GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.332.397/01 arrest van 19 november 2024 in de zaak van [appellante] , gevestigd te [vestigingsplaats] , Duitsland, appellante, hierna aan te duiden als [appellante] , advocaat: mr. W.E. Boonk te Rotterdam, tegen [de B.V.] (voorheen genaamd [handelsnaam] ), gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerde, hierna aan te duiden als [geïntimeerde] , advocaat: mr. O.B. Zwijnenberg te Rotterdam, op het bij exploot van dagvaarding van 22 augustus 2023 ingeleide hoger beroep van het tussenvonnis van 31 mei 2023, door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, gewezen tussen [appellante] als eiseres en [geïntimeerde] als gedaagde. 1Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/293946 / HA ZA 21-346) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld tussenvonnis. 2Het geding in hoger beroep Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep; de memorie van grieven met productie 26; de memorie van antwoord met productie 1; de mondelinge behandeling van 23 oktober 2024, waarbij partij [appellante] spreekaantekeningen heeft overgelegd. Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg. 3Waar gaat deze zaak over? [appellante] en [geïntimeerde] hebben samengewerkt. [geïntimeerde] heeft door de jaren heen telkens een bepaalde type ‘warmtebehandeling’ uit laten voeren op zogenaamde slotplaten voor [appellante] . De stalen slotplaten werden uiteindelijk verwerkt in de rugleuningen van auto’s van het merk Mercedes Benz. In december 2019 geeft [appellante] [geïntimeerde] opnieuw een order voor een warmtebehandeling voor een partij slotplaten. Deze slotplaten, zo blijkt naderhand, voldoen niet aan de gestelde vereisten (want te broos). Dit leidt tot een terugroepactie. Omdat een deel van de slotplaten al was ingebouwd in de auto’s is er sprake van een grote schade. [appellante] stelt dat [geïntimeerde] toerekenbaar tekort is geschoten doordat zij bij de warmtebehandeling van de slotplaten een andere oven heeft gebruikt dan voorheen. [geïntimeerde] wijst aansprakelijkheid af en stelt verder dat haar algemene voorwaarden van toepassing zijn, waarin een aansprakelijkheidsbeperking (c.q. -uitsluiting) voorkomt, waardoor een eventuele aansprakelijkheid hooguit tot een schadevergoeding van € 3.250,94 (de opdrachtsom) kan leiden. De rechtbank heeft in een tussenvonnis geoordeeld dat [geïntimeerde] zich terecht beroept op haar algemene voorwaarden en dat dat beroep niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het hof is het daarmee eens, zij het dat het hof de samenwerking tussen partijen anders kwalificeert dan de rechtbank. Tot een andere beslissing leidt dit echter niet. 4De beoordeling De feiten 4.1. Grief 1 is gericht tegen een aantal door de rechtbank vastgestelde feiten. De grief stelt aan de orde dat de offerte van [geïntimeerde] aan [bedrijf] (7/2016) niet een verwijzing betreft naar de algemene voorwaarden van [geïntimeerde] , maar een verwijzing naar de algemene voorwaarden van [de B.V. 2] (de oude naam van [geïntimeerde] ). Ten tijde van de offerte was de naamswijziging van [geïntimeerde] al doorgevoerd. Voorts bestrijdt [appellante] dat bij de bestelling van 6 december 2019 is verwezen naar de offerte 7/2016. Het hof zal met inachtneming van de grief de feiten vaststellen. Daarmee is de grief voldoende besproken. Voorts staan nog enkele andere feiten vast. Het hof gaat in dit hoger beroep uit van de volgende feiten. 4.1.1. [appellante] is een onderneming in de maakindustrie als sector onafhankelijke specialist voor stans- en vormtechniek. [bedrijf] (hierna: [bedrijf] ) is toeleverancier voor de auto-industrie, waarbij de kernactiviteiten betreffen de ontwikkeling, productie en verkoop van stanswerk, las- en montageonderdelen, sloten en sluitsystemen voor de achterklep, motorkap en rugleuning van autostoelen. 