Parketnummer : 20-002755-23 Uitspraak : 7 mei 2024 TEGENSPRAAK (ex artikel 279 Sv) Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 27 september 2023, in de strafzaak met parketnummer 02-160360-22 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2002, BRP-adres: [adres 1] (postadres), ter terechtzitting in hoger beroep opgegeven verblijfadres van de verdachte: [adres 2] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte partieel vrijgesproken van het onder 3 tenlastegelegde, te weten van het voorhanden hebben van een Cobra/Nitraat, in elk geval een zwaar stuk (illegaal) vuurwerk in Gapinge. De politierechter heeft de verdachte, bij vonnis waarvan beroep, ter zake van de eendaadse samenloop van: ‘opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is’ en ‘poging zware mishandeling’ (feit 1 en feit 2 primair) en ‘handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II’ (feit 3) veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 240 uur, subsidiair 120 dagen jeugddetentie met aftrek van voorarrest. Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Omvang van het hoger beroep De politierechter heeft de verdachte partieel vrijgesproken van het onder feit 3 tenlastegelegde, te weten van het voorhanden hebben van een Cobra/Nitraat, in elk geval een zwaar stuk (illegaal) vuurwerk in Gapinge. Het hof is van oordeel dat deze partiële vrijspraak als een beschermde vrijspraak moet worden beschouwd. Het hoger beroep is onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen deze vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404 van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat tegen deze beschermde partiële vrijspraak is gericht. Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft, na wijziging van de tenlastelegging in hoger beroep, gevorderd dat het hof het vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het onder 1, 2 primair en 3 tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 240 uur, subsidiair 120 dagen jeugddetentie en een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 6 maanden, met een proeftijd van 2 jaar en met aftrek van voorarrest. De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit. Vonnis waarvan beroep Het beroepen vonnis zal worden vernietigd reeds omdat in hoger beroep de tenlastelegging is gewijzigd en voorts omdat het vonnis niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing. Tenlastelegging Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep en voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - tenlastegelegd dat: 1.hij op of omstreeks 31 december 2021 te Arnemuiden, gemeente Middelburg, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door op straat - waar zich op dat moment en/of op korte afstand een voertuig met daarin [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] bevond - een (aangestoken/tot ontbranding gebrachte) Cobra of Nitraat, in elk geval een zwaar stuk (illegaal) vuurwerk, in de richting van voornoemd voertuig, te gooien en/of tot ontploffing te brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor dat voertuig, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor die voornoemde inzittenden van het voertuig, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor die voornoemde inzittenden van het voertuig, in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was; 2. hij op of omstreeks 31 december 2021 te Arnemuiden, gemeente Middelburg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, een aangestoken/tot ontbranding gebrachte Cobra of Nitraat, in elk geval een zwaar stuk (illegaal) vuurwerk, heeft gegooid naar/vlakbij en/of in de richting vanhet voertuig waarin die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] zich bevonden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 31 december 2021 te Arnemuiden, gemeente Middelburg, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door een aangestoken/tot ontbranding gebrachte Cobra of Nitraat, in elk geval een zwaar stuk (illegaal) vuurwerk te gooien naar/vlakbij en/of in de richting van het voertuig waarin zich die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] bevonden; 3.hij in of omstreeks de periode van 31 december 2021 tot en met 31 januari 2022 te Arnemuiden, althans in Nederland, één wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een Cobra of een Nitraat, in elk geval een zwaar stuk (illegaal) vuurwerk, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing, voorhanden heeft gehad. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraak Anders dan de politierechter en de advocaat-generaal, maar met de raadsvrouw is het hof van oordeel dat het onder 1, 2 primair, 2 subsidiair en 3 tenlastegelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Aan dit oordeel ligt het navolgende ten grondslag. Op basis van de inhoud van het dossier stelt het hof de volgende feiten en omstandigheden vast. Op 31 december 2021, omstreeks 16:30 uur, waren buitengewoon opsporingsambtenaren [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] belast met het maken van dronebeelden in verband met het toen geldende samenscholingsverbod bij ‘ [café] ’. De buitengewoon opsporingsambtenaren waren in burger gekleed en reden in een privé-voertuig. Toen zij na het maken van de dronebeelden wilden wegrijden, zagen zij dat de verdachte op de kruising bij de Nieuwlandseweg te Arnemuiden een voorwerp aanstak en op straat gooide. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] reden op dat moment achteruit omdat ze niet konden keren. Het voorwerp, cilindervormig en ongeveer 10 centimeter lang, kwam volgens [slachtoffer 2] ongeveer drie meter achter het voertuig terecht en ongeveer 3,5 tot 4 meter volgens [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] heeft daarop zijn auto in de vooruit-stand gezet en is met slippende banden hard weggereden. Toen de auto van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] op een afstand van ongeveer zeven meter van het voorwerp was, kwam het voorwerp tot ontploffing met een flits en harde knal. [slachtoffer 1] is vervolgens te voet achter de jongen aan gegaan en heeft hem gevraagd wat hij gegooid had. Hierop verklaarde de jongen, de verdachte, die onder invloed leek, dat het een Cobra was. De verdachte werd hiervoor op 31 december 2021 buiten heterdaad aangehouden. Bij de doorzoeking van de woning van de verdachte werd in zijn slaapkamer bovenop een kledingkast een zwart cilindervormig voorwerp met de opdruk ‘Super Cobra 6’ aangetroffen. Dit voorwerp hebben de verbalisanten in beslag genomen. In het dossier bevindt zich een “Deskundigenverklaring gevaarzetting Super Cobra 6” d.d. 10 december 2021 van het NFI. Bij de politie heeft de verdachte verklaard dat hij vuurwerk van twee jaar geleden wilde afsteken op de oude binnendijk in Arnemuiden, zodat niemand er last van zou hebben. Hij wilde het afsteken in de berm. Hij had geen enkele intentie om iets of iemand iets aan te doen. Hij gooide iets in de berm en op dat moment kwam, van achterop, een auto aangereden. Hij zag de auto pas toen hij het voorwerp al had gegooid. Het vuurwerk ging af ruim voordat de inzittenden uit de auto stapten en het ging niet af in de buurt van de auto. De auto was 10 tot 20 meter verwijderd van het vuurwerk toen het ontplofte. De verdachte heeft verklaard dat hij aan de BOA’s heeft verteld dat het een nitraat, een soort rotje, was. Hij heeft nooit gezegd dat het een Cobra was. In het dossier bevinden zich geen foto’s van de restanten van het gegooide vuurwerk, noch is daarnaar enig onderzoek gedaan. Het hof overweegt als volgt. Op basis van het dossier kan niet worden bewezen dat verdachte de intentie – in de zin van ‘vol opzet’ – had om de verbalisanten zwaar lichamelijk letsel en/of schade aan het voertuig toe te brengen. Met de politierechter ziet het hof zich dan voor de vraag gesteld of sprake is van voorwaardelijk opzet. Voor de beantwoording van die vraag dient het volgende juridische kader. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad is voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals hier het zwaar lichamelijk letsel en/of schade aan het voertuig – aanwezig wanneer de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dit gevolg zal intreden. Om tot het bewijs van voorwaardelijk opzet te kunnen komen, dienen drie condities te zijn vervuld:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.