← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2024:4001

Parketnummer : 20-001504-21 Uitspraak : 2 december 2024 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 1 juni 2021 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 03-083333-20 en 03-038549-20 en 03-136939-19, tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994, wonende te [adres] . Hoger beroep De rechtbank heeft verdachte ter zake van: Parketnummer 03-083333-20: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken; Parketnummer 03-038549-20: Feit 1 primair: poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak; Feit 2: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak; Parketnummer 03-136939-19: Overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaren waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en aftrek van voorarrest met bijzondere voorwaarden. De rechtbank heeft de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] toegewezen tot een bedrag van € 2.930,49 (bestaande uit vergoeding van materiële en immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 maart 2020 en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ten slotte heeft de rechtbank beslist op het gelegde beslag Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal bevestigen met inbegrip van de beslissingen op de vordering van de benadeelde partij en het beslag maar met uitzondering van de opgelegde straf met dien verstande dat de advocaat-generaal heeft gevorderd enkel als bijzondere voorwaarde op te nemen een contact- en locatieverbod met . [benadeelde 1] . De verdediging heeft verweer gevoerd betreffende de bewezenverklaring van het onder parketnummer 03-08333-20 ten laste gelegde en de strafmaat. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust (met inbegrip van de beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] , de opgelegde schadevergoedingsmaatregel en de beslissing omtrent het beslag), behalve voor wat betreft de bewezenverklaring ten aanzien van parketnummer 03-038549-20, feit 1. Ten aanzien van het bewezenverklaarde onder de parketnummers 03-038549-20, feit 2 en 03-08333-20 verbetert en vult het hof de gronden aan. Tenslotte komt het hof tot een andere strafoplegging dan de rechtbank. Tenlastelegging parketnummer 03-038549-20, feit 1 Aan de verdachte is onder parketnummer 03-038549-20, feit 1, ten laste gelegd: hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks 12 februari 2020 te Geleen, gemeente Sittard-Geleen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om meermalen, althans eenmaal een of meer goederen van zijn gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] en/of [benadeelde 5] en/of [bedrijf] , althans een ander, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, een of meer (toegangs)deur(

  1. en)van de zich naast de woning(
  2. en)( [straatnaam] ) bevindende schu(u)r(
  3. en)en/of berging(
  4. en)heeft opengebroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks 12 februari 2020 te Geleen, gemeente Sittard-Geleen opzettelijk en wederrechtelijk een of meerdere deuren, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] en/of [benadeelde 5] en/of [bedrijf] , althans een ander, toebehoorde, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt; De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring parketnummer 03-038549-20, feit 1 Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat hij: op 12 februari 2020 te Geleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om meermalen goederen van zijn gading, toebehorend aan [benadeelde 2] of [benadeelde 3] of [benadeelde 4] of [benadeelde 5] , weg te nemen met het oogmerk om zich deze wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en door middel van braak, toegangsdeuren van de zich naast de woningen ( [straatnaam] ) bevindende bergingen heeft opengebroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken Bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen parketnummer 03-038549-20 feit 1 De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de door de rechtbank ten aanzien van dit feit gebezigde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd. Het hof neemt die bewijsmiddelen en de bewijsoverwegingen over en maakt deze tot de zijne. