GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.324.633/01 arrest van 21 mei 2024 in de zaak van [X production B.V] , gevestigd te [vestigingsplaats] , appellante, hierna aan te duiden als [appellante] , advocaat: mr. M. van Veen te Maastricht, tegen [Y beheer B.V.] , gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerde, hierna aan te duiden als [geïntimeerde] , advocaat: mr. P.H.R. Bruls te Baexem, gemeente Leudal, als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 23 mei 2023 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, onder zaaknummer 9879946 CV EXPL 22-2295 gewezen vonnis van 21 december 2022. 5De procedure in hoger beroep De procedure in hoger beroep blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep van 20 maart 2023; het tussenarrest van 23 mei 2023 waarbij het hof een mondelinge behandeling na aanbrengen heeft gelast; de door [appellante] ten behoeve van de mondelinge behandeling d.d. 21 juli 2023 in het geding gebrachte productie 4; het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 21 juli 2023; de door [appellante] genomen memorie van grieven met productie 5; de door [geïntimeerde] genomen memorie van antwoord met producties 17 tot en met 27. Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg. 6De beoordeling De vaststaande feiten en de kern van het geschil 6.1.1. Het gaat in deze zaak naar de kern genomen om de vraag of [appellante] de eindafrekening moet voldoen die [geïntimeerde] in maart 2022 aan [appellante] heeft verzonden voor werkzaamheden die [geïntimeerde] in de maanden januari tot en met oktober 2017 heeft verricht op basis van een tussen partijen gesloten overeenkomst van opdracht. 6.1.2. In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende feiten. a. [geïntimeerde] exploiteert een organisatieadviesbureau. De werkzaamheden van [geïntimeerde] worden uitgevoerd door haar statutair bestuurder: [persoon A] (hierna: [persoon A] ). b. [appellante] is een onderneming gericht op de ontwikkeling, productie en verkoop van installaties voor de productie en beheer van allerlei soorten gassen. Zij voert die activiteiten uit op projectbasis en is internationaal actief bij meerdere opdrachtgevers. c. [persoon B] (hierna: [persoon B] ) is via [X Holding B.V.] directeur van [appellante] . d. Op 30 januari 2017 hebben [appellante] als opdrachtgever en [geïntimeerde] als opdrachtnemer een overeenkomst van opdracht gesloten. In die overeenkomst staat onder meer het volgende: “De ondergetekenden (…) nemen in aanmerking: dat opdrachtgever werkzaam is op het gebied van de ontwikkeling, productie, verkoop en onderhouden van Ecogy waste to energy systemen en in dat kader opdrachtnemer heeft benaderd om de hierna omschreven werkzaamheden te verrichtten; dat opdrachtnemer voor eigen rekening en risico werkzaam is en in die kwaliteit bereid en in staat is de hierna omschreven werkzaamheden te verrichten; dat de opdrachtnemer dit kan doen onder de titel van “Project manager administratie” komen overeen als volgt: Artikel 1. Opdrachtgever verleent opdracht aan opdrachtnemer -gelijk opdrachtnemer als opdracht aanvaardt van opdrachtgever- tot het verrichten van de volgende werkzaamheden: a. Coördineren en samenstellen van de HAZOP en ATEX procedures en project administratie voor de Ecogy projecten. b. Alle voorkomende werkzaamheden noodzakelijk voor het tijdig opleveren van het project Ecogy FUENIX I in Weert (NL) en eventuele toekomstige projecten. Artikel 2. Opdrachtnemer stelt [persoon A] beschikbaar voor het uitvoeren van deze opdracht. Hij is vrij zijn werkzaamheden naar eigen inzicht in te richten en uit te voeren. Opdrachtgever stelt een werkruimte in Heerlen beschikbaar die kan worden gebruikt, echter thuiswerken en op projectlocatie kan ook voorkomen. Indien opdrachtnemer derden wil inschakelen om hem bij het uitvoeren van zijn opdracht te ondersteunen kan dit enkel na schriftelijke toestemming