GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.330.684/01 arrest van 16 januari 2024 in de zaak van Hoppe Reiseverkehr GmbH, gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , Duitsland, appellante, hierna aan te duiden als Hoppe, advocaat: mr. T.P.M. Kouwenaar te 's-Hertogenbosch, onttrokken, tegen VDL Bus & Coach B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , geïntimeerde, hierna aan te duiden als VDL, advocaat: mr. E. Holthuizen te Amsterdam, op het bij exploot van dagvaarding van 5 juli 2023 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 5 april 2023, door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, gewezen tussen Hoppe als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie en VDL als eiseres in conventie, verweerster in reconventie. 1Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/379559 / HA ZA 22-109) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis. 2Het geding in hoger beroep 2.
- Hoppe heeft bij voormeld exploot VDL opgeroepen om te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van 15 augustus 2023, waarbij in een nog in te dienen memorie van grieven nadere gronden zullen worden aangevoerd ter onderbouwing van de eis en conclusie zoals in de appeldagvaarding vermeld. 2.
- Het hof heeft de zaak op de rol van 15 augustus 2023 geselecteerd voor het houden van een mondelinge behandeling na aanbrengen. Partijen konden zich bij akte over dit voornemen op de rol van 12 september 2023 uitlaten. Partijen hebben bij akte aangegeven een mondelinge behandeling na aanbrengen niet op prijs te stellen. 2.
- Het hof heeft de zaak vervolgens verwezen naar de rol van 24 oktober 2023 voor het nemen van een memorie van grieven. Hoppe heeft de memorie van grieven niet genomen. Het hof heeft een ambtshalve uitstel verleend van 4 weken. De zaak is daarop naar de rol van 21 november 2023 verwezen voor het alsnog nemen van de memorie van grieven, ambtshalve peremptoir. Deze memorie van grieven is niet genomen. 2.
- Bij H2-formulier van 25 oktober 2023 voor de rol van 21 november 2023 heeft de advocaat van Hoppe zich aan de zaak onttrokken. De zaak is op de voet van artikel 6.2 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven (LPR) verwezen naar de rol van 5 december 2023 voor stellen procesvertegenwoordiger appellant en het nemen van een memorie van grieven, ambtshalve peremptoir. Op die rol heeft zich voor Hoppe geen nieuwe advocaat gesteld en is de memorie van grieven wederom niet genomen. 2.
- Ingevolge artikel 6.4 van het LPR is daarmee het recht van Hoppe om van grieven te dienen vervallen, omdat die proceshandeling niet binnen de daarvoor gestelde termijn is verricht en daarvoor geen nader uitstel is verkregen. De rolraadsheer heeft van dat feit aan VDL ambtshalve akte niet-dienen verleend. 2.
- Op de rol van 19 december 2023 stond de zaak voor beraad geïntimeerde. VDL heeft het hof bij H10-formulier verzocht om arrest te wijzen en de gedingstukken overgelegd. 2.
- Het hof heeft daarna (op diezelfde roldatum) een datum voor arrest bepaald. 3De beoordeling Hoppe heeft tegen het vonnis waarvan beroep geen grieven aangevoerd. Dit brengt mee dat Hoppe niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep. Hoppe zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep. 4De uitspraak Het hof: verklaart Hoppe niet-ontvankelijk in het hoger beroep; veroordeelt Hoppe in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van VDL tot aan deze uitspraak begroot op € 2.135,00 aan griffierecht en op € 591,50 (0,5 punt x tarief II) aan salaris advocaat. Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 16 januari
- griffier rolraadsheer