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde onder parketnummer 03-038549-20, feit 1 Het onder feit 1 primair bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd: Poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar. Strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van parketnummer 03-038549-20, feit 1 Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde. Aanvulling van de gronden ten aanzien van parketnummer 03-038549-20 feit 2 Het hof vult de gronden van parketnummer 03-038549-20, feit 2, in die zin aan dat de verdachte dit feit ter terechtzitting in hoger beroep op 18 november 2024 heeft bekend. Verbetering en aanvulling van gronden ten aanzien van het bewezenverklaarde onder parketnummer 03-083333-20 Standpunt verdediging Ten aanzien van het ten laste gelegde onder parketnummer 03-08333-20 heeft de verdediging vrijspraak bepleit. Daartoe zijn dezelfde gronden aangevoerd als in eerste aanleg. Volgens de verdediging is de herkenning van verdachte door aangeefster onbetrouwbaar en dient deze van het bewijs te worden uitgesloten. Ook dient het rapport omtrent het op een petje aangetroffen DNA-materiaal van het bewijs te worden uitgesloten. Volgens de verdediging zijn de uitkomsten van dat DNA-onderzoek onbetrouwbaar geworden doordat de verpakking waarin het petje naar het NFI is verzonden, beschadigd was. Verder heeft de verdediging er nog op gewezen dat op het petje niet alleen een DNA-profiel van verdachte is aangetroffen maar een mengprofiel en heeft de verdediging gewezen op de omstandigheid dat het petje een verplaatsbaar object is. Tenslotte heeft de verdediging zoals in eerste aanleg verwezen naar het alibi dat de moeder van verdachte de verdachte heeft verschaft. Het hof verwerpt dit verweer in al zijn onderdelen en verwijst daartoe naar hetgeen de rechtbank daaromtrent heeft vastgesteld en overwogen op de pagina’s 3 en 4 van het vonnis, welke vaststellingen en overwegingen door het hof worden overgenomen en nog als volgt worden aangevuld. Herkenning van een persoon vindt plaats op basis van een in het geheugen opgeslagen beeld en niet slechts op basis van een gezicht, maar ook op grond van andere kenmerken zoals haardracht, lengte, postuur, houding, kleding en accessoires en de manier van bewegen. Aldus spelen verschillende elementen daarbij een rol, waarbij steeds sprake is van een ‘holistisch’ proces, dat naar zijn aard moeilijk in objectief verifieerbare elementen is op te delen en niet altijd onder woorden is te brengen. Dat moeilijk te rationaliseren holistische karakter maakt ook dat het enkele feit dat de verdachte maar ten dele en kortdurend is waargenomen, niet hoeft te betekenen dat de herkenning onbetrouwbaar is. Aangeefster heeft al bij het eerste politiecontact aangegeven dat zij de dader heeft herkend en daarbij de naam van de verdachte genoemd. Aangeefster heeft verdachte niet alleen herkend aan zijn blik maar tevens aan zijn houding, gedrag en tenger postuur. Ten aanzien van zijn postuur heeft verdachte ter terechtzitting in hoger beroep op een vraag van het hof of verdachte zijn postuur als tenger zou omschrijven, verklaard: “Wat is tenger? Mijn hele familie is tenger. Ikzelf ben 1.72 meter en 62 kilogram zwaar”. Het hof is van oordeel dat verdachte zich daarmee ook min of meer als tenger heeft gekwalificeerd. Voorts vond identificering van de verdachte door aangeefster plaats voordat de verdachte op grond van DNA-onderzoek op het door de dader in de woning van aangeefster achtergelaten zwarte Nike petje aan onderhavig feit werd gelinkt. Verder overweegt het hof ten aanzien van het DNA-spoor op het petje dat dit is aangetroffen aan de binnenrand van de klepzijde van het petje wat het tot een draagspoor maakt. Dit sluit aan bij het gegeven dat de verdachte 15 dagen voor dit incident op een foto op zijn Facebookpagina eenzelfde petje droeg. Over het aangetroffen DNA-spoor wordt bovendien in het rapport aangegeven dat het een enkelvoudig DNA-profiel betreft dat overeenkomt met het DNA-profiel van verdachte, terwijl daarin aangetroffen DNA-nevenkenmerken van minimaal één ander persoon relatief gering aan de bemonstering van het spoor heeft bijgedragen Dat de verpakking waarin het petje naar het NFI is gestuurd, was beschadigd, doet aan een en ander niet af. Deze beschadiging kan immers geen ontlastende andere verklaring opleveren voor het aantreffen van het draagspoor van de verdachte op de binnenzijde van de pet. Gelet op dit alles en in