van opdrachtgever en voor rekening en risico van de opdrachtgever. Opdrachtnemer is niet bevoegd om de opdrachtgever contractueel te binden. Artikel 3. Opdrachtnemer ontvangt van opdrachtgever een vergoeding van € 500,- exclusief 21% BTW per gewerkte dag. Opdrachtnemer ontvangt van Opdrachtgever visitekaartjes en een emailadres. Reiskosten gemaakt voor opdrachtgever kunnen door opdrachtnemer worden gedeclareerd tegen het tarief van € 0,19 per gereden km. Overige kosten, m.u.v. kosten voor telefonie, die worden gemaakt voor het uitvoeren van de taak zijn in beginsel voor rekening van de opdrachtgever maar zullen te allen tijde vooraf worden voorgelegd ter goedkeuring. Declaraties wordt direct na afloop van een maand ingediend en zullen binnen 5 werkdagen na ontvangst worden voldaan. (…) Artikel 6. Deze overeenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd en kan van zijde van de opdrachtgever en opdrachtnemer worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden.” e. Partijen zijn in of omstreeks februari 2017 op verzoek van [appellante] mondeling overeengekomen dat [geïntimeerde] niet meteen maandelijks de daadwerkelijk verrichte werkzaamheden bij [appellante] zou declareren maar maandelijks een voorschot van € 4.000,-- exclusief btw aan [appellante] zou factureren, waarna [geïntimeerde] de resterende uren en kilometervergoeding achteraf, bij beëindiging van de overeenkomst of bij afronding van het project waarvoor [geïntimeerde] door [appellante] was ingeschakeld, zou declareren. f. Op basis van deze mondelinge afspraak heeft [geïntimeerde] aan [appellante] over de maanden februari 2017 tot en met oktober 2017 voorschotfacturen gezonden. [appellante] heeft deze negen voorschotfacturen van elk € 4.000,-- exclusief btw, dus in totaal € 36.000,-- exclusief btw, voldaan. g. De voorschotfactuur voor de maand maart 2017 heeft [geïntimeerde] bij e-mail van 3 april 2017 aan [appellante] gezonden. [persoon B] heeft vervolgens bij e-mail van diezelfde datum aan [persoon A] onder meer het volgende geschreven: “ich benötige noch fur die Zahlung eine Aufstellung Ihrer Stunden, die Sie fur die [appellante] aufgewendet haben and das bitte auch noch fur Februar. Es geht dabei nicht um die Abrechnung, da diese erst Mitte des Jahres erfolgt, sondern um eine Stundenaufstellung, welche nach mehreren Monaten nicht mehr rekonstruiert werden kann.” [persoon A] heeft vervolgens per e-mail van 5 april 2017 het volgende geschreven aan [persoon B] : “Anbei treffen sie die Obersicht von gearbeitete tagen and Locations.” h. [geïntimeerde] heeft vervolgens bij elke voorschotdeclaratie die zij aan [appellante] zond, een specificatie gevoegd van de van de door [persoon A] in de voorafgaande maand verrichte werkzaamheden. i. Een belangrijk deel van de werkzaamheden van [geïntimeerde] (volgens [appellante] zelfs alle werkzaamheden van [geïntimeerde] ) had/hadden betrekking op het zogenaamde Fuenix-project, genoemd in artikel 1 onder b van de overeenkomst. j. [appellante] heeft in of omstreeks november 2017 aan [geïntimeerde] verzocht om de maandelijkse voorschotfacturen niet meer aan haar maar rechtstreeks aan Fuenix Ecogy I BV (genoemd in artikel 1 onder b van de overeenkomst van opdracht en hierna aan te duiden als Fuenix I) te zenden. [geïntimeerde] heeft vanaf november 2017 aan dat verzoek voldaan en de voorschotfacturen zijn sindsdien aan Fuenix I gericht en door deze BV betaald. - k. Bij e-mail van 11 december 2017 heeft [persoon A] aan [persoon B] onder meer het volgende meegedeeld: “Last week you asked me to issue my November invoice again but now addressed to Fuenix Ecogy I BV, Attached you will find this invoice. I tried issuing tis invoice directly with Fuenix Ecogy but they knew nothing about it and refused payment and sent me back to you. I would like to ask you to arrange urgent payment of my November invoice either by [appellante] or Fuenix Ecogy