Parketnummer : 20-002860-23 Uitspraak : 24 januari 2025 TEGENSPRAAK Arrest van de economische kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 11 oktober 2023, in de strafzaak met parketnummer 82-291956-20 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000, wonende te [adres 1] . Hoger beroep Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan’, veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 160 uren, subsidiair 80 dagen hechtenis, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren. Het inbeslaggenomen vuurwerk en het wapen zijn onttrokken aan het verkeer. Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof zal bewezen verklaren hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd en de verdachte zal veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 160 uren, subsidiair 80 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren. Ten aanzien van het inbeslaggenomen vuurwerk en het wapen heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof deze goederen zal onttrekken aan het verkeer. De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit en subsidiair een strafmaatverweer gevoerd. Met betrekking tot het inbeslaggenomen vuurwerk en het wapen heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van het hof. Vonnis waarvan beroep Het hof kan zich op onderdelen niet met het beroepen vonnis verenigen. Om redenen van efficiëntie zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 17 november 2020 te Reuver, gemeente Beesel, althans in Nederland, opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten: 210 bangers, type Cobra 6 voorhanden heeft gehad en/of aan een ander ter beschikking heeft gesteld. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 17 november 2020 te Reuver opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten: 210 bangers, type Cobra 6 voorhanden heeft gehad en aan een ander ter beschikking heeft gesteld. Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Bewijsmiddelen Tenzij anders vermeld wordt hierna verwezen naar pagina’s van het dossier van de politie-eenheid Limburg, districtsrecherche Zuid-West, proces-verbaalnummer 2020185729, [onderzoeksnaam] , gesloten d.d. 10 januari 2021, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 95 en de aanvulling van het procesdossier d.d. 17 februari 2021, doorgenummerde pagina’s 96 tot en met
- Alle tot het bewijs gebezigde processen-verbaal zijn, voor zover niet anders vermeld, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven. Het hof ontleent aan de inhoud van de navolgende bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd, het bewijs dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan.
- Het proces-verbaal van inzet pseudoverkoop d.d. 18 november 2020, p. 21-27, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten L1035 en L1036: Uit onderzoek van de politie Limburg-Zuid, district Maastricht, districtsrecherche Maastricht, blijkt dat op het open internet forum Telegram illegaal vuurwerk wordt aangeboden onder andere in de groep genaamd VuurwerkHandel. Wij zagen dat een persoon genaamd ‘ [naam] ; op de site van Telegram vuurwerk aanbood. [naam] bood onder ander Cobra 6, 20 pakjes voor € 200,-. Naar aanleiding hiervan werd door de officier van justitie Mr. [verbalisant 2] van het Functioneel Parket ‘s-Hertogenbosch onder parketnummer 82.291956.20 een bevel tot pseudokoop afgegeven voor de periode 17 november 2020 tot en met 20 november
- Wij hebben op 17 november 2020 om 12.12 uur via het chatprogramma Telegram contact gezocht met de aanbieder, [naam] . Wij stopten op 17 november 2020 omstreeks 18.01 uur op [adres 2] . Ik, L1035, belde aan bij [adres 2] , zijnde het adres welk door [naam] was doorgegeven. Kennelijk werd dit door [naam] gezien daar hij hierop reageerde middels de chat/Telegram met het bericht “Maat, wat doe je man, dat je daar aanbelt”. Omstreeks 18.10 uur ontvingen wij een bericht van [naam] dat de nieuwe ontmoetingsplaats [locatie] zou zijn. Wij, L1035 en L1036, reden over de Vincent van Goghstraat te Reuver. Vlak voor de kruising met de [locatie] zagen wij een jonge man op het trottoir staan die in onze richting een handgebaar maakte om te stoppen. Wij, L1035 en L1036, stopten ons voertuig en vroegen of deze man [naam] was, hetgeen hij bevestigde. Omstreeks 18.12 uur stapten wij, L1035 en L1036, uit ons voertuig en liepen zoals afgesproken met [naam] naar de achterzijde van ons voertuig. Wij, L1035 en L1036, zagen dat [naam] van achter een boom een grote zwarte gevulde vuilniszak oppakte en ook naar de achterzijde van ons voertuig kwam. Wij, L1035 en L1036, openden deze vuilniszak. Wij zagen dat hier 20 losse pakjes Cobra’s 6 (elk pakje inhoudende 3 cobra’s) en een grote kartonnen doos inhoudende 50 pakjes Cobra’s
- Nadat wij de pakjes gesteld hadden overhandigde ik, L1035, [naam] 14 bankbiljetten van € 50,00 (totaal € 700,00). Omstreeks 18.14 uur werd de verdachte [naam] door het tactisch team ter plaatse aangehouden De vuilniszak inhoudende de 70 pakjes Cobra 6 werd door het tactisch team in beslaggenomen.
