GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Nummers: 22/2367 en 22/2368 Uitspraak op het hoger beroep van [belanghebbende] , gevestigd te [vestigingsplaats 1] , hierna: belanghebbende, tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West Brabant (hierna: de rechtbank) van 24 november 2022, nummer BRE 21/4009 en 22/114, in het geding tussen belanghebbende en de inspecteur van de Douane, hierna: de inspecteur. 1Ontstaan en loop van het geding 1.1. De inspecteur heeft een naheffingsaanslag accijns en voorraadheffing voor de datum 10 december 2018 opgelegd. 1.2. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De inspecteur heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard. 1.3. De inspecteur heeft een naheffingsaanslag accijns en voorraadheffing voor de datum 10 februari 2021 opgelegd. Tegelijkertijd heeft de inspecteur een bestuurlijke boete (verzuimboete) opgelegd. 1.4. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt. De inspecteur heeft uitspraak op bezwaar gedaan en het bezwaar ongegrond verklaard. 1.5. Belanghebbende heeft tegen de onder 1.2 en 1.4 vermelde uitspraken beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft de beroepen ongegrond verklaard. 1.6. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij het hof. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. 1.7. De zitting heeft plaatsgevonden op 29 augustus 2024 in ’s-Hertogenbosch. Daar zijn verschenen namens belanghebbende [naam 1] en [naam 2] en haar gemachtigde [gemachtigde] , en, namens de inspecteur, [inspecteur 1] en [inspecteur 2] . 1.8. Het hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek gesloten. 2Feiten 2.1. Belanghebbende exploiteert een landbouwbedrijf. Het bedrijf is gevestigd te [vestigingsplaats 1] , vlakbij de Nederlands-Belgische grens. Belanghebbende heeft ook een landbouwbedrijf in [plaats] , Frankrijk. Aldaar is een opslagtank voor gasolie aanwezig. Daarnaast werkt belanghebbende samen met een landbouwondernemer wiens bedrijf is gevestigd in [vestigingsplaats 2] , België. Belanghebbende heeft ook daar een opslagtank voor gasolie staan. 2.2. Op 10 december 2018 is door ambtenaren van de Douane een (eerste) controle in het kader van de accijnswetgeving uitgevoerd bij belanghebbende op het adres in [vestigingsplaats 1] . De bevindingen zijn vastgelegd in een proces-verbaal. De controle was gericht op het in strijd met de Wet op de accijns (hierna: de WA) voorhanden hebben van minerale oliën waaraan herkenningsmiddelen zijn toegevoegd (hierna: rode diesel) in voorraadtanks en in brandstofreservoirs van voertuigen. Door de Douane is bij belanghebbende rode diesel aangetroffen in twee opslagtanks en in de brandstoftank van vijf landbouwwerktuigen: 2.3. Naar aanleiding van de controle is de naheffingsaanslag voor 10 december 2018 aan belanghebbende opgelegd. De naheffingsaanslag is berekend als volgt: Accijns van minerale oliën (diesel) € 2.354,00 Voorraadheffing € 38,00 Belastingrente € 117,00 Totaal € 2.509,00 De naheffingsaanslag voor 10 december 2018, met dagtekening 21 april 2021, is berekend naar een hoeveelheid van 4.806 liter rode diesel, te weten de totale inhoud van de hiervoor in 2.2 onder 1 tot en met 7 genoemde landbouwwerktuigen en opslagtanks. 2.4. Op 10 februari 2021 is door ambtenaren van de Douane een (tweede) controle bij belanghebbende in [vestigingsplaats 1] uitgevoerd. De bevindingen zijn vastgelegd in een proces-verbaal. Tijdens de controle is rode diesel aangetroffen in een mobiele opslagtank en in de brandstoftank van acht landbouwwerktuigen: 2.5. Naar aanleiding van de controle is de naheffingsaanslag voor 10 februari 2021 aan belanghebbende opgelegd. De naheffingsaanslag is berekend als volgt: Accijns van minerale oliën (diesel) € 2.423,00 Voorraadheffing € 37,00 Bestuurlijke boete € 246,00 Totaal € 2.706,00 De naheffingsaanslag 2021, met dagtekening 23 juni 2021, is berekend naar een hoeveelheid van 4.645 liter rode diesel, te weten de totale inhoud van de hiervoor in 2.6 onder 1 tot en met 9 genoemde landbouwwerktuigen en opslagtanks. De bestuurlijke boete is op grond van art 67c Algemene wet inzake rijksbelastingen en paragraaf 24 Besluit Bestuurlijke Boete Belastingen opgelegd. Relevante regelgeving 2.6. De WA luidt, voor zover te dezen van belang: ‘Artikel 1 1. Onder de naam accijns wordt een belasting geheven van: (…) e. minerale oliën, (…) 2. De accijns wordt verschuldigd ter zake van de uitslag tot verbruik van de in het eerste lid bedoelde goederen. Artikel 1a (…) 3. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat aan minerale oliën bij ministeriële regeling, onder daarbij te stellen voorwaarden, voorgeschreven herkenningsmiddelen worden toegevoegd. (…) Artikel 2 1. In deze wet en in de daarop gebaseerde regelingen wordt verstaan onder uitslag tot verbruik: (…) 4. Als uitslag tot verbruik wordt mede aangemerkt het in strijd met wettelijke bepalingen voorhanden hebben of gebruiken van minerale oliën waaraan herkenningsmiddelen als bedoeld in artikel 1a, derde lid, zijn toegevoegd. (…) Artikel 2e 1. Onverminderd artikel 2f wordt als uitslag tot verbruik mede aangemerkt het in Nederland, om aldaar te worden geleverd of gebruikt, voor commerciële doeleinden voorhanden hebben van accijnsgoederen die in een andere lidstaat reeds tot verbruik zijn uitgeslagen. 2 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder voor commerciële doeleinden voorhanden hebben verstaan het voorhanden hebben van accijnsgoederen door anderen dan particulieren (…) 6 In afwijking van het eerste lid wordt niet als uitslag tot verbruik aangemerkt het voorhanden hebben van minerale oliën die in een andere lidstaat zijn uitgeslagen tot verbruik, in de normale reservoirs van bedrijfsmotorrijtuigen en die bestemd zijn als brandstof voor deze motorrijtuigen of in de normale reservoirs van containers voor speciale doeleinden en die bestemd zijn voor de werking tijdens het vervoer van specifieke systemen die tot de uitrusting van deze containers behoren. 7 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel. (…) Artikel 51 1. De accijns wordt geheven van: (…) e. bij toepassing van artikel 2, vierde lid: de persoon die de minerale oliën voorhanden heeft of gebruikt; (…) Artikel 91 1. Het is niet toegestaan minerale oliën die zijn voorzien van bij ministeriële regeling voorgeschreven herkenningsmiddelen buiten een accijnsgoederenplaats voorhanden te hebben samen met middelen die de afscheiding, opheffing of verandering van die herkenningsmiddelen in deze oliën kunnen bewerkstelligen of bevorderen. 2 Het is niet toegestaan minerale oliën die zijn voorzien van bij ministeriële regeling voorgeschreven herkenningsmiddelen dan wel bestanddelen daarvan bevatten buiten een accijnsschorsingsregeling of een douaneschorsingsregeling voorhanden te hebben anders dan in: a. tanks van waaruit minerale oliën worden afgeleverd in de brandstoftanks van andere schepen dan pleziervaartuigen, mits deze schepen in bezit zijn van en gebruikt worden door degene die de beschikking heeft over de eerstgenoemde tanks; b. brandstoftanks van schepen, andere dan pleziervaartuigen, mits de minerale olie wordt gebruikt voor de aandrijving van deze schepen of als scheepsbehoeften aan boord van deze schepen; c. opslagtanks voor minerale oliën die zijn bestemd om van daaruit te worden afgeleverd in de brandstoftanks van andere schepen dan pleziervaartuigen; d. ladingtanks van vaartuigen, voertuigen en treinwagons. 3 Bij ministeriële regeling kan, onder daarbij te stellen voorwaarden en beperkingen, in bijzondere gevallen ontheffing worden verleend ten aanzien van de in het eerste en tweede lid bedoelde verboden. 4 Bij ministeriële regeling kunnen voorwaarden en beperkingen worden gesteld ten aanzien van plaatsen waar minerale oliën voorzien van herkenningsmiddelen voorhanden mogen zijn.’ 2.7. De in het derde lid van artikel 1a WA bedoelde Uitvoeringsregeling accijns luidt voor zover te dezen van belang, als volgt: ‘Artikel 13 2. Als herkenningsmiddel als bedoeld in artikel 1a, derde lid, van de wet wordt aan gasolie toegevoegd: per 1 000 L ten minste 6 g en niet meer dan 9 g Solvent Yellow 124 en aan lichte gasolie mede een voldoende hoeveelheid kleursel om aan de gasolie een goed zichtbare en blijvende rode kleur te geven.’ 2.8. De in het derde lid van artikel 91 WA bedoelde Uitvoeringsregeling accijns luidt voor zover te dezen van belang, als volgt: ‘Artikel 60 1. In afwijking van artikel 91, tweede lid, van de wet mag vóór 1 januari 2013 gekochte en afgeleverde gasolie voorzien van bij ministeriële regeling voorgeschreven herkenningsmiddelen voorhanden zijn in: a. brandstoftanks van waaruit de brandstof via een gesloten systeem wordt gebracht naar een noodstroomvoorziening voor de opwekking van elektriciteit; b. brandstoftanks van historische vaartuigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder 5°, van de Wet pleziervaartuigen 2016. 