← Nederland

ECLI:NL:GHSHE:2025:1790

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH Team Handelsrecht Uitspraak: 26 juni 2025 Zaaknummer: 200.354.941/01 Zaaknummers eerste aanleg: [faillissementsnummer] (faillissementsnummer) C/01/414640 / FT RK 25/226 (rekestnummer) in de zaak in hoger beroep van: [appellant] , wonende te [woonplaats] , appellant, hierna te noemen: [appellant] , advocaat: mr. K. Drissen te Helmond, tegen [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats] , geïntimeerde, hierna te noemen: [geïntimeerde] , advocaat: mr. J.Y. Yiu te Rotterdam. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst naar het vonnis 14 mei 2025 van de rechtbank Oost-Brabant, waarbij [appellant] in staat van faillissement is verklaard, met de aanstelling van mr. M.A.J. Kemps tot curator. 2Het geding in hoger beroep 2.

  1. Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 21 mei 2025, heeft [appellant] verzocht het faillissementsvonnis te vernietigen, met het verzoek de behandeling van het beroep buiten zitting om te laten plaatsvinden (gelet op de instemmingen van partijen en de onnodige kosten die een mondelinge behandeling met zich zal brengen). 2.
  2. Bij brief met bijlagen, ingekomen ter griffie op 28 mei 2025, heeft de curator de recente stand van zaken kenbaar gemaakt en vermeld in te kunnen stemmen met een vernietiging van het faillissement en geen bezwaar te hebben tegen het achterwege laten van de mondelinge behandeling. Tevens heeft de curator - bij vernietiging van het faillissement - verzocht tot vaststelling van de faillissementskosten en deze ten laste te brengen van [appellant] . 2.
  3. Na een eerste afwijzing (toen was de informatie van de curator het hof nog niet bekend), heeft het hof alsnog ingestemd met het verzoek om de mondelinge behandeling achterwege te laten. De aanvankelijk op 18 juni 2025 geplande mondelinge behandeling heeft derhalve niet plaatsgevonden. 2.
  4. Het hof heeft verder kennisgenomen van de inhoud van: - de brief van [appellant] van 22 mei 2025 met de aanvullende productie 5; - de brief van [appellant] van 11 juni 2025 met de aanvullende productie 6 (het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg van 13 mei 2025); - de brief van [geïntimeerde] van 11 juni 2025; - de brief van de curator van 12 juni 2025, met als bijlage een aangepaste specificatie van de faillissementskosten; - het e-mailbericht van [appellant] van 23 juni 2025 in reactie op de aanvullende salarisspecificatie van de curator. 3De beoordeling 3.
  5. Het faillissement van [appellant] is aangevraagd door [geïntimeerde] . [geïntimeerde] stelde in het inleidend verzoekschrift uit hoofde van een onderhandse lening een opeisbare vordering te hebben op [appellant] van € 16.692,
  6. Deze vordering was, ondanks aanmaning, onbetaald gebleven. [appellant] zou ook andere schuldeisers onbetaald laten ( [hypotheekhouder] en de gemeente [gemeente] ). [appellant] is door de rechtbank op de aanvraag gehoord. Het faillissement van [appellant] is vervolgens bij het bestreden vonnis uitgesproken. 3.
  7. [appellant] heeft in zijn beroepschrift het volgende gesteld. Inmiddels is tussen partijen overeengekomen dat gelijktijdig aan de vernietiging van het faillissement als gevolg van het slagen van dit hoger beroep, de helft van de vordering wordt voldaan op de derdengeldrekening van de advocaat van [geïntimeerde] . De overige helft zal vier weken na vernietiging van het faillissement worden voldaan. De vordering van [hypotheekhouder] ad € 180.882,12 heeft betrekking op de hypotheekverlening ten aanzien van de eigen woning van [appellant] . De hypotheekafdrachten worden maandelijks voldaan en er is geen achterstand. Met de gemeente [gemeente] is een betalingsregeling getroffen, die correct door [appellant] wordt nagekomen. [appellant] beschikt over voldoende financiële middelen, heeft een eigen woning met een WOZ-waarde van € 559.000 en heeft geen betalingsachterstanden. Hij verkeert dus niet in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. 3.
  8. [geïntimeerde] heeft ingestemd met een vernietiging van het faillissement buiten de zitting om, omdat zij geen belang meer heeft bij het voortbestaan van het faillissement. Zij heeft bevestigd dat zij inmiddels met [appellant] een betalingsregeling heeft getroffen, waarmee zij verwacht haar vordering buiten faillissement om te kunnen incasseren. 3.
  9. De curator heeft het hof in zijn verslag (ingekomen bij brief van 28 mei 2025 en aangevuld bij brief van 12 juni 2025) geïnformeerd over de op dat moment bekende schuldeisers in het faillissement van [appellant] ( [hypotheekhouder] , gemeente [gemeente] en de Belastingdienst). De curator concludeert geen bezwaar tegen vernietiging van het faillissement te hebben (en ook niet tegen afdoening zonder mondelinge behandeling), gelet op de omstandigheden dat er geen achterstanden zijn bij de hypotheekhouder [hypotheekhouder] , dat met de aanvrager van het faillissement ( [geïntimeerde] ) en met de gemeente [gemeente] betalingsregelingen zijn getroffen en zij allebei instemmen met vernietiging van het faillissement, dat de belastingschulden bij vernietiging van het faillissement worden voldaan en dat de betaling van de kosten van het faillissement voldoende is gewaarborgd. 3.
  10. Nu niet langer aan alle vereisten voor een faillissement is voldaan, zal het hof het vonnis waarvan beroep en daarmee het faillissement vernietigen. Het hof zal daarbij bepalen dat de kosten van het faillissement ten laste van [appellant] komen nu de rechtbank op zich het faillissement terecht had uitgesproken en deze kosten conform de (bij brief van 12 juni 2025 gedane) opgave van de curator inclusief btw vaststellen. 4De uitspraak Het hof: vernietigt het vonnis van 14 mei 2025 van de rechtbank Oost-Brabant en daarmee het op die datum uitgesproken faillissement van [appellant] , en opnieuw rechtdoende: wijst het verzoek van [geïntimeerde] tot faillietverklaring van [appellant] af; stelt de faillissementskosten (inclusief salaris en verschotten) vast op een bedrag van € 7.248,72 inclusief btw en bepaalt dat dit bedrag ten laste komt van [appellant] ; bepaalt dat de griffier van dit hof onverwijld kennisgeeft van deze uitspraak aan de griffier van de rechtbank Oost-Brabant, met het verzoek zorg te dragen voor kennisgeving van deze uitspraak aan de administratie van de posterijen; wijst af het meer of anders verzochte. Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, J.I.M.W. Bartelds en T. van Malssen en is in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.