GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team familie- en jeugdrecht Uitspraak: 5 september 2024 Zaaknummer: 200.324.528/01 Zaaknummer eerste aanleg: C/01/387553 / JE RK 22-1593 in de zaak in hoger beroep van: [de moeder] , wonende te [woonplaats] , verzoekster in hoger beroep, hierna te noemen: de moeder, advocaat: mr. F. Pool, tegen William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te [vestigingsplaats] , verweerster in hoger beroep, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI). Deze zaak gaat over [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] . Als informant wordt aangemerkt: Gezinshuis [gezinshuis], gevestigd te [vestigingsplaats] , hierna te noemen: het gezinshuis of de gezinshuisouders. In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: de Raad voor de Kinderbescherming, hierna te noemen: de raad. 9De tussenbeschikking van het hof van 15 juni 2023 Uit deze beschikking blijkt dat het hof van oordeel is dat voldaan is aan de voorwaarden voor een contra-expertise op grond van artikel 810a lid 2 Rv en dat duidelijkheid moet komen over de opvoedvaardigheden van de moeder en de daarmee samenhangende mogelijkheid voor [minderjarige] om al dan niet weer bij de moeder te wonen. Bij deze tussenbeschikking heeft het hof het NIFP verzocht om te bemiddelen bij de benoeming van een onafhankelijke deskundige onder aanhouding van iedere verdere beslissing. 10De tussenbeschikking van het hof van 24 augustus 2023 Bij deze beschikking heeft het hof een deskundigenonderzoek gelast ter beantwoording van de in rechtsoverweging 7.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.