Parketnummer : 20-000883-23 Uitspraak : 26 januari 2024 TEGENSPRAAK (art. 279 Sv) Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 27 maart 2023, in de strafzaak met parketnummer 03-058904-22 tegen: [verbalisant] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986, wonende te [adres] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘overtreding van artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer’ (het onder 1 tenlastegelegde) en ‘opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen’ (het onder 2 tenlastegelegde) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde] is toegewezen tot een bedrag ter hoogte van € 1.403,60, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 november 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 24 dagen gijzeling. Tevens is de verdachte veroordeeld in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot op het moment van het wijzen van het vonnis begroot op nihil. Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof zal bewezen verklaren hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd onder 1 en 2 en de verdachte zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 1 jaar dan wel 2 jaren. Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij de [benadeelde] heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof deze vordering zal toewijzen tot een bedrag ter hoogte van € 1.403,60, eventueel te betalen in termijnen. De verdediging heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring en de vordering van de benadeelde partij de [benadeelde] gerefereerd aan het oordeel van het hof en een strafmaatverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de redengeving waarop dit berust, met dien verstande dat het hof van oordeel is dat de verwijzing naar het politiedossier en de verwijzing naar bewijsmiddel c ten aanzien van feit 1 in de opsomming verbetering behoeven, evenals de kwalificatie van het bewezenverklaarde onder 1 en zal in zoverre opnieuw recht doen. Verbetering van de verwijzing naar de bewijsmiddelen Het hof is van oordeel dat de verwijzing naar het politiedossier en de verwijzing naar bewijsmiddel c ten aanzien van feit 1 verbetering behoeven en derhalve vervangt het hof deze verwijzingen door de navolgende verwijzingen: In de bewijsmiddelen wordt verwezen naar dossierpagina’s van het doorgenummerde dossier van de politie eenheid Limburg, District Zuid-West-Limburg, Basisteam Westelijke Mijnstreek, met registratienummer PL2441-202184647, sluitingsdatum 27 januari 2022, pagina 1 tot en met
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.