Parketnummer : 20-002214-22 Uitspraak : 4 november 2024 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 23 september 2022, in de strafzaak met parketnummer 01-239968-20 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999, wonende te [adres] . Hoger beroep Bij vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 23 september 2022 is de verdachte ter zake van “diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts is er beslist op de vordering van de benadeelde partij en is de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Ook is er een beslissing genomen over het beslag en is de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis bevolen met ingang van het moment dat het vonnis onherroepelijk wordt. De verdachte en de officier van justitie hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen, met uitzondering van de strafoplegging, en te dien aanzien opnieuw rechtdoende de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van voorarrest. Namens de verdachte is primair integrale vrijspraak bepleit. Subsidiair is een strafmaatverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, onder aanvulling van die gronden en van de strafmotivering. Verweren De verdediging heeft in eerste aanleg het verweer gevoerd dat de verklaringen van de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] tegenstrijdig zijn en derhalve als onbetrouwbaar en/of ongeloofwaardig terzijde moeten worden geschoven. De verdediging heeft dit verweer in hoger beroep herhaald. Het hof neemt de respons van de rechtbank op de door de verdediging in eerste aanleg gevoerde verweren, welke in hoger beroep zijn herhaald, over en maakt die tot de zijne. In aanvulling op de respons van de rechtbank overweegt het hof dat [medeverdachte 1] ook in hoger beroep in zijn verklaring bij de raadsheer-commissaris op 10 januari 2024 in de kern is gebleven bij hetgeen hij over de verdachte en diens rol bij de woningoverval heeft verklaard, hetgeen bijdraagt aan het oordeel dat zijn verklaring, voor zover ten laste van de verdachte voor het bewijs gebruikt, als betrouwbaar kan worden aangemerkt. Het hof ziet ook in hetgeen aanvullend door de verdediging ter terechtzitting in hoger beroep is aangevoerd ten aanzien van de betrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] geen aanleiding om aan deze verklaringen te twijfelen. Hetgeen overigens aanvullend op de verweren in eerste aanleg door de verdediging ter terechtzitting in hoger beroep is aangevoerd, vindt zijn weerlegging in de overwegingen van de rechtbank en/of de door de rechtbank gebezigde en door het hof overgenomen bewijsmiddelen. Aanvullende strafmotivering: Het hof heeft bij de bepaling van de (hoogte van de) op te leggen straf acht geslagen op een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 15 augustus 2024, waar uit volgt dat de verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten met politie of justitie in aanraking is geweest. Het hof heeft voorts acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals die zijn geschetst in een emailbericht van Reclassering Nederland aan de raadsman van de verdachte d.d. 8 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.