- Het proces-verbaal van aanhouding d.d. 17 november 2020, p. 35-36, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten LBZ03675, LBZ00501 en LBZ02785: Op 17 november 2020 om 18.15 uur, hielden wij op de openbare weg, Vincent van Goghstraat ter hoogte van perceel 27 te Reuver als verdachte aan: [verdachte] , geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats] . Grond aanhouding: Op heterdaad als verdachte van overtreding van artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer vanwege, artikel 1.2.2 vuurwerkbesluit strafbaar gesteld in de wet economische delicten art. 1a onder 1 juncto artikel 2, lid 1 juncto artikel 6 lid 1 onder 1 als misdrijf.
- De kennisgeving van inbeslagneming met registratienummer PL2300-2020185729-6 d.d. 17 november 2020, p. 68, voor zover inhoudende: Plaats: [locatie] , binnen de gemeente Beesel Datum en tijd: 17 november 2020 te 18.30 uur Volgnummer 1: Object: Vuurwerk Totale hoeveelheid: 15 kg
- Het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk d.d. 15 januari 2021, p. 96-100 (met bijlagen p. 101-114) voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 3] : (pagina 98) Op 12 januari 2021 is door mij, hoofdagent van politie, behorende tot het Centraal Onderzoeksteam Vuurwerk (COV), te Ulicoten, het inbeslaggenomen vuurwerk als materiedeskundige op uiterlijke kenmerken onderzocht. Ik zag dat de door mij onderzochte partij was voorzien van de PL-code en BVH-nummer PL2300-2020185729-
- Het onderzochte vuurwerk is door mij ingedeeld in de Lijsten I t/m IV conform de Richtlijn Voor Strafvordering Vuurwerkdelicten. De resultaten daarvan vermeldde ik in onderstaande tabel. Lijst III: Bangers (zwaar knalvuurwerk: categorie Aantal/gewicht: 210 st. Bijlage 2: knalvuurwerk – lijst III (pagina 103-107) Ik zag dat dit vuurwerk was van het soort knalvuurwerk (banger/flashbanger). Ik zag op het vuurwerk opschriften met betrekking tot het merk, type en/of netto explosieve massa (NEM). Ik heb het aantal stuks geteld. Mijn bevindingen heb ik weergegeven in onderstaande tabel. Naam: Cobra 6 Aantal stuks: 210 (pagina 106) Ik heb dit vuurwerk ingedeeld in lijst III van de Richtlijn voor Strafvordering Vuurwerkdelicten. Ik zag dat het door mij onderzochte vuurwerk was voorzien van de categorie- indeling F
- Knalvuurwerk van hetzelfde merk, naam, type en/of artikelnummer, met gelijke uiterlijke kenmerken als door mij onderzocht, is onderzocht door het NFI. Uit dit onderzoek is gebleken dat dit knalvuurwerk niet voldeed aan de gestelde eisen van het Vuurwerkbesluit en/of de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004 en/of Regeling Aanwijzing Consumenten- en Theatervuurwerk. (pagina 107) Op basis van mijn bevindingen stel ik vast dat dit vuurwerk is aan te merken als professioneel vuurwerk. Bewijsoverwegingen De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdediging vrijspraak bepleit wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Hiertoe heeft de raadsman van de verdachte – op gronden zoals verwoord in de pleitnota, kort weergegeven – naar voren gebracht dat op grond van het dossier niet is uit te sluiten dat de verdachte geen wetenschap had van hetgeen zich in de vuilniszak bevond en hij er enkel bij heeft gestaan en naar voren is geduwd om het geld aan te nemen. De verdachte had het vuurwerk dan ook niet voorhanden en kan dit dan ook niet ter beschikking hebben gesteld, aldus de verdediging. De verdachte heeft aanvullend verklaard dat de vuilniszak al achter de boom lag, hij niet wist wat hierin zat en dat een derde persoon op een afstand toe stond te kijken. Het hof overweegt dienaangaande als volgt. Met betrekking tot het hiervoor weergegeven door de verdediging geschetste alternatieve geschetste scenario overweegt het hof dat ieder begin van aannemelijkheid hiertoe ontbreekt, nu hiervoor in het politiedossier geen enkele aanwijzing te vinden is. Bovendien is van de zijde van de verdachte geen enkele onderbouwing gegeven aan dit alternatieve scenario. Gelet hierop is het hof van oordeel dat het door de verdediging geschetste alternatieve scenario als ongeloofwaardig terzijde kan worden geschoven. Gelet op de door het hof gebezigde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat hetgeen overig door de verdediging naar voren is gebracht zijn weerlegging vindt in deze bewijsmiddelen en derhalve behoeft het verweer geen bespreking. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd: overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde. Op te leggen sanctie Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Het hof heeft in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van een aanzienlijke hoeveelheid professioneel vuurwerk. Het is een feit van algemene bekendheid dat dergelijk vuurwerk vanwege de bijzondere aard en eigenschappen – zoals een zwaardere of explosievere lading – ernstig gevaar voor zowel goederen als personen kan opleveren en – in verkeerde handen – gebruikt kan worden voor verdergaande criminele doelen. Voor het aanwezig hebben van dergelijk vuurwerk gelden strenge regels en is specialistische kennis vereist. De verdachte beschikte niet over deze kennis en lijkt niet over deze risico’s te hebben nagedacht. Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel Justitiële Documentatie, d.d. 23 oktober 2024, betrekking hebbend op het justitiële verleden van de verdachte, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder in aanraking is gekomen met politie en justitie. Tevens heeft het hof acht geslagen op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, welke tijdens het verhandelde ter terechtzitting zijn gebleken. De verdachte heeft onder andere naar voren gebracht dat hij bij zijn moeder woonachtig is, zelfstandig ondernemer is en meerdere webshops runt. In het kader van de strafmaat heeft de verdediging naar voren gebracht dat er sprake is van een vormverzuim, nu het bevel tot pseudokoop door de officier van justitie op 17 november 2020 mondeling is afgegeven en er geen sprake was van een dringende noodzaak. Anders dan de verdediging is het hof van oordeel dat er wel een dringende noodzaak bestond om een mondeling bevel tot pseudokoop af te geven, nu er sprake was van de vermoedelijke aanwezigheid van een aanzienlijke hoeveelheid zwaar vuurwerk in particuliere handen, hetgeen gepaard gaat met een aanzienlijke gevaarzetting, dat online werd aangeboden en dat elk moment verkocht en overgedragen zou kunnen worden. Derhalve is het hof van oordeel dat alleszins kon worden besloten om, vanwege de dringende noodzaak om zo spoedig mogelijk een mogelijk aanzienlijke gevaarzetting te beëindigen en te voorkomen dat het aangeboden vuurwerk illegaal zou worden verspreid, vooralsnog te volstaan met het afgeven van een mondeling bevel tot pseudokoop, dat op een later tijdstip schriftelijk zou worden bevestigd, zodat er geen sprake is van een vormverzuim. Ten overvloede overweegt het hof dat één dag later, te weten op 18 november 2020, het bevel alsnog op schrift is gesteld. Alles afwegende is het hof in beginsel van oordeel dat oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 3 jaren en een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden is. Met betrekking tot het procesverloop overweegt het hof het navolgende. Het hof stelt voorop dat iedere verdachte recht heeft op een openbare behandeling van zijn of haar zaak binnen een redelijke termijn. Deze waarborg strekt er onder meer toe te voorkomen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven. Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling ter terechtzitting in eerste aanleg dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen 2 jaren nadat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kon ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het Openbaar Ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Het hof stelt vast dat in eerste aanleg de redelijke termijn waarbinnen de openbare behandeling van de strafzaak had moeten plaatsvinden, is overschreden, te weten een overschrijding van 11 maanden. Op 17 november 2020 is de verdachte in verzekering gesteld, zijnde het moment dat hij er mee bekend is geraakt dat tegen hem een strafvervolging zou kunnen worden ingesteld. Het vonnis in eerste aanleg dateert van 2 jaren en 11 maanden later, te weten 11 oktober
- Zoals hiervoor overwogen is het hof van oordeel dat zonder schending van de redelijke termijn een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 3 jaren, en een taakstaf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis passend en geboden is. Nu de redelijke termijn is geschonden, zal worden volstaan met het opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur 6 maanden met een proeftijd van 3 jaren, en een taakstaf voor de duur van 210 uren, subsidiair 105 dagen hechtenis, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Beslag Het hierna te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven vuurwerk, met betrekking tot hetwelk het tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan, dient te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet. Het hierna te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggeven wapen, een flashlight die ook gebruikt kan worden als stroomstootwapen, aan de verdachte toebehorend, dient te worden onttrokken aan het verkeer. Het wapen is bij gelegenheid van het onderzoek naar het door de verdachte begane feit aangetroffen en het betreft een voorwerp van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet. Het hof is van oordeel dat het voorwerp kan dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten, nu de handel in illegale goederen met regelmaat gepaard gaat met het voorhanden hebben van wapens. Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c en 36d van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer en artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden. Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 210 (tweehonderdtien) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 105 (honderdvijf) dagen hechtenis. Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten vuurwerk (2 collie, bruto 15 kg vuurwerk) en een wapen (opschrift police, flashlight). Aldus gewezen door: mr. A.J. Henzen, voorzitter, mr. W.F. Koolen en mr. L. Feraaune, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. J. de Leijer, griffier, en op 24 januari 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken. Zie Bevel pseudokoop en/of -dienstverlening (artikel 126i Sv) p. 19-20 van voormeld dossier.