4.1.2. [geïntimeerde] is een dienstverlener op het gebied van oppervlaktetechnologieën voor het verbeteren van materialen op het gebied van coatings en andere oppervlaktetechnologieën waaronder warmtebehandeling. 4.1.3. In 2016 is [geïntimeerde] door [bedrijf] benaderd met de vraag of zij stalen slotplaten (“Schlossbleche”) voor de auto-industrie kon verharden door middel van een warmtebehandeling (nitrocarboneren). Deze slotplaten maken – na verwerking – deel uit van de vergrendeling van de rugleuning van autostoelen. [geïntimeerde] en [bedrijf] hebben het precieze bewerkingsproces uitgebreid besproken en hebben vastgelegd welke warmtebehandeling moest worden uitgevoerd, waarbij de mechanische eigenschappen (te weten: laagdikte, hardheid en buighoek) zijn vastgelegd in een controllplan met tekening die door [geïntimeerde] is geaccordeerd. De behandelingsmethode heeft de naam “Nictrotec V9000” gekregen. Als gevolg van deze warmtebehandeling zouden de slotplaten een hardheid van 400 Vickers verkrijgen, ter validering waarvan een 45-graden breuktest wordt uitgevoerd. 4.1.4. [geïntimeerde] heeft op 11 februari 2016 aan [bedrijf] een offerte verzonden voor de behandeling van 1.000.000 slotplaten middels de behandelingsmethode: Nictrotec V9000. Deze offerte (7/2016) bevat een verwijzing naar de algemene voorwaarden van [de B.V. 2] , de oude naam van [geïntimeerde] . In het handelsregister is de naamsverandering van [de B.V. 2] naar [geïntimeerde] geregistreerd per 7 januari 2016. De algemene voorwaarden van [de B.V. 2] zijn inhoudelijk gelijk aan die van [geïntimeerde] . 4.1.5. De offerte van 11 februari 2016 heeft niet tot een overeenkomst tussen [geïntimeerde] en [bedrijf] geleid. In plaats daarvan heeft [bedrijf] aan [appellante] de opdracht gegeven om de slotplaten te produceren en deze het tussen [bedrijf] en [geïntimeerde] besproken bewerkingsproces te laten ondergaan. [appellante] heeft op haar beurt vervolgens vanaf 2016 verschillende afzonderlijke opdrachten aan [geïntimeerde] verstrekt tot het nitrocarboneren van de door haar geproduceerde slotplaten. In die gevallen stuurde [appellante] aan [geïntimeerde] een schriftelijke order (“Bestellung zur Fremdfertigung”), die door [geïntimeerde] schriftelijk werd bevestigd (“Auftragsbestätigung”). In de orders verwijst [appellante] steeds naar de offerte 7/2016 van [geïntimeerde] aan [bedrijf] : “laut Ihrem Angebot 7/2016”. In de opdrachtbevestigingen verwijst [geïntimeerde] telkens naar haar algemene voorwaarden: “Für alle von uns abgegebenen Angebote, an uns erteilte Aufträge und mit uns getroffenen Vereinbarungen. sind die Verkaufs-, Liefer-, und Zahlungsbedingungen der [handelsnaam] (Gesellschaft für metallografische Tätigkeiten und Stahlveredlung) eingetragen beim Landgericht in [plaats] […] verbindlich. Ein Exemplar dieser Verkaufs-, Liefer- und Zahlungsbedingen werden wir Ihnen auf Anfrage zusenden. Weitergehende allgemeine Bedingungen können wir nicht akzeptieren.” 4.1.6. Nadat meerdere opdrachten zijn uitgevoerd, stuurt [appellante] aan [geïntimeerde] op 4 juli 2019 per e-mail een kwaliteitsborgingsovereenkomst (“Qualitätssicherungsvereinbarung”), met het verzoek aan [geïntimeerde] deze te ondertekenen en aan haar te retourneren: “bei Durchsicht unseren Unterlagen stellen wir fest, dass uns leider noch eine unterzeichnete Qualitätssicherungsvereinbarung mit Ihrem Unternehmen fehlt. Wir senden Ihnen daher mit dieser e-Mail unsere aktuelle QSV mit der Bitte diese zu prüfen und bis zum 09.07.2019 unterzeichnet wieder an uns zurückzusenden.” 