Parketnummer : 20-002713-22 Uitspraak : 9 april 2024 TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv) Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 21 november 2022, in de strafzaak met parketnummer 02-104483-21 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1981, BRP-adres: [adres 1] . Postadres: [adres 2] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als: ‘bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht’ (feit 1 en feit 2) en, ‘opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering’ (feit 3), de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep, onder aanvulling van gronden, zal bevestigen, met uitzondering van de opgelegde straf en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 30 uren subsidiair 15 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest, alsmede tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met een proeftijd van 2 jaren. De raadsman van de verdachte heeft zich met betrekking tot de bewezenverklaring van het tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van het hof. Daarnaast heeft de raadsman een straftoemetingsverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het bestreden vonnis onder aanvulling en verbetering van de gronden waarop het berust, met dien verstande dat de bewijsmiddelen worden aangevuld en/of verbeterd op de wijze als hierna is vermeld, behoudens de opgelegde straf en met verbetering van de kwalificatie van het onder feit 2 bewezenverklaarde. In zoverre zal het bestreden vonnis worden vernietigd. Het hof zal tevens de toepasselijke wettelijke voorschriften waarop de beslissingen van de politierechter zijn gegrond vervangen door de hierna opgenomen artikelen. Aanvulling en/of verbetering bewijsmiddelen Het hof voegt aan de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen van het onder feit 3 bewezenverklaarde het navolgende bewijs middel toe: Een geschrift, te weten een akte uitreiking van de gedragsaanwijzing, (pg. 32) gevoegd in het dossier met procesdossiernummer 20211065373, voor zover inhoudende: Parketnummer 02.014483.21 en bestemd voor: Naam [verdachte] Voornamen [verdachte] Geboren [geboortedag] 1981 te [geboorteplaats] De hierboven bedoelde brief heb ik, ondergetekende: heden 17-04-21 te 21:55 uur te [adres 3] , uitgereikt aan de geadresseerde in persoon. Deze akte heb ik terstond naar waarheid opgemaakt en ondertekend. [verbalisant] Agent [naam verbalisant] Handtekening De in deze akte bedoelde brief met bijlagen is aan mij uitgereikt. Handtekening voor ontvangst: Handtekening. Het hof leest de eerste regel in het bewijsmiddel opgenomen in het vonnis onder 3.1.1. verbeterd, zodat deze luidt: ‘Op woensdag 14 april 2021 was ik bij mijn vriendin [slachtoffer] in Geertruidenberg.’ Het hof leest in bewijsmiddel 3.1.3 (pagina 4) vóór de passage ‘Ik opende het bericht en ik zag een videobericht’ in: ‘Die dag, omstreeks 17.15 uur, kreeg ik via WhatsApp een bericht binnen’. Daarnaast leest het hof in dit bewijsmiddel de tekst “videbericht” (pagina 5) verbeterd als “videobericht”. Verbetering kwalificatie van het onder feit 2 bewezenverklaarde De politierechter heeft onder feit 2 bewezenverklaard dat de verdachte aangeefster heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling. Dit laatste door haar – naar het hof begrijpt – de woorden toe te voegen: “ik sla je vroeg of laat het ziekenhuis in”. Het onder feit 2 bewezenverklaarde is door de politierechter enkelvoudig gekwalificeerd als ‘bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht’. Naar het oordeel van het hof behelst die hierboven cursief weergegeven uiting een bedreiging met zware mishandeling. Het hof zal de kwalificatie derhalve verbeteren. De kwalificatie van het onder feit 2 bewezenverklaarde luidt aldus verbeterd: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, en bedreiging met zware mishandeling. Op te leggen straf De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest, alsmede tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken. De raadsman van de verdachte heeft – onder verwijzing naar de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, meer in het bijzonder de omstandigheden dat de verdachte en aangeefster hun relatie inmiddels hebben hersteld en dat aangeefster in verwachting is van hun vijfde kind, alsmede het tijdsverloop in deze zaak en de feiten en omstandigheden waaronder het tenlastegelegde heeft plaatsgevonden – bepleit dat het hof toepassing zal geven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht en de verdachte geen straf zal opleggen, dan wel zal volstaan met oplegging van een geheel voorwaardelijke straf. Het hof overweegt als volgt. Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich op 14 april 2021 en op 6 mei 2021 schuldig heeft gemaakt aan bedreigingen van zijn (destijds) ex-partner. De verdachte heeft het slachtoffer telefonisch en door middel van het toesturen van filmpje(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.