Parketnummer : 20-002528-22 (OWV) Uitspraak : 27 februari 2024 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 4 november 2022 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak met parketnummer 01-997549-19 tegen: [betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1974, wonende te [adres 1] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op een bedrag van € 50.213,00, aan de betrokkene een betalingsverplichting opgelegd voor datzelfde bedrag en de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd bepaald op 1004 dagen. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de betrokkene naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen. De verdediging heeft bepleit dat het aan de betrokkene te ontnemen wederrechtelijk verkregen voordeel zal worden geschat op een lager bedrag. Vonnis waarvan beroep Het hof verenigt zich met het vonnis van de rechtbank en met de redengeving waarop dit berust. Hetgeen van de zijde van de betrokkene ter terechtzitting in hoger beroep naar voren is gebracht brengt het hof niet tot een ander oordeel. In dat kader overweegt het hof dat het in zijn arrest d.d. 27 februari 2024 in de strafzaak met parketnummer 20-002685-21 tot het oordeel komt dat niet aannemelijk is geworden dat de verdachte heeft gehandeld met toestemming van [slachtoffer] en dat sprake is van verduistering. Overigens kan het oordeel dat de betrokkene door middel van het begaan van strafbare feiten een voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht heeft genoten niet langer worden gebaseerd op het vonnis van de rechtbank d.d. 2 november 2021 met parketnummer 01-997549-19, aangezien dat vonnis bij arrest van dit hof d.d. 27 februari 2024 wordt vernietigd vanwege een wijziging van de tenlastelegging in hoger beroep. Thans wordt de basis van de ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel - naast het door verbalisant [verbalisant] opgemaakte proces-verbaal wederrechtelijk verkregen voordeel - gevormd door het arrest van dit hof d.d. 27 februari 2024, gewezen onder parketnummer 20-002685-
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.