GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH Wrakings- en verschoningskamer registratienummer verschoning: 200.351.549/01datum beslissing: 25 februari 2025 Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van verschoningsverzoeken op het schriftelijke verzoek zich te mogen verschonen als bedoeld in artikel 517 Wetboek van Strafvordering (Sv) van mr. K.J. van Dijk, raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch, team Strafrecht, hierna: verzoeker, belast met de behandeling van de regiezitting in de zaken van de verdachten [verdachte 1] (parketnummers [parketnummer 1] en [parketnummer 2] ) en [verdachte 2] (parketnummers [parketnummer 3] en [parketnummer 4] ). 1Het procesverloop 1.
- Verzoeker heeft bij e-mail van 25 februari 2025 op de voet van artikel 517 Sv een verzoek ingediend bij de verschoningskamer. 1.
- De verschoningskamer is van oordeel dat een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege kan blijven. De verschoningskamer beslist op het verzoek als hierna volgt. 2De motivering 2.
- Verzoeker heeft ter onderbouwing van zijn verzoek aangevoerd dat beide verdachten in eerste aanleg zijn veroordeeld ter zake van gewoontewitwassen en dat daarbij vorderingen tot ontneming van wederrechtelijk genoten voordeel tot substantiële bedragen zijn toegewezen. De veroordeling berustte onder meer op een verklaring van mw. [interieurarchitect] , interieurarchitect. In het kader van de regiezitting in hoger beroep is onder meer aan de orde het verzoek van de verdediging om mw. [interieurarchitect] als getuige te mogen horen. Verzoeker heeft, zo voert hij aan, recent in het kader van zijn verhuizing een zakelijke relatie met mw. [interieurarchitect] (gehad). Verzoeker voelt zich niet vrij om een beslissing te nemen op het verzoek van de verdediging om mw. [interieurarchitect] als getuige te mogen horen omdat de rechterlijke onafhankelijkheid in dat geval schade zou kunnen lijden. Verzoeker wenst zich daarom te verschonen. 2.
- Uitgangspunt is dat een rechter uit hoofde van zijn of haar aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn indien bepaalde feiten of omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheid aan onpartijdigheid ontbreekt. Alsdan dient de rechter zich van een beslissing van de hoofdzaak te onthouden, want rechtzoekenden moeten in het rechterlijk apparaat vertrouwen kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn. Indien een rechter van mening is dat er sprake is van feiten en omstandigheden waardoor zijn rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, kan de rechter op grond van artikel 517 Sv verzoeken zich te mogen onttrekken aan een hem of haar toebedeelde zaak. 2.
- Naar het oordeel van de verschoningskamer vormt hetgeen verzoeker heeft aangevoerd voldoende grond voor toewijzing van het verzoek. Dat verzoeker een zakelijke relatie met mw. [interieurarchitect] onderhoudt, of recent heeft onderhouden, kan immers de vrees opleveren dat het verzoeker aan onpartijdigheid ontbreekt bij de te nemen beslissing om mw. [interieurarchitect] al dan niet als getuige te horen. Daarom kan verzoeker worden gevolgd in zijn standpunt dat hij zich van de behandeling van de zaken dient te onthouden. 3De beslissing Het hof: wijst het verzoek van verzoeker toe om zich te verschonen van de behandeling van de strafzaken van de verdachten met de parketnummers [parketnummer 1] , [parketnummer 2] , [parketnummer 3] en [parketnummer 4] ; beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoeker, de advocaten van verdachten (mrs. S.D. Polat en A.D. Kloosterman, beiden te Amsterdam) en de advocaat-generaal (mr. G.V. van der Hofstede). Deze beslissing is gegeven door mrs. J.W. van Rijkom (voorzitter), J.P. de Haan en T.A. Gladpootjes en in het openbaar uitgesproken op 25 februari
- Mr Gladpootjes is buiten staat deze beslissing te ondertekenen.