4.1.7. In artikel 1.2. van de kwaliteitsborgingsovereenkomst verklaart [appellante] haar eigen algemene voorwaarden van toepassing: “Ergänzend zu der vorliegenden QSV gelten die ALLGEMEINEN EINKAUFSBEDINGUNGEN des AUFTRAGGEBERS. Die Geltung Allgemeiner Geschäfstbedingungen des LIEFERANTEN ist ausgeschlossen.” 4.1.8. [geïntimeerde] reageert bij e-mail van 21 november 2019: “in der Anlage beigefügt senden wir ihnen die unterschriebene QSV sowie unsere Verkaufs- und Lieferbedingungen.” 4.1.9. Als bijlagen bij het e-mailbericht van 21 november 2019 zijn de door [geïntimeerde] ondertekende kwaliteitsborgingsovereenkomst en de algemene voorwaarden van [geïntimeerde] bijgevoegd. In de kwaliteitsborgingsovereenkomst heeft [geïntimeerde] onder meer het hierboven geciteerde deel van artikel 1.2 – waarin de algemene voorwaarden van [appellante] van toepassing worden verklaard – doorgehaald. 4.1.10. Bij e-mailbericht van 22 november 2019 heeft [appellante] hier vervolgens weer op gereageerd: “vielen Dank für die Rücksendung der QSV. Leider können wir uns nicht mit allen Anmerkungen / Einschränkungen einverstanden erklären. Bitte beachten Sie hierzu unsere nachfolgenden Anmerkungen: 1.2 – Gültigkeit der Vereinbarung die einseitige Streichung der Gültigkeit unserer Einkaufsbedingungen können wir nicht akzeptieren. Wir schlagen vor, dass sowohl ihre als auch unsere Einkaufs- / Verkaufsbedingungen ungültig sind und durch die gesetzliche Regelung ersetzt wird. (…) Alle übrigen Anmerkungen / Änderungswünsche können wir akzeptieren. Ich bitte um Prüfung und Ihre Rückmeldung hierzu bis zum 06.12.2019.” 4.1.11. Op het bericht van 22 november 2019 heeft [geïntimeerde] niet meer gereageerd. 4.1.12. Op 6 december 2019 plaatst [appellante] een nieuwe order bij [geïntimeerde] (opdracht 619615) voor de bewerking van 30.000 stuks slotplaten conform de methode Nitrotec V9000, waarbij zij vermeldt: “Wir bestellen zu insureren Geschäftsbedingungen”. [appellante] verwijst bij deze order niet naar de offerte 7/2016. 4.1.13. Op 13 december 2019 heeft [geïntimeerde] de bestelling van [appellante] bevestigd. In haar opdrachtbevestiging staat: “Für alle von uns abgegebene Angebote, an uns erteilte Aufträge und mit uns getroffe. sind die Verkaufs-, Liefer- und Zahlungsbedingungen der [handelsnaam] . Gesellschaft für metallografische Tätigkeiten und Stalhveredlung) eingetragen beim L. am 07.01.2016 unter der Nr. 12010784 verbindlich. Ein Exemplar dieser Verkaufs-, Lie. Zahlungsbedingungen werden wir Ihnen auf Anfrage zusenden. Weitergehende allgemeine Bedingungen können wir nicht akzeptieren.”. 4.1.14. De warmtebehandeling van de slotplaten is bij eerdere opdrachten uitgevoerd in oven E12. Omdat deze oven buiten werking was, heeft [geïntimeerde] besloten om voor een deel van de te behandelen slotplaten (16.932 stuks) een andere oven te gebruiken. De bewerking en oplevering van de 30.000 slotplaten vindt in twee leveringen plaats, één van 13.068 stuks (oplevering 13 december 2019) en één van 16.932 stuks (oplevering op 10 januari 2020). 4.1.15. Nadat de slotplaten aan [appellante] zijn geleverd, blijkt dat een deel van de slotplaten niet voldoet aan de vereiste breuklast (broos zijn) waardoor deze mogelijk kunnen breken indien het voertuig waarin zij zijn verwerkt een noodstop maakt. Het ging hierbij om (een deel van) de 16.932 slotplaten die op 10 januari 2020 zijn uitgeleverd. Nu deze door [appellante] al aan [bedrijf] zijn geleverd en deels al in autostoelen zijn verwerkt, is door [appellante] een terugroepactie georganiseerd. 