Attached also is my final invoice to [appellante] concerning my VAT (BTW). As I understand from the ladies both you and I need to get our affairs over 2017 in order with the Tax authorities before December 31st 2017. This final [appellante] invoice is based upon the assumption that Fuenix will arrange payment of my November and December invoice [factuurnummer] ” - l. De in dit bericht bedoelde btw-factuur is gedateerd 12 december 2017 en beloopt een te betalen btw-bedrag van € 11.591,13. Op de factuur staat onder meer het volgende: “ amount Totaal gewerkt t/m oktober 2017 € 55.195,86 Totaal BTW 21% € 11.591,13 Betaalde voorschotten - € 36.000,00 nog te betalen uren - € 19.195,86 Immediate payment requested TOTAL € 11.591,13” [appellante] heeft deze factuur voldaan. - m. Met ingang van 1 april 2021 heeft [geïntimeerde] haar werkzaamheden voor Fuenix I beëindigd. [geïntimeerde] heeft vervolgens een slotdeclaratie van 24 november 2021 verzonden aan Fuenix I voor haar werkzaamheden over de periode januari 2017 tot en met maart 2021, onder aftrek van de reeds door [appellante] en Fuenix I betaalde voorschotbedragen. In de begeleidende email van 24 november 2021, waarbij de factuur aan Fuenix I is verzonden, heeft [persoon A] namens [geïntimeerde] aan de directie van Fuenix I onder meer het volgende geschreven: “Zoals reeds bij eerdere gelegenheden is vastgesteld bestaat er sinds 2017 een overeenkomst tussen [appellante] / Fuenix Ecogy I BV en [Y beheer B.V.] . Het contract is na goedkeuring van de inhoud door [persoon C] tot stand gekomen. Fuenix Ecogy 1 BV heeft in eerste instantie [appellante] betaald en [appellante] [Y beheer B.V.] . Op verzoek van Fuenix Ecogy I BV is dat per december 2017 veranderd en sindsdien zijn de facturen + urenstaat direct aan Fuenix (c.q. de heer Maas) verstuurd. Bij het aangaan van deze overeenkomst is op verzoek van Fuenix Ecogy I BV, met als achterliggende reden de krappe liquiditeitspositie van de onderneming, in overleg besloten dat ik voor mijn werkzaamheden maandelijks een overzicht van mijn gewerkte uren en gereden kilometers zou indienen maar slechts een maandelijks een voorschot van € 4.000,- exclusief BTW zou factureren. De resterende uren en kilometervergoeding zouden achteraf, bij beëindiging van de overeenkomst of bij afronding van het project worden verrekend, waarbij het voor Fuenix Ecogy I BV altijd mogelijk was eerder tot verrekening over te gaan. Dit heeft er toe geleid dat ik van 2017 t/m 2021 maandelijks een uren overzicht als ook een voorschotfactuur heb ingediend waarbij alle tussen 2017 en 2021 ingediende voorschot facturen inmiddels zijn voldaan en de door mij ingediende uren declaraties nooit zijn bestreden.” - n. Fuenix I heeft vervolgens door haar voormalig directeur [persoon D] onderzoek laten doen naar de gegrondheid van de einddeclaratie van [geïntimeerde] van 24 november 2021. Bij e-mail van 28 februari 2022 heeft [persoon D] verslag gedaan van zijn bevindingen, en daarover onder meer het volgende geschreven aan de directie van Fuenix: “Meine Prüfung kommt zu dem Ergebnis, dass die vorgelegten Rechnungen und die Nachberechnung im Wesentlichen richtig und angemessen sind. Da es sich bei den Monatsrechnungen um a conto Anforderungen handelte, ist die Durchführung einer Gesamtaufstellung und Schlussabrechnung sicherlich störend zum Zeitpunkt, deswegen aber nicht pauschal unrichtig. Die nachberechnete Anzahl von Beratungsstunden beträgt ca. 13% zum Gesamtberatungsumfanges and damit erscheint diese Nachberechnung in der Summe, aber auch in ihren Teilen plausibel. Ich kann darin keinen grundsätzlichen Fehler erkennen. Ich empfehle daher die Anerkennung und Zahlung.” - o. Fuenix I heeft de einddeclaratie van 24 november 2021 hierna betaald, met uitzondering van het deel dat betrekking heeft op de periode januari 2017 tot en met oktober 2017, omdat dat een periode betreft waarin volgens Fuenix I [appellante] nog betaalplichtig was jegens [geïntimeerde] . - p. [geïntimeerde] heeft vervolgens op 29 maart 2022 een slotdeclaratie aan [appellante] gestuurd voor de werkzaamheden die zij heeft verricht in de periode januari 2017 tot en met oktober 2017, onder aftrek van de in die periode door [appellante] reeds betaalde voorschotten. Op de factuur staat onder meer het volgende: “ amount openstaande uren 2017 [appellante] € 15.482,26 BTW 21% € 3.251,27 TOTAL € 18.733,53” Uit het als laatste bladzijde van productie 4 bij de inleidende dagvaarding overgelegde overzicht blijkt dat het bedrag van € 15.482,26 exclusief btw is opgebouwd uit maandbedragen over de maanden januari tot en met oktober 2017. - q. [appellante] heeft de factuur van 29 maart 2022 onbetaald gelaten. De advocaat van [geïntimeerde] heeft [appellante] vervolgens bij brief van 13 april 2022 gesommeerd het bedrag van € 18.733,53 te voldoen. Het geding bij de kantonrechter 6.2.1. In de onderhavige procedure vordert [geïntimeerde] veroordeling van [appellante] tot betaling van, samengevat en voor zover in hoger beroep nog van belang: een hoofdsom van € 18.733,53, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over dat bedrag vanaf 12 april 2022; € 962,34 ter zake buitengerechtelijke incassokosten; met veroordeling van [appellante] in de proceskosten. 6.2.2. Aan deze vordering heeft [geïntimeerde] , samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. Kort na het ingaan van de overeenkomst zijn partijen op verzoek van [appellante] overeengekomen dat [geïntimeerde] niet na afloop van iedere (kalender)maand alle door haar gewerkte uren en kosten zou factureren, maar als voorschot iedere maand € 4.000,-- exclusief btw bij [appellante] in rekening zou brengen en vervolgens pas na het einde van de opdracht of het project waarvoor [geïntimeerde] was ingeschakeld, de daadwerkelijke werkzaamheden zou factureren onder aftrek van de betaalde voorschotten. [geïntimeerde] heeft bij iedere voorschotfactuur telkens een specificatie gevoegd van de in de voorafgaande maand verrichte werkzaamheden, zodat [appellante] op de hoogte was van de door [geïntimeerde] bestede uren en gemaakte kosten. Op verzoek van [appellante] heeft [geïntimeerde] met ingang van de maand november 2017 haar voorschotfacturen en specificaties gericht aan Fuenix I in plaats van aan [appellante] . Een aanzienlijk deel van de werkzaamheden betrof (advies)werkzaamheden voor het project Ecogy Fuenix I Weert en eventuele vervolgprojecten bij Fuenix I. Zodoende heeft [geïntimeerde] vanaf de maand november 2017 tot en met de maand maart 2021 maandelijks haar voorschotbedragen van € 4.000,= exclusief btw gefactureerd bij Fuenix Ecogy onder verstrekking van maandelijkse specificaties van de daadwerkelijk door de heer [persoon A] namens [geïntimeerde] verrichte werkzaamheden. Per eind maart 2021 heeft [geïntimeerde] haar werkzaamheden voor het project Fuenix I beëindigd. [geïntimeerde] heeft Fuenix I in november 2021 een (slot)declaratie gestuurd, waarin zij het honorarium en kosten/uitgaven voor haar werkzaamheden in de periode januari 2017 tot en met maart 2021 heeft gefactureerd, onder aftrek van de door [appellante] en Fuenix I betaalde voorschotdeclaraties. Fuenix I heeft onderzoek laten doen naar de gegrondheid van einddeclaratie van [geïntimeerde] van 24 november 2021. Fuenix Ecogy II (als rechtsopvolger van Fuenix I) is vervolgens overgegaan tot betaling van de (eind)declaratie van [geïntimeerde] , met uitzondering van de werkzaamheden van [geïntimeerde] die verricht zijn in de maanden januari 2017 tot en met oktober 2017, daar Fuenix eerst met ingang van november 2017 betaalplichtig werd jegens [geïntimeerde] . [geïntimeerde] heeft daarom een einddeclaratie van 29 maart 2022 ten bedrage van € 18.733,53 inclusief btw aan [appellante] gezonden ter zake de maanden januari tot en met oktober 2017. [appellante] weigert ten onrechte om die einddeclaratie te voldoen. 