GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.341.833/01 arrest van 23 juli 2024 gewezen in het incident ex artikel 351 Rv in de zaak van Stichting Woonpartners, gevestigd te [vestigingsplaats] , appellante in de hoofdzaak, eiseres in het incident, advocaat: mr. B. Poort te Eindhoven, tegen [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats] , geïntimeerde in de hoofdzaak, verweerster in het incident, advocaat: mr. R. Janssen te Helmond, op het bij exploot van dagvaarding van 17 mei 2024 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 22 februari 2024, hersteld bij vonnis van 28 maart 2024, door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, gewezen tussen appellante – Woonpartners – als gedaagde en geïntimeerde – [geïntimeerde] – als eiseres. 1Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 9752007 \ CV EXPL 22-1785) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis. 2Het geding in hoger beroep Het verloop van de procedure blijkt uit de dagvaarding in hoger beroep met grieven tevens houdende incident ex 351 Rv. Nadat [geïntimeerde] in de gelegenheid is gesteld om een antwoordconclusie in het incident te nemen, heeft zij deze niet genomen. Het hof heeft daarna een datum voor arrest in het incident bepaald. 3De beoordeling In het incident 3.1. De kern van het geschil gaat om de vraag of de bewoners van de woonruimte staande en gelegen aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: het gehuurde) overlast aan [geïntimeerde] hebben veroorzaakt en Woonpartners gehouden is tot het starten van een bodemprocedure tegen de bewoners van het gehuurde strekkende tot ontbinding en ontruiming alsook tot betaling van huurkorting aan [geïntimeerde] . 3.2. De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis Woonpartners veroordeeld: a. om binnen 30 dagen na betekening van het bestreden vonnis een dagvaarding in een civiele bodemprocedure uit te brengen tegen de huurders/bewoners wonende in het gehuurde, strekkende tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde, op verbeurte van een dwangsom; b. tot verlaging van de huurprijs met 30% met terugwerkende kracht vanaf 1 september 2021 tot aan de datum waarop het gebrek is hersteld; c. in de proceskosten. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 3.3. Woonpartners is van het bestreden vonnis in hoger beroep gegaan en heeft in de dagvaarding in hoger beroep een incident tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring opgeworpen, enkel ten aanzien van de toegewezen huurkorting vanaf 1 april 2024. [geïntimeerde] heeft geen verweer gevoerd tegen de vordering in het incident. 3.4. Bij de beoordeling van een incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging (artikel 351 Rv) heeft op grond van HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026 het volgende te gelden. a. Uitgangspunt is dat een uitgesproken veroordeling, hangende een hogere voorziening, uitvoerbaar dient te zijn en zonder de voorwaarde van zekerheidstelling ten uitvoer kan worden gelegd. Afwijking van dit uitgangspunt kan worden gerechtvaardigd door omstandigheden die meebrengen dat het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door hem ingestelde rechtsmiddel is beslist, of diens belang bij zekerheidstelling, ook gegeven dit uitgangspunt, zwaarder weegt dan het belang van degene die de veroordeling in de ten uitvoer te leggen uitspraak heeft verkregen, bij de uitvoerbaarheid bij voorraad daarvan of bij deze uitvoerbaarheid zonder dat daaraan de voorwaarde van zekerheidstelling wordt verbonden. b. Bij de toepassing van de onder a genoemde maatstaf moet worden uitgegaan van de beslissingen in de ten uitvoer te leggen uitspraak en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen, en blijft de kans van slagen van het tegen die beslissing aangewende of nog aan te wenden rechtsmiddel buiten beschouwing, met dien verstande dat de rechter in zijn oordeelsvorming kan betrekken of de ten uitvoer te leggen beslissing(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.