4.1.16. [appellante] stelt [geïntimeerde] vervolgens aansprakelijk voor de door haar geleden en nog te lijden schade, onder meer bestaande uit de kosten van de terugroepactie en te verwachten schadeclaims van derde partijen in de productieketen. Op 20 mei 2020 heeft [geïntimeerde] op deze aansprakelijkstelling gereageerd: “As the extensive investigation into the cause of the brittle fracture over the last couple of months has shown, the brittleness of the 16.932 “Schlossbleche” is caused by the use by [geïntimeerde] of a different furnace for the heat treatment of the “Schlossbleche”. Under [geïntimeerde] ’s general terms and conditions of sale (clause 18) [geïntimeerde] ’s liability for direct damages resulting from a defect in [geïntimeerde] ’s performance is limited to the value of the order under which the defective services were executed. Liability for consequential damages as well as liability for damages towards third parties is explicitly excluded. Based on the above, [geïntimeerde] ’s liability is limited to an amount of € 3.250,94.”. 4.1.17. Artikel 18 van de algemene voorwaarden van [geïntimeerde] luidt als volgt: “Artikel XVIII Haftung 1. Unsere Haftung beschränkt sich auf die Erfüllung der Garantieverplichtung laut Artikel XVII. Abgesehen von Vorsatz oder bewustster Fahrlässigkeit der zur Betriebsführung gehörenden Mitarbeiter haften wir nie für Schäden des Auftraggebers, einschließlich Folgeschäden sowie Schäden als Folge von Haftung gegenüber Dritten. Falls und in dem Maße, in dem wir, ungeachtet der Bestimmungen im ersten Passus in diesem Absatz, vom Gerichtsstand doch in einem Fall haftbar gemacht werden, ist unseren Haftung gegenüber dem Auftraggeber, aus welchem Grunde auch immer, pro Vorfall in allen Fällen auf die Höhe der betreffenden Vertragssumme der von uns ausgeführten Behandlung oder gelieferten losen Produkte (Sachen) beschränkt. 2. Der Auftraggeber ist verpflichtet, uns vor allen uns als direkte Folge aus Forderungen dritter Parteienen bezüglich Vorfälle, Taten und Fahrlässigkeiten bei der oder im Rahmen der Ausführung des Auftrags entstehenden Kosten, Schäden und Zinsen sicher und schadelos zu stellen. 3. Dem Auftraggeber ist bekannt, dass die uns von ihm zur Verfügung gestellten Sachen, die sich im Zusammenhang mit der Ausführung uns aufgetragener Arbeiten in unseren Verwahrung befinden, von uns nicht versichert sin. Diese Sachen befinden sich u. a. beim Im- und Exporttransport, beim Laden und Löschen, während der Lagerung unsererseits und der Behandlung bei uns auf Kosten und Risiko des Auftraggebers. Der Auftraggeber muss hierfür darum seblst eine geeignete Versicherung abschließen und ist verpflichtet, uns vor Ansprüchen Dritter bei Beschädigungen oder Verlust der betreffenden Werkstücke sicherzustellen, jeweils mit Ausnahme von und in dem es um Vorsatz oder bewustste Fahrlässigkeit der zur Betriebsführung gehörenden Mitarbeider geht.” 4.1.18. Bij brief van 28 september 2020 heeft de advocaat van [appellante] [geïntimeerde] gesommeerd om de aansprakelijkheid te erkennen en over te gaan tot vergoeding van de gevorderde schade. [geïntimeerde] heeft aan deze sommatie niet voldaan. De procedure bij de rechtbank 4.2.1. In de onderhavige procedure vordert [appellante] , bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. voor recht te verklaren dat [geïntimeerde] jegens [appellante] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de tussen hen gesloten overeenkomst, door de overeengekomen bewerking van de in de dagvaarding bedoelde Schlossbleche niet juist uit te voeren en/of voor deze bewerking een verkeerde oven te gebruiken, als gevolg waarvan de Schlossbleche niet of niet meer de eigenschappen hebben die [appellante] na de bewerking, mocht