ogenschouw nemend hetgeen de rechtbank heeft overwogen, komt het hof eveneens tot het oordeel dat er geen reden is te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van en de herkenning van de verdachte door aangeefster en er geen begin van aannemelijkheid is dat een ander dan verdachte de dader van de overval is geweest. Het andersluidende standpunt van de verdediging wordt verworpen. Ten aanzien van het onder parketnummer 03-083333-20 bewezenverklaarde vult en verbetert het hof de gronden verder nog op de navolgende wijze aan. Vult aan de laatste zin van de overweging van de rechtbank op pagina 3 van het vonnis waardoor deze als volgt komt te luiden: “Daarnaast bevat het dossier een profielfoto van de verdachte van Facebook waarop hij staat afgebeeld met eenzelfde zwart petje met Nike logo”. Verbetert op pagina 3 van het vonnis, voetnootnummer 4, waardoor deze komt te luiden: “4. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 maart 2020, p. 21-23”. Aanvulling van de gronden ten aanzien van parketnummer 03-038549-20 feit 2 Het hof vult de gronden van parketnummer 03-038549-20, feit 2, in die zin aan dat de verdachte dit feit ter terechtzitting in hoger beroep op 18 november 2024 heeft bekend. Parketnummers 03-083333-20, 03-038549-20 en 03-136939-19 Op te leggen sanctie Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Naar het oordeel van het hof kan gelet op de ernst van het bewezenverklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Het hof neemt voor wat betreft de ernst van het feit de overwegingen van de rechtbank over als weergegeven op pagina 7 van het vonnis. Waaraan het hof nog toevoegt dat verdachte zich had vermomd door een doek voor zijn mond en een pet te dragen. Het hof volgt de rechtbank niet in de positieve overweging omtrent de persoon van verdachte (laatste alinea van pagina 7 van het vonnis). Allereerst merkt het hof op dat verdachte met betrekking tot zijn procesopstelling een berekenende houding aanneemt. Alleen de feiten waarbij verdachte op heterdaad wordt betrapt (parketnummer 03-038549-20, feit 1) dan wel op camerabeelden wordt herkend door een wijkagent waarmee hij meerdere contacten heeft gehad (parketnummer 03-038549-20, feit 2) worden door hem bekend. Daarnaast is het hof van oordeel dat verdachte geen enkele verantwoordelijkheid voor zijn handelen neemt en ook niet van plan is zijn leven een positieve wending te geven. Zo volgt uit het de verdachte betreffende uittreksel justitiële documentatie van 23 september 2024 en pagina 11 van het voortgangsverslag van de reclassering van 30 oktober 2024 dat verdachte sinds de onderhavige feiten wederom in aanraking met politie is geweest en wordt verdacht van het plegen van nieuwe strafbare feiten. Verder volgt uit het voortgangsverslag van 30 oktober 2024 dat de reclassering allerminst optimistisch is gestemd over de motivatie van verdachte om zijn leven te beteren. In het voortgangsverslag is neergelegd dat verdachte naar aanleiding van het Pro Justitia onderzoek van 26 februari 2021 tot twee maal toe in behandeling is geweest bij Radix Forensische Zorg, waarbij eenmaal het traject positief werd afgesloten maar de andere poging voortijdig werd beëindigd. Ook wordt in dat verslag melding gemaakt dat verdachte sinds de start van het toezicht ambulante begeleiding heeft gehad van KL-IK, dat dit aanvankelijk goed verliep maar dat de laatste tijd deze contacten moeizamer verlopen evenals het contact met de reclassering. Verder wordt er in het voortgangsverslag opgemerkt dat verdachte is geprioriteerd in het Zorg- en Veiligheidshuis samen met diens partner onder meer vanwege vele overlastmeldingen welke zijn ontvangen bij de woning waar verdachte veelal verblijft met zijn partner. Er wordt geconcludeerd dat bij verdachte vrijwel geen motivatie aanwezig is om zich te conformeren aan voorwaarden, op basis waarvan de reclassering van mening is dat nieuwe interventies geen meerwaarde hebben. Enerzijds vanwege de houding van betrokkene en anderzijds omdat betrokkene aan het plafond lijkt te zitten wat betreft zijn verandermogelijkheden. Alles overziende is het hof, anders dan de rechtbank en de advocaat-generaal, van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 jaren met aftrek van voorarrest als passend uitgangspunt dient te worden genomen. Bij de uiteindelijke strafoplegging dient nog te worden betrokken dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM in de fase van het hoger beroep is overschreden. De aanvang van deze termijn stelt het hof op 14 juni 2021, zijnde de datum waarop door verdachte hoger beroep is ingesteld. Het einde van deze termijn wordt gesteld op de datum van dit arrest zijnde 2 december 2024. Daarmee is de redelijke termijn van twee jaren met ruim 1 jaar en vijf maanden overschreden. Het hof ziet hierin aanleiding om uiteindelijk aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren en 6 maanden met aftrek van voorarrest op te leggen. Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering, aan de orde is Voorlopige hechtenis Bij arrest van heden wordt de verdachte veroordeeld ter zake van: Parketnummer 03-083333-20: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken; Parketnummer 03-038549-20: Feit 1 primair: poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd; Feit 2: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak; Parketnummer 03-136939-19: Overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 tot een gevangenisstraf van 3 jaren en 6 maanden, met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht. In het arrest van het hof is onder meer het navolgende overwogen: “Zo volgt uit het de verdachte betreffende uittreksel justitiële documentatie van 23 september 2024 en pagina 11 van het voortgangsverslag van de reclassering van 30 oktober 2024 dat verdachte sinds de onderhavige feiten wederom in aanraking met politie is geweest en wordt verdacht van het plegen van nieuwe strafbare feiten. Verder volgt uit het voortgangsverslag van 30 oktober 2024 dat de reclassering allerminst optimistisch is gestemd over de motivatie van verdachte om zijn leven te beteren. “Er wordt geconcludeerd dat bij verdachte vrijwel geen motivatie aanwezig is om zich te conformeren aan voorwaarden, op basis waarvan de reclassering van mening is dat nieuwe interventies geen meerwaarde hebben. Enerzijds vanwege de houding van betrokkene en anderzijds omdat betrokkene aan het plafond lijkt te zitten wat betreft zijn verandermogelijkheden.” De vrijheidsbeneming van de verdachte komt behalve op het gevaar voor herhaling, te rusten op artikel 5 lid 1 sub a van het EVRM. Dat betekent dat niet zonder meer van kracht is het recht van de verdachte om zijn berechting in vrijheid af te wachten, nu die berechting door een daartoe bevoegde rechter heeft plaatsgevonden. Het hof heeft ambtshalve de persoonlijke belangen van de verdachte zoals die ter terechtzitting in hoger beroep zijn gebleken, gewogen tegen de strafvorderlijke belangen en gezien het vorenstaande en de duur van de op te leggen straf, acht het hof de strafvorderlijke belangen van zwaarder gewicht. Gelet op het vorenstaande, zal het hof de gevangenneming van de verdachte bevelen met ingang van heden. Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing is gegrond op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 45, 57, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 7 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de bewezenverklaring ten aanzien van parketnummer 03-038549-20, feit 1 en de opgelegde hoofdstraf ten aanzien van de parketnummers 03-083333-20, 03-038549-20 en 03-136939-19 en doet in zoverre opnieuw recht. Ten aanzien van parketnummer 03-038549-20, feit 1 Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 03.038549.20 onder feit 1 primair tenlastegelegde heeft begaan; Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij; Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar; Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren en 6 (zes) maanden. Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Beveelt de gevangenneming van de verdachte, welk bevel afzonderlijk is geminuteerd. Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige (inclusief de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de beslissingen betreffende het beslag) met inachtneming van al hetgeen hiervoor is overwogen. Aldus gewezen door: mr. R. Lonterman, voorzitter, mr. dr. C.M. Hilverda en mr. dr. M.J.M.A. van der Put, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. J.H.W. van der Meijs, griffier, en op 2 december 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken. mr. J.H.W. van der Meijs is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.