← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2024:1937

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH Team familie- en jeugdrecht Uitspraak : 11 april 2024 Zaaknummer : 200.335.934/01 Zaaknummer eerste aanleg : C/02/405429 FA RK 23-257 in de zaak in hoger beroep van: [de moeder] , wonende te [woonplaats] , verzoekster in hoger beroep, hierna te noemen: de moeder, advocaat: mr. J.A.M. van Weely, tegen [de man] , wonende te [woonplaats] , verweerder in hoger beroep, hierna te noemen: de man, advocaat: mr. W.C.G.M. van Hoof. Deze zaak gaat over: [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: de Raad voor de Kinderbescherming, hierna te noemen: de raad. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 26 september 2023, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. 2Het geding in hoger beroep 2.

  1. Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 21 december 2023, heeft de moeder verzocht voormelde beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te vernietigen en in zoverre opnieuw rechtdoende de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek om, ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de moeder, aan de man toestemming te verlenen tot het erkennen van [minderjarige] , dit verzoek af te wijzen, althans te dezen een zodanige beslissing te nemen als het hof in het belang van [minderjarige] wenselijk voorkomt. 2.
  2. Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 29 februari 2024, heeft de man verzocht, zo veel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de moeder niet-ontvankelijk te verklaren, althans haar verzoek af te wijzen als zijnde ongegrond en/of onbewezen. 3De beoordeling 3.
  3. Omdat deze procedure betrekking heeft op de afstamming van [minderjarige] , moet zij op grond van artikel 1:212 van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden vertegenwoordigd door een bijzondere curator. Bij de bestreden beschikking is de bijzondere curator ontslagen van haar functie als bijzondere curator over [minderjarige] . 3.
  4. Mr. G.H.M. van Laarhoven, advocaat, kantoorhoudende aan de [adres] [adres] Tilburg , die in eerste aanleg als bijzondere curator is opgetreden voor [minderjarige] , heeft zich desgevraagd bereid verklaard om weer als bijzondere curator op te treden. Het hof zal hem in die hoedanigheid benoemen. 3.
  5. De bijzondere curator dient voorafgaand aan de mondelinge behandeling op 8 mei 2024 het hof schriftelijk verslag te doen van zijn bevindingen en daarbij een standpunt over het afstammingsverzoek in te nemen. Het hof zal de griffier gelasten een kopie van de processtukken en tevens de actuele adresgegevens van alle belanghebbenden aan de bijzondere curator te verstrekken. 3.
  6. Dit brengt mee dat nu als volgt wordt beslist. Daarbij behoudt het hof zich iedere verdere beslissing voor. 4De beslissing Het hof: benoemt tot bijzondere curator over [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2021, mr. G.H.M. van Laarhoven, advocaat te Tilburg ; bepaalt dat de griffier van dit hof: er voor zorg draagt dat de bijzondere curator de beschikking krijgt over de actuele adresgegevens van alle betrokkenen; er voor zorg draagt dat de bijzondere curator de beschikking krijgt over alle processtukken die zich in het dossier bevinden; verzoekt de bijzondere curator voorafgaand aan de mondelinge behandeling van 8 mei 2024 schriftelijk verslag te doen van zijn bevindingen en daarbij een standpunt over het afstammingsverzoek in te nemen; houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door mrs. E.M.C. Dumoulin, C.M.J. Peters en M.E.M. Beijersbergen en is op 11 april 2024 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.