verwachten en dat [geïntimeerde] gehouden is de dientengevolge door [appellante] geleden en nog te lijden schade te vergoeden; II. voor recht te verklaren dat de algemene voorwaarden van [geïntimeerde] niet op de aan de orde zijnde overeenkomst van toepassing zijn, althans de schadevergoedingsplicht van [geïntimeerde] jegens [appellante] niet wordt beperkt door deze algemene voorwaarden, in het bijzonder niet door artikel XVIII; en III. [geïntimeerde] te veroordelen aan [appellante] te betalen de volledige door [appellante] geleden en nog te lijden schade als gevolg van het onder (I) bedoelde tekortschieten, nader op te maken bij staat. 4.2.2. Aan deze vordering heeft [appellante] , kort samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. In opdracht van [appellante] heeft [geïntimeerde] slotplaten aan een warmtebehandeling onderworpen. De warmtebehandeling heeft niet het gewenste effect gehad. Na ontdekking van de gebreken in de slotplaten heeft een (gedeeltelijke) terugroepactie moeten plaatsvinden. Als gevolg van de gebrekkige warmtebehandeling door [geïntimeerde] lijdt [appellante] schade. [appellante] houdt [geïntimeerde] aansprakelijk voor de gebrekkigheid van de slotplaten en vordert schadevergoeding, nader op te maken bij staat. 4.2.3. [geïntimeerde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Dat verweer zal, voor zover in hoger beroep van belang, in het navolgende aan de orde komen. 4.2.4. In het tussenvonnis van 31 mei 2023 heeft de rechtbank (kort samengevat) geoordeeld dat de algemene voorwaarden van [geïntimeerde] deel uitmaken van de tussen partijen gesloten overeenkomst op 13 december 2019; het beroep van [geïntimeerde] op het exoneratiebeding in artikel 18 van de algemene voorwaarden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is. De rechtbank heeft verder bepaald dat van het tussenvonnis tussentijds hoger beroep kan worden ingesteld. De procedure in hoger beroep 4.3. [appellante] heeft in hoger beroep negen grieven aangevoerd. [appellante] heeft geconcludeerd tot vernietiging van het beroepen vonnis en tot het terugwijzen van de zaak naar de rechtbank ter verdere behandeling, met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van het hoger beroep. Rechtsmacht 4.4. De rechtbank heeft geoordeeld dat zij bevoegd is op grond van artikel 4 lid 1 van de in deze zaak toepasselijke Verordening (EU) nr. 1215/2012 (EEX-Vo 2012), nu [geïntimeerde] in Nederland is gevestigd. Tegen dit oordeel zijn geen grieven gericht. Ook het hof is van oordeel dat de Nederlandse rechter bevoegd is. Tussen partijen is niet in geschil dat Nederlands recht van toepassing is. Devolutieve werking van het hoger beroep 4.5. [appellante] komt met de grieven 2 tot en met 7 op tegen het (uiteindelijke) oordeel van de rechtbank dat de algemene voorwaarden van [geïntimeerde] onderdeel zijn geworden van de overeenkomst zoals deze op 6/13 december 2019 is gesloten tussen partijen. [appellante] voert aan dat er geen algemene voorwaarden, noch van [appellante] , noch van [geïntimeerde] van toepassing zijn op de overeenkomst van december 2019. Als al zou moeten worden geoordeeld dat algemene voorwaarden hebben te gelden tussen partijen, dan zijn dat de algemene voorwaarden van [appellante] . [geïntimeerde] voert primair aan dat tussen partijen een duurovereenkomst – in de vorm van een raamcontract – tot stand is gekomen op basis van de uitgangspunten zoals die waren vastgelegd in de door haar uitgebrachte offerte. Subsidiair heeft [geïntimeerde] aangevoerd dat de wijze waarop de overeenkomst van december 2019 tot stand is gekomen met zich brengt dat ook dan de algemene voorwaarden van [geïntimeerde] van toepassing zijn. De rechtbank heeft [geïntimeerde] in dit subsidiaire standpunt gevolgd. 