GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Raadkamer Bijzondere zaak, nummer: [nummer] Parketnummer: [nummer] Beschikking ex artikel 533 van het Wetboek van Strafvordering Beslissing op het op 14 augustus 2023 ter griffie van dit hof ingekomen verzoekschrift van: [naam verzoeker] , geboren op [datum] te [plaats] , wonende te [adres] te dezer zake woonplaats kiezende ten kantore van mr. R.R.F.J. Palmen, Dorpstraat 55, 6441 CB Brunssum. Het verzoek strekt tot toekenning van een vergoeding ten laste van de Staat voor de schade, die verzoeker stelt te hebben geleden ten gevolge van ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis. Het onderzoek van de zaak Het verzoek is door de raadkamer van dit hof op 14 december 2023, 2 mei 2024 en 20 juni 2024 in het openbaar behandeld. Verzoeker is, tezamen met zijn raadsman, ter zitting in raadkamer verschenen. Ook de partner van verzoeker is aanwezig. Het hof heeft kennisgenomen van de schriftelijke conclusie van de advocaat-generaal van 28 september 2023, van het e-mailbericht van de advocaat-generaal van 13 december 2023, inhoudende een gewijzigd standpunt, en van het e-mailbericht van de advocaat-generaal aan de raadsman van 26 april 2024, inhoudende de mededeling dat de advocaat-generaal, voorafgaand aan de zitting d.d. 2 mei 2024 geen verdere vragen heeft aan de verzoeker. De schriftelijke conclusie van de advocaat-generaal van 28 september 2023 strekt tot toewijzing van het verzoek tegen de standaard forfaitaire bedragen. De advocaat-generaal heeft voornoemd standpunt bij het e-mailbericht van 13 december 2023 gewijzigd, in die zin dat het verzoek gedeeltelijk kan worden toegewezen tot een bedrag van € 9.320,-. Ter zitting in raadkamer heeft de advocaat-generaal de bij het e-mailbericht van 13 december 2023 weergegeven conclusie gehandhaafd. De beoordeling Het verzoek is tijdig ingediend. Uit de gedingstukken, waaronder begrepen de stukken van de strafzaak, blijkt dat de verzoeker inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis heeft ondergaan. Verzoeker is op 19 oktober 2017 in verzekering gesteld. De bewaring van verzoeker is op 25 oktober 2017 bevolen. Verzoeker heeft vervolgens 11 dagen in beperkingen doorgebracht. De voorlopige hechtenis is met ingang van 30 november 2017 geschorst. Op 13 augustus 2019 is verzoeker wederom in verzekering gesteld. De bewaring van verzoeker is op 16 augustus 2019 bevolen. Op 27 september 2019 is verzoeker in vrijheid gesteld. Voorts blijkt uit de gedingstukken dat de desbetreffende strafzaak, die voor het laatst voor dit hof werd vervolgd, bij arrest van 24 juli 2023 is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel. Aan de voorwaarden waaronder op de voet van artikel 533, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering aan verzoeker, als gewezen verdachte, een schadevergoeding kan worden toegekend, is derhalve voldaan. Toekenning van schadevergoeding heeft plaats indien en voor zover daartoe, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn. Het hof is, met de advocaat-generaal, van oordeel dat er gronden van billijkheid aanwezig zijn een vergoeding toe te kennen voor de door verzoeker ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis. Verzoeker verzoekt een schadevergoeding van € 130,- voor iedere dag die hij in een politiecel c.q. beperkingen heeft doorgebracht en een schadevergoeding van € 100,- voor iedere dag die hij in een huis van bewaring heeft doorgebracht. Ter zitting in raadkamer heeft de advocaat-generaal aangevoerd dat uit het dossier niet blijkt dat verzoeker de periode in 2019 heeft doorgebracht in beperkingen. De raadsman heeft te kennen gegeven dat hij de bevindingen van de advocaat-generaal omtrent dit aspect niet in twijfel trekt. Het hof is van oordeel dat op basis van de voorhanden stukken in het dossier niet blijkt dat verzoeker gedurende de periode in 2019 beperkingen zijn opgelegd. Het hof zal op de voet van artikel 533 van het Wetboek van Strafvordering toewijzen: - 9 dagen in een politiecel x € 130,- € 1.170,- - 80 dagen in een huis van bewaring x € 100,- € 8.000,- - waarvan 11 dagen in beperkingen x € 30,- € 330,- + Totaal € 9.500,- Verzoeker heeft verzocht de forfaitaire vergoeding van de door hem ten onrechte ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis te vermenigvuldigen met factor
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.