6.2.3. [appellante] heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Dat verweer zal, voor zover in hoger beroep van belang, in het navolgende aan de orde komen. 6.2.4. In het beroepen vonnis van 21 december 2022 heeft de kantonrechter, samengevat, als volgt geoordeeld. Het verweer van [appellante] dat de overeenkomst op 1 november 2017 is geëindigd, is niet van belang omdat de vordering van [geïntimeerde] betrekking heeft op de periode vóór 1 november 2017 (rov. 4.1, eerste deel). Van een contractovername door Feunix I is niet gebleken (rov. 4.1, tweede deel). De slotzin van artikel 3 van de overeenkomst kan [appellante] niet baten omdat partijen later mondeling afwijkende afspraken hebben gemaakt, inhoudende dat maandelijks een voorschotfactuur zou worden verzonden en dat op een later tijdstip een afrekening zou volgen aan de hand van de daadwerkelijk verrichte werkzaamheden (rov. 4.2). Het verweer van [appellante] dat het van [geïntimeerde] ontvangen Excelsheet geen deugdelijke urenspecificatie is, gaat niet op omdat [appellante] de door [geïntimeerde] op 29 maart 2022 verzonden urenspecificaties alsnog heeft ontvangen en [appellante] moest weten dat zij op enig moment nog een eindafrekening zou ontvangen (rov. 4.3). De omvang van de door [geïntimeerde] in rekening gebrachte werkzaamheden is door [appellante] onvoldoende betwist (rov. 4.4, eerste volzin). Van verjaring is geen sprake omdat de slotfactuur pas in maart 2022 opeisbaar is geworden (rov. 4.4, tweede volzin). Op grond van die oordelen heeft de kantonrechter, kort gezegd, de hierboven weergegeven vorderingen van [geïntimeerde] toegewezen en [appellante] in de proceskosten veroordeeld. Het geding in hoger beroep 6.3.1. [appellante] heeft in hoger beroep vijf grieven aangevoerd. [appellante] heeft op basis van die grieven geconcludeerd tot vernietiging van het beroepen vonnis en tot: het alsnog afwijzen van de vorderingen van [geïntimeerde] ; veroordeling van [geïntimeerde] tot terugbetaling van al hetgeen [appellante] op basis van het vonnis aan [geïntimeerde] heeft betaald, vermeerderd met wettelijke rente; met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten, vermeerderd met wettelijke rente. 6.3.2. [geïntimeerde] heeft de grieven bestreden en geconcludeerd tot bekrachtiging van het beroepen vonnis, zo nodig met verbetering van gronden, met veroordeling van [appellante] in de proceskosten van het hoger beroep. Over de grieven I en II: de door de kantonrechter vastgestelde feiten, de door partijen gemaakte mondelinge afspraken en het beroep op rechtsverwerking 6.4. De grieven I en II overlappen elkaar ten dele omdat [appellante] zich in de toelichting op beide grieven beroept op door haar gestelde mondelinge afspraken en op rechtsverwerking. Het hof zal de grieven I en II daarom gezamenlijk behandelen. 6.5. [appellante] betoogt in de toelichting op grief I allereerst dat de kantonrechter in het beroepen vonnis een onjuiste weergave heeft gegeven van de vaststaande feiten. Dit onderdeel van grief I hoeft om de navolgende redenen niet besproken te worden. Het hof heeft in rov. 3.1.2 van dit arrest een eigen opsomming gegeven van vaststaande feiten. Indien de kantonrechter al een bepaald feit onjuist heeft weergegeven of bepaalde feiten niet heeft weergegeven, brengt dat op zichzelf niet mee dat de kantonrechter tot een onjuist eindoordeel is gekomen. 6.6.1. De grieven I en II zijn in belangrijke mate gericht tegen het oordeel van de kantonrechter dat van een contractovername door Feunix I is niet gebleken (rov. 4.1, tweede deel van het beroepen vonnis). In de toelichting op de grieven (onderdeel 2.1.d en 2.2) stelt [appellante] naar de kern genomen dat – naar het hof begrijpt: omstreeks begin november 2017 – tussen [appellante] , [geïntimeerde] én Fuenix I niet alleen is overeengekomen (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.