← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2025:1213

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht zaaknummer 200.340.127/01 arrest van 29 april 2025 in de zaak van Dexia Nederland B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , appellante, hierna aan te duiden als Dexia, advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam, tegen 1 [geïntimeerde sub 1] ,

  1. [geïntimeerde sub 2] ,beiden wonende te [woonplaats] , geïntimeerden, hierna aan te duiden als [geïntimeerden] , advocaat: mr. J.B. Maliepaard te Rotterdam, op het bij exploot van dagvaarding van 27 maart 2024 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 25 januari 2024, door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, gewezen tussen Dexia als gedaagde in conventie en in het incident, eiseres in reconventie en [geïntimeerden] als eisers in conventie en in het incident, verweerders in reconventie. 1Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 9980129 EL 22-68) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis. 2Het geding in hoger beroep 2.
  2. Dexia heeft bij voormeld exploot [geïntimeerden] opgeroepen om te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van 3 december 2024, waarbij in een nog in te dienen memorie van grieven gronden zullen worden aangevoerd ter onderbouwing van de eis en conclusie zoals in de appeldagvaarding vermeld. 2.
  3. Aan Dexia is een termijn en vervolgens uitstel, ambtshalve peremptoir, verleend voor het nemen van de memorie van grieven. 2.
  4. Op de rol van 25 februari 2025 heeft de rolraadsheer vastgesteld dat het recht van Dexia om de memorie van grieven te nemen is vervallen, omdat die proceshandeling niet binnen de daarvoor gestelde termijn is verricht en daarvoor geen nader uitstel is verkregen. De rolraadsheer heeft van dat feit aan [geïntimeerden] akte van niet-dienen verleend.
  5. De beoordeling 3.
  6. Dexia heeft tegen het vonnis waarvan beroep geen grieven aangevoerd. Dit brengt mee dat Dexia niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep. [geïntimeerden] hebben niet verzocht een memorie van eis in incidenteel hoger beroep te mogen nemen (artikel 2.21 LPR). 3.
  7. Dexia zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep. 4De uitspraak Het hof: verklaart Dexia niet-ontvankelijk in het door haar ingestelde hoger beroep; veroordeelt Dexia in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerden] tot aan deze uitspraak begroot op € 349,00 aan griffierecht en op € 607,00 (0,5 punt x tarief II) aan salaris advocaat. Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, P.P.M. Rousseau en E.H. Schulten en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 29 april
  8. griffier rolraadsheer

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.