De verdachten zijn zonder te stoppen verder doorgereden. Kort daarna zijn de verdachte en zijn medeverdachte(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.