GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.330.436/01 arrest van 23 januari 2024 in de zaak van [appellante] , wonende te [woonplaats] , appellante, hierna aan te duiden als [appellante] , advocaat: mr. J.E.A.H. Verstraelen te Maastricht, tegen [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats] , geïntimeerde, hierna aan te duiden als [geïntimeerde] , advocaat: mr. B.A.L.H. Robijns te Heerlen. op het bij exploot van dagvaarding van 19 juli 2023 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 5 juli 2023, door de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, gewezen tussen [appellante] als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, en [geïntimeerde] als eiser in conventie, verweerder in reconventie. 1Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 10019944 CV EXPL 22-3375) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis. 2Het geding in hoger beroep Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep; het H8-formulier van [appellante] voor de rol van 17 oktober 2023; het H14-formulier van [geïntimeerde] voor de rol van 31 oktober
- Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg. 3De beoordeling 3.
- [appellante] heeft bij dagvaarding [geïntimeerde] opgeroepen om te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van 8 augustus 2023, waarbij in een nog in te dienen memorie van grieven nadere gronden zullen worden aangevoerd ter onderbouwing van de eis en conclusie zoals in de appeldagvaarding vermeld. 3.
- De zaak stond op de rol van 17 oktober 2023 voor het nemen van een memorie van grieven. Op die rol heeft [appellante] niet de memorie van grieven genomen, maar bij H8-formulier om doorhaling van de procedure verzocht. [appellante] stelt geen belang meer te hebben bij de procedure en wenst de zaak in te trekken. [geïntimeerde] heeft op de rol van 31 oktober 2023 een H14-formulier ingediend, waarin hij bezwaar maakt tegen voormeld verzoek van [appellante] . [geïntimeerde] stelt dat [appellante] bij het aanbrengen van de hoger beroepsprocedure wist dat zij de in het geding zijnde woning moest verlaten. [appellante] heeft dan ook volgens [geïntimeerde] geen belang bij het voeren van deze procedure. Aangezien [appellante] ervoor heeft gekozen wel de zaak aan te brengen, heeft [geïntimeerde] kosten moeten maken. [geïntimeerde] stemt daarom in met het royeren van de procedure onder de voorwaarde dat [appellante] de gemaakte kosten van € 515,00 aan eigen bijdrage en het griffierecht aan hem vergoedt, dan wel dat het hof [appellante] daartoe veroordeelt. 3.
- Het hof overweegt als volgt. 3.
- Het hof begrijpt dat beide partijen een einde willen maken aan de procedure. Het hof begrijpt uit de mededeling van [appellante] dat zij geen grieven tegen het bestreden vonnis meer wenst op te werpen. [geïntimeerde] heeft ingestemd met doorhaling van de procedure onder de voorwaarde dat gemaakte kosten in het kader van de procedure aan hem worden vergoed. [appellante] heeft daartegen geen bezwaar gemaakt. Het hof zal in die zin beslissen. Het hof zal [appellante] niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep en haar veroordelen in de kosten. 4De uitspraak Het hof: verklaart [appellante] niet-ontvankelijk in het hoger beroep; veroordeelt [appellante] in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van geïntimeerde tot aan deze uitspraak begroot op € 343,00 aan griffierecht en op € 515,00 aan salaris advocaat. Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 23 januari
- griffier rolraadsheer