4.6. Uitgaande van de veronderstelling dat één van de grieven van [appellante] slaagt en het hof toe zou komen aan vernietiging van het tussenvonnis, brengt de devolutieve werking van het hoger beroep met zich mee dat het hof het primaire standpunt van [geïntimeerde] dient te beoordelen. Het hof ziet aanleiding om allereerst te beoordelen of tussen partijen een raamovereenkomst tot stand is gekomen. Is tussen partijen een raamovereenkomst tot stand gekomen? 4.7. [geïntimeerde] heeft gesteld dat tussen partijen een duurovereenkomst in de vorm van een raamovereenkomst tot stand is gekomen. [geïntimeerde] is in 2016 benaderd door [bedrijf] met de vraag of zij slotplaten ten behoeve van de auto-industrie kon verharden door middel van een warmtebehandeling. [geïntimeerde] heeft daarop met [bedrijf] gesproken over de wijze waarop de warmtebehandeling zou kunnen worden uitgevoerd. De mechanische eigenschappen zijn vastgesteld in een tekening die door [geïntimeerde] is geaccordeerd (productie 1 bij conclusie van antwoord) en de behandelmethode had de naam Nitrotec V9000. Ten behoeve van de uit te voeren warmtebehandelingen is door [geïntimeerde] een offerte met nr. 7/2016 aan [bedrijf] gezonden. Op de offerte zijn de algemene voorwaarden van [de B.V. 2] (de oude naam van [geïntimeerde] ) van toepassing verklaard. [bedrijf] heeft geen opdrachten aan [geïntimeerde] verstrekt, maar zij heeft in plaats daarvan [appellante] opdracht gegeven de slotplaten te produceren en vervolgens de warmtebehandeling Nitrotec V9000 bij [geïntimeerde] te laten ondergaan. Doordat [appellante] diverse opdrachten aan [geïntimeerde] heeft verstrekt, waarbij steeds is verwezen naar de offerte met nummer 7/2016 en de opdrachten steeds door [geïntimeerde] zijn bevestigd onder verwijzing naar haar algemene voorwaarden, zijn de algemene voorwaarden van [geïntimeerde] deel uit gaan maken van de tussen haar en [appellante] geldende raamovereenkomst. 4.8. [appellante] heeft bestreden dat tussen haar en [geïntimeerde] een raamovereenkomst tot stand is gekomen. Er is door de jaren heen (telkens) sprake geweest van verschillende opdrachten. [appellante] gaf via een “Bestellung zur Fremdfertigung” door voor hoeveel slotplaten zij een warmtebehandeling wenste, waarop [geïntimeerde] reageerde met een “Auftragsbestätigung”. De offerte waar [geïntimeerde] zich op beroept, was niet aan [appellante] gericht en [appellante] heeft deze ook niet aanvaard. [appellante] is bovendien onbekend met het feit dat het de bedoeling van [geïntimeerde] (en [bedrijf] ) in 2016 is geweest om met [bedrijf] een overeenkomst voor de periode 2016-2023 te sluiten. 4.9. Het hof stelt voorop dat het antwoord op de vraag of een overeenkomst tot stand is gekomen, afhankelijk is van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen hebben afgeleid en in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mochten afleiden (HR 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158, Haviltex). Zoals iedere overeenkomst, komt een duurovereenkomst in beginsel tot stand door aanbod en aanvaarding (elk al dan niet stilzwijgend). Voor de totstandkoming van een duurovereenkomst is echter niet steeds vereist dat sprake is van een als zodanig aanwijsbaar (al dan niet stilzwijgend) aanbod en een als zodanig aanwijsbare (al dan niet stilzwijgende) aanvaarding. Voor het thans voorliggende geval is van belang dat een duurovereenkomst ook een ‘raamovereenkomst’ kan zijn, waarbinnen partijen steeds aflopende overeenkomsten sluiten. Voor de beantwoording van de vraag of er (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.