2 De gasolie voorzien van herkenningsmiddelen als bedoeld in artikel 13, tweede lid, mag voorhanden zijn in tanks als bedoeld in het eerste lid tot deze is verbruikt of wordt vervangen door gasolie die niet is voorzien van genoemde herkenningsmiddelen. 3 Desgevraagd moeten aan de inspecteur alle noodzakelijke gegevens worden verstrekt om aan te tonen: a. wanneer de gasolie voorzien van de herkenningsmiddelen, bedoeld in artikel 13, tweede lid, is gekocht en afgeleverd in de tanks; b. wanneer en hoeveel vóór 1 januari 2013 in tanks aanwezige gasolie voorzien van de herkenningsmiddelen, bedoeld in artikel 13, tweede lid, is verbruikt.’ 2.9. De in het zevende lid van artikel 2e WA bedoelde Uitvoeringsregeling accijns luidt voor zover te dezen van belang, als volgt: ‘Artikel 3c 1. Voor de toepassing van artikel 2e, zesde lid, van de wet wordt verstaan onder normale reservoirs: a. de door de fabrikant blijvend in of aan alle voertuigen van hetzelfde type als het betrokken voertuig aangebrachte reservoirs, waarvan de blijvende inrichting het rechtstreeks verbruik van brandstof mogelijk maakt, zowel voor de voortbeweging van het voertuig als, in voorkomend geval, de werking van koelsystemen en andere systemen tijdens het vervoer. Als normale reservoirs gelden ook gasreservoirs die zijn aangepast voor gebruik in voertuigen en die het rechtstreeks verbruik van gas als brandstof mogelijk maken, alsmede de reservoirs die zijn aangesloten op andere systemen waarmee die voertuigen eventueel zijn uitgerust; b. de door de fabrikant blijvend in of aan alle containers van hetzelfde type als de betrokken container aangebrachte reservoirs, waarvan de blijvende inrichting het rechtstreeks verbruik van brandstof mogelijk maakt voor de werking, tijdens het vervoer, van koelsystemen en andere systemen waarmee containers voor speciale doeleinden zijn uitgerust; 2 Voor de toepassing van artikel 2e, zesde lid, van de wet wordt verstaan onder containers voor speciale doeleinden: alle containers die zijn uitgerust met aangepaste koelsystemen, systemen voor zuurstoftoevoer, thermische isolatiesystemen of andere systemen.’ 2.10. De Wet voorraadvorming aardolieproducten 2012 luidt, voor zover te dezen van belang, als volgt: ‘Artikel 26 1. Onder de naam voorraadheffing wordt een heffing geheven van de in artikel 27 bedoelde producten. (…) 2 De voorraadheffing wordt vanwege Onze Minister van Financiën door de rijksbelastingdienst geheven en ingevorderd als ware het accijns. (…) Artikel 27 De heffing bedraagt voor: a. lichte olie, per 1 000 liter bij een temperatuur van 15 graden Celsius: € 8,00; b. halfzware olie, per 1 000 liter bij een temperatuur van 15 graden Celsius: € 8,00; c. gasolie, per 1 000 liter bij een temperatuur van 15 graden Celsius: € 8,00; d. vloeibaar gemaakt petroleumgas, per 1 000 kilogram: € 8,00. 2 Onder de in het eerste lid genoemde producten wordt verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan ingevolge de artikelen 26 en 28 van de Wet op de accijns.’ 2.11. Het Informatieblad Douane januari 2017 (Rode diesel verdwijnt vanaf 1 januari 2013) luidt, voor zover te dezen van belang, als volgt: ‘9 Mag een loonwerker rode diesel uit België mee terugnemen in de brandstoftank van zijn zelfrijdend werktuig/tractor? Zo ja, is dit gelimiteerd? Als u in België rode diesel mag tanken in de brandstoftank van een zelfrijdend werktuig/tractor en u brengt dit zelfrijdend werktuig/tractor vervolgens naar Nederland, dan heffen wij geen accijns over die brandstof. Voorwaarden zijn: - Het werktuig/tractor is zelf in België geweest. - De rode diesel is in België getankt in het werktuig/tractor. - De rode diesel zit in het normale brandstofreservoir van een zelfrijdend werktuig/tractor. - Als wij u controleren, moet u aantonen dat de rode diesel in België is getankt.’ 3Geschil en conclusies van partijen 3.1. In hoger beroep zijn uitsluitend de antwoorden op de volgende vragen in geschil: I. Zijn de naheffingsaanslagen terecht opgelegd? II. Dienen de naheffingsaanslagen te worden vernietigd, omdat belanghebbende aan het informatieblad Douane januari 2017 genaamd: ‘Rode diesel verdwijnt vanaf 1 januari 2013’ het in rechte te honoreren vertrouwen kan ontlenen dat zij geen accijns (en voorraadheffing) is verschuldigd? III. Kan belanghebbende aan (de afloop van) het onderzoek in 2018 het in rechte te honoreren vertrouwen ontlenen dat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.